Congresverslag Jeugd in Onderzoek

Werken met het beste bewijs

logo jio16

Congresverslag Jeugd in Onderzoek

Werken met het beste bewijs

13e editie congres goed bezocht

Maandag 13 maart – In 1931 Congrescentrum Brabanthallen start het congres Jeugd in Onderzoek, dé ontmoetingsplek voor iedereen die betrokken is bij de jeugdsector. Igor Ivakic, directeur van het NCJ, opende het congres met een video van een bewezen effectieve interventie.

Het congresthema van dit jaar is Werken met het beste bewijs. Ivakic: ‘Preventie creëert een voorsprong voor ieder kind, Daarom zetten we met z'n allen in op samen leren samen doen. Voor de jeugdgezondheidszorg betekent dit investeren in de preventieagenda. En inzetten van impactvolle interventies zoals VoorZorg. Alleen op deze manier vergroten we de relevantie van preventie in Nederland. En werken we met het beste bewijs.’

Na de opening van het congres spreken 2 internationale keynotes: Michael Little en Louis Cauffman. Een impressie van hun verhaal leest u in dit verslag. Gedurende de lunchpauze wordt volop genetwerkt én bezoeken deelnemers de posterstraat en het innovatieplein. Tijdens de middag kunnen de deelnemers in 3 rondes kiezen uit ruim 40 deelsessies in de vorm van netwerktafels, interactieve workshops en lezingen. Zie hiervoor het fotoverslag.

Michael Little, PhD: ‘We should acknowledge the power of social relationships’

portret michael little

Since 2008, the financial and social crises in Europe have led to cuts in social services and social division. The Public Management Model of the last 30 years doesn’t seem to provide a working solution. Relational social policy explores ways to exploit the power of professional and civil society relationships. Michael Little, PhD, previously Director at the Dartington Social Research Unit (London) leads us through the necessary reform.

For the last 30 years, social policy has been organized around the Public Management Model, according to Little. ‘This model’s huge emphasis on outcomes and outputs is useful, but it has drawbacks as well. First of all, it is based on the assumption that people who encounter difficulties in life will go to a public system to have their difficulties resolved. But the great majority turn to people in civil society for support. That resource isn’t being exploited as much as it could be.’

Hard empathy

In contrast to conventional social work, social relationships are certainly not about treatment or intervention, Little stressed. ‘They might be relationships between neighbours, or with a voluntary organization, or with a schoolteacher or a youth worker. We should broaden our perspective and value all members of a social community.’ This relationship involves willingness of the helper to say difficult things. It is what we call hard empathy, and it influences people’s cognition.’

Mutual benefits

Research shows that effective relationships benefit both the helper and the helped. ‘So if I’m helping you through a relationship, I’m enriching myself as a result, through learning a bit about myself or by better understanding how I can better help others. Secondly, most people who go into the helping business are very noble people. Relational work gives them an opportunity to achieve their goals, whereas the Management Model can reduce them to sitting behind a computer filling out forms, driving a lot of people out of their profession.’

Necessary reform

‘One of the first things that need to be done to reform social intervention is to acknowledge some of the structural disincentives for healthy relationships inherent to the Public Management Model. A young person in need of help supported by 20 social workers instead of one isn’t good. Nor is a young person in foster care moving 6 or 7 times instead of staying with one caring family. Restricting the amount of time a practitioner gets to spend with one person is another example. Secondly, it is important to focus on recruiting and supporting people with good relational capabilities. If we can combine the selection of the right practitioners for the right jobs with eliminating bureaucracy, we might get beneficial effects.’

Collecting evidence

System reform always entails a general fear of change. Collecting evidence on what works can help us overcome this fear according to Little. ‘The key is to collect data from more diverse sources. The old system focused predominantly on getting objective measures of mental health or school performance, whereas in a relational context, it matters much more what a young person thinks and feels. That is why we need to diversify our sources. Where the information we collect now goes to the management system, in the future we want it to go straight to the practitioners.’ 

The core of helping

‘To some extent, this “new” way of working is a renaissance in the sense that civil society has always given this kind of support,’ Little concluded. ‘We hear social and youth workers saying this is what they’ve always done. So in some sense, it is also articulating what is already there. However, the mayor reform process now underway will result in a radical change in the relationship between public systems and civil society, for the benefit of both social workers and people in need of help.’

