De module Denk & Doe Cool is opgebouwd uit werkzame elementen van bewezen effectieve agressietrainingen. Maar welke van deze elementen doen er nu werkelijk toe? Om die vraag gaat het in het ExtrAct-onderzoek van het consortium Externaliserende gedragsproblemen bij jongeren. Trainers van TOP Groep, gespecialiseerd in het trainen van jongeren en hun ouders, testen de module uit.

Hoe kan onderzoek bijdragen aan een betere preventie en jeugdhulp? In deze serie van 7 interviews komen professionals in de jeugdsector zelf aan het woord. Zij vertellen hoe het effectonderzoek dat gedaan wordt binnen de Consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd direct bijdraagt aan het verbeteren van de hulp aan kinderen en hun ouders.

 

Op de hoogte blijven van deze reeks? Abonneer u op de nieuwsbrief Jeugd via www.zonmw.nl/nieuwsbriefjeugd

Vanja Ivanisevic is directeur en trainer bij TOP Groep. Hij werkt onder anderen met jongeren die van Justitie een leerstraf hebben gekregen. Vaak zijn zij in de problemen gekomen omdat ze hun boosheid en agressie afreageren op de buitenwereld. De leerstraf die ze krijgen bestaat altijd uit een erkende gedragsinterventie, vaak een agressieregulatietraining. Metingen, evaluaties en effectstudies horen bij de procedure van TOP Groep.

Stapsgewijs

Ivanisevic en zijn collega’s doen graag mee aan de uitvoering van de Denk & Doe Cool-module, een boosheidscontroletraining. ‘De onderzoekers kijken naar de werkzame elementen in de trainingen,’ verklaart Ivanisevic. ‘Wat helpt beter bij agressieregulatie? Is dat het oefenen van situaties of is dat het cognitieve onderdeel? Dat evalueren wij zelf niet, maar is voor ons heel interessant om te weten.’ Denk & Doe Cool lijkt veel op de training die ze bij TOP Groep zelf geven. Het verschil zit vooral in de strakkere opzet en minder en kortere bijeenkomsten. 

 

‘Wat helpt goed en wat minder goed? Dat willen wij als trainers heel graag weten’
Portret Renske van Hoeve

Mindswitch

De module uitvoeren vraagt van Ivanisevic een ‘mindswitch’. Hij is gewend vooral te kijken naar wat de jongere nodig heeft. In de pilot gaat het ook om de opbrengsten voor de wetenschap. ‘Dat is een andere invalshoek. Ik voel me daardoor soms wel in een spagaat. Ik bereid me ook anders voor. Want de strakke opzet moet ik als trainer echt aanhouden.’ Ivanisevic is overigens vol lof over de module. ‘Als trainers kunnen wij een hapklare training geven. De onderzoekers kijken goed naar wat wij nodig hebben om de module zo goed mogelijk uit te kunnen voeren.’ Alleen het wervingsproces kan iets vlotter, denkt hij. ‘Door de strikte selectie hebben er tot nog toe niet zo veel jongeren kunnen meedoen. Het consortium wil dit proces nu versnellen door samenwerking met nieuwe partners uit het onderwijs.’ 

Het consortium Externaliserend probleemgedrag bij jongeren

De consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd

In de consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd slaan onderzoekers en jeugdhulpinstellingen nieuwe wegen in op 7 grotere inhoudelijke thema’s rond opgroeien en opvoeden. Het onderzoek moet kennis opleveren over welke (delen van) interventies wanneer, bij wie en door wie het beste ingezet kunnen worden. Vertrekpunt daarbij zijn de werkzame elementen van bewezen effectieve interventies. De consortia geven met vernieuwend effectonderzoek antwoord op vragen als: Wat maakt eigenlijk dat een interventie werkt? Zijn er werkende factoren die in alle interventies zitten? Hoe kan de hulpverlener invloed uitoefenen op het effect? En: welke interventies of onderdelen daarvan zijn kosteneffectief? Het is een uitdaging om dit effectonderzoek goed vorm te geven. Elk consortium doet dit anders. De consortia werken samen, zodat hun aanpak wel goed op elkaar afgestemd is. Het onderzoek van de consortia moet de interventies verbeteren en professionals en gemeenten helpen een keuze te maken voor een effectieve aanpak. De uitkomsten maken een nog effectievere praktijk en betere hulp aan kinderen en gezinnen mogelijk.


Thema's consortia

Binnen de consortia Effectiviteit Psychosociale interventies Jeugd wordt er gewerkt op de volgende 7 thema's:

  • Druk gedrag en ADHD
  • Externaliserende gedragsproblemen en gedragsstoornissen
  • Sociale vaardigheden, onzekerheid en weerbaarheid
  • Zware opvoedproblemen en multiprobleemgezinnen
  • Opvoedonzekerheid – preventief en licht problematiek
  • Angst, depressie, stemmingsproblemen en andere internaliserende gedragsproblemen
  • Voorkomen en vroegtijdige aanpak van kindermishandeling

Wat zijn (potentieel) werkzame elementen?

