Artikelenreeks over verward gedrag juni 2017

Samen werken aan betere ondersteuning voor mensen met verward gedrag

Samen werken aan betere ondersteuning voor mensen met verward gedrag

Inhoudsopgave

In de Nederlandse media en politiek is steeds meer aandacht voor incidenten rondom mensen die verward gedrag vertonen. Het gaat om mensen die grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen.

Met het Actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met Verward Gedrag (AVG) draagt ZonMw bij aan een sluitende aanpak voor opvang, ondersteuning en zorg voor mensen met verward gedrag en hun omgeving. Om deze sluitende aanpak te realiseren, financiert en faciliteert het actieprogramma projecten en initiatieven van en met relevante partijen. Samenwerking tussen deze partijen, zoals gemeenten, politie, zorgaanbieders, maatschappelijke opvang en cliënten(organisaties), staat centraal. De resultaten van de projecten worden gemonitord en geëvalueerd. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan om meer kennis te vergaren over de aard en omvang van het probleem.

In deze artikelenreeks vertellen professionals uit verschillende domeinen over hun rol in de gezamenlijke aanpak voor mensen met verward gedrag. Hans-Martin Don, voorzitter van de programmacommissie van het Actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met verward gedrag, trapt af. Hij schetst in het eerste interview de thematiek van verward gedrag en de rol van het actieprogramma.

‘Het gaat om de mensen die uitvallen, de grip op hun leven verliezen en het allemaal niet meer kunnen bijbenen. En dat is iets van alle tijden.'

Interview met Hans-Martin Don, voorzitter programmacommissie Actieprogramma Verward Gedrag

Per 1 oktober 2018 moeten gemeenten en regio’s beschikken over een goed werkende aanpak van verward gedrag. De subsidies uit het actieprogramma van ZonMw zijn bedoeld om de uitvoerings-praktijk verder te stimuleren. Don: ‘Het gaat om relatief kleine bedragen die direct te gebruiken zijn om nieuwe werkwijzen of producten te ontwikkelen'. 

Hans-Martin Don, Eerste Kamerlid voor de SP, is in het dagelijks leven directeur van het Leger des Heils, regio Zuid. Tussen 2006 en 2010 was hij wethouder van Eindhoven, onder meer voor zorg. De thematiek ‘verward gedrag’ is dus bepaald niet nieuw voor hem.


Fotografie: Bas Stoffelsen

Fotograaf Bas Stoffelsen

Niet kunnen bijbenen

Don: ‘De terminologie is in de loop van de jaren een paar keer veranderd’, vertelt hij. ‘Eind jaren ‘90 hadden we het over zorgwekkende zorgmijders, toen werden het veelplegers en nu heet het dus mensen met verward gedrag.’ In de termen is goed te zien welk aspect de samenleving op een bepaald moment kennelijk het belangrijkst vindt. Maar in de kern komt het volgens Don hierop neer: het gaat om de mensen die uitvallen, de grip op hun leven verliezen en het allemaal niet meer kunnen bijbenen. En dat, constateert de commissievoorzitter, is iets van alle tijden.

Tussen wal en schip

Niet alleen de termen zijn veranderd, ook de gevoeligheid van de samenleving voor afwijkend gedrag is groter geworden, constateert Don. We vinden eerder iets raar en mensen hebben er ook sneller last van als iemand zich opvallend gedraagt. Daarbij komt dat de moderne samenleving ook meer van mensen verwacht. Don: ‘Met de decentralisaties hebben we een grotere verantwoordelijkheid bij burgers en hun omgeving neergelegd. Mensen met psychiatrische problemen wonen nu in de wijk. En ouderen blijven langer zelfstandig thuis wonen, ook als ze misschien last hebben van beginnende dementie. Op zich is dat prima, maar het is onvermijdelijk dat er mensen tussen de wal en het schip raken. Om daar iets mee te kunnen doen, is een actieprogramma als dit cruciaal.’ 

