‘Leren(d) spelen’, dat is de uitdagende titel van de externe eindevaluatie van het Actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met Verward Gedrag. In vier jaar tijd zijn in dit programma zo’n 800 projecten en initiatieven gefinancierd om mensen met onbegrepen gedrag beter te kunnen helpen. Commissievoorzitter Hans-Martin Don blikt terug én vooruit. ‘Hoe creëren we een samenleving waarin het menselijke contact centraal staat?’

Mensen met psychiatrische problemen die overlast veroorzaken, een dwalende oudere met beginnende dementie of een stille alcoholverslaafde die je amper ziet. Het beeld van ‘verward gedrag’ is diverser dan mensen vaak denken. Het nuanceren van het beeld – iemand met verward gedrag geeft overlast en is vaak zelfs gevaarlijk – was een van de doelen van het actieprogramma dat ZonMw eind 2016 startte. Dat is mede door het programma gelukt. En ook de terminologie is veranderd, zegt commissievoorzitter Hans-Martin Don, directeur van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering. De term ‘verward gedrag’ veronderstelt dat het probleem ín iemand zit, stelt Don. En dat je het snapt als je er een psychiatrische diagnose aan hangt. Dat is te simpel, aldus Don. ‘Nu spreken we over onbegrepen gedrag. Daarmee heb je het over de persoon zelf én degenen die hem of haar niet begrijpen.’

Vakmanschap voorop

Een andere belangrijke opbrengst van het actieprogramma is volgens Don de beweging naar het lokaal en regionaal samenwerken aan een meer ondersteunende omgeving. ‘Omgaan met onbegrepen gedrag is een maatschappelijk vraagstuk en dat los je niet op met een individuele aanpak. Je zult de systemen moeten veranderen, want die hebben een grote invloed op de uitvoeringspraktijk. Bied dus ruimte aan het vakmanschap van professionals, aan hun relatie met de mensen om wie het gaat. Door in iemands omgeving dingen van de grond te krijgen, kunnen professionals zorgen dat deze mensen zich wél begrepen voelen.’

Meer samenwerken

Uit de procesevaluatie van ZonMw komen een paar duidelijke resultaten naar voren. Het actieprogramma heeft bijvoorbeeld bijgedragen aan de meldpunten niet-acute zorg, de opschaling van de Wijk-GGD’er en het ondersteunen van ervaringsdeskundigen als volwaardige professional. De schrijvers van de eindevaluatie van de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) constateren intussen ook dat sommige problemen ‘hardnekkig’ zijn, onder meer door verkokering in de financiering en capaciteitsproblemen. Don herkent zich in beide constateringen. ‘Er zijn mooie dingen ontwikkeld en ik zie dat er veel breder gekeken wordt dan alleen maar naar het onbegrepen gedrag. Het gaat ook over preventie en tijdig signaleren van problemen die misschien uit de hand kunnen lopen. Maar er zijn beslist zaken die beter kunnen. Want signaleren is mooi, maar kunnen de betrokken professionals vervolgens ook de juiste stappen zetten? En wordt dat werk ook passend gefinancierd?’

Emancipatie ervaringsdeskundigen

Cruciaal vindt Don de investering in de positie van ervaringsdeskundigen. ‘Hun inbreng heeft mij veel geleerd over wat het betekent om in de problemen te komen, je weg te vinden en ook weer op te krabbelen. Het verhaal van ervaringsdeskundigen is heel relevant voor de professionele relatie. Je werkt niet alleen voor een persoon die om ondersteuning vraagt, hij of zij is in het hele proces ook je samenwerkingspartner. Dit leert je om je professionele attitude wat los te laten en ook als mens een samenwerkingsrelatie aan te gaan.’ Don ziet een duidelijke meerwaarde in het inzetten van ervaringsdeskundigen. Maar ze hadden in veel projecten niet vanzelf een plek gekregen als dat niet in de subsidievoorwaarden was opgenomen. Ervaringsdeskundigen moeten nog altijd strijden om hun positie, weet Don. ‘Er is een emancipatiebeweging nodig om hun plaats binnen het sociaal domein te verstevigen. Neem de armoedebestrijding. Daarin gaat het vooral over richtlijnen en uitvoeringskaders en nog amper over het verhaal van de mensen die het betreft. Terwijl je daarvan voor een goede aanpak juist veel kunt leren.’

