Sinds begin dit jaar werkt de gemeente Veenendaal met een wijkfunctionaris Zorg en Veiligheid. Veenendaal was een de 13 gemeenten in een landelijke pilot om deze schakelfunctie tussen verschillende domeinen te introduceren. De pilot krijgt nu een vervolg in nog eens 20 gemeenten.

Marjolijn Agterberg (gemeente Veenendaal) en Pieter de Vries (wijkfunctionaris Zorg en Veiligheid)

Mensen met verward gedrag belanden vaak tussen wal en schip. Vooral als iemand na een crisis de draad weer wil oppakken, ontbreekt het nogal eens aan passende hulp. Wie is aan zet om de lijntjes te leggen tussen hulpverleners en andere betrokkenen die iemand kunnen bijstaan? Steeds meer gemeenten stellen er een wijk-GGD’er voor aan, mede geholpen door een pilot van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (zie kader). Veenendaal is een van de 13 gemeenten die meededen. Sinds 1 januari 2018 werkt sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Pieter de Vries 16 uur per week als wijkfunctionaris Zorg en Veiligheid. Het werkgebied omvat ook Renswoude en Rhenen, een regio met in totaal zo’n 100.000 inwoners.

‘Wie kan ik bellen?’

De Vries kende de regio vanuit eerder werk, onder meer in de verslavingszorg. ‘Ik had al een groot netwerk, toch ben ik de eerste periode vooral met heel veel mensen gaan kennismaken. Van de basiszorg en het welzijn tot aan de tweedelijns ggz. En van de politie en de woningbouw tot de medewerkers van de gemeenten.’ Volgens Marjolijn Agterberg, beleidsmedewerker sociaal domein in Veenendaal, was dit ‘rondje’ een onmisbare investering. ‘De belangrijkste vraag van mensen is toch: wie kan ik bellen? Door overal persoonlijk langs te gaan en kennis te maken, was dat hier al snel duidelijk: Pieter dus!’

Niet uit beeld verdwenen

Inmiddels heeft De Vries al een paar casussen onder de hoede gehad. Bijvoorbeeld van een vrouw die iets te enthousiast aan het koken sloeg en per ongeluk haar huis in brand zette. Ze belandde in een ziekenhuis buiten de regio. De Vries: ‘Volgens de politie kon ze niet terug naar haar oude plek. Het werd in eerste instantie de maatschappelijke opvang in Amersfoort, want zo’n voorziening is hier niet. Ik zocht contact met ziekenhuis en opvang, maar ook met de familie. En ik heb bemoeizorg voorbereid, zodat er toch hulp zou zijn als ze weer terug zou komen vanuit de opvang.’ Uiteindelijk is dat inderdaad gebeurd, want na een verblijf in Amersfoort ging de vrouw op een camping in de buurt wonen.

‘Normaal gesproken zou ze uit beeld zijn verdwenen, nu konden we haar op haar nieuwe woonplek bemoeizorg bieden.’

Prettig schakelen

Voor Agterberg is het verhaal een aanwijzing dat de aanpak goed werkt. Of een wijkfunctionaris het aantal politiemeldingen over verward gedrag stabiliseert – zoals in Amsterdam en Vught – is nog niet meetbaar. Maar aan een belangrijke voorwaarde is volgens Agterberg voldaan: de keten sluit veel beter. ‘We merken dat iedereen Pieter weet te vinden. Ook de politie vindt het prettig om even met hem te schakelen. Hij legt makkelijk contact en spreekt de verschillende “talen” in het veld.’  Toch is er nog werk te verzetten, vervolgt De Vries. ‘De dagelijkse begeleiding tijdens kantooruren gaat goed. Maar om ook daarbuiten goede begeleiding te realiseren en zo de politie of de crisisdienst te ondersteunen, is nog wel een uitdaging.’ Agterberg herkent dit:

‘We hebben niet elke dag een melding buiten kantooruren en dan is een permanent advies- en meldpunt niet realistisch. We zoeken dus naar verbindingen met andere vormen van zorg, bijvoorbeeld rond dementie. Ook die groep heeft buiten kantooruren behoefte aan steun.’

Structureel verbeteren

Agterberg raadt andere gemeenten van harte een wijkfunctionaris (of wijk-GGD’er) aan. ‘Realiseer je dat je nooit bij nul begint. De functionaris legt vooral betere verbindingen tussen wat er al is. En vult de hiaten die je vervolgens vanzelf tegenkomt.’ De Vries beveelt collega-hulpverleners in het land zeker een functie aan als regionale verbinder. ’Het is mooi werk om mensen te kunnen helpen. Je zit bovendien veel dichter op het beleid. Zo kun je samen met de gemeente de situatie voor mensen met verward gedrag structureel helpen verbeteren.’

Grijp uw kans: nieuwe subsidieronde implementatie wijk-GGD’er

Mensen met verward gedrag veroorzaken soms overlast, maar hebben eigenlijk vooral een zorgvraag. Een wijk-GGD’er – of wijkfunctionaris – werkt op het snijvlak van veiligheid en zorg en verbindt deze domeinen, zodat maatwerk mogelijk wordt. Hij kent de huisarts, heeft contact met de supermarkteigenaar en legt lijntjes met politie en woningbouwcorporatie. In een vroeg stadium bepaalt de wijk-GGD’er samen met (zorg)ketenpartners welke aanpak en zorg iemand nodig heeft.

Na succesvolle pilots in 13 gemeenten, is in augustus 2018 bij ZonMw een nieuwe subsidieronde gestart: 9 gemeenten gaan aan de slag met de implementatie van een wijk-GGD’er. Zij worden begeleid door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Deze ondersteuning richt zich onder meer op het creëren van bestuurlijke betrokkenheid, het maken van werkafspraken met relevante ketenpartners en de daadwerkelijke installatie van de wijk-GGD’er. Wilt u hier ook gebruik van maken? In 2019 volgen nog 2 subsidierondes. De eerstvolgende subsidieoproep staat vanaf 4 december open met als deadline 7 februari 2019 om 14.00 uur. Half januari volgt er een informatiebijeenkomst. Houd onze website in de gaten voor meer informatie.

Redactie: Marc van Bijsterveldt, eindredactie: ZonMw

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website