Uiteenlopende vormen

Dat verward gedrag van alle tijden is, wil nog niet zeggen dat we het ook maar moeten laten gebeuren, vindt Don. Een adequate aanpak van verward gedrag is mogelijk, mits alle betrokkenen – gemeenten, politie, zorgaanbieders, maatschappelijke opvang en cliëntenorganisaties – hun krachten bundelen. Het actieprogramma van ZonMw ondersteunt daarom lokale initiatieven waarin samenwerking centraal staat, zodat mensen naar behoefte kunnen worden geholpen. Dat is steeds weer maatwerk, want het kan gaan om heel uiteenlopende gedragingen. Don: ‘Denk aan mensen die dak- of thuisloos zijn en op straat bizar gedrag vertonen. Dat kan soms best intimiderend zijn voor anderen. Maar iemand met verward gedrag kan ook gewoon thuis zitten, in stilte worstelend met een verslaving. Of juist ineens iets onverwachts doen. Denk maar aan Bart van U., de man die veroordeeld is voor de moord op oud-minister Els Borst.’

Persoonsgericht en lokaal

Door zich te richten op lokale initiatieven, kan het ZonMw-programma goed aansluiten bij het werk van het Schakelteam Personen met Verward gedrag. Het schakelteam werkt in opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Veiligheid & Justitie. Don: ‘Dat schakelteam is als het ware de frontoffice van onze activiteiten. Per 1 oktober 2018 moeten gemeenten en regio’s beschikken over een goed werkende aanpak. Het Schakelteam adresseert knelpunten die daarbij opduiken, verbindt partijen en monitort de voortgang op lokaal niveau. De bedoeling is dat hulpverleners nauw samenwerken en niet loslaten voordat een ander het overgenomen heeft. Een sluitende, persoonsgerichte aanpak dus, waarvoor 9 bouwstenen zijn benoemd.’

Geld voor de uitvoeringspraktijk

De subsidies uit het actieprogramma van ZonMw zijn bedoeld om de uitvoeringspraktijk verder te stimuleren. Don: ‘Het gaat om relatief kleine bedragen – een halve ton – die direct te gebruiken zijn om voor een van de bouwstenen nieuwe werkwijzen of producten te ontwikkelen. En we financieren bijvoorbeeld projecten rond opleidingen, maatschappelijke acceptatie en zelfredzaamheid. Of het nu gaat om het verder uitwerken van een lokale crisiskaart of het regelen van bijzonder vervoer zodat de politie niet langer hoeft te rijden; alles kan, zolang het maar bijdraagt aan die sluitende aanpak. Zodat mensen met verward gedrag niet in hun ellende hoeven wegzakken. En ze ook niet langer onnodig de nacht op straat hoeven doorbrengen. Of in een politiecel.’ 

ZonMw Parel: signaleren niet opgehaalde medicatie voor psychiatrische aandoening

Medicijnen dragen bij aan het herstel van mensen met een psychiatrische aandoening. En aan hun kwaliteit van leven. Helaas lukt het niet altijd om medicijnen goed in te nemen. Het gevolg: terugval of zelfs een crisis. Met een signaal vanuit de apotheek kunnen hulpverleners tijdig met de cliënt in gesprek.

Het project Signaleren en Melden door Apothekers van Niet-Opgehaalde Medicatie voor mensen met een Ernstige Psychiatrische Aandoening (SMANOM-EPA) ontving op 5 oktober 2017 een ZonMw Parel. Dat gebeurde op de landelijke bijeenkomst ‘De stand in het land - Aanpak voor personen met verward gedrag’, georganiseerd door het Schakelteam Personen met Verward Gedrag en ZonMw. Begin 2018 start een proefimplementatie van het signaleringssysteem bij Amsterdamse apotheken, waarna het bij gebleken succes beschikbaar komt voor heel Nederland. Er zijn nauwe contacten met Service-apotheken en BENU-apotheken, die een landelijk netwerk hebben. Ook de WSO, de wetenschappelijke sectie van openbaar apothekers van brancheorganisatie KNMP, is betrokken. Marcel Kooij wil zich als WSO-bestuurslid inzetten om de aanpak op te nemen in de landelijke standaarden.

‘Als ik mijn medicijnen langere tijd niet inneem, kan ik hyperactief worden en ben ik sneller geïrriteerd. In het ergste geval raak ik ook echt ontregeld.’ Vorig jaar ging het nog mis, vertelt Yael Zwanink, die al een paar jaar weet dat ze een bipolaire stoornis heeft. Ze raakte even de weg kwijt en een opname was onvermijdelijk. Je zou denken: neem die medicijnen toch gewoon! Maar zo simpel is het niet, aldus Zwanink, die in het dagelijks leven ervaringsdeskundige is bij GGZ inGeest. ‘Het probleem is dat mijn medicijnen helaas nogal wat bijwerkingen hebben. Ze kunnen je emoties helemaal afvlakken, je voelt je dan een zombie… Ik heb het nodig, maar eigenlijk is die medicatie dus allesbehalve fijn.’

