Tijdens de bijeenkomst kregen we uitleg hoe je je interventie of aanpak inbedt in een organisatie! En: welke lessen leert de coronacrisis ons over je doelgroep bereiken? De zes consortia gingen erover in dialoog en bespraken ook hoe ze het ‘samen leren’ kunnen intensiveren door naar een gezamenlijk eindproduct toe te werken.

Inhoud

Vierde leernetwerkbijeenkomst Aan de slag met preventie in uw gemeente

Op 20 april 2021 draaide de leernetwerkbijeenkomst weer om inspireren en samen leren. De zes consortia presenteerden een aansprekende casus en gingen in dialoog over belangrijke thema’s als borging en je doelgroep bereiken. Tot slot plantten ze het zaadje voor een gezamenlijke publicatie.

Ook in samen leren zit een leercurve. Het leernetwerk wordt er steeds beter in. Als introductie presenteerden alle consortia een casus waar ze trots op zijn of vragen over hebben. Ter voorbereiding hadden alle consortia de ontwikkelingen van de afgelopen zes maanden al met elkaar gedeeld in een nieuwsbrief. De deelnemers konden daardoor vanaf het eerste moment met elkaar in gesprek gaan.

Borging

Aan drie dialoogtafels gingen de consortia in gesprek over gedeelde thema’s, zoals het belang van borging en financiering van je project. Zorg dat de aanpak wordt ingebed in de dagelijkse routine van een organisatie, vertelde Cobi Izeboud van het project ‘Samen in Beweging met kwetsbare bewoners’. Alleen zo kun je je resultaten borgen. De andere tafels draaiden om wat de coronacrisis leert over je doelgroep bereiken en over samen kennis en ervaring delen in een gezamenlijk kennisproduct.

De voortgangsrapportages die ZonMw ontvangt, hebben de consortia in koppels met elkaar gedeeld. “Heel boeiend”, vond Annemarie Thüss van het Drentse project. Ze kreeg inspiratie om ook intervisie te organiseren voor de lokale projectteams in Drenthe. Commissielid Patricia Faasse (kennismakelaar bij VNG)  sloot de middag af. “Het is ontzettend belangrijk om binnen een netwerk weefsel te creëren, elkaar te leren kennen en te vertrouwen. En in dit netwerk zie ik dat na twee jaar een groep is ontstaan met een fijne interne dynamiek. Dat onderschrijft wat in de boekjes staat. Dank jullie wel.”

Met het programma Aan de slag met Preventie wil ZonMw het gebruik van erkende interventies in gemeentelijke preventieprojecten stimuleren en een brede lerende aanpak bevorderen: lokaal, regionaal en bovenregionaal. De zes samenwerkingsverbanden van gemeenten, kennisinstituten en partners uit zorg en welzijn delen hun ervaringen in leernetwerkbijeenkomsten.

Tips voor effectieve borging van je project

Begin op tijd met borging van je project. Cobi Izeboud van ‘Samen in beweging met kwetsbare bewoners’ vertelt aan de dialoogtafel hoe je je interventie of aanpak inbedt in de dagelijkse routine van een organisatie.

“Het is een valkuil te denken dat je interventie, hoe succesvol ook, vanzelf doorloopt als het project eenmaal is afgerond.” Cobi was 10 jaar projectleider van een goed draaiend alcoholproject met onder andere gemeentes, politie, en verslavingszorg. Ze wist de resultaten goed te borgen, met hulp van ZonMw. Daarbij heeft ze veel gehad aan het model van Goodman & Steckler dat laat zien hoe je een interventie inbedt in een organisatie.

Routine

Cobi: “Je moet zorgen dat je interventie op verschillende niveaus in de dagelijkse routine van de organisatie van je partners wordt opgenomen. Denk aan hun producten- en dienstenaanbod, aan financiering, aan besluitvorming en aan de plek waar je alles kunt regelen wat je nodig hebt, zoals koffie, ondersteuning, en een locatie. Borging betekent niet alleen dat je op al die niveaus afspraken maakt, maar ook dat je zorgt dat die afspraken langdurig nagekomen worden. Net zo lang totdat de interventies zijn ingebed.”

