Op 18 februari 2021 troffen de zeven consortia van Maak Ruimte voor Gezondheid elkaar digitaal. Twee jaar vol onderzoek zijn voorbij, nog twee jaar te gaan. Onder regie van ZonMw en RIVM reflecteren de deelnemers op waar ze nu staan. En op hoe corona hun onderzoek de afgelopen maanden beïnvloedde.

Inhoud

Vijfde leernetwerkbijeenkomst Maak ruimte voor gezondheid

De bijeenkomst van 18 februari jl. stond in het teken van terugkijken, inspiratie en samen weer vol energie verder gaan. ZonMw en RIVM nodigden uit tot reflectie: hoe dragen de consortia bij aan de transitie naar een gezonde leefomgeving? En hoe bereik je de bewoners in coronatijd?

Nicole Schell van VWS verzorgde de opening. Ze is dossierhouder van het rijksprogramma in wording Gezonde Leefomgeving. Samen met RIVM en ZonMw en vele andere partijen gaat ze werken aan invulling van dit programma, waarbij integraal beleid en verbinding met het veld centraal staan. Het is een jaar geleden dat de consortia elkaar voor het laatst troffen. Corona heeft elk project geraakt, en soms pakte dat goed uit. Bram Oosterbroek van RuimteGIDS en Yvonne Vendriger van IGLO vertelden hoe zij bewoners toch nog goed wisten te bereiken en betrekken.

In november en december vonden reflexieve bijeenkomsten plaats met alle consortia. Dat leverde veel stof tot nadenken en inspiratie voor actie op. ‘Reflectoren’ Astrid van den Broek, Wessel Eren en Hanneke Kruize en procesbegeleider Edwin van Uum gaven inzicht in tendensen en de opvallendste punten bij elk consortium. Vervolgens gingen de deelnemers uiteen in breakoutrooms om samen de diepte in te gaan rond vijf gedeelde thema’s aan de digitale dialoogtafels. Edwin van Uum sloot de middag af. Hij merkte op dat de gezonde leefomgeving urgentie begint te krijgen. Niet alleen op lokaal en provinciaal niveau, maar nu ook landelijk, bij VWS. “De timing van Met Ruimte voor Gezondheid is dus perfect en van ons zal worden verwacht om iets bij te dragen aan kennisagenda’s en het opzetten van nieuwe programma’s.”

VWS zoekt verbinding met lokaal en regionaal voor gezonde leefomgeving

Het ministerie van VWS gaat – samen met het ministerie van Landbouw (LNV) – invulling geven aan het programma Gezonde leefomgeving. Met integraal beleid kan het Rijk lokale en regionale initiatieven beter ondersteunen, stelt Nicole Schell, dossierhouder Gezonde Leefomgeving VWS.

Schell werkt sinds juni 2020 op het dossier Gezonde Leefomgeving. Het programma moet invulling geven aan beleid rond de gezonde leefomgeving en de rol van VWS. VWS zal met het Programma Gezonde Groene Leefomgeving niet in de bevoegdheden, noch in de verantwoordelijkheden treden van deze ministeries. Het programma Gezonde Groene Leefomgeving faciliteert het beleid van deze ministeries, zodat we gezamenlijk de handschoen op kunnen pakken. Daarbij werkt ze mee om de strategische lijnen rond gezonde leefomgeving uit te zetten en ze bouwt voort op de bestaande initiatieven die er zijn.

Met partijen in het veld, waaronder RIVM en ZonMw, besprak ze hoe zo’n rol er idealiter uit zou zien: “In essentie komt het erop neer dat we praktijk, beleid en kennis rond de inrichting van een gezonde leefomgeving op een goede manier aan elkaar gaan verbinden en onze rol pakken als er bij die partijen behoeftes zijn, als ze ergens tegenaan lopen.”

Nicole Schell

Behoefteninventarisatie

Het RIVM heeft ondertussen die behoefteninventarisatie gemaakt, waaruit onder meer de behoefte aan een duidelijke rolverdeling tussen lokaal, regionaal en landelijk naar voren kwam en de behoefte aan effectiviteitsstudies en aan instrumenten zoals stappenplannen. Schell: “Daarnaast moeten we zorgen dat we de structuur rond het thema leefomgeving borgen, dus dat we de governance zelf inrichten. Daarvoor ligt nu een brief aan de Tweede Kamer klaar die wordt verzonden zodra we weten of het ministerie van Landbouw gaat meetekenen.”