Lastig in te passen

Esther Kok van Cliëntenbelang Amsterdam vindt het een herkenbaar verhaal. ‘Voor mensen met een psychiatrische aandoening is het gebruiken van medicijnen vaak belangrijk, maar het vergt ook veel om ze goed in te nemen. De bijwerkingen kunnen heftig zijn, en je moet het gebruik inpassen in je dagelijks ritme.’ Volgens Kok is een goede relatie met de therapeut cruciaal.

‘Als de therapeut echt met je overlegt over de behandeling, kun je veel beter beslissingen nemen over medicijngebruik’

Ook apotheker Marcel Kooij loopt er dagelijks tegenaan dat mensen hun medicijnen niet innemen zoals bedoeld. Dat verbaast hem overigens niets: ‘Uit onderzoek blijkt dat er 771 verschillende factoren zijn die het gebruik kunnen beïnvloeden. Zo is het doseerschema vaak ingewikkeld of moeilijk vol te houden. Drie keer per dag en om de acht uur; zoiets moet je elke dag weer goed inplannen. Mensen zien vaak op tegen de bijwerkingen of hebben geen vertrouwen in de positieve effecten. En soms voelen ze zich langere tijd goed en denken: waarom heb ik dat middel nog nodig?‘

Signaal voor een gesprek

Vanuit de Amsterdamse apothekersvereniging FBA doet Kooij doet mee met een ZonMw-project dat hier wat aan wil doen. ‘Het probleem begint vaak als mensen hun medicijnen niet ophalen. Als apotheker signaleer je zoiets in je systeem, en dat is een goede aanleiding om de arts te bellen. Dat gebeurt nu soms ook, maar niet structureel.’ In het project wordt een geautomatiseerde signaalfunctie toegevoegd aan het informatiesysteem van de apotheek. Het systeem geeft een signaal zodra een bepaalde termijn wordt overschreden, waarna de apotheker meteen contact opneemt met de psychiater. Kooij: ‘De apotheker heeft al de wettelijke mogelijkheid om met een arts de farmacotherapeutische behandeling van een cliënt te bespreken. Nu wordt deze feedback-loop meer geprotocolleerd en geautomatiseerd. De arts kan vervolgens met de cliënt in gesprek. Niet met het vermanende vingertje, zo van: gij zult uw medicijnen innemen! Maar meer: wat zit er achter? Wat is de reden?’

Samen crises voorkomen

Projectleider Steve Lauriks van GGD Amsterdam is als onderzoeker betrokken bij het project. ‘Het bijzondere is dat er groepen om de tafel zitten die normaal gesproken op dit terrein niet met elkaar samenwerken: politie, GGD, GGz, apothekers, en de cliënten natuurlijk. Iedereen praat mee over hoe het systeem vorm moet krijgen. En we hebben allemaal hetzelfde doel: zorgen dat het herstel van de cliënt niet onderbroken wordt door een crisis en alles wat daarbij komt kijken. We gaan dat ook concreet meten, met behulp van anonieme registratiedata. Vermindert het aantal crises? Zijn er minder spoedinterventies nodig? Daalt het aantal opnamen?’

Puzzeltocht voor cliënt en hulpverlener

Als zorgverlener is Marcel Kooij al tevreden als hij bij één cliënt een crisis kan voorkomen. ‘Maar als deelnemer aan dit project ben ik het pas als het gros van de Amsterdamse apotheken dit systeem draait en het standaardzorg is geworden.’ Voor Esther Kok is het vooral belangrijk dat de cliënt beter wordt gehoord. ‘Hij of zij weet wat het beste werkt. Dus ook als het gaat om medicijngebruik. Bespreek steeds samen het schema, zodat je als therapeut ook inziet waarom je cliënt de medicijnen wel of niet goed gebruikt. Als je samen een goede oplossing vindt, kan medicatie ook echt bijdragen aan een betere kwaliteit van leven.’ Yael Zwanink kan dat alleen maar onderstrepen.