Cobi Izeboud
Cobi Izeboud

Afdelingshoofden

Binnen het alcoholproject heeft Cobi een analyse gemaakt van de organisaties met wie ze samenwerkte. Wie was er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het geld? En waar werd besloten of een interventie wel of niet werd uitgevoerd? “Al deze mensen ben ik langsgegaan. Soms waren dat wethouders, soms de contactpersoon waar ik al 10 jaar mee werkte en opvallend vaak afdelingshoofden. Dat zijn mensen die je binnen projecten eigenlijk nooit tegenkomt. Met hen heb ik besproken hoe borging eruit kan zien, zodat ze er zelf ook over na gingen denken. Als resultaat was er draagvlak en werd het project vaak opgenomen in strategische nota’s en jaarwerkplannen.”

Welzijn op Recept

In ‘Samen in beweging met kwetsbare bewoners’ is Welzijn op Recept een belangrijke activiteit. Is Cobi al begonnen met borging? “Nee, door corona zijn we eigenlijk nog niet goed tot uitvoering gekomen, maar we hebben nog tijd. Een project moet zich namelijk hebben bewezen, voordat het kan worden geborgd. En ik verwacht niet dat gemeentes deze interventie snel zal laten vallen in deze tijd, met veel vergrijzing en steeds meer ouderen die thuis blijven wonen. Ik begin eind dit jaar met de voorbereiding en wil dan zo concreet mogelijke afspraken maken. Hoe concreter, hoe beter: wie gaat wat doen en hoeveel tijd is daarvoor beschikbaar. Binnen de GGD ga ik vragen of ik een aantal uren kan krijgen voor onderhoud, zodat ik zelf vinger aan de pols kan houden.”

Inspiratie

Deelnemers aan de dialoogtafel zijn geïnspireerd, stellen vragen en delen ervaringen. Bij een van de deelnemers is al bij aanvang van het project een borgingspact of -contract gesloten. Cobi: “Een borgingspact alleen is te vrijblijvend. Als het project ophoudt en de betrokkenen een andere functie krijgen, weet niemand meer dat er een pact was. Je moet je project borgen in functies, in plannen en processen.”

Bekijk het TSG artikel Borgen is een werkwoord van Cobi Izeboud en andere inspirerende voorbeelden over borging  op de ZonMw pagina Lokale integrale aanpak voor gezondheid – Borging

Vier lessen van corona om kwetsbare doelgroepen te bereiken

De coronacrisis maakt glashelder wat nodig is om kwetsbare doelgroepen te bereiken en te activeren, constateert Mariëlle van Ooijen van ‘Ouderen sterker maken: fysiek en sociaal’. Ze deelde vier lessen aan de digitale dialoogtafel en ging met de deelnemers in gesprek.

Mariëlle van Ooijen
Mariëlle van Ooijen
  1. Geef je doelgroep een stem
    “De coronamaatregelen en de communicatie daarover lieten zien wat er mis kan gaan, wat er nodig is en waar kwetsbare groepen als ouderen behoefte aan hebben. Zo nam de samenleving maatregelen om ouderen te beschermen, zonder ouderen daarbij te betrekken. Dat werd duidelijk toen de ouderenbonden van zich lieten horen. Dus wil je dat je interventie succesvol is, betrek dan je doelgroep en luister naar wat mensen zeggen.”
  2. Bouw sociaal contact in
    “Als deze crisis een ding duidelijk maakt, is het dat we sociale wezens zijn. Mensen hebben behoefte aan sociale activiteiten, aan contact. We hebben allemaal aan den lijve ondervonden hoe het is om minder contact te hebben. En ook hoe het is om je kwetsbaar te voelen. Voor veel kwetsbare groepen is dat hun dagelijkse realiteit. Kom tegemoet aan die behoefte en zorg dat elke interventie ook een sociaal component heeft, zoals een kopje koffie vooraf. Alleen al dat kopje koffie kan bijvoorbeeld voor senioren een belangrijke motivatie zijn om naar een beweegactiviteit te gaan.”
  3. Maak activiteiten zinvol
    “Deze crisis heeft veel mensen tot nadenken aangezet. Er is behoefte aan zingeving, aan van betekenis willen zijn. Je activiteit wordt aantrekkelijker als het voor je doelgroep waarde heeft.”
  4. Zorg voor eenduidige informatievoorziening
    “De afgelopen periode hoorde ik van senioren dat ze geen of tegenstrijdige informatie over corona kregen. Ze raakten ervan in de war: ze wisten niet wat ze moesten doen. De les voor effectieve communicatie over je interventie, is dat je moet zorgen dat je informatievoorziening goed en eenduidig is. Pas de boodschap het liefst per subdoelgroep aan. Desnoods bezoek je iedereen persoonlijk om ze te informeren. Ze willen ook weten wat wél kan en mag in plaats van alleen te horen wat níet mogelijk is.

