Patiënten met een donornier moeten levenslang medicijnen gebruiken om afstoting te voorkomen. Daardoor hebben ze een verhoogd risico op infecties en het ontwikkelen van tumoren. Bovendien zijn die middelen toxisch. Het Leids Universitair Medisch Centrum probeert deze bijwerkingen te reduceren met mesenchymale stromale cellen.

Volgens de Nierstichting krijgen in Nederland jaarlijks zo’n duizend mensen een nieuwe nier. In ruim de helft van deze transplantaties gaat het om een nier van een levende donor. Dergelijke nieren geven niet alleen een langere levensverwachting dan die van overleden personen, ze zorgen er ook voor dat de wachtlijst voor donornieren afneemt. Hoewel bij transplantatie de weefselkenmerken – de zogenaamde HLA – van donor en ontvanger zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd, is een complete match nooit mogelijk. Het afweersysteem van de ontvanger zal altijd proberen het nieuwe orgaan in mindere of meerdere mate af te stoten. Om dat te voorkomen, krijgen deze patiënten na de transplantatie medicijnen die de afweer onderdrukken. Deze moeten ze levenslang slikken.

Tacrolimus vervangen

Hoe de MSC’s precies werken, is nog niet bekend, zegt Van Kooten. Ook dat wil hij graag onderzoeken tijdens zijn studie, waarvoor hij 70 patiënten met een donornier heeft geïncludeerd. Via loting heeft de helft van hen na transplantatie direct de gangbare immuunsuppressie met de drie medicijnen gekregen. De overige deelnemers moesten die middelen ook meteen gebruiken maar kregen na zes en na zeven weken tevens een infuus met MSC’s. Deze cellen werden tijdens de transplantatie uit het beenmerg van de patiënt gehaald en in het laboratorium opgekweekt tot tientallen miljoenen exemplaren. Van Kooten: `Na die behandeling met MSC’s bouwen we het gebruik van tacrolimus af. Van de drie gebruikte medicijnen heeft dit middel de meeste bijwerkingen en de sterkste immuunsuppressie. Ook draagt het bij aan fibrose in de nier. Door deze verlittekening gaat de nier steeds slechter functioneren. We willen kijken of het mogelijk is tacrolimus geheel weg te laten. Vier weken na transplantatie – dus vlak voor de MSC-toediening - en een half jaar later hebben we biopten genomen om dat proces van fibrose te kunnen volgen.’

Het onderzoek loopt nog volop. Van Kooten hoopt eind volgend jaar de resultaten te hebben. Wel weet hij alvast dat de MSC’s veilig zijn en het afbouwen van tacrolimus nog geen nadelige gevolgen heeft. Naast fibrosevorming onderzoekt hij ook hoe adequaat de nieuwe behandeling het afweersysteem onderdrukt. Hij verwacht dat de twee infusen met MSC’s voldoende zullen zijn. `Een van de hypothesen, die al in proefdiermodellen is bevestigd, is dat door deze cellen de opmaak van het immuunsysteem definitief verandert. Je dresseert als het ware dat systeem. Uiteindelijk willen we met deze therapie de afstoting onder controle krijgen en de bijwerkingen verminderen met als gevolg dat de getransplanteerde nier langer gezond blijft.’ Parallel aan deze studie onderzoekt Van Kooten of het mogelijk is MSC’s van donoren in te zetten. `Dit is nog een veiligheidsstudie maar we zien al dat dit wellicht mogelijk is. Het zou immers nog mooier zijn als je die cellen op de plank hebt liggen en kunt inzetten als ze nodig zijn.’

Cocktail van drie medicijnen

Op dit moment gebeurt dat met een cocktail van drie verschillende medicijnen die zich specifiek richten tegen de T-cellen van het afweersysteem. Cees van Kooten, hoogleraar experimentele nefrologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) dat jaarlijks 150 tot 180 niertransplantaties uitvoert, vertelt dat die immuunsuppressie de afgelopen decennia sterk is verbeterd. `De medicijnen worden steeds effectiever. Ook krijgen de patiënten voor de transplantatie een antistoftherapie. Het mooie is dat hierdoor de donornieren langer meegaan, gemiddeld inmiddels zo’n twaalf tot dertien jaar.’ Maar die medicijnen hebben helaas ook hun keerzijden, weet de Leidse hoogleraar. `Doordat ze het afweersysteem op een lager pitje zetten, neemt het risico op infecties en het ontwikkelen van tumoren toe. Bovendien zijn die middelen toxisch, waar bijvoorbeeld hart en bloedvaten onder lijden.’

Mede met subsidie van ZonMw vanuit het programma Translationeel Adult Stamcelonderzoek bestudeert Van Kooten een nieuwe manier om de afstoting te onderdrukken. Hij wil het gebruik van afweeronderdrukkende medicijnen reduceren zodat de schadelijke effecten ervan zullen afnemen. Hierbij maakt hij gebruik van zogenaamde mesenchymale stromale cellen (MSC’s). Deze fibroblastachtige cellen, die onder andere in het beenmerg zitten, kunnen nog differentiëren in een andere cel. Maar ze zijn ook in staat het immuunsysteem te onderdrukken. Voor het eerst werden ze met succes ingezet tegen graft-versus-host-disease, een omgekeerde afstotingsziekte waarbij de afweercellen van het donororgaan de weefsels van de ontvanger als vreemd herkennen. Na bewezen veiligheid zijn MSC’s ook ingezet in andere gevallen waar immuunsuppressie gewenst was.

Prof. Dr. Cees van Kooten
Cees van Kooten is hoogleraar experimentele nefrologie, i.h.b. de immunologie van transplantatie, hoofd van het immunologisch laboratorium van de sectie nierziekten van de afdeling interne geneeskunde en onderdeel van het Einthoven laboratorium voor vasculaire en regeneratieve geneeskunde.
"Uiteindelijk willen we met deze therapie de afstoting onder controle krijgen en de bijwerkingen verminderen met als gevolg dat de getransplanteerde nier langer gezond blijft."

Tekst John Ekkelboom
Eindredactie
Ward Jamil
Beeld
LUMC

© ZonMw 2020

Gerelateerde studies

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website