‘Blijf als hulpverlener in gesprek met je cliënt. Vooral in het begin, als iemand nog niet goed ingesteld is en je nog niet weet wat de voor- en nadelen zijn. Dat is echt een puzzeltocht, voor de cliënt én voor de hulpverlener.’

‘Herstel na een crisis begint met contact maken, er gewoon zíjn voor elkaar’

Interview met Hans van Eeken (ervaringsdeskundige) en Harro Labrujere (bestuurder bij Kringwijs)
Harro Labrujere en Hans van Eeken
Fotografie: In The Picture fotografie

Zodra mensen met psychiatrische problemen in een crisis belanden, staat er meteen een hele batterij aan hulpverleners klaar. Maar wat kunnen wijk of buurt zelf doen? In Amsterdam starten twee projecten waarin samen werken aan herstel centraal staat. Met een grote rol voor ervaringsdeskundigen en buurtbewoners.

Hans van Eeken weet wat het is om uit een diep dal weer boven te komen. Hij heeft, zoals hij het uitdrukt, ‘een aantal dingen overleefd.’ Tot zijn veertigste had hij een eigen bedrijf en een gezin. Door een ernstige crisis raakte hij het allemaal kwijt. Helemaal onderin het dal is het puur overleven, zegt hij, maar de grootste uitdaging komt daarna. Want hoe moet je weer verder? ‘De structuren zijn weg, je bent je rollen kwijt. Je weer terugvechten kun je alleen maar zélf doen.’ Zijn ervaringen inspireerden hem actief te worden in de herstelbeweging in de ggz. ‘Herstel’ is het proces waarin mensen zelf opnieuw inhoud geven aan hun leven. Van Eeken: ‘Goede crisisopvang is absoluut nodig om je door de eerste fase heen te helpen. Maar direct hierna begint de herstelfase. Daarin zijn mensen vooral zelf aan zet. En juist voor die eigen inbreng is binnen de ggz nog veel te weinig ruimte.’

Gewoon bij iemand blijven

Van Eeken heeft een bondgenoot in Harro Labrujere van Kringwijs, een organisatie met dezelfde visie als de Eigen Kracht Centrale, die in heel Nederland organisaties en overheden ondersteunt bij het werken vanuit vragen van burgers. In Eigen Kracht-conferenties bedenken mensen met hun eigen netwerk een plan om complexe levensproblemen te tackelen. Labrujere: ‘In Amsterdam Nieuw-West zetten we twee samenhangende projecten op. Het eerste gaat over de-escalerende crisisaanpak die herstel ondersteunt . Het tweede richt zich op zelfhulp volgens de Eigen Kracht-methodiek . In sommige crisissituaties is ruimte voor een andere aanpak, waarin een ervaringswerker zonder tijdsdruk aanwezig is en wacht tot er weer contact ontstaat. Platspuiten en afvoeren – om het even scherp te formuleren – is vaak niet nodig. Dat bedoelen we met de-escaleren.’ Van Eeken: ‘Het begint inderdaad met contact maken, er gewoon zijn voor iemand. In vaktaal heet dat presentie. Vanuit het vertrouwen dat je wint, ga je vervolgens samen een proces in. Je zegt: wist je dat er in het wijkhuis een zelfhulpgroep draait? Voor veel mensen is zo’n groep heel eng, totdat ze eenmaal over de drempel zijn. Het begint met samen roken in de pauze en even daarna gaan mensen elkaar appen. Dat is het begin van een netwerk.’

Zelfhulpgroep als kweekvijver

Labrujere noemt herstel een sociaal proces. ‘Mensen hebben vaak ooit vrienden en een werkkring gehad. We vragen: wie zouden het fijn vinden dat het goed met je gaat? Ook na alles wat er is gebeurd? Het lukt natuurlijk niet altijd, maar vaak kom je zo toch weer tot een groep die wil helpen met een plan om jouw leven weer op de rails te krijgen. En daar kan ook best de groenteboer bij zitten, die aardige man die altijd even een praatje maakte.’ Het sociale aspect zit dus ook in de betrokkenheid van de wijk. Van Eeken: ‘Beide projecten zijn burgerinitiatieven. We zoeken elkaar op waar het gebeurt en betrekken daar uiteraard ook professionals bij. Maar zelfhulp is in essentie gewoon een bijeenkomst van mensen in een zaaltje. Zo’n zelfhulpgroep is meteen een prachtige kweekvijver voor de trekkers van een volgende groep. Zo ontstaat vanzelf een poule van mensen in de wijk die willen helpen. Ook als er een crisis is.’