Hamvraag

Samen met ZonMw en RIVM wil Schell het programma Gezonde Leefomgeving bouwen. Daarvoor zijn al de drie randvoorwaarden beschreven: het creëren van een stevige kennisbasis en kennisinfrastructuur, het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van passende beleidsinstrumenten en evaluatie & monitoring. Schell: “De hamvraag is: wat kunnen wij voor elkaar betekenen?”

Goed nieuws

Voor de consortia is het verhaal van Nicole Schell goed nieuws. Masi Mohammadi van TU Eindhoven en consortium GELIJK is verheugd dat het Rijk zich zo goed inzet voor de Gezonde Leefomgeving. Ze stelt dat Fieldlabs zeer geschikt zijn om te werken aan de door de RIVM geïdentificeerde  behoeften en monitoring. Ook Marieke Zwaving van Gemeente Groningen en UDIHiG is blij. “We vragen al heel lang aan het Rijk om een interdepartementale samenwerking op dit thema.” Ze hoopt dat het er nu van gaat komen.

RuimteGIDS en IGLO over participatie in tijden van corona: complicatie of kans?

Corona liet de consortia niet onberoerd afgelopen jaar. Bij sommige projecten zetten de coronamaatregelen een fikse streep door het onderzoek. Bij andere leidde de crisis tot bijzondere creaties. Lees de ervaringen van RuimteGIDS en IGLO Utrecht.

Bij veel consortia konden activiteiten door de coronamaatregelen niet doorgaan of werden ze uitgesteld of aangepast. Bewonersonderzoek kon soms online, maar niet elke bewonersgroep was even digitaal vaardig. Soms bleken bestaande data ook een goede oplossing. Een positieve ontwikkeling is de herwaardering voor de gezonde leefomgeving. Zeker voor mensen met weinig leefruimte is het ommetje belangrijker geworden. Die positieve houding ten opzichte van de leefomgeving creëert meer draagvlak voor de onderzoeken.

Meetfiets als participatietrekker

RuimteGIDS heeft sinds corona veel minder directe interactie met de bewoners in de wijk, waardoor het lastiger is om ze bij hun onderzoek te betrekken. Daarvoor kwam spontaan een oplossing: hun ‘meetfiets’, de Urban Hotspotter, bleek een ware participatietrekker. Bram Oosterbroek: “De meetfiets is uitgerust met apparatuur om luchtkwaliteit en hittestress te meten. Als we daarmee door de wijk fietsen trekken we veel bekijks. En als we ‘m ergens neerzetten voor metingen, maakt minstens een op de twee passanten een opmerking of komt die even een praatje maken. Onze panels van bewoners en professionals, de leergemeenschappen, kunnen altijd nieuwe leden gebruiken. Soms zijn mensen heel geïnteresseerd en dan weet ik: dát zijn mensen die vast interesse hebben om mee te denken over een gezonde ruimtelijke inrichting binnen een leergemeenschap. De reden waarom mensen zo enthousiast zijn, is omdat ze zien dat je als onderzoeker echt betrokken bent bij hun buurt.”

Bekijk de presentatie van RuimteGIDS: De Urban Hotspotter

Urban Hotspotter - Ruimtegids

Moeilijk bereikbare doelgroep tóch bereiken in coronatijd

IGLO Utrecht evalueert  de effecten van de sociale renovatie van een flatgebouw op de bewoners, waarvan velen laaggeletterd zijn en een migratieachtergrond hebben. Om deze groep die traditioneel moeilijk bereikbaar is voor onderzoek toch te bereiken, had IGLO Utrecht de vragenlijst extra makkelijk gemaakt. En onderzoekers konden vragenlijsten live afnemen door mee te lopen bij huisbezoeken van de sociaal makelaar. IGLO Utrecht stond klaar voor de eerste testmeting, toen de lockdown inging.

