Zes academische werkplaatsen ouderenzorg krijgen structurele financiering om onderzoek uit te voeren, samen met de zorgpraktijk en het onderwijs. Het UNO-VUmc is het universitair netwerk ouderenzorg van Amsterdam UMC (locatie VUmc). In dit netwerk werken onderzoekers en zorgprofessionals van 24 aangesloten organisaties aan het verbinden van wetenschappelijke kennis met de dagelijkse zorgpraktijk.

Het UNO-VUmc richt zich op drie thema’s: goede zorg voor mensen met hersenaandoeningen (zoals dementie en andere neurologische of cardiovasculaire aandoeningen), goede zorg voor revalidanten en goede organisatie van zorg. ‘Rond deze drie thema’s hebben we themagroepen opgezet. Hierin zitten afgevaardigden van de bij ons aangesloten zorgorganisaties, die van één van deze thema’s een speerpunt maakten of willen maken’, vertelt prof. dr. Cees Hertogh, hoofd van het UNO-VUmc en hoogleraar ouderengeneeskunde en ethiek van zorg. ‘De themagroepen werken samen aan onderzoeksprojecten, wisselen good practices uit en denken na over kennisvragen die op de werkvloer leven. Ze krijgen daarbij ondersteuning van een wetenschappelijk coördinator van het UNO-VUmc.’

portret van een man
prof. dr. Cees Hertogh
‘In het maatschappelijke en ethische debat ligt de focus vooral op autonomie. Er is in het debat te weinig oog voor de beschermwaardigheid en voor de vele dilemma’s die zich in de praktijk kunnen voordoen.'

Ontwikkelpraktijk

‘In onze werkplaats maken we onderscheid tussen leden die ‘volgen’ en leden die zich bewust profileren als een ontwikkelpraktijk’, vertelt Cees. ‘Een ontwikkelpraktijk is een cluster van twee of meer zorgorganisaties die met elkaar samenwerken op de onderzoeksthema’s die wij gezamenlijk hebben benoemd. Vanuit de universiteit is een onderzoeker als linking pin verbonden aan de ontwikkelpraktijk. De zorgorganisaties benoemen een science practitioner die promotieonderzoek doet aan de universiteit en die kennis en expertise weer meeneemt naar de zorgpraktijk. Op die manier krijgt de academisering van de zorgpraktijk langzaam maar zeker meer vorm.’

In dialoog

De onderzoeksthema’s van de werkplaats zijn bewust breed geformuleerd, zodat er flexibel kan worden ingespeeld op de ideeën voor onderzoek die vanuit de praktijk ontstaan. ‘Een misvatting over de academische werkplaats is dat kennisvragen spontaan opbloeien op de werkvloer. Ze komen juist vaak pas naar voren in gesprekken die we met elkaar voeren over wat er speelt in de praktijk en welke thema’s belangrijk zijn voor de wetenschap. Ook kunnen kennisvragen voortkomen uit nieuw beleid dat vanuit de overheid wordt opgelegd’, zegt Cees. Een voorbeeld is het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg, waarin eigen regie van de cliënt centraal staat. ‘Het ondersteunen en versterken van eigen regie van kwetsbare ouderen vraagt om een persoonsgerichte aanpak. Maar hoe doe je dat? Een indicatie voor langdurige zorg betekent namelijk per definitie dat iemand de eigen regie kwijt is, omdat hij of zij continu toezicht en ondersteuning nodig heeft’, legt Cees uit. ‘Door wetenschappelijk onderzoek te doen, willen wij de dagelijkse zorgpraktijk helpen om op een goede manier met dit vraagstuk om te gaan. Andersom willen we dat de wetenschap zich voedt met good practices uit de praktijk.’

‘De meeste artsen zijn huiverig om het leven te beëindigen van iemand met wie zij daarover niet meer kunnen communiceren.'