'Omgaan met onbegrepen gedrag is een maatschappelijk vraagstuk'

Resultaten laten beklijven

Een andere vereiste waaraan projecten via de subsidievoorwaarden moesten voldoen, waren plannen voor borging van activiteiten. Hoewel Don tevreden is over de beweging naar meer samenwerking, heeft hij nog twijfels over de bestendiging van bepaalde resultaten na afloop van de projectfinanciering. ‘Dat is een belangrijk probleem, dat overigens niet typisch is voor dit actieprogramma. Maar het is wel een les die we meenemen in het vervolgprogramma Grip op Onbegrip, waarvan ik ook weer de commissievoorzitter mag zijn. We gaan nog meer aandacht vragen voor de borging op lokaal en regionaal niveau. De stakeholders in samenwerkingsverbanden zullen samen de verantwoordelijkheid moeten oppakken om te zorgen dat goede resultaten echt kunnen beklijven. Ook gaan we meer inzetten op het onderwijs, zodat samenwerking vast onderdeel wordt van ieders professionaliteit.’

Relatie met burgers

De schrijvers van de eindevaluatie constateren een ‘roep om een meer mensgerichte, preventieve en collectieve beleidsfilosofie, met meer consideratie voor de menselijke en relationele kant van onbegrepen gedrag.’ Don herkent zich in de politiek-bestuurlijke boodschap die hieruit spreekt. ‘In een gedecentraliseerde werkelijkheid is op lokaal niveau een visie nodig over hoe je als overheid je relatie met je burgers ziet. Maak met je lokale en regionale partners expliciet hoe je wilt omgaan met burgers in een kwetsbare positie. In zo’n positie komen we vroeg of laat allemaal terecht, als we ouder worden of aandoeningen krijgen. Het is in eerste instantie natuurlijk ieders eigen verantwoordelijkheid te zorgen voor het eigen leven. Maar het is tegelijk een gemeenschappelijke opdracht om samen te werken aan een leefomgeving die voor iedereen goed is.’  

Warmte en geborgenheid

Volgens Don vergt de noodzakelijke visieontwikkeling een maatschappelijk én politiek debat over wat we met z’n allen van waarde vinden. ‘We zijn nu te instrumenteel bezig: iemand heeft als individu een probleem en we zoeken voor ieder apart een oplossing, Op die manier focussen bestuur, de uitvoering én de burger zich op de transactie van diensten, op basis van een bepaald recht dat iemand als individu toebedeeld krijgt. Ik zou van transactie naar interactie willen, dus naar een situatie waarin betrokkenen elkaar als mens tegemoet treden. In de relatie tussen een professional en een burger in een kwetsbare positie, gaat het om meer dan de hulpverlening of de dienst. Je hebt het ook over warmte, geborgenheid en verbondenheid. De maatschappelijke vraag is dan: hoe creëren we een samenleving waarin de verbinding centraal kan staan, en niet de transactie?’

Onderlinge hulp faciliteren

Don realiseert zich dat hij een idealist is als hij zegt dat we lokaal saamhorigheid moeten organiseren in weerbare buurten. Maar hij is ook een realist. ‘In ideaalbeelden van de civil society helpt de sterke de zwakkere. Bij ons in Eindhoven heeft hogeschool Fontys daar eens een onderzoek naar gedaan, en wat bleek? In werkelijkheid is het eerder zo dat de lamme de blinde helpt. Vergeet dus – bij al het mooie werk aan professionele ruimte, lerende reflectie en passende financiering – vooral ook niet om dát te faciliteren.’

