Overal in het land staat een goed werkende aanpak voor mensen met verward gedrag stevig op de lokale en regionale agenda. Ook de samenwerking tussen de relevante partners komt op stoom. Dat blijkt uit de kwalitatieve monitor die adviesbureau Significant heeft ontwikkeld in opdracht van het Schakelteam Personen met Verward Gedrag en ZonMw. De monitorgegevens moeten regio’s vooral stimuleren om van elkaar te leren.

Paula van Haaren en Tjolina Proost
Fotografie: In The Picture fotografie
‘De verschillende partijen in de regio vinden elkaar steeds beter. Het onderwerp staat duidelijk op ieders netvlies.’

In oktober volgend jaar moet overal in Nederland een goed werkende aanpak voor mensen met verward gedrag zijn. Wat zijn de ervaringen in de regio’s? En welke lastige vraagstukken komen zij tegen? Op 5 oktober 2017 presenteerden het Schakelteam en ZonMw een eerste ‘stand van het land’. Dat gebeurde tijdens een landelijke bijeenkomst met ervaringsdeskundigen, bestuurders, projectleiders, professionals en beleidsmakers. ‘We zien dat in alle regio’s op de verschillende bouwstenen regionale en subregionale plannen ontstaan en er wordt steeds meer samengewerkt.’ Dat zegt Paula van Haaren, een van de adviseurs die vanuit Significant is betrokken bij de monitor. ‘De plannen zijn vaak ook bestuurlijk verankerd, bijvoorbeeld doordat een wethouder Zorg of Sociaal domein er zich sterk voor maakt.’

Aandacht voor preventie

Als projectleider voor de regio Gooi en Vechtstreek herkent Tjolina Proost het beeld van de toenemende samenwerking. ‘Mensen kunnen om wat voor reden dan ook de grip op hun leven verliezen en daarmee een gevaar vormen voor zichzelf of anderen. Als regionale partners hebben allemaal te maken met deze mensen. En we hebben elkaar nodig om ze goed te ondersteunen.’ De samenwerking is vooral vanzelfsprekend als het gaat om acute zorg. ‘In dergelijke situaties wordt het erg concreet. Dan zit je letterlijk bij elkaar en bespreekt samen wat er moet gebeuren. Bij vroegsignalering en preventie is het soms nog wat meer zoeken.’ Van Haaren ziet dit terug in de monitor: ‘Regio’s focussen vaak eerst op het realiseren van de acute keten en daarna op vroegsignalering en preventie. Bij deze bouwstenen zoeken ze aansluiting bij bestaand beleid en voorzieningen binnen individuele gemeenten, die hierin een regierol hebben. We horen dat regio’s het soms lastig vinden te bepalen welke aanvullende inspanningen nodig zijn op dit gebied.’

Contactpunt in de wijk

Volgens Proost zit je met preventie in de haarvaten van de wijk. ‘Iemand met verward gedrag kan ook gewoon een gezin hebben. Een integrale aanpak is dus nodig, en daar zijn gemeenten sowieso al mee bezig.’ Wil je mensen met verward gedrag ook een plek in de wijk geven, moet je ze eerder, sneller en beter kunnen helpen als ze dat nodig hebben. Proost: ‘Vaak is een crisis al te voorkomen als mensen met iemand kunnen praten. Het geeft rust als je weet ergens terecht te kunnen als je de grip misschien even kwijtraakt. Wij bieden zo’n contactpunt met het project 24/7 toezicht in de wijk. Er is hierdoor altijd iemand bereikbaar. En als het nodig is kunnen hulpverleners ook veel eerder ter plekke zijn, zodat een situatie niet hoeft te escaleren.’

Goede voorbeelden delen

Een belangrijke bouwsteen is de inbreng van betrokkenen zelf. Van Haaren: ‘We zien dat in vrijwel alle regio’s cliënten en ervaringsdeskundigen een steeds grotere rol krijgen. Hun inbreng wordt ook serieus genomen. Regio’s maken de beweging van meedenken naar meedoen.’ Ook in Gooi en Vechtstreek kiezen we daarvoor, aldus Proost. ‘Cliënten weten wat ze nodig hebben en wat goed voor ze is. En ook naasten hebben relevante ervaring waar wij iets mee kunnen. Hoe we het aanpakken? We zoeken de mensen gewoon op en vragen het aan ze. Zo simpel kan het zijn!’ Van Haaren hoopt dat de monitor regio’s zal inspireren om dit soort concrete ervaringen nog meer met elkaar te delen dan nu al gebeurt. Zo ontstaat een ‘gezamenlijk leerklimaat’ waarin het vanzelfsprekend is om goede voorbeelden uit te wisselen. Proost is ervan overtuigd dat de monitor haar ook daarbij helpt.

‘Met Paula heb ik samen aan onze regionale factsheet gewerkt. Door haar kritische vragen hebben we het nóg scherper kunnen krijgen. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat zij en haar collega-adviseurs bij andere regio’s hebben opgehaald.’

Redactie: Marc van Bijsterveldt, eindredactie: ZonMw, fotografie: In The Picture fotografie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website