Yvonne Vendrig: “Dat was heel frustrerend: we konden de bewoners niet meer live spreken. Maar gelukkig was er een alternatief: het Centrum voor Woononderzoek dat ook bij het renovatieproject betrokken was, zou nu alle bewoners gaan bellen over de renovatie namens de woningcorporatie. Zij hebben onze vragenlijst voor de voormeting meegenomen.” De helft van alle bewoners deed mee. “Onze lessen? Werk samen met partners die de mensen uit je doelgroep goed kennen en sluit aan bij de contactmomenten die zij al hebben. Dat is drempelverlagend en legt minder beslag op de tijd van de bewoner. Stel je flexibel op als onderzoeker: qua tijdstip, qua onderzoeksmethode (ga bijvoorbeeld langs bij de mensen die daarom vragen) en in de samenwerking met andere partijen. Dat verhoogt de respons.

Bekijk de presentatie van IGLO Utrecht: Hoe bereik je ‘moeilijk bereikbare mensen’

Zo gaan alle projecten om met bewonersparticipatie

In deze rubriek leest u hoe de verschillende consortia de bewoners betrekken en wat de impact is van corona voor de projecten.

Yvonne Vendrig-de Punder – IGLO: “Centrum voor Woononderzoek heeft onze vragenlijst meegenomen”

Hoe betrekken jullie de bewoners?

“Wij volgen een sociaal renovatieproject en doen daarvoor een voor-, tussen- en nameting bij bewoners van de 174 flats. De bewoners behoren tot een traditioneel moeilijk bereikbare groep: er wonen mensen met een migratieachtergrond, een deel heeft een lichtverstandelijke beperking, en velen hebben meerdere problematieken. Speciaal voor hen hadden we onze onderzoeksmethoden aangepast. Zo hadden we een heel eenvoudige vragenlijst ontwikkeld die mensen konden beantwoorden met smileys. Om die af te kunnen nemen, konden we meelopen met andere partijen die bij de renovatie betrokken zijn, zoals bouwmaatschappij BAM en de sociaal makelaars van DOCK. De bewoners hoefden we zo niet onnodig lastig te vallen.”

Vervolg Yvonne-de Punder (IGLO)

Wat is de impact van corona?

“Coronamaatregelen zetten een streep door de huisbezoeken. We mochten bewoners op geen enkele manier meer live ontmoeten. Centrum voor Woononderzoek die in opdracht van Portaal een soort klanttevredenheidsonderzoek uitvoerde, bood oplossing. Zij gingen alle bewoners toch al bellen en wilden onze gezondheidsvragenlijst meenemen.“

Heb je je methode moeten aanpassen?

“Centrum voor Woononderzoek heeft een andere werkwijze dan wij. Daarom hebben we veel overleg gehad over hoe wij zouden willen dat ze de vragenlijsten afnemen en wat haalbaar was. We hebben ook de vragenlijst moeten aanpassen. Telefonisch kun je niet met smileys werken, dus we moesten woorden geven aan de verschillende categorieën. Knelpunt was een ethisch verantwoorde introductie bij het onderzoek. We wilden dat mensen weten waar ze aan meedoen, dat ze weten dat ze kunnen afhaken en dat ze toestemming gaven voor gebruik van hun gegevens, de informed consent. Omdat we bewoners in de tijd volgen, was het ook belangrijk dat we zeker wisten dat we bij elke meting dezelfde persoon zouden spreken. Uiteindelijk hebben we er bijna twee maanden over gedaan om alles op orde te krijgen, maar het is gelukt.”

Lees meer over IGLO - Hoe zorg je voor kleinere gezondheidsverschillen, aan de hand van veranderingen in sociale en gebouwde omgeving? (Utrecht)

Hans van Vucht, directeur Centrum voor Woononderzoek: “Net als IGLO geloven we in de waarde van sociale renovatie”

Wat is de rol van je organisatie binnen het consortium?

“In opdracht van woningcorporatie Portaal zijn wij net als IGLO betrokken bij de sociale renovatie van een flat aan de Nigerdreef in Utrecht. Namens woningcorporatie Portaal gaan we daarvoor in gesprek met alle bewoners. Nu dat niet fysiek kan, doen we dat telefonisch. Toen we hoorden dat het onderzoek van IGLO stagneerde omdat ze vanwege corona niet bij de mensen langs konden, hebben we aangeboden om ook hun vragenlijst mee te nemen.

Vervolg Hans van Vucht

Hoe gaat de samenwerking met wetenschappers en hoe draagt dat bij voor jullie?

