Sociale angst kan het leven van kinderen flink beperken, weet Renske van Hoeve, trainer bij Centrum 1622. Bij deze organisatie voor vormingswerk in het onderwijs werkt zij mee aan een microtrial van het consortium Sociale vaardigheden. Vraag is welke trainingen kinderen effectief over hun spreekangst heen helpen. ‘Het is goed dat uitgezocht wordt welke training het beste werkt.’

Als Van Hoeve kinderen en jongeren in het onderwijs trainingen geeft, doet ze dat gewoonlijk met materiaal van Centrum 1622 zelf. Bij de trainingen tegen spreekangst gebruikt ze het materiaal dat de onderzoekers van het consortium Sociale vaardigheden hebben ontwikkeld. Die baseerden dat op cursushandleidingen uit de hele wereld en gesprekken met professionals uit het veld.

Nieuwsgierigheid

Het thema spreekangst komt overeen met thema’s waarover trainster Van Hoeve lessen in het middelbaar onderwijs verzorgt. In het cursusmateriaal herkent ze veel. Nieuwsgierigheid naar wat werkelijk goed werkt, motiveert haar om vanuit de praktijk mee te werken aan het onderzoek. ‘Als blijkt dat een van de trainingen met kop en schouders boven de andere uitsteekt, sterkt het ons in hoe wij het willen aanpakken. Het is fijn om de wetenschap achter je te hebben.’

Overgeven van spanning

Flink wat kinderen hebben last van spreekangst, zegt Van Hoeve. ‘Spreken in een groep ís ook spannend. Maar sommige kinderen worden er enorm door beperkt. Een jongetje vertelde dat hij van de spanning moest overgeven. Wij werken alleen met kinderen die er echt onder lijden. Dan kan er in de groep de open sfeer ontstaan waarin ze over hun angst durven praten.’ In de training draait alles om het normaliseren van de angst. ‘Het heeft geen zin om tegen een kind te zeggen dat het zich niet moet aanstellen. We beamen juist dat spreken in een groep spannend ís.’

Portret Renske van Hoeve
‘Wij baseren ons nu op onze ervaring. Als duidelijk is wat goed werkt en wat niet, gaan wij dat zeker zo toepassen’

3 soorten

Voor het onderzoek geeft Van Hoeve 2 soorten trainingen. De ene is helemaal gebaseerd op cognitieve herstructureringstechnieken. ‘De kinderen sporen de gedachtes op die de spreekangst bevorderen. Die proberen we te veranderen.’ De andere combineert deze aanpak met praktische oefeningen. ‘Eerst laten we een kind 30 seconden zittend iets vertellen, de volgende keer moet het gaan staan en duurt de beurt langer.’ Een 3e versie bestaat alleen uit oefenen. Die training geeft een collega van Van Hoeve. Onderzoekers kijken welke aanpak en elementen in deze trainingen het beste werken. 

Succeservaring

Daarnaast kijken onderzoekers ook welke aanpak het beste aansluit bij verschillende soorten kinderen. Van Hoeve heeft inmiddels de eerste 5 trainingen voor spreekangst gegeven. De cognitieve herstructureringstraining gaf ze op een basisschool in de Schilderswijk. ‘Echte doe-kinderen’, typeert ze. Zij vonden het een hele opgave om enkel met nadenken en schrijven bezig te zijn, zonder de actieve elementen van het oefenen. ‘Deze kinderen missen ook de succeservaring die ze bij het oefenen kunnen opdoen.’ De combinatietraining gaf Van Hoeve op een Montessorischool met meer cognitief ingestelde kinderen. ‘Andersom was denk ik beter geweest. Werken met cognitieve herstructurering doet veel. Maar helpt het ook zonder oefenen?’

Verrassende uitkomst?

Onder meer met de vragenlijsten die de scholen invullen bepalen de onderzoekers welke opzet – wanneer - het effectiefst is. Van Hoeve vermoedt zelf dat de combinatietraining het beste werkt. Des te nieuwsgieriger is ze naar de onderzoeksresultaten. ‘Wij baseren ons nu op onze ervaring. Als duidelijk is wat goed werkt en wat niet, gaan wij dat zeker zo toepassen,’ zegt ze. Ze vindt het belangrijk dat alle trainers in het land straks de uitkomsten leren kennen. ‘Daar ligt echt een taak voor het consortium.’

Hoe kan onderzoek bijdragen aan een betere preventie en jeugdhulp? In deze serie van 7 interviews komen professionals in de jeugdsector zelf aan het woord. Zij vertellen hoe het effectonderzoek dat gedaan wordt binnen de Consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd direct bijdraagt aan het verbeteren van de hulp aan kinderen en hun ouders.