Verhalen staan centraal

Van Eeken en Labrujere vinden het een mooie kans te kunnen laten zien dat ‘hun’ aanpak werkt. Ook van professionals krijgen ze enthousiaste reacties. ‘Jullie gaan voor het echie,’ zei iemand van de GGD bijvoorbeeld. Heel belangrijk is de samenwerking met onderzoekers van UMC Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Geen klassieke onderzoeksopzet, maar een zogeheten ‘narratieve aanpak’ met inzet van de pas opgezette Verhalenbank Psychiatrie van UMC Utrecht . Van Eeken: ‘Uiteindelijk gaat het om iemands persoonlijke verhaal. Ik zeg altijd: in mijn verhaal verschijn ik aan mezelf. Als je dat ook met anderen kunt delen, kun je elkaar gaan ondersteunen.’

‘De verschillende partijen in de regio vinden elkaar steeds beter. Het onderwerp staat duidelijk op ieders netvlies.’

Interview met Paula van Haaren (Significant) en Tjolina Proost (beleidscoördinator Maatschappelijke Zorg Gooi en Vechtstreek) over de monitor verward gedrag en de ervaringen in de regio's.

Paula van Haaren en Tjolina Proost
Fotografie: In The Picture fotografie

Overal in het land staat een goed werkende aanpak voor mensen met verward gedrag stevig op de lokale en regionale agenda. Ook de samenwerking tussen de relevante partners komt op stoom. Dat blijkt uit de kwalitatieve monitor die adviesbureau Significant heeft ontwikkeld in opdracht van het Schakelteam Personen met Verward Gedrag en ZonMw. De monitorgegevens moeten regio’s vooral stimuleren om van elkaar te leren.

In oktober volgend jaar moet overal in Nederland een goed werkende aanpak voor mensen met verward gedrag zijn. Wat zijn de ervaringen in de regio’s? En welke lastige vraagstukken komen zij tegen? Op 5 oktober 2017 presenteerden het Schakelteam en ZonMw een eerste ‘stand van het land’. Dat gebeurde tijdens een landelijke bijeenkomst met ervaringsdeskundigen, bestuurders, projectleiders, professionals en beleidsmakers. ‘We zien dat in alle regio’s op de verschillende bouwstenen regionale en subregionale plannen ontstaan en er wordt steeds meer samengewerkt.’ Dat zegt Paula van Haaren, een van de adviseurs die vanuit Significant is betrokken bij de monitor. ‘De plannen zijn vaak ook bestuurlijk verankerd, bijvoorbeeld doordat een wethouder Zorg of Sociaal domein er zich sterk voor maakt.’

Aandacht voor preventie

Als projectleider voor de regio Gooi en Vechtstreek herkent Tjolina Proost het beeld van de toenemende samenwerking. ‘Mensen kunnen om wat voor reden dan ook de grip op hun leven verliezen en daarmee een gevaar vormen voor zichzelf of anderen. Als regionale partners hebben allemaal te maken met deze mensen. En we hebben elkaar nodig om ze goed te ondersteunen.’ De samenwerking is vooral vanzelfsprekend als het gaat om acute zorg. ‘In dergelijke situaties wordt het erg concreet. Dan zit je letterlijk bij elkaar en bespreekt samen wat er moet gebeuren. Bij vroegsignalering en preventie is het soms nog wat meer zoeken.’ Van Haaren ziet dit terug in de monitor: ‘Regio’s focussen vaak eerst op het realiseren van de acute keten en daarna op vroegsignalering en preventie. Bij deze bouwstenen zoeken ze aansluiting bij bestaand beleid en voorzieningen binnen individuele gemeenten, die hierin een regierol hebben. We horen dat regio’s het soms lastig vinden te bepalen welke aanvullende inspanningen nodig zijn op dit gebied.’