“Ik vind de samenwerking heel inspirerend en heb er veel van geleerd. Zij werken binnen een strak wetenschappelijk kader en vragen in het intro van hun onderzoek nadrukkelijk of bewoners willen meewerken. Wij zijn pragmatisch. In het telefonisch onderzoek hebben we ons natuurlijk wel aan hun protocol gehouden. Ik geloof in de waarde van sociale renovatie en de toegevoegde waarde van meer wetenschappelijke kennis daarover. Leuk dat wij ons steentje konden bijdragen.”

Welke tips heb je?

“Als ik het team een tip mocht geven? Pas het onderzoek aan op de doelgroep. Het taalniveau is te hoog. En als wij zo’n lange intro hadden, dan zouden we nergens binnen komen”

Bram Oosterbroek - RuimteGIDS: “We missen de toegevoegde waarde van samen wandelen”

Hoe betrekken jullie de bewoners?

“Wij werken in Maastricht met twee leergemeenschappen die aansluiten bij twee gemeentelijke projecten: de groene en de blauwe loper. Die leergemeenschappen zijn groepen van zo’n 10 tot 20 bewoners en professionals die drie jaar lang met ons optrekken, samen met ons het onderzoek vorm geven en zelf gezondheidsvragen beantwoorden. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat we elkaar ontmoeten en de wijk samen beleven. Op buurtsafari gaan, ter plekke stil staan bij plekken in de wijk die aandacht vragen.”

Vervolg Bram Oosterbroek (RuimteGIDS)

Wat is de impact van corona? Heb je je methode moeten aanpassen?

“Door corona kunnen we elkaar niet meer live zien. Dat betekent dat we nu digitale enquêtes afnemen, leden van de leergemeenschap individueel bezoeken en Zoom-meetings organiseren. Daar bereiken we onze doelen mee, maar het is niet hetzelfde. Je mist de onderlinge inspiratie en de toegevoegde waarde van samen wandelen. Door corona hebben we ook minder contact op straat, waardoor het lastig is om nieuwe leden voor de leergemeenschappen te werven. Totdat bleek dat onze meetfiets een echte participatietrekker was.”

Lees meer over RuimteGIDS - Hoe ondersteun je gemeenten en GGD’en om gezondheid mee te nemen in respectievelijk het ruimtelijk beleid en de omgevingsvisie? (Maastricht en Kerkrade)

Frank den Hertog – GO! Noord Nederland: “Fysieke bijeenkomsten vormen het hart van de GO!-methode”

Hoe betrekken jullie de bewoners?

“Bijeenkomsten met dorpsbewoners vormen het hart van de GO!-methode. Samen bespreken we door ons opgestelde dorpsprofielen om thema’s vast te stellen en in een tweede bijeenkomst kijken we naar kansrijke interventies. De deelnemers werven we via de gemeente, GGD en Dorpsbelangen.”

Vervolg Frank den Hertog (GO! Noord)

Wat is de impact van corona?

“Door corona zijn fysieke groepsbijeenkomsten helaas niet meer mogelijk. Digitale bijeenkomsten en 1-op-1-gesprekken bleken geen alternatief. Voor de gewenste groepsdynamiek en verdieping is samenzijn essentieel, zeker bij een startbijeenkomst als mensen elkaar nog niet kennen. Ook onze werkvormen, met veel papier, laten zich moeilijk vertalen. Bovendien bleken de digitale vaardigheden van veel deelnemers beperkt.”

Heb je je methode moeten aanpassen?

“Zonder bewonersparticipatie kunnen gemeenten ook aan de slag met alleen de dorpsprofielen. Het doel is dan vaak wel anders: meer om de gezonde leefomgeving te agenderen in overleggen tussen fysiek en sociaal domein, dan om op basis hiervan concrete interventies door te voeren.”

Lees meer over GO! Noord - Hoe ondersteun je plattelandsgemeenten bij het creëren van een gezonde leefomgeving? (Groningen, Friesland en Drenthe)

Erwin van der Krabben – Space2Move: “Door corona hebben we ons project kunnen verrijken”

Hoe betrekken jullie de bewoners?

“Wij doen onder meer deur-tot-deur-onderzoek naar de relatie omgeving, bewegen en gezondheid in transformatiewijken. Ook in deze coronatijd kunnen we daar gewoon mee doorgaan. We voeren uitgebreide, losse gesprekken aan de hand van een vragenlijst en mensen werken nog steeds graag mee. We krijgen zelfs terug dat ze het leuk vinden dat iemand aanbelt. We willen nu vervolgonderzoek doen in nieuwe wijken in de regio Arnhem en Nijmegen. Het enige spannende is of de betreffende gemeenten dat een goed plan vinden in deze tijd.”

