Congresverslag Jeugd in Onderzoek

Verbinden met kennis: van preventie tot jeugdhulp

logo jio16

Congresverslag Jeugd in Onderzoek

Verbinden met kennis: van preventie tot jeugdhulp

Robot Charlie opent congres Jeugd in Onderzoek

Maandag 14 maart – In 1931 Congrescentrum Brabanthallen start het congres Jeugd in Onderzoek, dé ontmoetingsplek voor iedereen die betrokken is bij de jeugdsector. Deelnemers worden op een bijzondere manier welkom geheten door robotmaatje Charlie en Symone Detmar (TNO).

Detmar: ‘Het is belangrijk dat vernieuwing in de zorg voor jeugd met onderzoek gepaard gaat. Daardoor weten we wat effectief is. Daarnaast is het belangrijk dat ondersteuning van kinderen niet alleen effectief is, maar ook leuk. Een goed voorbeeld daarvan is robot Charlie. Nú al helpt hij kinderen met diabetes om te leren omgaan met hun ziekte en wordt hij ondersteunend ingezet in de klas. In de toekomst wordt de inzet van dit soort interventies absoluut uitgebreid. Denk daarbij aan de inzet bij kinderen met autisme of ADHD.’

Thema 2016 ‘Verbinden met kennis: van preventie tot jeugdhulp’

De decentralisatie van de jeugdhulp heeft tot doel dat er domeinoverstijgend gewerkt wordt. Dat verbindingen worden gelegd tussen domeinen en disciplines, waaronder preventie en jeugdhulp. Kennis speelt hierbij een belangrijke rol.
Detmar: ‘Het is dan ook bijzonder waardevol dat er vandaag deelnemers zijn vanuit de verschillende domeinen en disciplines. Onderzoekers, praktijkprofessionals vanuit de JGZ, GGZ en Jeugdzorg, beleidsmedewerkers van instellingen, lokaal en landelijk bestuur, professionals werkzaam in het onderwijs, kennisinstituten en meer. Allen hartelijk welkom! Ga met elkaar in gesprek vandaag, deel kennis en leg verbindingen.’

Prof. Vermeiren: ‘Praktijkonderzoek is het échte onderzoek’

hoogleraar Robert Vermeiren op podium

Het is hoog tijd voor meer waardering van onderzoek in de praktijk. Dat zegt Robert Vermeiren, hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie en samen met onderzoeker Eva Mulder en hoogleraar Arne Popma keynote speaker op het congres Jeugd in Onderzoek.

Fundamenteel, gerandomiseerd onderzoek wordt vaak gezien als het ‘echte onderzoek’, merkt Vermeiren. ‘Maar ik keer dat om. Natuurlijk is fundamenteel onderzoek nuttig om de effectiviteit van behandelmethoden aan te tonen. Maar pas door onderzoek in de praktijk komen we erachter welk type interventie voor welk kind het meest geschikt is.’

Zuivere diagnose

Vermeiren, Mulder en Popma gaven hun keynote de uitdagende titel “Tijd voor écht onderzoek”. Daarmee reageren zij op de sterke nadruk in wetenschappelijke kring op gerandomiseerd onderzoek. ‘Het nadeel van dat type onderzoek is dat doorgaans alleen kinderen met een zuivere vorm van bijvoorbeeld ADHD worden geselecteerd. Kinderen waarbij de diagnose minder duidelijk is, kinderen die niet gemotiveerd zijn om mee te doen aan onderzoek en kinderen in complexe gezinssituaties blijven buiten beeld. Terwijl we in de praktijk vaak met juist díe kinderen te maken hebben.’

Beperkt onderzoek

Maar gerandomiseerd onderzoek heeft meer beperkingen. Vermeiren verwijst naar de Cochrane Review die onlangs uitgevoerd werd op onderzoek naar het ADHD-medicijn methylfenidaat. ‘Het onderzoek bleek onvoldoende geblindeerd, omdat de groep die wél echte pilletjes kreeg dat kon merken aan de smaak en de specifieke bijwerkingen van het medicijn. Gerandomiseerd onderzoek is heel moeilijk om zonder zo’n bias uit te voeren.’

Observerend onderzoeken

Vermeiren pleit daarom voor herwaardering van onderzoek in de praktijksituatie. ‘We weten dat het bij ADHD effectief kan zijn om in te zetten op gedragsverandering bij ouders. Maar wanneer, en bij welk kind? En wanneer is medicatie de juiste interventie, of een dieet? Daar kom je het beste achter door elk kind dat binnenkomt in een kliniek te observeren. Vervolgens kun je de resultaten direct meenemen in een verbetering van de aanpak.’ Binnen de context van observatie komt ook gerandomiseerd onderzoek beter tot zijn recht, denkt Vermeiren. ‘Je weet dan beter over welke subgroep het onderzoek iets zegt, en wat de verschillen zijn met andere groepen.’