Conclusie: bouw een sluitend netwerk en gebruik een platform

Aan de dialoogtafel was veel herkenning. Deelnemers gingen dieper in op hoe je een goede informatievoorziening organiseert. Mariëlle vat de belangrijkste conclusies samen. “Bouw een sluitend netwerk om je doelgroep, dat het interventie-aanbod kent. Belangrijke informatie komt zo altijd bij jouw doelgroep terecht. Het is ook belangrijk dat er een platform is waarop je doelgroep het aanbod kan vinden. Dat kan zijn op een bord, een website of een persoon die als een rondlopende informatiezuil fungeert, bijvoorbeeld een sociaal makelaar. Neem daarin ook het aanbod vanuit burgers mee. Dat zijn initiatieven waar veel behoefte aan is en waar draagvlak voor bestaat, anders zou het niet georganiseerd worden.”

Meer impact met een gezamenlijk kennisproduct

Hoe gaan we kennis uit het project delen? Maakt iedereen een eigen publicatie of maken we een gezamenlijk kennisproduct, zodat praktijkprofessionals en beleidsmakers van de opgedane ervaring kunnen profiteren?

Een gezamenlijk kennisproduct versterkt de zichtbaarheid en daarmee de impact van de projecten, vinden de deelnemers aan de dialoogtafel. De conclusies per project worden dan aan elkaar verbonden.

Zo kunnen gemeenteambtenaren (ook wethouders/bestuurders) en professionals in de wijk nog beter profiteren van de geleerde lessen en kunnen zij inwoners hierdoor beter helpen.

Zo’n gezamenlijk kennisproduct moet in ieder geval bijdragen aan de implementatie van effectieve interventies en de lerende aanpak voor het gezondheidsbeleid versterken. Dat kan door het delen van aanpakken, tools, uitkomsten en manieren van monitoring. Voornaamste doelgroepen zijn gemeenteambtenaren (maar ook wethouders/bestuurders) en professionals in de wijk.

Kennismakelaar

Gedacht wordt aan  een online publicatie of een fysiek boekje, maar de vorm van het kennisproduct staat nog vrij. Eerst moet duidelijk zijn wat de inhoud wordt. Naar aanleiding van deze bijeenkomst wordt nu een projectgroep gevormd met een vertegenwoordiger uit elk project. Zij kunnen tijdens de resterende drie leernetwerkbijeenkomsten de voortgang terugkoppelen.
Commissielid Patricia Faasse is net gestart als kennismakelaar bij VNG, en denkt graag mee.

Inspiratie voor vormen:

Leren van trots en uitdagingen

De kracht van het leernetwerk is dat je van elkaar leert en elkaar inspireert. Annelijn de Ligt vond de introductieronde waarin de projectteams casussen met elkaar deelden erg zinvol.

Annelijn de Ligt
Annelijn de Ligt

“Wij deelden dat wij trots zijn op onze stuurgroep en op de mooie position paper die we samen schreven: Kind naar Gezonder Gewicht en de cruciale rol van de Centrale zorgverlener. We zijn trots dat we daarover een gesprek mochten hebben bij VWS. Onze aanpak werkt heel goed. Hiermee bereiken we de huidige doelgroep van kinderen tot 12 jaar met overgewicht, slaan we een brug tussen zorg- en sociaal domein en kunnen we kijken welke interventies op individueel niveau nodig zijn.”

Psychosociale problemen

Maar dat succes zorgt ook voor een dilemma. Annelijn: “Ondertussen richten we ons niet alleen op overgewicht, maar ook op een gezondere leefomgeving voor het kind. De aanpak en het interventieaanbod is daarvoor verbreed. Maar nu in coronatijd horen we via GGD en hulpverleners dat er weer een nieuwe groep is die aandacht vraagt: jongeren ouder dan 12 jaar met psychosociale problemen. Kunnen we deze jongeren ook meenemen? Of versnippert onze aanpak dan?”

Doorverwijzen

Annelijn was blij met de tip van José Loof uit Den Haag. “Ze herkende het probleem en vertelde dat je start met de interventie die als eerste nodig is voor een individu en dat je vervolgens kunt doorverwijzen naar andere interventie-uitvoerders. Astrid van den Broek (ZonMw) waarschuwde dat je moet voorkomen dat alle hulpverleners zich op een klein groepje richten en daar zit ook wat in.”

