De nieuwe technologische ontwikkelingen bieden veel mogelijkheden voor mensen met een visuele beperking om zelf de regie te voeren over hun leven. Denk aan ‘slimme’ navigatie op de smartphone voor mensen met een visuele beperking. Op de ontmoetingsdag van het ZonMw-programma InZicht kwamen ontwikkelaars, gebruikers, wetenschappers en professionals bij elkaar voor een uitwisseling over de nieuwste technologische ontwikkelingen.

Inhoud

Sfeerimpressie

blindegeleidehond bij bijeenkomst
Keycords met opdruk Bartiméus
Papieren met daarop een vergrootglas
Dame in gesprek met Geert Joosten
Mensen zitten te luisteren in een zaal
man praat door microfoon in een zaal met mensen
Twee mensen in gesprek in een zaal
schaal met appels
persoon typt tekst in op braillebalk
mensen luisteren geconcentreerd
Dame bekijkt smartphone met een loupe
hond ligt te slapen tussen de stoelen in een zaal
mensen schenken drinken in
Twee mannen geanimeerd in gesprek

Welkom en introductie

Frans Zitman: ‘Technologie werkt alleen als de eindgebruiker mee-ontwikkelt'

In zijn openingswoord wijst dagvoorzitter prof. dr. Frans Zitman, tevens voorzitter van de stuurgroep InZicht, op de uitdagingen voor de volgende fases van het programma InZicht. Technologie, zo stelt hij, kan mensen met een visuele beperking helpen bij hun eigen regie. Zelfredzaamheid en het eigen leven vormgeven kan soms veel makkelijker met een hulpmiddel. Maar dat werkt alleen als de eindgebruiker ook daadwerkelijk bij de ontwikkeling van zo’n hulpmiddel betrokken is. Volgens Zitman is een van de opbrengsten van InZicht daarbij belangrijk: er is veel ervaring opgedaan met het betrekken van mensen met een visuele beperking bij wetenschappelijk onderzoek. Die ervaring is nuttig in het stimuleren van co-creatie bij innovaties op technologisch gebied, zodat technologie beter aansluit bij de behoeften en wensen van de eindgebruiker. 

Opening door Frans Zitman
Spreker Frans Zitman en mensen in de zaal

Sprekers

Ramon Daniëls: ‘Samenwerking noodzaak voor aansluiting op de praktijk’

Zorgtechnologie heeft een enorme potentie, maar die komt vaak onvoldoende uit de verf. Deels omdat nieuwe technologie nog te weinig wetenschappelijk wordt onderzocht. Maar vooral omdat de praktijk – zowel eindgebruiker als professional – vaak nog aan de zijlijn staat in het ontwerpproces.

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ooit werkte student Ramon Daniëls op de platenafdeling van een Ermelose elektronicawinkel. Hij hielp klanten hun weg te vinden in de schappen met lp’s. Wie kon destijds bedenken dat muziekliefhebbers thuis alle muziek van de wereld zouden kunnen downloaden? Voor Daniëls, inmiddels lector Ondersteunende Technologie in de Zorg (Zuyd Hogeschool), illustreert dit hoe snel de technologische ontwikkeling gaat. Ook in de zorg wordt veel verwacht van nieuwe technologie. Al was het maar als oplossing voor de toenemende zorgvraag in een alsmaar krimpende arbeidsmarkt.

Wensen en behoeften

Helaas, zo blijkt uit onderzoek, blijft het nog vaak bij mooie beloften. Er zijn namelijk nogal wat knelpunten in de implementatie van vernieuwingen, waardoor mooie toepassingen uiteindelijk toch niet landen in de praktijk. Er is weinig zicht op de effectiviteit van technologische innovaties en de return on investment is meestal onduidelijk, aldus Daniëls. Maar belangrijker nog: technologie sluit vaak onvoldoende aan bij de wensen en behoeften van de eindgebruiker. Of het past niet in het dagelijks werk van de professional. 