Vervolg Erwin van der Krabben (Space2Move)

Wat is de impact van corona en hebben jullie je methodiek moeten aanpassen?

“Door corona worden we dus niet in ons onderzoek gehinderd. Sterker nog: we hebben ons project dankzij de crisis kunnen verrijken. Na een call van ZonMw is ook een tweede onderzoek gehonoreerd dat aan Space2move is gelinkt: we doen nu ook onderzoek naar de gevolgen van de 1,5 meter-samenleving voor bewoners in lage SES-wijken.”

Lees meer over Space2Move - Welke maatregelen in het ruimtelijke domein stimuleren burgers om meer te lopen of te fietsen? (Arnhem en Nijmegen)

Leonie van Buuren – GELIJK: “Door corona moeten we voortdurend onze aanpak aanpassen”

Hoe betrekken jullie inwoners?

“Voor de herinrichting van de wijk rond de Malvalaan willen we in co-creatie met de bewoner tot een ontwerp van de wijk komen. Binnen onze methodiek volgen we het dialoogmodel met de stappen exploreren, consulteren, prioriteren, integreren en programmeren. Via onze partners hebben we explorerende gesprekken gevoerd en dialoogsessies gehouden met verschillende stakeholdergroepen. Met een persoonlijke uitnodiging per brief hebben we de bewoners kennis met ons laten maken en hebben we hen kunnen wijzen op de projectwebsite waar meer informatie te vinden is over het onderzoek.

Vervolg Leonie van Buuren (GELIJK)

Wat is de impact van corona?

“We wilden bewoners met ons kennis laten maken én tegelijkertijd alvast behoeften ophalen door een braderie te organiseren, waarbij we opties wilden voorleggen via een antwoordkaart, via een Virtual Reality (VR)-model en via een fysieke maquette. We hadden al 80 aanmeldingen toen de lockdown kwam.”

Heb je je methode moeten aanpassen?

“Als alternatief konden we nog wel met kleine groepjes op veilige afstand in gesprek. Met de professionele eindgebruikers in de wijk, zoals woningcorporatie, zorgorganisatie en gemeente hebben we kunnen beeldbellen. Daarnaast hebben we op straat een papieren vragenlijst uitgedeeld en hebben we gewerkt met posters waarop bewoners hun gedachten konden opschrijven. Helaas hebben we het idee van de ‘ontwerp-keet’ met vrije inloop voor input van bewoners even moeten parkeren. We hebben onze methode dus voortdurend moeten aanpassen. Binnenkort zijn we toe aan ‘integratie’ waarbij bewoners en eindgebruikers bij elkaar komen om met elkaar te bepalen wat ze belangrijk vinden. Onze studenten kunnen die wensen vertalen in fysieke bouwontwerpen waarover we dan met mensen in gesprek gaan. Ik hoop dat dat tegen die tijd live kan en dat we kunnen werken met VR.”

Lees meer over GELIJK - Zorgen voor een gezonde leefomgeving in de ‘wijk van de toekomst’. (Helmond)

Marijke Koene – UDIHiG: “99 van de ruim 1000 uitgenodigde bewoners deden mee met de online enquête”

Hoe betrekken jullie de bewoners?

“Dat doen we op drie manieren: een van de leden van het consortium was tot voor kort de voorzitter van de wijkraad, dus via hem staan we in nauw contact met wijkbewoners. Daarnaast vragen we bewoners om deel te nemen aan enquêtes en aan bewonersbijeenkomsten waar we gebruik maken van Virtual Reality (VR)-technieken. We benaderen bewoners door brieven rond te brengen, plaatsen stukken in de wijkkrant, we maken gebruik van andere bestaande netwerken in de wijk en spreken mensen aan op openbare plekken, bijvoorbeeld in het winkelcentrum.”

 

Vervolg Marijke Koene (UDIHiG)

Wat is de impact van corona?

“We waren van plan om een vragenlijst af te nemen, waarbij we aan de hand van een plattegrond van de wijk met elkaar in gesprek zouden gaan met stickers en stiften. In het oorspronkelijke plan zou dit deur-aan-deur gebeuren, maar dit paste niet binnen de coronamaatregelen. We hebben toen nog andere vormen onderzocht, bijvoorbeeld door de vragenlijst af te nemen op bekende plekken in de wijk, zoals het in winkelcentrum of in buurtcentra, maar ook dit bleek niet mogelijk.”