Louis Cauffman: ‘Het mens-zijn is een van de krachtigste tools bij hulpverlening’

portret Louis Cauffman

Ieder mens heeft, hoe uitzichtloos de situatie ook is, te allen tijde intrinsieke krachtbronnen ter beschikking. Door die in co-creatie met de hulpverlener te herontdekken, is iedere cliënt uiteindelijk in staat bij te dragen aan zijn eigen herstel. Dat is in essentie de gedachte achter oplossingsgericht werken. Klinisch psycholoog en bedrijfseconoom Louis Cauffman belicht de kracht van deze methode.

Oplossingsgericht werken is begin jaren ’80 ontwikkeld door de Amerikanen Steve de Shazer en Insoo Kim Berg en stond destijds haaks op de reguliere manier van werken. Nu, 30 jaar later, is de methode bijna mainstream geworden. ‘Dat heeft als nadeel dat men de aanpak vaak reduceert tot een aantal trucjes, zoals het stellen van een schaalvraag, de mirakelvraag of het uitdelen van complimentjes’, vertelt Cauffman. ‘Het is een simpele manier van werken die zich evenwel niet laat samenvatten in een paar techniekjes met bijbehorende vragen. Oplossingsgericht werken is simpel, maar niet gemakkelijk.’

Eigen krachtbronnen

Wat is oplossingsgericht werken dan wel? Cauffman: ‘Het is een manier om samen met je cliënt op een alternatieve manier naar de werkelijkheid te kijken. Oplossingsgericht werken is het co-creëren van een context waarin we de cliënt helpen om opnieuw zichzelf te helpen om zijn doelen te bereiken door gebruik te maken van de eigen krachtbronnen. Onze taak als professionals is die krachtbronnen onder het stof van de ellende vandaan te halen, de cliënt bij te staan bij het herontdekken ervan, zodat de hij of zij eigenaar wordt van zijn eigen verandering.’ 

Hoop als zuurstof

Begrip, respect en hoop zijn in dit proces essentieel volgens Cauffman. ‘Het is de taak van de hulpverlener een dusdanige werkrelatie aan te gaan dat cliënten zich begrepen, gerespecteerd en gehoord voelen. Waardoor er hoop ontstaat dat een andere toekomst mogelijk is dan het blijven rondwentelen in de negativiteit uit het verleden. Want hoop is voor de geest wat zuurstof is voor de longen.’

‘Hoop is voor de geest wat zuurstof is voor de longen’

Intrinsieke interesse

Oplossingsgericht werken onderscheidt zich daarmee van reguliere zorgverlening. ‘We richten ons niet op de problemen en waar die misschien vandaan komen, maar helpen de cliënt te zoeken naar antwoorden op vragen. Zoals: “wat zou je willen veranderen in je leven” of “wat zijn de dingen in je leven die, ondanks de ellende, voldoende goed zijn om mee verder te kunnen?”. Ook geven we cliënten erkenning voor hun inspanningen, hun verdriet en hun wanhoop. De kern van de oplossingsgerichte benadering is dat we de cliënt niet reduceren tot de problemen die ze hebben maar dat we geïnteresseerd zijn in de mens achter onze cliënt. Ons eigen mens-zijn is daarbij een van de meest krachtige tools om deze oplossingsgerichte werkrelatie tot stand te brengen.’

Lichtheid

Onderzoek wijst uit dat deze manier van werken een kortere doorlooptijd van hulpverlening en duurzamere resultaten oplevert. Toch zijn die resultaten volgens Cauffman geen doel op zich maar extra’s die oplossingsgericht werken met zich meebrengt. ‘Deze methode voegt bovendien een bepaalde lichtheid toe aan het werk van de professional ten opzichte van een probleem-georiënteerde aanpak. Daarin ligt de nadruk al snel op vragen zoals “wat is het probleem?” en “had uw grootvader dat ook al?” Door de focus naar de oplossing te verleggen, ontstaat lucht en ruimte voor zowel de aanbieder als de ontvanger van de zorg.’ 

Andere vaardigheden

Voor toepassing van oplossingsgericht werken in een organisatie hoeft het roer niet volledig om vindt Cauffman. ‘Het is niet “in plaats van” maar een aanvulling op de bestaande manier van werken. Het is daarbij essentieel dat de methode zowel bottom-up ondersteund als top-down gefaciliteerd wordt. Wil je oplossingsgericht werken succesvol inzetten en tastbaar maken, dan moet je de mensen goesting geven om op een andere manier in hun vak te staan en met mensen om te gaan. Dan gaan ze vanzelf merken dat het beter werkt, dat het werk lichter voelt, dat de weerstand bij cliënten afneemt en dat het een enorm effect heeft op hun situatie.’

De presentaties van de dag terugkijken?

U vindt ze - indien beschikbaar gesteld - bij de betreffende sessie op de website van Jeugd in Onderzoek.