Contactpunt in de wijk

Volgens Proost zit je met preventie in de haarvaten van de wijk. ‘Iemand met verward gedrag kan ook gewoon een gezin hebben. Een integrale aanpak is dus nodig, en daar zijn gemeenten sowieso al mee bezig.’ Wil je mensen met verward gedrag ook een plek in de wijk geven, moet je ze eerder, sneller en beter kunnen helpen als ze dat nodig hebben. Proost: ‘Vaak is een crisis al te voorkomen als mensen met iemand kunnen praten. Het geeft rust als je weet ergens terecht te kunnen als je de grip misschien even kwijtraakt. Wij bieden zo’n contactpunt met het project 24/7 toezicht in de wijk. Er is hierdoor altijd iemand bereikbaar. En als het nodig is kunnen hulpverleners ook veel eerder ter plekke zijn, zodat een situatie niet hoeft te escaleren.’

Goede voorbeelden delen

Een belangrijke bouwsteen is de inbreng van betrokkenen zelf. Van Haaren: ‘We zien dat in vrijwel alle regio’s cliënten en ervaringsdeskundigen een steeds grotere rol krijgen. Hun inbreng wordt ook serieus genomen. Regio’s maken de beweging van meedenken naar meedoen.’ Ook in Gooi en Vechtstreek kiezen we daarvoor, aldus Proost. ‘Cliënten weten wat ze nodig hebben en wat goed voor ze is. En ook naasten hebben relevante ervaring waar wij iets mee kunnen. Hoe we het aanpakken? We zoeken de mensen gewoon op en vragen het aan ze. Zo simpel kan het zijn!’ Van Haaren hoopt dat de monitor regio’s zal inspireren om dit soort concrete ervaringen nog meer met elkaar te delen dan nu al gebeurt. Zo ontstaat een ‘gezamenlijk leerklimaat’ waarin het vanzelfsprekend is om goede voorbeelden uit te wisselen. Proost is ervan overtuigd dat de monitor haar ook daarbij helpt.

‘Met Paula heb ik samen aan onze regionale factsheet gewerkt. Door haar kritische vragen hebben we het nóg scherper kunnen krijgen. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat zij en haar collega-adviseurs bij andere regio’s hebben opgehaald.’

‘Acute zorg bij verward gedrag wordt steeds meer onderdeel van de hele keten. De ambulancezorg moet dus meer gaan samenwerken.’

Interview met Margreet Hoogeveen, programmamanager bij Ambulancezorg Nederland
Portretfoto Margreet Hoogeveen

‘De gezondheidszorg is de afgelopen jaren sterk veranderd. Onze mensen zien dat dagelijks terug in hun werk. Naast spoedeisende somatische zorg, hebben ze ook steeds vaker te maken met crisissituaties rond verward gedrag.’

 

In noodgevallen zijn de ambulancehulpverleners van de regionale ambulancevoorzieningen (RAV’s) vaak als eerste ter plekke. Niet alleen bij ongelukken of levensbedreigende situaties, maar steeds vaker ook bij acute problemen van mensen met verward gedrag. Daarmee omgaan vergt kennis van zaken, maar vooral een goede afstemming met andere hulpverleners. En natuurlijk met de betrokkenen zelf.

Als programmamanager bij Ambulancezorg Nederland is Margreet Hoogeveen betrokken bij het Actieprogramma Lokale initiatieven mensen met verward gedrag. Vanuit het veld hoort ze de verhalen over de veranderingen. ‘Mensen met psychiatrische problemen blijven vaker thuis wonen. Dus als er wat mis gaat, is de thuisomgeving ook steeds meer de plek waar acute hulp wordt verleend.’ Dat vraagt volgens Hoogeveen niet alleen wat van de inhoudelijke kennis en kunde in de ambulancezorg. De medewerkers zullen ook moeten kunnen samenwerken met andere professionals. ‘En niet te vergeten met het netwerk rond de cliënten. Het zijn immers vaak juist de naasten die een melding doen.’

