Zodra mensen met psychiatrische problemen in een crisis belanden, staat er meteen een hele batterij aan hulpverleners klaar. Maar wat kunnen wijk of buurt zelf doen? In Amsterdam starten 2 projecten waarin samen werken aan herstel centraal staat. Met een grote rol voor ervaringsdeskundigen en buurtbewoners.

Harro Labrujere en Hans van Eeken
Fotografie: In The Picture fotografie

Hans van Eeken weet wat het is om uit een diep dal weer boven te komen. Hij heeft, zoals hij het uitdrukt, ‘een aantal dingen overleefd.’ Tot zijn veertigste had hij een eigen bedrijf en een gezin. Door een ernstige crisis raakte hij het allemaal kwijt. Helemaal onderin het dal is het puur overleven, zegt hij, maar de grootste uitdaging komt daarna. Want hoe moet je weer verder? ‘De structuren zijn weg, je bent je rollen kwijt. Je weer terugvechten kun je alleen maar zélf doen.’ Zijn ervaringen inspireerden hem actief te worden in de herstelbeweging in de ggz. ‘Herstel’ is het proces waarin mensen zelf opnieuw inhoud geven aan hun leven. Van Eeken: ‘Goede crisisopvang is absoluut nodig om je door de eerste fase heen te helpen. Maar direct hierna begint de herstelfase. Daarin zijn mensen vooral zelf aan zet. En juist voor die eigen inbreng is binnen de ggz nog veel te weinig ruimte.’

Gewoon bij iemand blijven

Van Eeken heeft een bondgenoot in Harro Labrujere van Kringwijs, een organisatie met dezelfde visie als de Eigen Kracht Centrale, die in heel Nederland organisaties en overheden ondersteunt bij het werken vanuit vragen van burgers. In Eigen Kracht-conferenties bedenken mensen met hun eigen netwerk een plan om complexe levensproblemen te tackelen. Labrujere: ‘In Amsterdam Nieuw-West zetten we twee samenhangende projecten op. Het eerste gaat over de-escalerende crisisaanpak die herstel ondersteunt . Het tweede richt zich op zelfhulp volgens de Eigen Kracht-methodiek . In sommige crisissituaties is ruimte voor een andere aanpak, waarin een ervaringswerker zonder tijdsdruk aanwezig is en wacht tot er weer contact ontstaat. Platspuiten en afvoeren – om het even scherp te formuleren – is vaak niet nodig. Dat bedoelen we met de-escaleren.’ Van Eeken: ‘Het begint inderdaad met contact maken, er gewoon zijn voor iemand. In vaktaal heet dat presentie. Vanuit het vertrouwen dat je wint, ga je vervolgens samen een proces in. Je zegt: wist je dat er in het wijkhuis een zelfhulpgroep draait? Voor veel mensen is zo’n groep heel eng, totdat ze eenmaal over de drempel zijn. Het begint met samen roken in de pauze en even daarna gaan mensen elkaar appen. Dat is het begin van een netwerk.’

Zelfhulpgroep als kweekvijver

Labrujere noemt herstel een sociaal proces. ‘Mensen hebben vaak ooit vrienden en een werkkring gehad. We vragen: wie zouden het fijn vinden dat het goed met je gaat? Ook na alles wat er is gebeurd? Het lukt natuurlijk niet altijd, maar vaak kom je zo toch weer tot een groep die wil helpen met een plan om jouw leven weer op de rails te krijgen. En daar kan ook best de groenteboer bij zitten, die aardige man die altijd even een praatje maakte.’ Het sociale aspect zit dus ook in de betrokkenheid van de wijk. Van Eeken: ‘Beide projecten zijn burgerinitiatieven. We zoeken elkaar op waar het gebeurt en betrekken daar uiteraard ook professionals bij. Maar zelfhulp is in essentie gewoon een bijeenkomst van mensen in een zaaltje. Zo’n zelfhulpgroep is meteen een prachtige kweekvijver voor de trekkers van een volgende groep. Zo ontstaat vanzelf een poule van mensen in de wijk die willen helpen. Ook als er een crisis is.’

Verhalen staan centraal

Van Eeken en Labrujere vinden het een mooie kans te kunnen laten zien dat ‘hun’ aanpak werkt. Ook van professionals krijgen ze enthousiaste reacties. ‘Jullie gaan voor het echie,’ zei iemand van de GGD bijvoorbeeld. Heel belangrijk is de samenwerking met onderzoekers van UMC Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Geen klassieke onderzoeksopzet, maar een zogeheten ‘narratieve aanpak’ met inzet van de pas opgezette Verhalenbank Psychiatrie van UMC Utrecht . Van Eeken: ‘Uiteindelijk gaat het om iemands persoonlijke verhaal. Ik zeg altijd: in mijn verhaal verschijn ik aan mezelf. Als je dat ook met anderen kunt delen, kun je elkaar gaan ondersteunen.’

Redactie: Marc van Bijsterveldt, eindredactie: ZonMw, fotografie: In The Picture fotografie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website