In de consortia wordt onderzoek gedaan naar de werkzame elementen van interventies. Maar wat zijn dat, die werkzame elementen? Werkzame elementen is datgene wat een hulpverlener kan doen om gewenst gedrag bij jeugdigen of hun opvoeders aan te leren. Of ongewenst gedrag af te remmen. Dit wordt in de literatuur met verschillende namen aangeduid (o.a. componenten, elementen, ingrediënten, kernels en technieken). We kiezen voor de term ‘werkzaam element’ omdat deze door de meeste consortia gebruikt wordt en goed aansluit bij de literatuur. Omdat vaak nog niet duidelijk is of het element ook echt werkt, zouden we eigenlijk van potentieel werkzame elementen moeten spreken. Maar dat is weer een hele mond vol. Een verzameling van deze werkzame elementen definieert een interventie. Bij het definiëren van een interventie spelen ook structuurelementen een rol. Zoals de volgorde, frequentie en intensiteit van de werkzame elementen. 

Wat onderzoekt het consortium Externaliserend probleemgedrag bij jongeren met ExtrAct?

Met het onderzoek wil het consortium duidelijkheid geven over een zo effectief mogelijke behandeling van externaliserende gedragsproblemen bij jongeren. Eerst is aan de hand van onderzoeken naar bewezen effectieve interventies een ‘beslisboom’ ontwikkeld. Dit is een handig besluitvormingsinstrument dat de gebruiker stap voor stap helpt de best passende interventie te kiezen om de specifieke problemen van dit kind en zijn gezin aan te pakken. De onderzoekers verfijnen en verbeteren deze beslisboom in intensieve overleggen met alle consortiumleden. Ook een gebruikersonderzoek met professionals moet hieraan bijdragen. Tegelijkertijd willen de onderzoekers de effectiviteit van 2 werkzame elementen verhogen die de kern vormen van veel effectieve interventies. Het gaat om het leren van emotieregulatievaardigheden en het versterken van systemen rond jongeren. Hiertoe hebben ze 3 modules ontworpen, die professionals in de praktijk toetsen op hun effecten bij kinderen en jongeren met externaliserende gedragsproblemen, ook bij jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB). 

Opbrengsten voor de praktijk

ExtrAct heeft diverse opbrengsten voor de praktijk. Met de reeds ontwikkelde beslisboom kunnen professionals direct een keuze maken voor de meest effectieve aanpak voor de problemen van een specifieke cliënt of gezin. Een ander resultaat is de training Denk & Doe Cool, die is opgebouwd uit een cognitief en een gedragsmatig werkzaam element voor emotieregulatie. Beide elementen kunnen gebruikt worden binnen bestaande interventies. Heldere indicaties maken duidelijk welk element bij welke cliënten het meest effectief is, inclusief bij jongeren met een licht verstandelijke beperking. Een derde resultaat bestaat uit een werkzaam element Gezinsgericht Werken. Het is op bruikbaarheid en effectiviteit getoetst. Door ouders en het gezin van de jongere nauw te betrekken vergroot je de kans dat de verandering van gedrag zich ook in de thuissituatie doorzet. Hiermee is terugval bij terugkeer naar huis, na uithuisplaatsing of residentiele behandeling, bij jongeren te verminderen of te voorkomen. Alle kennis tezamen wordt verwerkt in een geactualiseerde richtlijn, NJi-dossier en handboeken voor professionals. 

 

Meer weten?

In de onderzoeksprojecten van het consortium Externaliserend probleemgedrag bij jongeren werken naast verschillende universiteiten (Universiteit Utrecht, UvA, VUmc) ook 4 praktijkinstellingen: Intermetzo, de Bascule, de Viersprong en ’s Heerenloo. Daarnaast wordt samengewerkt met onderzoeksbureau PI Research en het NJi. Elke organisatie brengt daarbij eigen expertise in.

Strakke aanpak

Tot dusver zijn er bij TOP Groep ongeveer 15 jongeren getraind. De module voorziet per jongere in 11 bijeenkomsten van 45 minuten. Ivanisevic noemt de beperkte tijdsduur een uitdaging. ‘Ik werk normaal gesproken 1,5 uur per keer met een jongere. Dan heb ik meer tijd om de diepte in te gaan. Denk & Doe Cool heeft een meer instrumentele aanpak. Dat is ook de bedoeling. De training is puur om te kijken wat goed en minder goed werkt.’ De kortere duur heeft volgens Ivanisevic twee kanten. ‘45 minuten de volle aandacht aan iets geven is voor veel mensen de limiet. Dus voor effectief trainen kan dat genoeg zijn. Het zal me niks verbazen als dat uit het onderzoek komt. Maar er blijft ook minder tijd over voor persoonlijk contact.’ 

‘Voor het effectieve trainen kan 45 minuten tijd wel genoeg zijn’

Resultaatgericht

Naar verwachting komen de onderzoekers straks met concrete aanwijzingen over werkzame elementen. ‘Ik zou het tof vinden als er technisch iets te zeggen valt over wat wel en niet werkt. Ik kan me voorstellen dat het onderzoek dan veel kan bijdragen aan doel- en resultaatgerichtheid. Dat kan mij helpen om mijn werk anders in te delen. Hopelijk levert dat straks tijd op en kan de effectiviteit van onze gedragsinterventies nog meer omhoog.’

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Tekst Veronique Huijbregts. Fotografie header Studio Oostrum. Portret Martin de Bouter.

Gerelateerd programma

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website