Goed inschatten wat er aan de hand is

Dat brengt haar meteen op een belangrijk punt: de rol van de meldkamer ambulancezorg in de omgang met verward gedrag. Bij ambulancezorg denken mensen vooral aan indrukwekkende voertuigen die met zwaailicht en sirene komen aanrijden. Maar voor het zover is, is er ‘achter de schermen’ in korte tijd al veel gebeurd. Centralisten van de meldkamer moeten heel goed zijn toegerust om snel in te schatten wat er aan de hand is. Wat is het probleem, welke zorg past daarbij en wie kan er het beste heen? Hoogeveen: ‘Lang niet altijd is er per se ambulancezorg nodig. Er lopen in de regio een paar projecten waarbij sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen meedraaien op de meldkamer, om de centralisten te ondersteunen bij de triage.’ Daarbij komt dat de ambulancezorg steeds meer onderdeel wordt van de hele zorgketen. Het staat volgens Hoogeveen nog wel in de kinderschoenen, maar op enkele plekken werken ambulancezorg samen met huisartsen, thuiszorg en geestelijke gezondheidszorg aan een ‘zorgcoördinatiecentrum’. Doel is om gezamenlijk de zorgverlening zo goed mogelijk op de zorgvraag af te stemmen.

Vooral ook leren van elkaar

In de samenwerking binnen het actieprogramma gaat het om meer dan het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden in het omgaan met mensen met verward gedrag. Het leren afstemmen met andere professionals moet ook veel ruimte krijgen. ‘Ik zie veel kansen in een nauwe samenwerking tussen de verschillende beroepsgroepen waar het gaat om het opleiden en trainen. Dus de ggz-werkers, de huisartsen, onze professionals, maar bijvoorbeeld ook politieagenten.’ Door het actieprogramma vinden de beroepsorganisaties elkaar inmiddels steeds beter, constateert Hoogeveen.

Ruimte voor ervaringsdeskundigheid  

Binnen het actieprogramma is veel ruimte voor nieuwe ideeën. Zo is recent een speciale ‘Subsidieoproep voor vernieuwend vervoer door de RAV’ opengesteld. Mooie voorbeelden van vernieuwing zijn de psycholance in Amsterdam en een pilot van RAV Noord-Holland Noord en GGZ NHN met de zogeheten ‘diligence’. Dat is een neutraal ogende crisisdienstauto om psychiatrische cliënten te vervoeren naar de GGz-instelling. Hoogeveen: ‘Zo hoef je niet voor al deze cliënten een ambulance in te zetten. Die houd je dan vrij voor acute situaties en het is nog prettiger voor de betrokken mensen bovendien.’ Dat brengt Hoogeveen ten slotte bij een duidelijk pleidooi voor participatie van ervaringsdeskundigen in de projecten van het actieprogramma. ‘We willen de acute zorg met zijn allen heel goed regelen. Voor je het weet ben je dan toch vooral met modellen en systemen bezig. Belangrijk natuurlijk, maar het is ook goed om cliënten zelf – en zeker ook hun naasten – te vragen wat er voor hen vooral toe doet. Hoe ervaren zij de hulp? Welke behoeften hebben zij bij het omgaan met problemen rond verward gedrag? Als de hulpverleners weer weg zijn, moeten zij immers gewoon verder met hun leven.’

Subsidiemogelijkheden gepast vervoer

U kunt bij het actieprogramma subsidie aanvragen voor gepast vervoer van mensen met verward gedrag. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen subsidieoproepen gericht op Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV's) en subsidieoproepen gericht op andere vervoersaanbieders. De subsidieoproepen worden meerdere keren per jaar herhaald.
 

Voorbeelden van lopende projecten over vervoer en/of ambulancezorg:

‘Hulpverleners willen complexe problemen soms te lang in hun eentje oplossen. Bij verward gedrag is samenwerking cruciaal.’

Interview met sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Wendy Broeren en wijkagent zorgmijders Jan Jacobs
Foto van Wendy en Jan in de Luthersekerk in Nijmegen
Fotografie: William Moore Fotografie

Iedereen kent ze wel, de foto’s van een totaal vervuilde keuken, de vloer bezaaid met lege flessen. Of een stiekeme schuilplaats in een verloren hoekje van het park, een morsig tentje omgeven door afval. Voor Wendy Broeren en Jan Jacobs is het dagelijkse kost in hun werk voor het Interventieteam Nijmegen. Goede hulp vergt voortdurend schakelen, zeggen zij. ‘Zorg er samen voor dat iemand de juiste zorg krijgt.’