‘Vaak hebben mensen beweegredenen die niet in exacte scores te vangen zijn’

Academische werkplaatsen

Veel praktijkonderzoek vindt tegenwoordig plaats in academische werkplaatsen, overal in het land. Onderzoeker Eva Mulder en hoogleraar Arne Popma, betrokken bij zulke broedplaatsen van praktijk en wetenschap, deelden tijdens de keynote van Vermeiren hun ervaringen. Mulder begeleidt onderzoek naar gezinsgericht werken in jeugdinrichtingen. ‘Het bleek moeilijker dan verwacht om de gezinnen mee te krijgen in de aanpak. Daarom zijn we met ouders en jongeren gaan praten, en ook met de groepsleiding. We vroegen hen: hoe kijk je aan tegen gezinsgericht werken? Waar heb je behoefte aan en wat zijn de barrières? Door deze vorm van kwalitatief onderzoek aan de hand van vragen uit de praktijk kwamen we meer te weten over de onderliggende factoren, en konden we de aanpak verbeteren.’ Popma vult aan: ‘Veel onderzoek wordt gesystematiseerd gedaan, aan de hand van vragenlijsten. Maar vaak hebben mensen beweegredenen die niet in exacte scores te vangen zijn. Zonder kwalitatief onderzoek verdwijnen de verhalen, terwijl die in de praktijk voor behandelaars juist de basis vormen om in te schatten wat de meest effectieve interventie is.’

Ambities waarmaken

Het congres Jeugd in Onderzoek stond dit jaar in het teken van de jeugdzorgtransitie van het rijk naar de gemeenten. Die transitie is met de nodige ambities omgeven, schetst Vermeiren. ‘Vroeg ingrijpen, bereikbaar zijn en gezinsgericht werken in de eerste lijn. Dat is een enorme opdracht. Onderzoek in de praktijksituatie is hard nodig om te zorgen dat we die ambities ook waarmaken. Daar moet expertise in worden opgebouwd, en dat kost tijd. Daarom is het van groot belang dat beleidsmakers en ook onderzoekers zelf het praktijkgerichte onderzoek gaan omarmen en stimuleren.’

dg angelique berg en hoogleraar robert vermeiren op podium

DG Angelique Berg (VWS): ‘Deel kennis van effectieve interventies’ 

‘Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunen wij het praktijkgerichte onderzoek in de academische werkplaatsen van harte’, reageert Angelique Berg, directeur-generaal Volksgezondheid bij VWS. ‘Het gaat ons erom dat we te weten komen welke interventies aantoonbaar werken, en dat die ook breed worden toegepast. Welk type onderzoek daarvoor nodig is, laat ik graag over aan de onderzoekers zelf.’

De directeur-generaal herkent het belang van goede kennis over wat werkt in de jeugdhulppraktijk. ‘Kennis over welke interventies effectief zijn, is nog vrij beperkt. Daarom subsidiëren wij het onderzoek in de academische werkplaatsen. Een ander mooi voorbeeld is de ‘effectladder’, die het Nederlands Jeugdinstituut hanteert. Daarbij begint kennis ook op het niveau van de praktijk.’

‘In de zorg wordt niet genoeg van elkaar gejat’

Met de decentralisatie zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de jeugdzorg. Het risico daarvan is dat veel praktijkkennis bij individuele gemeenten blijft liggen, zonder dat anderen er hun voordeel mee kunnen doen, zegt Berg. ‘Wanneer een aanpak goed blijkt te werken, moeten we ervoor zorgen dat die ook verspreid wordt. Dan hoeven gemeenten niet allemaal zelf het wiel uit te vinden. We moeten deze kennis beschikbaar maken voor iedereen, zodat er lerende gemeenschappen ontstaan.’

Daarvoor mogen gemeenten en zorgorganisaties wel wat meer hun best doen, stelt Berg. ‘In het bedrijfsleven wordt bij een goed idee zo snel mogelijk een patent aangevraagd, om te voorkomen dat het door een concurrent wordt gepikt. Maar in de zorg wordt juist niet genoeg van elkaar gejat. We moeten met z’n allen proberen in een spiraal naar boven te komen, door ons voordeel doen met het slimme denk- en doewerk van anderen.’

De presentaties van de dag terugkijken?

U vindt ze - indien beschikbaar gesteld - bij de betreffende sessie in de congres-app Twoppy.