Meer houvast

De werkplaats houdt zich ook bezig met dilemma’s in de zorg: zo wordt er momenteel een praktische handreiking ontwikkeld voor artsen en andere professionals, over het omgaan met een schriftelijke euthanasieverklaring van mensen met dementie die in een verpleeghuis verblijven. ‘De meeste artsen zijn huiverig om het leven te beëindigen van iemand met wie zij daarover niet meer kunnen communiceren. Maar de eerste uitvoeringen van euthanasie bij wilsonbekwame verpleeghuisbewoners met dementie zijn een feit en dat leidt tot veel vragen en onrust. Dat   was voor ons de aanleiding om een handreiking te maken op basis van ervaringen en dilemma’s uit de praktijk’, zegt Cees. Het belangrijkste dilemma waar artsen en andere professionals mee te maken hebben is dat van autonomie versus de beschermwaardigheid van kwetsbare mensen. ‘In het maatschappelijke en ethische debat ligt de focus vooral op autonomie. Er is in het debat te weinig oog voor de beschermwaardigheid en voor de vele dilemma’s die zich in de praktijk kunnen voordoen. Met deze handreiking hopen wij artsen en andere professionals meer houvast te geven in het zorgvuldig omgaan met euthanasieverklaringen van mensen met dementie.’

Verbinding

De academische werkplaats doet ook steeds meer onderzoek naar ziekte-overstijgende thema’s, omdat er bij veel ziektes sprake is van vergelijkbare vragen en uitdagingen. Ziekte-inzicht (de mate waarin iemand zich bewust is van zijn of haar ziekte) - of eigenlijk het ontbreken daarvan - is zo’n verbindend onderzoeksthema. Verzorgenden en verpleegkundigen worden vaak nog opgeleid in de veronderstelling dat cliënten de zorg die zij bieden onvoorwaardelijk accepteren. ‘In de praktijk heb je vaak te maken met mensen die geen ziekte-inzicht hebben en daardoor de geboden zorg ook niet zomaar accepteren. Dit zien we zowel in de zorg voor mensen met dementie, als in de zorg voor bijzondere doelgroepen waar we onderzoek naar doen: mensen met het syndroom van Korsakow en mensen met de ziekte van Huntington. Hoe ga je daar als verzorgende of verpleegkundige dan mee om?’, aldus Cees. 

Onderwijs

De werkplaats zoekt steeds meer verbinding met het onderwijs om mensen beter toe te rusten voor een veranderende zorgpraktijk. Daarbij wordt bijvoorbeeld ook veel gedaan aan het empoweren van mbo’ers. Zij maken zichzelf vaak ondergeschikt aan hbo’ers en academici, terwijl het werk dat zij doen tot de kern van de ouderenzorg behoort. Volgens Cees is het daarom belangrijk om te investeren in het verhogen van het zelfbewustzijn van deze groep professionals. ‘Onlangs voerden we een pilot uit waarin mbo-studenten hun gediplomeerde collega’s de nieuwste kennis op het gebied van antibioticaresistentie moesten bijbrengen. Hierdoor gaven we toekomstige zorgprofessionals de kans om zelf een directe bijdrage te leveren aan het verbeteren van de zorg en waren de huidige zorgprofessionals tegelijkertijd op de hoogte gebracht van de meest actuele wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van antibioticaresistentie. Het mes snijdt dus aan twee kanten.’

Over de academische werkplaatsen ouderenzorg

Ouderen willen graag zo lang mogelijk thuis wonen en verzorgd worden in hun eigen omgeving. Voor sommige groepen kwetsbare ouderen lukt dat uiteindelijk niet en is opname in een verpleeghuis nodig.

De afgelopen jaren staat de kwaliteit van de verpleeghuiszorg onder druk en de urgentie om deze zorg te verbeteren is groot. Voor die verbeteringen is het ontwikkelen, verspreiden en toepassen van (wetenschappelijke) kennis over de verpleeghuiszorg van groot belang. Daarom heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ZonMw de opdracht gegeven om het programma Kennisinfrastructuur Academische Werkplaatsen Ouderenzorg vorm te geven.

In dit programma krijgen zes academische netwerken, verenigd in de Samenwerkende Academische Netwerken Ouderenzorg (SANO), structurele financiering voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek, samen met de zorgpraktijk en het onderwijs. Zo leveren zij een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van de cliënt, de kwaliteit van zorg en de kwaliteit van het werk in de verpleeghuiszorg en thuiszorg.

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Auteur Dieuwke de Boer

© ZonMw 2019

Relevante pagina's

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website