Hebben jullie je methodiek moeten aanpassen?

“We hebben nu een online enquête gemaakt waarbij mensen op een digitale kaart iets kunnen aanwijzen. We hebben bewoners hiervoor uitgenodigd door 1000 brieven in de wijk te verspreiden, door het via bestaande netwerken kenbaar te maken, door een oproep in de wijkkrant te plaatsen en door bewoners te benaderen die al eerder aan het onderzoek hadden deelgenomen. Het werkte goed: 99 bewoners hebben de enquête ingevuld. Het was geen geheel representatieve steekproef: het viel op dat er relatief wat meer reacties kwamen uit de wijkdelen met koophuizen dan uit de delen van de wijk waar huurhuizen staan, waar mensen wonen met een lage SES. Wel hadden we gezorgd dat elk deel van de wijk evenredig vertegenwoordigd was en was er een mooie verdeling over de verschillende leeftijdsgroepen. In deze fase waren dit voor ons de belangrijkste punten.”

Lees meer over UDIHiG - Wat is de invloed van woonomgeving op gezondheid in wederopbouwwijken? (Groningen)

Marthe Derkzen – PARTIGAN: “Ik ga deze lente de wijk in met een bakfiets vol plantjes”

Hoe betrekken jullie de bewoners?

“Bij een deel van ons project volgen we mensen die samen een tuin zijn gestart. Daar werk ik mee in de tuin. Zo leren de mensen ons kennen en kunnen we ze interviewen over de effecten. In het andere projectdeel kijken we op wijkniveau naar het gezondheidseffect als mensen gemeentelijk groen gebruiken. We doen daarvoor deur-tot-deur-onderzoek en dat gaat prima: mensen knopen graag een praatje aan.”

Vervolg Marthe Derkzen (PARTIGAN)

Wat is de impact van corona?

“Op de tuin was eerst wat verwarring over wat mocht en niet mocht. Maar toen dat eenmaal helder was, ging het werk gewoon door en kon ik mijn interviews afnemen. Toen de lockdown inging zaten we In het andere project net in de fase dat buurtbewoners zouden participeren met groenaanplant, dat liep parallel aan het vernieuwen van straatwerk door de aannemer. Maar het participatietraject ging helaas niet door en het is onduidelijk wanneer dat weer wordt opgepakt door de gemeente.”

Heb je je methode moeten aanpassen?

“We steken het ‘gemeentelijk groen’-onderzoek nu anders in. Nu gaan we eerst met een vragenlijst langs de deur om het gebruik en de waardering van groen meten en over een jaar weer, in de hoop dat de gemeente in de tussentijd met bewoners een participatietraject kan starten dat we kunnen volgen. We merken dat we in deze tijd meer ons best moeten doen om onszelf aan te kondigen bij de bewoners, bijvoorbeeld met straattheater of een bakfiets vol plantjes. Dat komt onder meer omdat we niet bij bestaande activiteiten in de wijk kunnen aanhaken.”

Lees meer over PARTIGAN - Hoe ‘vergroen’ je de omgeving van kwetsbare burgers? (Arnhem, Nijmegen)

Terugblik op reflexieve monitoring

In oktober en november 2020 vond een serie online Reflexieve Monitoring-bijeenkomsten plaats. Elk consortium voerde een reflectief gesprek met Astrid van den Broek (ZonMw), Hanneke Kruize en Wessel Eren (RIVM) met Edwin van Uum als procesbegeleider. Besproken thema’s waren innovatie, samenwerking, participatie, resultaat en impact.

Astrid: “De consortia vonden de reflexieve monitoring over het algemeen een interessante en positieve ervaring. Soms werden dingen opgehaald die mensen nog niet van elkaar wisten. Maar dat hoort bij dit soort bijeenkomsten.” Ze deed daarnaast de suggestie om voortgangsrapportages met elkaar te delen als vorm van intervisie. “Het zijn interessante verslagen en het is zonde als die alleen bij ons blijven liggen.”

