Een kind dat de clown uithangt en zijn sommen nooit op tijd af heeft. Leerkracht Kim van Weeren van basisschool Vesterhavet in Hoofddorp kreeg van de onderzoekers van het consortium ADHD en druk gedrag bruikbare tips om zo’n leerling bij de les te houden. Meedoen kostte haar tijd, maar het levert ook tijd op, zegt ze.

‘Het is fijn als onderzoekers met je meedenken’

Frisse blik

Van Weeren kijkt uit naar het verslag van de onderzoekers. ‘Ik verwacht dat de gedragingen met het inzetten van de tips minder vaak voorkomen. En dus dat de dingen die ik doe daadwerkelijk effect hebben gehad. Kinderen hebben er volgens mij baat bij om eens met een frisse blik bekeken te worden. Ik ben benieuwd wat het onderzoek de wetenschap en andere leerkrachten brengt.’

Hoe kan onderzoek bijdragen aan een betere preventie en jeugdhulp? In deze serie van 7 interviews komen professionals in de jeugdsector zelf aan het woord. Zij vertellen hoe het effectonderzoek dat gedaan wordt binnen de Consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd direct bijdraagt aan het verbeteren van de hulp aan kinderen en hun ouders.

 

Op de hoogte blijven van deze reeks? Abonneer u op de nieuwsbrief Jeugd via www.zonmw.nl/nieuwsbriefjeugd

Kim van Weeren geeft les in groep 4. Meestal weet ze de rust goed te bewaren. Maar de 2 laatste jaren waren haar klassen best groot, met veel meer jongens dan meisjes. ‘Dat was soms erg onrustig. Ik was op zoek naar manieren om die onrust te verminderen en vóór te zijn.’ Het verzoek aan de school om mee te doen aan het onderzoek viel bij haar daarom in vruchtbare aarde. ‘Kom maar op, dacht ik, laat maar zien wat ik eraan kan hebben voor mijn groep en voor andere groepen kinderen. Ik ben benieuwd welke tips en handvatten jullie me kunnen bieden.’ 

Top 3

Van Weeren koos in overleg met de onderzoekers één kind uit haar klas dat voor veel onrust zorgde. Ze stelden samen een top 3 van onrustig gedrag van de jongen op. Die hing bijvoorbeeld op overgangsmomenten graag de clown uit. Bovenal had hij moeite zijn aandacht bij taken en instructies te houden. Zijn sommen had hij nooit op tijd af. Dat gedrag aanpakken werd Van Weerens “haalbare doel”. Op advies van de onderzoekers verdeelde ze de tijd voor de sommen in kleine eenheden. De jongen kreeg een klokje en moest elke 5 minuten een rijtje sommen afhebben. ‘Dat helpt hem. Hij heeft moeite zijn concentratie “te pakken”, maar eenmaal op gang gaat hij als een speer.’ 

‘Ik was benieuwd naar de tips van de onderzoekers’
Portret Kim van Weeren

Ssssst!

Van Weeren kreeg diverse andere tips van de onderzoekers, ook voor de omgang met de hele klas. Zo zet ze voortaan een dia op het bord waarop staat wat er van de leerlingen wordt verwacht tijdens overgangsmomenten. ‘Ik ben zelf erg verbaal, maar sommige kinderen zijn meer visueel ingesteld. Even naar het bord wijzen werkt voor hen beter dan eindeloos afspraken herhalen. En de sfeer verbetert omdat ik niet steeds ssssst! hoef te zeggen.’ Ook met de drukke jongen is het contact verbeterd. ‘Ik kan hem vaker complimenten geven. Dat maakt onze relatie positiever.’ 

Reminder

Meedoen met het onderzoek kostte Van Weeren wat extra tijd. Ze moest regelmatig vragen beantwoorden en volgde 2 workshops. Maar het is fijn als iemand met je meedenkt over de aanpak voor een bepaald kind en voor de hele klas, zegt ze. ‘Ik had de tips allemaal weleens eerder toegepast, maar het is goed om regelmatig een reminder te krijgen.’
 

Het consortium ADHD en druk gedrag

De consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd

In de consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd slaan onderzoekers en jeugdhulpinstellingen nieuwe wegen in op 7 grotere inhoudelijke thema’s rond opgroeien en opvoeden. Het onderzoek moet kennis opleveren over welke (delen van) interventies wanneer, bij wie en door wie het beste ingezet kunnen worden. Vertrekpunt daarbij zijn de werkzame elementen van bewezen effectieve interventies. De consortia geven met vernieuwend effectonderzoek antwoord op vragen als: Wat maakt eigenlijk dat een interventie werkt? Zijn er werkende factoren die in alle interventies zitten? Hoe kan de hulpverlener invloed uitoefenen op het effect? En: welke interventies of onderdelen daarvan zijn kosteneffectief? Het is een uitdaging om dit effectonderzoek goed vorm te geven. Elk consortium doet dit anders. De consortia werken samen, zodat hun aanpak wel goed op elkaar afgestemd is. Het onderzoek van de consortia moet de interventies verbeteren en professionals en gemeenten helpen een keuze te maken voor een effectieve aanpak. De uitkomsten maken een nog effectievere praktijk en betere hulp aan kinderen en gezinnen mogelijk.