Samen innoveren

Daniëls is betrokken bij het Expertisecentrum Innovatieve Zorg en Technologie (EITZ) van Zuyd Hogeschool. ‘Duurzaam innoveren vergt samenwerking tussen bedrijven, zorginstellingen, cliënten en kennisinstellingen. Pas als je samenwerkt kun je zorgen dat zorgtechnologie goed aansluit bij de behoefte, objectief geëvalueerd wordt én uiteindelijk beter geïmplementeerd. Binnen het EITZ komen gemeenten, bedrijven, cliënten en praktijkorganisaties bij elkaar om samen te leren en te innoveren. Dat gebeurt in proeftuinen, ook wel living labs genoemd, waarbij wetenschappelijk onderzoek de innovatieprocessen ondersteunt.’ 

Heilige graal

Voor bedrijven heeft Daniëls een duidelijke boodschap: verdiep je serieus in de dagelijkse zorgpraktijk en in de leefwereld van cliënten. Technologieontwikkelaars hebben soms de stellige overtuiging de heilige graal te hebben gevonden, constateert hij, maar hun idee of product blijkt dan toch niet goed aan te sluiten bij de dagelijkse werkelijkheid van mensen met een beperking. ‘Alleen door co-creatie kun je de brug slaan tussen technologie en praktijk. Realiseer dus samen het ontwikkelproces volgens de principes van user centered design: vanaf de eerste ontwerpstappen samen aan een idee werken, prototypen ontwikkelen, deze in de praktijk uitproberen en op basis van concrete ervaringen het proces steeds bijstellen. Totdat het eindresultaat goed is.’

Ramon Daniëls
Ramon Daniëls

Rachel van Vliet: ‘Super Toegankelijk als voorbeeld van innoveren met bedrijven’ 

Blijven we bezig met het aanpassen van bestaande toepassingen voor mensen met een beperking? Of werkt het beter als de ontwerper daar direct al rekening mee houdt? Hoe kun je grote bedrijven inspireren om design for all - producten op de markt te brengen? Koninklijke Visio organiseerde er een hackathon over.

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de onderzoeksagenda van de Oogvereniging stond bovenaan: ‘Hoe kunnen algemeen gangbare technologieën (zoals smartphones) zodanig aangepast worden dat mensen met een visuele beperking ze ook gewoon kunnen gebruiken?’ Maar is het niet veel logischer om toepassingen zo te ontwerpen dat ze bij voorbaat voor iedereen toegankelijk zijn? Rachel van Vliet, programmamanager bij Koninklijke Visio, heeft een duidelijk antwoord: innovaties worden beter als de ontwerper direct al rekening houdt met een visuele beperking. 

Boodschappen als uitdaging

Een mooi thema is boodschappen doen, een ogenschijnlijk simpele activiteit die nauw samenhangt met zelfredzaamheid en eigen regie. Voor mensen met een visuele beperking is het nogal een uitdaging. De kleine lettertjes op een etiket zijn voor meer mensen een probleem, maar wat nu als je een product überhaupt niet herkent? Van Vliet: ‘Mensen met een visuele beperking improviseren nu vaak met de camera van hun smartphone. Maar ook dan zijn ze vaak erg lang bezig met een paar simpele boodschappen. Krijg je het dan wel voor elkaar om mee te doen aan het dagelijks leven, zoals het zo mooi in het VN-verdrag over mensen met een beperking staat? Niet echt dus…’ 

Ontwerpproces omdraaien

De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, maar nog steeds komen ontwikkelaars er pas na de introductie van een vernieuwing achter dat hun uitvinding niet geschikt is voor mensen met een beperking. Je moet het dus omdraaien, zegt Van Vliet, en ervaringsdeskundigen al vanaf het begin van het ontwerpproces laten mee-ontwikkelen. 

Favoriete soep

Tijdens de hackathon Super Toegankelijk, bedoeld om hier wat aan te doen, kwamen ‘briljante geesten uit allerlei bedrijven’ bij elkaar. Plus natuurlijk mensen met een beperking, die ter plekke de uitdagingen op tafel legden. Hoe kom ik bijvoorbeeld bij het vak met de soep? En hoe vind ik daar vervolgens mijn favoriete merk? Van Vliet: ‘De top-3 van ideeën gaan we nu verder brengen, samen met de bedrijven. Denk aan een doorontwikkeling van de handscanner van Albert Heijn, bijvoorbeeld met gesproken productinformatie via oortjes. Of een social button, een toepassing waarmee supermarktbezoekers elkaar kunnen gaan helpen. Wat het ook wordt, het sleutelwoord is prototyping. Dus samen ontwerpen en niet al vooraf bedenken waar het op uit moet komen.’