De ‘Motimeter’ en borging

Ook uit de casussen van de andere deelnemers haalde ze inspiratie. “De Motimeter van het project ‘Samen leren voor gezond gewicht Rivierenland’ vond ik heel bruikbaar. Niet voor onze deelnemers, maar voor onze vrijwilligers. Een mooie manier om te checken of ze nog blij zijn en wat ze missen; we hebben namelijk veel verloop. Ik heb ook uitgebreid aantekeningen zitten maken van het verhaal van Cobi Izeboud over borging. Daar ga ik zeker iets mee doen.”

Strategisch

Is deze manier van delen en leren voor herhaling vatbaar? “Ik vind dit een hele leuke en inspirerende manier van kennis delen. Het is leuk om te vertellen waar je trots op bent en het is fijn om iets te delen waar ook anderen iets aan kunnen hebben. Ik vond het ook heel nuttig om mijn vraag te kunnen stellen. Veel leernetwerken waar ik in zit, zijn wat praktischer van aard. Deze is overstijgend en strategisch, dat vult mooi aan.”

Ellen van Stekelenburg

Ellen van Stekelenburg - Wijzer in de Wijk

 “Wij kijken met trots terug op alles wat ondanks corona wél kon.” Ellen noemt drie voorbeelden. Als eerste dat Wijzer in de Wijk als samenwerkingsverband een aantal interessant leersessies kon doen. Als tweede dat de participatieve aanpak om tot een plan te komen voor de wijk is opgepikt door het Institute for Positive Health (IPH). En dat de aanpak als voorbeeld is opgenomen in de evaluatiewijzer van IPH. Ten derde noemt Ellen dat de wijkprofiel-spinnenwebben de aandacht hebben getrokken van de gemeente Teijlingen die er een kennisvoucher voor aanvroeg. En dat dat ertoe heeft geleid dat GGD Hollands Midden (partner in Wijzer in de Wijk) de waarde ervan zag en zulke profielen voor alle wijken en buurten in de regio heeft gemaakt. “Een mooie spin-off van onze project.” Het team heeft een vraag: “Wat is de meerwaarde van een stuurgroep? Deelnemers opperen: borging en koersbewaking.

Elone Quartel

Elone Quartel - Samen leren voor gezond gewicht Rivierenland

 “Waar we trots op zijn is de Motimeter, een interventie die we in Tiel gebruikten.We onderzoeken hoe we interventies voor bewegen, voeding en mentale gezondheid laagdrempelig kunnen maken voor lage SES-bewoners.”  De Motimeter is gebaseerd op de inbreng van bewoners en ook door bewoners getoetst. Samen met bewoners is bepaald wat een interventie interessant maakt en al die variabelen zijn op een meetlat geplaatst: de Motimeter. Bewoners kunnen interventies met de Motimeter scoren met 0 (niet interessant), 1 (interessant, bijvoorbeeld aandacht voor ontmoeten) en 2 (heel interessant, bijvoorbeeld gratis koffie). “Als een interventie laag scoort betekent dat, dat we nog eens moeten kijken hoe we een interventie beter laten aansluiten of aantrekkelijker maken. We ‘pimpen’ de interventie zodat hij beter in de context past en aanslaat bij de doelgroep en de Motimeter helpt daarbij.” De Motimeter kan zowel bij de start van een interventie als bij lopende activiteiten worden ingezet.

Elone Quartel deel 2

Deelnemers reageren enthousiast. Alie Velvis heeft de Motimeter gebruikt maar mist ‘Sociaal contact’ om de activiteit aantrekkelijker te maken voor mensen die niet alleen durven komen. Elone: maak vooral aanpassingen die nodig zijn voor eigen gebruik. Wij staan ook open voor suggesties van anderen over de toepasbaarheid van de Motimeter! 