Thema's consortia

Binnen de consortia Effectiviteit Psychosociale interventies Jeugd wordt er gewerkt op de volgende 7 thema's:

  • Druk gedrag en ADHD
  • Externaliserende gedragsproblemen en gedragsstoornissen
  • Sociale vaardigheden, onzekerheid en weerbaarheid
  • Zware opvoedproblemen en multiprobleemgezinnen
  • Opvoedonzekerheid – preventief en licht problematiek
  • Angst, depressie, stemmingsproblemen en andere internaliserende gedragsproblemen
  • Voorkomen en vroegtijdige aanpak van kindermishandeling

Wat zijn (potentieel) werkzame elementen?

In de consortia wordt onderzoek gedaan naar de werkzame elementen van interventies. Maar wat zijn dat, die werkzame elementen? Werkzame elementen is datgene wat een hulpverlener kan doen om gewenst gedrag bij jeugdigen of hun opvoeders aan te leren. Of ongewenst gedrag af te remmen. Dit wordt in de literatuur met verschillende namen aangeduid (o.a. componenten, elementen, ingrediënten, kernels en technieken). We kiezen voor de term ‘werkzaam element’ omdat deze door de meeste consortia gebruikt wordt en goed aansluit bij de literatuur. Omdat vaak nog niet duidelijk is of het element ook echt werkt, zouden we eigenlijk van potentieel werkzame elementen moeten spreken. Maar dat is weer een hele mond vol. Een verzameling van deze werkzame elementen definieert een interventie. Bij het definiëren van een interventie spelen ook structuurelementen een rol. Zoals de volgorde, frequentie en intensiteit van de werkzame elementen. 

Wat onderzoekt het consortium ADHD en druk gedrag? 

Dit consortium is opgezet om meer kennis te krijgen over effectieve behandeling van ADHD en druk gedrag. Onderzoekers brengen daarvoor allereerst de huidige praktijk van zorg en onderwijs voor kinderen met ADHD en druk gedrag in Nederland in kaart. In hoeverre maakt men gebruik van bewezen effectieve interventies en richtlijnen? En welke factoren beïnvloeden de gemaakte keuzes? In een tweede deelonderzoek staat de effectiviteit van de verschillende elementen in bewezen effectieve interventies centraal, veelal trainingen voor leerkrachten en ouders. Zijn bepaalde elementen of werkwijzen misschien effectiever dan andere? In het derde deelonderzoek gaan onderzoekers na of er subgroepen van kinderen of ouders aan te wijzen zijn bij wie bepaalde interventies beter of juist minder goed werken. Ten slotte is het de bedoeling de balans tussen de effectiviteit en de kosten van interventies te onderzoeken en zo de kosteneffectiviteit in beeld te brengen.
 

Opbrengsten voor de praktijk

De onderzoeksresultaten zijn te gebruiken om de hulp aan kinderen met ADHD en druk gedrag te verbeteren. Daarvoor is eerst inzicht nodig in de huidige zorgpraktijk. Ook is kennis nodig over effectieve behandelingen van ADHD en druk gedrag, en over welke factoren het gebruik hiervan belemmeren of bevorderen. Met de kennis over de effectiviteit van elementen of werkwijzen worden bewezen effectieve trainingen voor ouders en leerkrachten verbeterd en 2 kortdurende, laagdrempelige trainingen voor ouders en leerkrachten samengesteld. Meer kennis over de methoden om ADHD-symptomen in de klas in kaart te brengen en over wat voor wie het beste werkt, kan zorgverleners helpen beter zorg op maat te bieden. Ten slotte kan inzicht in de kosten-batenbalans van interventies kosteneffectieve keuzes in de zorg bevorderen.
 

Meer weten?

In dit consortium werken het Universitair Medisch Centrum Groningen, Accare, Rijksuniversiteit Groningen, Radboudumc/Karakter, Vrije Universiteit, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht en de Katholieke Universiteit Leuven samen met jeugdhulpverleningsorganisaties en kenniscentra. Ook participeren onderwijsinstellingen, ouders, behandelaren van ggz-instellingen, en medewerkers binnen gemeentes, wijkteams en Centra voor Jeugd en Gezin werken mee. 

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Tekst Veronique Huijbregts. Fotografie header Studio Oostrum. Portret Sannaz Photography.

Gerelateerd programma

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website