‘We hebben het in Nederland voor veel mensen te ingewikkeld gemaakt. Voor elk probleem is er weer een ander loket. Als de moeilijkheden zich opstapelen, kunnen mensen de weg helemaal kwijtraken.’ Wendy Broeren, sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij GGD Gelderland-Zuid, helpt mensen die tussen wal en schip raken en vaak geen goed netwerk hebben. Maar die evengoed lang niet altijd compleet in de marge leven, vertelt ze er meteen bij. Zoals een oudere dame, uitstekend verzorgd en met een keurige baan. Toch verwaarloosde ze haar huis en maakte haar post niet open. Gevolg: een gigantische huurachterstand en een onvermijdelijke huisuitzetting. Broeren: ‘Om te voorkomen dat zo iemand letterlijk op straat belandt, moet je durven improviseren. Bellen, praten, opvang regelen en vooral ook in contact blijven. Zodat ze bijvoorbeeld haar werk niet kwijtraakt.’

Eerder signaleren kan problemen voorkomen

Jan Jacobs, al 35 jaar wijkagent, is sinds 2 jaar ‘wijkagent zorgmijders’. Met Broeren zit hij in het Interventieteam Nijmegen, waarin GGD, verslavingszorg en GGz samenwerken. Ook Jacobs vindt improviseren belangrijk. Met een knipoog zegt hij dat hij vaak ‘het hele privacy-reglement overtreedt’ om te kunnen schakelen. ‘Ik hoef geen diagnoses te weten of andere gevoelige informatie te delen. Maar ik moet wel mijn GGD-collega’s kunnen waarschuwen als iemand een gevaarlijk mes heeft liggen.’ Bij het verhaal van de keurige dame heeft hij een extra boodschap: eerder signaleren had dit kunnen voorkomen. Broeren ziet daarbij vooral een rol voor de sociale wijkteams. Die hebben vaak al vroeg door dat iemand het niet meer trekt. Het probleem is volgens haar wel dat hulpverleners het soms te lang in hun eentje willen oplossen. ‘Bij complexe problemen moet je samen regelen dat iemand de juiste zorg krijgt.’

Professionals verleiden samen te werken

Mensen met verward gedrag hebben vaak slechte ervaringen met hulpverleners die langs elkaar heen werken. Broeren heeft er veel werk aan om deze mensen te verleiden weer hulp te aanvaarden. Dat verleiden gaat volgens haar ook op bij samenwerken, maar dan richting professionals. Voor samenwerken is het belangrijk elkaar persoonlijk te leren kennen. Jacobs vertelt over een wijkmeester van de woningbouwvereniging. Die belde hem over een man met een psychose, die veel overlast veroorzaakte. ‘Die wijkmeester kende mij goed. Ik ben natuurlijk niet de aangewezen persoon om te helpen bij een psychose. Maar ik kon wel weer het lijntje leggen naar Pro Persona, de GGz-organisatie in de regio.’

Wat kan het actieprogramma betekenen?

Wat zouden Broeren en Jacobs doen met subsidie vanuit het actieprogramma? Ideeën genoeg, variërend van voorlichting zodat buurtbewoners beter kunnen omgaan met de ‘paradijsvogels’ in hun wijk, tot ondersteuning van mantelzorg voor mensen die verward zijn. Maar de grootste behoefte hebben ze aan alternatieve opvangmogelijkheden. Voor mensen die na de spoedeisende hulp nergens heen kunnen maar nog altijd verward zijn, bijvoorbeeld. Of een neutrale ‘time-out-ruimte’, zodat iemand na een crisis niet langer in een cellenblok bij zinnen hoeft te komen. Jacobs: ‘Als je een been breekt op straat, word je met alle egards omgeven en per ambulance naar het ziekenhuis gereden. Maar als er in je hoofd iets ‘breekt’, moet je nu nog veel te snel met de politie mee…’

Voorbeelden van projecten met betrokkenheid van een spv'er en/of wijkagent:

Subsidiemogelijkheden

Heeft u een idee om samen met andere organisaties de zorg en ondersteuning voor mensen met verward gedrag en hun omgeving te verbeteren? Dan komt u wellicht in aanmerking voor subsidie. De volgende subsidieoproepen worden eind november 2017 gepubliceerd op onze website (deadline half januari 2018). Er zijn al 87 praktijkprojecten gestart! Bekijk de inspirerende voorbeelden op onze website.