Bekijk de presentatie van Rachel van Vliet.

Lees meer over de hackaton Super Toegankelijk op de website van Visio

Rachel van Vliet
Rachel van Vliet presenteert haar verhaal

Ruth van Nispen: ‘Zinvol effectonderzoek vraagt om verbinding met de praktijk’

Voor veel problemen die samenhangen met visuele beperkingen zijn interventies bedacht. Maar wat werkt nu goed en wat kan beter? Het VUmc bestudeerde duizenden studies naar dergelijke interventies, Wat leren we daaruit over de effectiviteit? En waar liggen vooral de uitdagingen?

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In 2015 leefden wereldwijd ruim 50 miljoen mensen met een visuele beperking waar weinig aan te doen is. Behalve dan met interventies die het leven beter of makkelijker maken. Of met interventies die helpen bij bijkomende problemen als ernstige vermoeidheid of psychische problematiek. Ruth van Nispen, universitair hoofddocent Oogheelkunde aan het VUmc, leidde een onderzoek dat een groot aantal studies naar interventies over de hele wereld heeft vergeleken. Het ging om interventies die direct of indirect leiden tot een betere participatie en kwaliteit van leven, gesplitst naar kinderen en ouderen. Is er bewijs dat ze werken? Lukt het inderdaad om vaardigheden en gedrag te verbeteren? Het doel: bijdragen aan een onderzoeksagenda voor wetenschap en praktijk.  

Lastig te vergelijken

Helaas zijn veel studies niet zo bruikbaar, aldus Van Nispen. ‘Er wordt veel onderzoek gedaan, maar dat gebeurt niet allemaal op hoog wetenschappelijk niveau. Of het wordt gewoon niet zo goed opgeschreven. Vaak zijn de resultaten bovendien lastig te vergelijken. Zo vonden we duidelijke effecten bij programma’s voor multidisciplinaire revalidatie, maar door de uiteenlopende onderzoeksopzetten kun je niet zeggen welk programma nu het beste is.’ Hoe dan ook komen er interventies naar voren die effectief kunnen zijn. Bij ouderen zijn dat bijvoorbeeld die multidisciplinaire revalidatie, psychologische interventies en training rond mobiliteit en bewegen. Voor kinderen gaat het onder meer om sport en bewegen, games voor kijkgedrag en sociale vaardigheden. 

Anders onderzoek doen

Wat kunnen we nu met de opbrengsten? Het onderzoeksteam heeft de bevindingen gedeeld en besproken met professionals en mensen met een visuele beperking. Voor zowel kinderen als ouderen leverde dat een top 5 met prioriteiten voor onderzoek op, variërend van training in sociale vaardigheden en spelbegeleiding tot lotgenotencontact en technologische innovaties. Volgens Van Nispen ligt er los van de inhoud vooral ook een uitdaging voor een betere opzet van wetenschappelijk onderzoek: ‘De kwaliteit kan beslist omhoog. En we moeten zoeken naar onderzoeksdesigns die ook met kleinere groepen zinvolle resultaten opleveren, zoals pilots en N=1 studies.’ Ten slotte geldt ook dit voor de wetenschap: zoek de verbinding met de praktijk. Want een interventie die in een experimentele setting werkt, doet dat nog niet per se in de dagelijkse werkelijkheid.

Ruth van Nispen
Ruth van Nispen

Flitspresentaties

Flitspresentaties over innovatief onderzoek

Deelnemers aan de ontmoetingsdag konden via posterpresentaties kennisnemen van lopend en afgerond onderzoek. Als opwarmertje vertelden de onderzoekers in twee rondes met flitspresentaties in een paar zinnen waar hun onderzoek over gaat. En vooral: wat hebben mensen met een visuele beperking eraan? Hieronder een kleine bloemlezing.

Hilde van der Aa

E-health tegen psychische klachten bij ooginjecties

 

Hilde van der Aa  ontwikkelde E-PsEYE, een e-health-toepassing voor patiënten die regelmatig ooginjecties krijgen. Maar liefst 1 op de 3 patiënten kampt met psychische klachten, zoals somberheid en angst. De oogarts heeft te weinig tijd om daar serieus op in te gaan. Cognitieve gedragstherapie via internet blijkt te kunnen helpen.