Marieke Jansen

Marieke Jansen - Samen in Beweging met kwetsbare bewoners

“De samenwerking tussen de zes gemeenten en  samenwerkingspartners is goed. Ondanks corona is er veel online georganiseerd en veel samengewerkt, ook in de lokale werkgroepen. De gemeentes zijn positief en enthousiast.
Het afgelopen half jaar is het consortium druk bezig geweest om ‘Welzijn op recept’ op te starten. “In Hardenberg zijn mooie infographics gemaakt en het projectteam pakt zijn rol als kennisdeler tussen lokale groepen onderling en tussen de lokale groepen en het landelijke netwerk Welzijn op Recept. Het team heeft ook ZonMw-subsidie gekregen voor implementatie- en opschalingscoaching. “Wij willen intervisie en advies op maat aanvragen bij het landelijke netwerk Welzijn op Recept. Corona is een vertragende factor voor borging en financiering.”
Een deelnemer vraagt of de problemen in de samenwerking tussen de zorg en het sociale domein zijn opgelost rondom verwijzing naar Welzijn op Recept. Inmiddels gaat de samenwerking beter  en beide domeinen voelen de noodzaak om samen te werken.

Mariëlle van Ooijen

Mariëlle van Ooijen - Senioren Sterker maken: fysiek en sociaal in Rijnmond en Drechtsteden

 “Waar we trots op zijn is dat er ondanks corona veel energie binnen het project  is, zowel op lokaal als op projectniveau. In het kernteam zit veel energie dat zich uit in plannen en bijeenkomsten. Er ontstaan ook meer verbinding tussen professionals van verschillende partijen. Bovenlokaal zijn een aantal seniorenorganisaties een samenwerking aangegaan en ook betrokken GGD’en willen hun samenwerking borgen. En zo zijn er meer verbindingen ontstaan. De vier lokale werkgroepen zijn ook heel actief en werken goed samen. In een monitor gaven alle deelnemers van lokale werkgroepen aan dat ze de lokale werkgroepen een aanwinst vonden voor de gezondheidsbevordering.
Een deelnemer merkt op dat de lokale werkgroep zichzelf van meerwaarde vindt, maar dat deze door corona nog niet veel kan betekenen voor de senioren .” Marielle: “Dat klopt, maar alle verbindingen die nu ontstaan zijn belangrijk voor straks, bijvoorbeeld voor doorstroming van de ene interventie naar de ander of voor werving.”

Annemarie Thüss

Annemarie Thüss - Aan de slag met preventie in de Drentse gemeenten

 “Wij zijn trots op onze monitors. In Drenthe lopen 12 projecten in 12 gemeenten. Daarom richten wij ons op het bovenlokale en leren van elkaar. Maar via twee monitors houden we ook in de gaten wat er lokaal gebeurt. De eerste monitort de integrale samenwerking onder contactambtenaren in elke gemeente. De tweede laat zien waar lokale uitvoerende professionals tegenaan lopen als ze lokaal interventies uitvoeren en willen optimaliseren.” De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft de monitor uitgevoerd en een rapportage gemaakt.. Door Covid-19 liggen veel interventies stil en blijft het lastig om kwetsbare doelgroep bereiken. Uit het onderzoek blijkt dat uitvoerende professionals graag meer van elkaar zouden willen leren. Op 8 juni wordt daarom een bovenlokale bijeenkomst voor ze georganiseerd.
De RIVM krijgt vaak terug dat lokale professionals erkende interventies lastig vinden omdat die niet zouden aansluiten op de lokale situatie. Inge Dijkstra vertelt dat de keuze van interventies in Drenthe juist is gemaakt met een lokale bril op. Geen probleem dus.

Annelijn de Ligt

 Annelijn de Ligt - Bruggen naar gezonder gewicht in Zaanstreek-Waterland

“Wij zijn trots op een stuurgroep die heel betrokken is en met wie we samen een position paper hebben opgesteld over het belang van de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht en de centrale zorgverlener. En dat we daarover een gesprek hebben gehad bij VWS.” De stuurgroep zet het consortium met name in voor borging en financiën van deze goed lopende aanpak. Het project richt zich op kinderen met overgewicht en armoede. Maar hulpverleners en GGD geven aan dat er nu ook een oudere groep jongeren is die behoefte heeft aan psychosociale hulp. “Nemen we die mee in de aanpak? Of verliezen we dan focus?”, vraagt Annelijn.
José herkent de vraag. In Den Haag kijken we naar welke interventie als eerste nodig is voor een individu en vervolgens kun je doorverwijzen naar andere interventie-uitvoerders.