Het reflectief-instrument ‘Omgang met taaie maatschappelijke vraagstukken’

In haar eindevaluatie ‘Leren(d) spelen’ adviseert de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) een ‘domein- en niveau-overstijgende reflectie’ te verankeren in de werkprocessen. Dat is nodig om samen te bekijken welke maatregelen nodig zijn of juist beëindigd moeten worden. En het helpt professionals aan speelruimte voor het aanpassen van hun werk aan nieuwe omstandigheden. Door leren(d) te spelen ontstaat verbinding tussen de leef- en systeemwereld, zodat een meer mensgerichte, preventieve en collectieve aanpak mogelijk wordt.

Als bijlage van de evaluatie ‘Leren(d) spelen’ van ESHPM is een reflectie-instrument toegevoegd. Het instrument helpt bij de ‘omgang met taaie maatschappelijke vraagstukken’, zoals onbegrepen gedrag. Dergelijke vraagstukken vergen samenwerking tussen verschillende domeinen en ‘niveaus’; van werkvloer tot bestuur en van gemeente tot rijksoverheid. De betrokkenheid van veel personen en organisaties met verschillende belangen en visies maakt het vraagstuk ‘taai’. Door lerend samen te werken en zich aan te passen aan nieuwe situaties en uitdagingen, kunnen betrokkenen gezamenlijk een flexibele aanpak ontwikkelen.

Het reflectief-instrument biedt handreikingen in de vorm van vier stappen (die desgewenst in willekeurige volgorde kunnen worden gezet).

  • Stap 1: ‘Stilstaan bij potentieel goede praktijken’; waarom zijn deze praktijken ‘goed’ en wordt die ‘goedheid’ betwist?
  • Stap 2: ‘De taaiheid van het probleem erkennen’, door te bespreken waar probleemanalyses en oplossingsrichtingen uiteenlopen.
  • Stap 3: ‘Lerend samenwerken en continu aanpassen – de stand van zaken’,
  • Stap 4: idem, maar dan rond een ‘wensbeeld’ over de ideale situatie.

Belangrijke boodschap: reflectie is een voortdurend, cyclisch proces. Leren(d) samenwerken gaat dus altijd door.

Het Actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met Verward Gedrag (AVG)

Het vierjarige programma AVG startte eind 2016 in reactie op een stijgend aantal zogeheten E33-meldingen en incidenten rondom ‘verwarde personen’. Het programma ondersteunde lokale en regionale projecten en initiatieven voor een goed werkende aanpak voor mensen met verward gedrag en hun omgeving. Er zijn door heel Nederland zo’n 800 praktijkprojecten, vouchers en trainingen gefinancierd. Daarin is gewerkt aan een integrale en persoonsgerichte aanpak waarbij de leefwereld van de persoon in kwestie centraal staat. De 9 bouwstenen geformuleerd door het Aanjaagteam Verwarde Personen vormden hiervoor de basis.

De eindevaluatie door zowel ZonMw zelf als door de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) laat zien dat het actieprogramma voor mensen met verward gedrag ruimte heeft geboden voor de ontwikkeling van een groot scala aan domeinoverstijgende praktijken. Deze praktijken richten zich op het bieden van passend vervoer, triage en zorg, herstel, preventie & vroegtijdige signalering, waarbij wordt toegewerkt naar een meer persoonsgerichte aanpak die aansluit bij de leefwereld van personen met onbegrepen gedrag. De inzet van ervaringsdeskundigheid, een mensgerichte bejegening en een wijkgerichte manier van werken hebben geholpen bij deze aansluiting. Wel zijn bepaalde problemen hardnekkig, bijvoorbeeld de verkokering van financieringsstromen en capaciteitsproblemen.

Het actieprogramma heeft duidelijk gemaakt dat lokale en regionale partijen graag meer van elkaar leren in samenhangende projecten met een langere looptijd. Met het nieuwe Actieprogramma Grip op Onbegrip (2021-2025) zet ZonMw daarom in op het verduurzamen van bestaande structuren. Daarin kunnen partijen uit het sociaal, zorg- én veiligheidsdomein samenwerken aan meer sociale inclusie en passende ondersteuning van mensen die tijdelijk de grip op het leven kwijt zijn.

Kijk voor alle resultaten en opbrengsten op de ZonMw-pagina van het actieprogramma voor mensen met verward gedrag.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website