Een grote groep astmapatiënten heeft onvoldoende baat bij bestaande geneesmiddelen. Amsterdam UMC onderzocht een alternatief: C1 inhibitor. Hoofdonderzoeker dr. Tom van der Poll moet patiënten teleurstellen: 'Belangrijk is wel dat we onze hypothese direct bij mensen hebben kunnen testen.'

Het leek een veelbelovende hypothese op basis van nieuwe inzichten uit proefdieronderzoek. Dr. Tom van der Poll, internist in het Amsterdam UMC, dacht met C1 inhibitor een mooi geneesmiddel te hebben gevonden voor mensen met astma die niet of nauwelijks reageren op de huidige behandelingen met luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. Hoe groot die groep precies is, is niet bekend. Het gaat in ieder geval om een fors deel van de 640.000 astmapatiënten in ons land. Van der Poll doet als sepsisdeskundige veel onderzoek naar longontsteking, de belangrijkste oorzaak van bloedvergiftiging. `We onderzoeken de mechanismen die bij longontsteking en soms ook bij astma van belang zijn. De laatste jaren zijn er voor de groep astmapatiënten die onvoldoende reageren op bestaande medicijnen, biologicals op de markt gekomen. Dit zijn natuurlijke eiwitten die bepaalde stoffen van het afweersysteem remmen. Mooie geneesmiddelen maar helaas werken ze niet bij iedereen. Vanuit het lab dachten we dat we met C1 inhibitor een goed alternatief konden aanbieden.’

Wat is een C1 inhibitor?

`Dat is een eiwit dat we ook zelf aanmaken en circuleert in ons bloed. Het remt een aantal ontstekingsmechanismen. De belangrijkste daarvan zijn het complement- en het contactsysteem. Als deze ontstekingsmechanismen worden geactiveerd door bijvoorbeeld allergenen, zoals bij astma, leidt dat tot de productie van allerlei ontstekingseiwitten.’

Hoe hebben jullie de studie uitgevoerd?

`Het echte werk heeft arts-onderzoeker Jack Yang gedaan. Hij gaat daar volgend jaar op promoveren. In totaal deden 24 patiënten met een milde vorm van astma en een allergie voor huisstofmijt mee aan deze studie. Via een bronchoscopie hebben we bij iedereen in een segment van de long huisstofmijt ingebracht en in een segment van de andere long fysiologisch zout. Via deze controle wilden we zeker weten dat de ontsteking door huisstofmijt werd veroorzaakt. Direct daarna kreeg de helft van de deelnemers tevens een infuus met C1 inhibitor. Zeven uur na de behandeling hebben we de uitgedaagde longsegmenten bestudeerd.’

En bleek C1 inhibitor in staat de ontstekingen te remmen?

`De bedoeling was om de toevloed van bepaalde witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen bij astma, via het complementsysteem te remmen Dat complementsysteem werd inderdaad geremd maar dit had geen enkel effect op de toevloed van die witte bloedcellen. Verder zagen we dat de lekkage van eiwitten vanuit de bloedbaan naar de longen, die het gevolg is van allergenen, minder optrad bij de behandelde personen. Wat dit kan betekenen voor de behandeling van astma, is onduidelijk. In ieder geval weten we nu dat C1 inhibitor waarschijnlijk geen bruikbare therapie is bij acute astma-aanvallen.’

Wat betekent dit voor astmapatiënten en het astma-onderzoek?

`Dit betekent dat C1 inhibitor niet verder in grote klinische trials getest gaat worden bij astmapatiënten, zoals we van plan waren na een positief resultaat van deze studie. Het is altijd leuker als een studie positieve resultaten oplevert. Aan de andere kant is dit soort translationeel onderzoek erg belangrijk. Zo kun je in een vroege fase van onderzoek al achterhalen of een therapie wel of niet werkt bij patiënten. Bovendien is het zeer waardevol om te weten dat een veelbelovende behandeling toch geen effect heeft.’

Colofon 

Auteur: John Ekkelboom
Eindredactie: Marjolijn Pijls
Beeld: shutterstock

© ZonMw 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website