Bianca Huurneman

App voor thuistraining bij infantiele nystagmus 

 

Bianca Huurneman  werkte aan een training voor kinderen met infantiele nystagmus. Bij deze aandoening horen snelle oogbewegingen, waardoor de kinderen slechter zien. De training blijkt te werken: kinderen gaan beter zien en hun leerprestaties verbeteren. In het PLING-project wordt de training vertaald naar een app, zodat kinderen ook thuis kunnen oefenen.

Suzanne Verver

Smart toys laten kinderen met een visuele beperking samen spelen

 

Suzanne Verver is betrokken bij de ontwikkeling van smart toys. Die kunnen visueel beperkte kinderen helpen bij het samenspelen met andere kinderen. De smart toys voorzien speelgoed van geluiden en muziek, waardoor het materiaal levendiger en uitnodigender wordt. Samen spelen verbetert de sociale ontwikkeling van kinderen.

Loes Ottink

Beter navigeren op gevoel en geluid

 

Loes Ottink is bezig met ruimtelijke navigatie op basis van auditieve en tactiele informatie. Ze onderzoekt met behulp van MRI of mensen in een virtuele omgeving met alleen geluid en gevoelsprikkels een accurate ‘mentale kaart’ vormen. Deze kennis kan behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van navigatietoepassingen in de smartphone van mensen met een visuele beperking.

Joey de Bie

Betere visuele informatie op apps helpt bij het navigeren

 

Joey van der Bie werkt mee aan EyeBeacons, een project om navigatie voor mensen met een visuele beperking te verbeteren. Niet alleen door audio op apps voor de smartphone of de smartwatch te verbeteren, maar juist ook door betere informatie te geven over dingen die er te zien zijn. Zo kunnen gebruikers beter omgaan met onbekende routes, drukke pleinen en onverwachte obstakels.

Workshops

De posterpresentaties waren dit jaar gebundeld per thema, in 7 verschillende workshops. De thema's waren: communicatie, psychische problemen, lezen & leren, navigatie & mobiliteit, innoveren organiseren, sociale ontwikkeling en diagnostiek.

Lees meer over de workshops en bekijk de posters van de presentaties.

Deelnemers aan het woord

Jos Sprenkels met zijn hond

Jos Sprenkels, trainer bij Optelec:

‘Technologische innovaties ontwikkel je samen. Zorgorganisaties hebben soms het gevoel dat marketingmensen van bedrijven hun innovatie erdoor willen drukken en vooral iets willen verkopen. Terwijl er juist synergie moet ontstaan. Tussen onderzoekers, professionals en ontwikkelaars. En uiteraard de gebruikers zelf. Die hebben uiteindelijk de regie. Het VN-Verdrag kan een handig drukmiddel zijn, maar als je innovaties vanuit de basis ontwikkelt, gaat het vanzelf. Voor InZicht zie ik een vergelijkbare uitdaging, want ook onderzoekers hebben de neiging om nog te weinig met mensen met een beperking te praten. Op een dag als deze zouden wat mij betreft nog veel meer praktijkmensen moeten rondlopen.’ 

 

Inesz van Benten

Inesz van Benten, beleidsadviseur kennis en implementatie bij Bartiméus:

‘De grote uitdaging is het vertalen van de wetenschap naar de werkvloer. Ofwel het vertalen van kennis naar professioneel handelen, naar methodieken die toegankelijk zijn en goed te begrijpen. Nu wordt de wetenschap vaak pas laat ingeschakeld bij zorgvernieuwing, terwijl onderzoekers juist kunnen meewerken aan een gezamenlijk ontwerpproces. Laat onderzoekers bijdragen aan de professionalisering van de praktijk, door ze in te zetten als kennisdrager en kwaliteitsbewaker. Kortom als adviseurs die helpen onderbouwen waarom je voor jouw cliënt voor een bepaalde aanpak kiest, die past bij iemands persoonlijke situatie.’ 