 

Op de hoogte blijven van deze reeks? Abonneer u op de nieuwsbrief Jeugd via www.zonmw.nl/nieuwsbriefjeugd

 

 

Het consortium Sociale vaardigheden

De consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd

In de consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd slaan onderzoekers en jeugdhulpinstellingen nieuwe wegen in op 7 grotere inhoudelijke thema’s rond opgroeien en opvoeden. Het onderzoek moet kennis opleveren over welke (delen van) interventies wanneer, bij wie en door wie het beste ingezet kunnen worden. Vertrekpunt daarbij zijn de werkzame elementen van bewezen effectieve interventies. De consortia geven met vernieuwend effectonderzoek antwoord op vragen als: Wat maakt eigenlijk dat een interventie werkt? Zijn er werkende factoren die in alle interventies zitten? Hoe kan de hulpverlener invloed uitoefenen op het effect? En: welke interventies of onderdelen daarvan zijn kosteneffectief? Het is een uitdaging om dit effectonderzoek goed vorm te geven. Elk consortium doet dit anders. De consortia werken samen, zodat hun aanpak wel goed op elkaar afgestemd is. Het onderzoek van de consortia moet de interventies verbeteren en professionals en gemeenten helpen een keuze te maken voor een effectieve aanpak. De uitkomsten maken een nog effectievere praktijk en betere hulp aan kinderen en gezinnen mogelijk.


Thema's consortia

Binnen de consortia Effectiviteit Psychosociale interventies Jeugd wordt er gewerkt op de volgende 7 thema's:

  • Druk gedrag en ADHD
  • Externaliserende gedragsproblemen en gedragsstoornissen
  • Sociale vaardigheden, onzekerheid en weerbaarheid
  • Zware opvoedproblemen en multiprobleemgezinnen
  • Opvoedonzekerheid – preventief en licht problematiek
  • Angst, depressie, stemmingsproblemen en andere internaliserende gedragsproblemen
  • Voorkomen en vroegtijdige aanpak van kindermishandeling

Wat zijn (potentieel) werkzame elementen?

In de consortia wordt onderzoek gedaan naar de werkzame elementen van interventies. Maar wat zijn dat, die werkzame elementen? Werkzame elementen is datgene wat een hulpverlener kan doen om gewenst gedrag bij jeugdigen of hun opvoeders aan te leren. Of ongewenst gedrag af te remmen. Dit wordt in de literatuur met verschillende namen aangeduid (o.a. componenten, elementen, ingrediënten, kernels en technieken). We kiezen voor de term ‘werkzaam element’ omdat deze door de meeste consortia gebruikt wordt en goed aansluit bij de literatuur. Omdat vaak nog niet duidelijk is of het element ook echt werkt, zouden we eigenlijk van potentieel werkzame elementen moeten spreken. Maar dat is weer een hele mond vol. Een verzameling van deze werkzame elementen definieert een interventie. Bij het definiëren van een interventie spelen ook structuurelementen een rol. Zoals de volgorde, frequentie en intensiteit van de werkzame elementen. 

Wat onderzoekt het consortium Sociale vaardigheden?

Effectief bevonden interventies voor verbetering van sociale vaardigheden maken gebruik van verschillende technieken. Bijvoorbeeld modelling en het oefenen en uitvoeren van specifiek gedrag. Het consortium startte met het kennisoverzicht van de actuele stand van zaken van effectiviteitsonderzoek naar sociale vaardigheidstrainingen. Nu onderzoekt het consortium welke van deze werkzame elementen samengaan met grote en minder grote effecten. In 3 microtrials vergelijken de onderzoekers steeds 2 veelgebruikte werkzame elementen uit Nederlandse interventies voor de bestrijding van spreekangst, het bevorderen van weerbaarheid en prosociaal gedrag. Daaruit moet blijken welk element het beste scoort. De onderzoekers koppelen en analyseren ook de data van bestaande onderzoeken in Nederland. Ze gaan daarmee bijvoorbeeld na of kinderen met een tekort aan sociale vaardigheden meer baat hebben bij een interventie in de klas of een training in een aparte groep. Een meta-analyse van internationale studies moet duidelijkheid geven welke elementen werkzaam zijn. Alle gevonden informatie samen geeft inzicht in de werkzaamheid van de 32 interventies voor verbetering van sociale vaardigheden die in de Databank Effectieve jeugdinterventies van het NJi staan. Een veldraadpleging moet aanvullende informatie opleveren over bevorderende en belemmerende factoren in de praktijk.
 

Opbrengsten voor de praktijk

De onderzoeksresultaten geven professionals meer inzicht in de werkzaamheid van de technieken en elementen in de verschillende sociale vaardigheidstrainingen. Praktijkorganisaties kunnen zo nagaan welke interventies werkzame elementen bevatten. Met deze kennis kunnen professionals en organisaties gerichtere keuzes maken en bestaande en nieuwe interventies effectiever inzetten. Met alle informatie samen kan bovendien een modelinterventie  ontworpen worden. De te ontwerpen modelinterventie biedt steun bij de ontwikkeling van toekomstige sociale vaardigheidstrainingen of het verbeteren/versterken van bestaande trainingen. Dat geldt ook voor de modules die binnen het consortium zijn ontwikkeld voor verbetering van weerbaarheid, vermindering van spreekangst en versterking van prosociaal gedrag. Bij gebleken effectiviteit zijn deze te gebruiken bij toekomstige trainingen.
 

Het consortium bestaat uit een groep wetenschappers van TNO Child health, UvA, Radboud Universiteit, Universiteit Leiden, het NJi en NCJ en medewerkers van praktijkinstellingen, zoals Schoolformaat en Centrum 1622.

Meer weten?

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Tekst Veronique Huijbregts. Fotografie header Studio Oostrum. Portret Sannaz Photography.

Gerelateerd programma

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website