De meeste geneesmiddelen worden niet specifiek voor de toepassing bij kinderen ontwikkeld en onderzocht. De vorm of dosering waarin een geneesmiddel kan worden toegediend, de keuze voor het soort geneesmiddel en het verrichten van geneesmiddelenonderzoek bij deze bijzondere populatie vraagt om een specifieke aanpak en kent andere praktische en ethische aspecten dan geneesmiddelenonderzoek bij volwassenen.

Sessievoorzitter: Dr. Martin van der Graaff

Sprekers:

  • Dr. Gerdien Zeilmaker-Roest, Erasmus MC
  • Prof. dr. David Burger, Radboudumc
  • Prof. dr. Saskia de Wildt, Radboudumc
Dr. Gerdien Zeilmaker-Roest over postoperatieve pijnstilling bij kinderen
Dr. Gerdien Zeilmaker-Roest over postoperatieve pijnstilling bij kinderen

Pijnstilling bij kinderen na een grote hartoperatie (PACS studie)

Gerdien Zeilmaker, kinderarts, vertelt dat er op dit moment geen evidence-based richtlijn is voor postoperatieve pijnstilling bij kinderen. De eerste keus is morfine, maar dit heeft bijwerkingen zoals ademdepressie en hypotensie. Er zijn aanwijzingen uit onderzoek dat intraveneus paracetamol ook goede pijnstilling geeft na grote operaties. Onderzoek bij de specifieke doelgroep is belangrijk, omdat bij kinderen met cardiochirurgie de farmacokinetiek anders is.  
Daarom is de PACS studie opgezet, waarvan nog geen resultaten te melden zijn. Dit komt doordat de inclusie iets langer heeft geduurd dan verwacht, gedeeltelijk omdat de start meer tijd in beslag nam dan verwacht, maar ook omdat door de coronamaatregelen bepaalde operaties zijn uitgesteld. Bij operaties in het grensgebied (België, Duitsland) bleek de taalbarrière een reden om deelnemers niet te kunnen includeren. In de PACS studie wordt een brede groep van operaties en patiënten geïncludeerd, zodat de resultaten straks ook breed bruikbaar zullen zijn.
De leerpunten op dit moment zijn:

  • Betrek de apotheek tijdig, in verband met beschikbare dosering
  • Betrek juridische zaken tijdig: het regelen van contracten tussen instituten kost veel tijd, zeker bij over de grens werken en verschillen in wetgeving
  • Besteed veel aandacht aan communicatie

Ontwikkeling van een valaciclovir drank voor kinderen: lessons learned

Het project waar David Burger (klinisch farmacoloog) over spreekt komt voort uit het GGG-programma Priority Medicines Kinderen. Het is een onderzoek waaraan veel verschillende mensen hebben gewerkt en waar veel van is geleerd. Het gaat over het toedienen van een antiviraal middel bij kinderen. In het ziekenhuis wordt een intraveneus middel gebruikt (aciclovir), maar voor de periode daarna is er alleen een filmomhulde tablet voor oraal gebruik beschikbaar (valaciclovir). Door deze formulering is er een grote kans op over- of onderbehandeling bij kinderen.
Daarom is een onderzoek opgezet om een drank te ontwikkelen met een goede stabiliteit en opname en een aanvaardbare smaak. Uit het onderzoek is gebleken dat ouders een slechtere voorspeller zijn van de acceptatie van de smaak door kinderen dan de tijdens het onderzoek in gebruik genomen elektronische tong. De bioequivalentie van de drank (ten opzichte van een tablet valaciclovir) is eerst onderzocht bij volwassenen en daarna bevestigd in een kleinere groep kinderen (ten opzichte van aclicovir intraveneus). Tijdens het onderzoek had men te maken met onbetrouwbare verkrijgbaarheid van grondstoffen en onzuiverheden daarin, en met veranderingen in de zorg (centralisatie kinderoncologische zorg). Daarnaast kwam de drank al beschikbaar voor kinderen voordat het onderzoek was afgerond.  
De drank wordt vermeld in het kinderformularium en wordt inmiddels regelmatig gebruikt in onder meer het Prinses Maxima Centrum.

|Prof. dr. David Burger
Prof. dr. David Burger sprak over het toedienen van antivirale middelen bij kinderen, waarbij kans bestaat op over- of onderbehandeling

Pedmed-NL, een netwerk voor meer paediatric clinical trials

Saskia de Wildt (onder andere kinder-intensivist) geeft aan dat veel geneesmiddelen niet zijn geregistreerd voor kinderen. De farmacokinetiek verandert echter met de leeftijd, en mede daarom zou er meer onderzoek bij kinderen moeten worden uitgevoerd. Op Europees niveau is hiervoor Conect4Children opgezet.
Voor studies die worden uitgevoerd in Nederland zet PedMed-NL zich in voor ondersteuning bij het opzetten van het onderzoek. PedMed-NL bemoeit zich niet met de inhoud van de studies. Bij PedMed-NL is bekend welke centra in Nederland geschikt zijn om een bepaald onderzoek uit te voeren. Voor elk subspecialisme moet je iemand anders in een ziekenhuis contacteren en bekijken hoe zaken in die specifieke instelling zijn geregeld. Er wordt ook samengewerkt met bestaande netwerken.
PedMed-NL is begonnen bij universitaire medische centra, maar is inmiddels uitgebreid. Zij zijn de grote verbinder tussen instellingen. Met deze infrastructuur en kennis is het de bedoeling dat er meer onderzoeken naar Nederland komen, die sneller en beter georganiseerd kunnen worden. De verschillende sites zijn heel blij met PedMed-NL, doordat werkdruk bij die sites wordt weggenomen.

Wat is opgevallen bij deze projecten is dat er een voordeel is van multicenter onderzoek. Er wordt gezien dat zaken in andere centra op een andere manier worden gedaan en er niet één beste manier is. Dit kan bij het maken van richtlijnen of protocollen meer vertrouwen geven in de andere centra. Ook helpt het de implementatie van de resultaten verder.
Daarnaast vinden de onderzoekers dat ouders vaak bereid zijn toestemming te geven voor onderzoek, maar dat bedenktijd, extra bezoeken en wie de toestemming vraagt wel van belang zijn. Ook is er geleerd van de coronaperiode, waarin bijvoorbeeld online informed consent mogelijk werd.

Sessievoorzitter dr. Martin van der Graaff
Sessievoorzitter dr. Martin van der Graaff

Links en presentatie dr. Gerdien Zeilmaker-Roest

Links en presentatie prof. dr. David Burger

Links en presentatie prof. dr. Saskia de Wildt

Bekijk de subsessie: Ook op de kleintjes letten: over geneesmiddelenonderzoek bij kinderen

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website