Marga Allin

Marga Allin, lid cliëntenpanel InZicht:

‘Ik gebruik veel technologie, maar toch vooral de toepassingen die al standaard in mijn smartphone en computer zitten, zoals spraaksoftware. Het probleem is dat er veel verschillende dingen tegelijk ontwikkeld worden zonder de eindgebruiker daar goed bij te betrekken. Dan krijg je allerlei toepassingen die óf niet goed op elkaar aansluiten, óf onvoldoende passen bij wat iemand met een beperking nodig heeft. Dat is zonde van alle energie. Dus ja: co-creatie is cruciaal. Zelfs op een bijeenkomst als deze kan het beter. Want waarom kun je de presentaties niet parallel op je laptop volgen? Een PowerPoint is voor mij echt niet te lezen!’

Joeke van der Mei

Joeke van der Mei, directeur Vereniging Bartiméus Sonneheerdt:

‘Ik vind het mooi dat hier zoveel mensen zijn. Het onderstreept het belang van samenwerking aan vernieuwing. Wat gaat nu het grootste verschil maken? Ook het beantwoorden van die vraag zou een gezamenlijke zoektocht moeten zijn. Dus niet alleen co-creatie, maar ook iets wat je co-programmering zou kunnen noemen. Het laten landen van innovaties in de praktijk is soms nog wel lastig vanwege organisatiebelangen. Wij kunnen de benodigde samenwerking stimuleren door als financier van innovatieve projecten juist dat 'grotere plaatje' voor ogen te houden. En dus stimuleren dat we samen innoveren ten behoeve van mensen met een visuele beperking.’

Paula Sterkenburg

Paula Sterkenburg, universitair docent aan de VU en GZ-psycholoog bij Bartiméus:

‘Technologie en psychosociale ondersteuning gaan goed samen. Technologische toepassingen helpen bijvoorbeeld sociale relaties verbeteren of leren mensen met een beperking beter omgaan met bepaalde problemen. We doen een pilot met een robotje dat mensen met een verstandelijke beperking op een speelse manier strategieën leert om te stoppen met piekeren. Ook geeft het ze handvatten om anders met sociale relaties om te gaan. Dat robotje maakt leren leuk. Tegen collega-vernieuwers zeg ik altijd: werk samen, want je hebt zelf nooit alles in huis wat je nodig hebt! Wie nieuwsgierig is, kan gerust bij ons komen kijken hoe wij het doen.’

Martijn da Costa

Martijn da Costa, programmamanager bij ZonMw:

‘Ik voel hier veel creatieve energie. Dat is mooi, maar ik denk dat er inderdaad nog veel meer samenwerking nodig is, ook internationaal. En we zullen moeten werken aan de vertaalslag van wetenschap naar praktijk. Het valt me op dat veel mensen nog niet lijken te weten dat het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking inmiddels is geratificeerd en dus ook kracht van wet heeft. Dat betekent ook dat werkgeversorganisaties in Nederland moeten bijdragen een betere participatie van mensen met een beperking. Belangrijk voor de implementatie van technologische vernieuwing, en een kans die we samen kunnen pakken.’

Frans Zitman

Frans Zitman, voorzitter van de stuurgroep InZicht:

‘Ik ben blij met de levendige uitwisseling van kennis over het leven met visuele beperkingen. Met technologie is nog veel meer mogelijk. Ik hoop dat mensen hier geïnspireerd zijn geraakt om niet alleen aan de techniek te werken, maar vooral ook in te zetten op de implementatie ervan. En dat we de vondsten uit de praktijk veel meer bij elkaar gaan ophalen en breder beschikbaar maken. Het programma InZicht staat aan de vooravond van een volgende fase. Ik zie nog veel mogelijkheden voor een verdere ondersteuning van de participatie van mensen met een beperking. Daarvoor is nog een hoop werk te verzetten.’ 

Borrel

De InZicht-ontmoetingsdag 2018 eindigde traditioneel weer met een geanimeerde borrel. De uitwisseling die tijdens de verschillende sessies was gestart, kon zo in een plezierige sfeer worden voortgezet. Voor de deelnemers was het duidelijk: een intensiever contact tussen praktijk, wetenschap en ontwikkelaars is cruciaal. Het zorgt voor een verdere verbetering van de behandeling, begeleiding en ondersteuning van mensen met een visuele beperking. Deze vaststelling stimuleert InZicht om de onderlinge uitwisseling verder uit te diepen.

mensen praten
mensen staan in een groep te praten
Man en vrouw in gesprek
twee mannen in gesprek
Man en vrouw in gesprek
groepje mensen in gesprek

Wat vond u van de ontmoetingsdag?