Corona

In 2 korte presentaties, Impressies op reflecties (RIVM) en Reflectie per consortium, schetste Astrid de gemeenschappelijke thema’s en lessen. Consortia gaven onder meer aan dat er niet alleen veel energie gaat zitten in kennis verzamelen, maar dat ook samenwerken en verbindingen leggen binnen een breed consortium veel energie vraagt. En corona bleek zowel voor uitdagingen als kansen te zorgen. Hanneke Kruize en Wessel Eren benoemden vervolgens opvallende punten per consortium.

Verbinding

Als procesbegeleider stond Edwin van Uum een stukje van de inhoud af. Hij ziet dat er nog veel winst te behalen valt in het maken van nieuwe verbindingen. Hij noemde onder meer de ‘participatie’ van de bewoner: “Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat bewoners vooral participeren ten behoeve van de onderzoekers, maar niet voor zichzelf. Wat maakt het aantrekkelijk om als bewoner of als ondernemer in de wijk om mee te doen? Kunnen we dit soort onderzoeken niet meer inzetten als doen-experimenten, als empowerment?”

In dialoog voor verdieping

Tijdens de reflexieve monitoring zijn veel gemeenschappelijke knelpunten naar boven gekomen. Hoe kun je hierop handelen? In vijf breakoutrooms bundelen deelnemers hun ervaring in tips waar alle consortia hun voordeel mee kunnen doen.

Hoe werk je zo optimaal mogelijk samen binnen een consortium?

In interdisciplinaire samenwerking zijn (voor)oordelen over andere disciplines fnuikend. Neem tijd om elkaar te leren kennen en wissel de beelden uit die je van elkaar hebt. Als je elkaar niet kent, kun je geen verbinding maken en kan een flauwe grap helemaal verkeerd vallen. Een andere bottleneck is te makkelijk denken over het werk van de ander. Wees je daar bewust van.

Hoe sluiten onderzoek en praktijk wederzijds goed op elkaar aan?

Uitgangspunt is dat onderzoek en praktijk beiden profijt halen uit de samenwerking. Zorg dat je niet alleen maar informatie haalt of alleen maar inspanning vraagt, zonder dat de praktijk daar iets voor terugkrijgt. Het is ook handig om iemand te hebben die bekend is in beide werelden. Iemand van de praktijk die meeloopt in het onderzoek en van beide kanten de gevoeligheden kent. Ze zullen pas enthousiast worden als ze echt betrokken zijn en ook het voordeel zien.

Waar wil je impact bereiken? Hoe doe je dat? En hoe leg je die vast?

Impact vastleggen in een dynamische omgeving kan niet met klassieke methoden. Je kunt een heel komen: big data kun je inzetten om de invloed van de gebouwde omgeving op bewegen te meten. Maar dat is ontoereikend voor de meting van een interventie in de gebouwde omgeving op de gezondheid.

Bewoners bereiken en betrekken, hoe doe je dat?

Wil je bewoners bereiken, zorg dan voor een win-winsituatie waarin ook de bewoner voordeel heeft van de samenwerking. Wees zelf aanwezig en keer ook terug, zodat mensen je leren kennen. En zorg dat de bewoner zich gehoord voelt. Dat betekent respectvol met zijn input omgaan en blijven terugkoppelen wat je ermee doet. Tot slot is vroeg starten met communicatie belangrijk. Dat kan ook een ludieke aankondiging zijn met straattheater.

Voortgang en aanpassingen in cases en schaalgrootte vanwege corona

Corona kan een bedreiging lijken voor bewonersonderzoek, maar er zijn nog voldoende opties open. Je kunt elkaar nog steeds ontmoeten, maar dan op gepaste afstand. Investeer daarnaast in techniek en creatieve werkvormen, zodat ook digitaal contact leuk en verrassend kan zijn. En net zoals bij fysiek onderzoek geldt: zet de vraag van de bewoner centraal. Dan heeft ook de bewoner er baat bij om net even die extra moeite te doen om contact te maken.

Bekijk hier de opbrengsten van alle dialoogtafels

Maak ruimte voor gezondheid

Wat zijn de effecten van de inrichting van de leefomgeving op gezondheid, duurzaam (on)gezond gedrag, en deelname aan de samenleving? Daarover is nog maar weinig bekend. Om daar verandering in te brengen, werken 7 consortia aan onderzoek naar de gezonde leefomgeving.

Meer weten?

Colofon

Tekst: Ellen Röling

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheids-onderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website