De voortgangsverslagen die de consortia voor ZonMw maken, zijn nu ook in koppels met elkaar gedeeld en ‘en petit comité’ besproken. Annemarie Thüss van de ‘12 Drentse gemeenten’ ging anderhalf uur lang met Hiske Blom van ‘Samen leren voor Gezond Gewicht’ de diepte in. “Dat was buitengewoon boeiend”

Samen de diepte in met intervisie

De voortgangsverslagen die de consortia voor ZonMw maken, zijn nu ook in koppels met elkaar gedeeld en ‘en petit comité’ besproken. Annemarie Thüss van de ‘12 Drentse gemeenten’ ging anderhalf uur lang met Hiske Blom van ‘Samen leren voor Gezond Gewicht Rivierenland’ de diepte in. “Dat was buitengewoon boeiend”

Annemarie: “Als projectleider vertegenwoordig ik twaalf Drentse gemeenten. Dus vooraf heb ik het verslag van Rivierenland met de hele werkgroep besproken. Hiske had iemand van de HAN uitgenodigd. Met z’n drieën hebben we de tijd genomen om kennis te maken. Daarna bespraken we de voortgangsverslagen. Niet aan de hand van vragenlijsten, maar we hebben ervaring genoeg om zo nu en dan even door te prikken.”

“Ook al zijn onze projecten totaal verschillend, je kunt veel van elkaar leren. We hadden veel dezelfde thema’s: Ook in Rivierenland vonden ze het lastig om een interventie te kiezen. En ook daar staat borging op de agenda. Hiske wisselde uit welke resultaten je wil behalen en borgen. En hoe bereik je kwetsbare doelgroepen? In Drenthe hadden we toevallig Pharos ingeschakeld om daar meer over te leren. Hiske was geïnteresseerd in onze ervaringen. Wij zijn heel enthousiast, maar het had iets lokaler gemogen.”

Blinde vlek

“Op een gegeven moment ontwikkel je blinde vlekken en daar krijg je beter zicht op door intervisie. Rivierenland werkt nauw samen met studenten van HAN. In Drenthe hebben we helaas geen hogeschool of universiteit in de buurt. Waarom schakelen we dan geen MBO-studenten in? Dat vond ik echt een hele mooi tip. Ik kan dit iedere projectleider aanraden. Ik denk erover om ook in Drenthe intervisie te organiseren, zodat we elkaar kunnen versterken. Ik houd ervan om het leren te borgen. We hebben al een uitgewerkte leeromgeving met een theoretisch kader, zodat we bewuster bezig zijn met leren. Intervisie met een andere project zou een mooi onderdeel zijn. En dát hebben we dan geleerd binnen ZonMw!

De moeite waard

Tijdens de leerbijeenkomst op 20 april vertellen ook andere koppels over hun ervaringen met intervisie. Velen herkenden gedeelde dilemma’s. Anderen verwonderden zich over de variëteit: sommige professionals trekken in de samenwerking alles naar zich toe en de volgende leunt juist eerder achterover. En wat doe je als een professional er anders over denkt dan jij? De gemiddelde tijdsduur van een intervisiebijeenkomst was 1,5 uur. En dit is zeker voor herhaling vatbaar.

Aan de slag met Preventie in uw gemeente

Gemeenten spelen een belangrijke rol in een betere gezondheid van hun inwoners en in het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen wijken. ZonMw wil hen met het programma Aan de slag met preventie in uw gemeente ondersteunen in de dagelijkse uitvoeringspraktijk, onder meer door het gebruik van erkende interventies te stimuleren. Deze zijn veelal ontwikkeld met financiering van ZonMw.

Samen leren

Preventie vraagt een integrale aanpak met naast zorg ook aandacht voor ruimtelijke ordening, welzijn, inkomen, onderwijs, participatie, milieubeleid en wijkvoorzieningen. In elke regio werken gemeenten, GGD’en, Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid en Werkplaatsen Sociaal Domein daarom samen. Zo kunnen de partijen van elkaars kennis en ervaring profiteren en al doende tot nieuwe inzichten komen.

Overkoepelende leerkring

Een overkoepelende leerkring stimuleert uitwisselen van kennis en ervaring tussen de verschillende regio’s. Dit vergroot het lerend vermogen en voorkomt dubbel werk.

Voorlopige resultaten

Wat zijn de voorlopige resultaten van de 6 consortiaprojecten? En welke tips geven de projectleiders? Lees verder in onze digitale projectencatalogus.  

Meer weten?

www.zonmw.nl/aandeslag

Hier vindt u ook de verslagen van de voorgaande leernetwerkbijeenkomsten.

 

Colofon

Tekst en interviews: Ellen Röling
Redactie: ZonMw

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website