Maar liefst 100 bezoekers kwamen naar de ontmoetingsdag op 19 februari. Van hen vulde 42 een evaluatieformulier in. Wat voor cijfers geven de deelnemers de dag en wat zijn zoal hun reacties?

Een evaluatie is altijd leerzaam voor de organisatie van een dag als deze. InZicht gaat dan ook zeker aan de slag met de alle opmerkingen van de bezoekers, zodat we het programma en de opzet een volgende keer weer verder kunnen verbeteren. Hieronder geven we per evaluatievraag de gemiddelde waardering. Ter illustratie bovendien steeds een kleine bloemlezing uit de opmerkingen die deelnemers op hun formulier hebben geschreven. 

Bekijk de evaluatie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

1. Dit jaar is de ontmoetingsdag anders opgezet dan de voorgaande jaren. Zo zijn de posterpresentaties en demo’s dit keer geclusterd in workshops en thema’s. Wat vindt u van deze opzet?

Gemiddelde waardering: 7,1

Reacties:

  • ‘Posters clusteren vind ik op zich een goede opzet. Het is fijn posters bij elkaar te zien die min of meer hetzelfde thema hebben. Nadeel van de opzet met workshops is wel dat je ook veel posters mist.’
  • ‘Leuke opzet! Workshops zijn hierdoor erg interactief, waarbij de posters nog verder in detail uitgelegd konden worden.’
  • ‘De posters zelf zijn niet of nauwelijks bekeken, alleen besproken. Maar dat had ook zonder poster gekund.’
  • ‘Het is het goed dat je in een workshop geconfronteerd wordt met alle posters. Dus ook werk waar je normaal gesproken misschien niet toe aangetrokken wordt. Deze vorm zorgt wel voor kruisbestuiving binnen een workshop.’

2. Hebt u genoeg gelegenheid gehad om over de posters in gesprek te gaan (als presentator en/of als bezoeker)?

Gemiddelde waardering: 6,8

Reacties:

  • ‘Er was veel tijd nodig voor bepaalde posters binnen een sessie, waardoor er voor andere posters te weinig tijd overbleef.’
  • ‘De opzet en de strakke tijdsplanning gaf weinig ruimte voor één-op-één-gesprekken.’
  • ‘De ruimte buiten de workshops was beperkt: het netwerken en de gesprekken over posters streden om aandacht tijdens lunchtijd.’
  • ‘Ik heb meer dan genoeg ruimte ervaren!’

3. Wat vond u van het plenaire gedeelte van de ontmoetingsdag? Was het ochtendprogramma voldoende afwisselend, interessant, relevant?

Gemiddelde waardering: 7,2

Reacties:

  • ‘Bij de presentaties is onvoldoende rekening gehouden met de groep slechtziende bezoekers.’
  • ‘Leuke, interessante en afwisselende praatjes. Ik vond het wel een hele lange zit, zonder korte (plas)pauze.’
  • ‘Er was te weinig ruimte voor vragen en discussie.’
  • ‘De flitspresentaties tussen de langere presentaties door vond ik een mooie afwisseling.’

4. Hebt u opmerkingen over de praktische organisatie van de ontmoetingsdag (bijvoorbeeld locatie, vervoer, catering)? 

Gemiddelde waardering: 8,1

Reacties:

  • ‘Het was logischer geweest de keuze voor de workshops na de flitspresentaties te kunnen maken.’
  • ‘Het eten was lekker. Maar het zou fijn geweest zijn als er meer rekening was gehouden met vegetariërs.’
  • ‘De communicatie over het programma kwam wat laat op gang. En ik miste een overzicht van de posters en presentaties tijdens de plenaire sessies.’ 
  • ‘Goed geregeld! Fijn ook waren de taxibusjes!’

Tekst: Marc van Bijsterveldt

Fotografie: Robert Tjalondo

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website