Wat zijn de effectieve elementen in het programma VoorZorg? Over onderzoek naar die vraag denkt Elle Struijf, arts Maatschappij en Gezondheid, GGD Hollands Noorden en adviseur VoorZorg NCJ, mee met het consortium Vroegpreventieve interventies kindermishandeling. Tot dusver is VoorZorg de enige bewezen effectieve aanpak in Nederland tegen kindermishandeling.

Het ‘Risk-Needs-Respons’-model is ontwikkeld om opvoedproblemen en kindermishandeling te voorkomen. De eerste stap bestaat uit het in kaart brengen van de risico’s op opvoedproblemen bij de aanstaande moeder (‘risk’). Vervolgens bespreekt de VoorZorg-verpleegkundige met de vrouw wat ze nodig heeft om haar situatie te verbeteren (needs) en biedt ze haar steun hierbij (response). 19 organisaties in de jeugdgezondheidszorg voeren de interventie nu uit, vertelt Struijf. ‘Mijn ideaal is dat binnen 5 jaar alle zwangeren die ervoor in aanmerking komen VoorZorg aangeboden krijgen.’

Huisbezoek

Het NCJ traint en begeleidt de VoorZorg-verpleegkundigen. Die op huisbezoek gaan bij vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind en te maken hebben met een opeenstapeling van risicofactoren, zoals gebruik van alcohol, drugs, huiselijk geweld, zelf als kind uit huis geplaatst zijn, cognitieve beperkingen, dak- en thuisloosheid en schulden. Uit een onderzoek met VUmc bleek dat bij 98% van de deelnemende vrouwen de intake tenminste 4 risicofactoren speelden en bij 72% 6 of meer, vertelt Struijf. 
 

'Bij vrijwel alle deelnemers aan VoorZorg spelen minimaal 4 risicofactoren die samenhangen met kindermishandeling'
Portret Elle Struijf

Vertrouwensrelatie

De VoorZorg-verpleegkundigen leggen in totaal 40 tot 60 gestructureerde huisbezoeken af. Tijdens die bezoeken bouwen ze een vertrouwensrelatie op met de zwangere. Zo leggen ze de basis om samen met de vrouw te kijken hoe ze haar situatie kan verbeteren. ‘Wij zeggen nooít wat ze zou moeten doen. Dat hebben al zo veel mensen haar verteld. Essentieel is een houding van begrip en acceptatie.’

Samenhang

Struijf is een groot pleitbezorger van VoorZorg. De samenhang van alle elementen maakt dat de aanpak werkt, zegt ze. Toch vindt ze het onderzoek van het consortium zinvol. 'Ik geloof in evidence based werken. Als je de werkzame elementen met onderzoek kunt achterhalen, kun je die ook in andere interventies gebruiken. Ik voel me erg betrokken bij deze vrouwen en hun kinderen. Kindermishandeling levert veel persoonlijk en maatschappelijk leed op. Dat te voorkomen vind ik zo belangrijk dat ik meedoe met het onderzoek.’

‘Je kunt de onderzochte werkzame elementen mogelijk ook in andere interventies gebruiken’

Kritisch meelezen

Haar inbreng in het onderzoek bestaat uit ‘kritisch meelezen en meedenken’, verklaart Struijf. Ze vertrouwt erop dat de resultaten het belang van de vertrouwensrelatie als werkzaam element zullen aantonen. Met dat inzicht zijn andere interventies te verbeteren. ‘Veel wisselingen, dat werkt zeker niet.’ Anderzijds wil Struijf VoorZorg ook graag met werkzame elementen uit andere onderzochte interventies versterken. 

Gemeentes overtuigen

Struijf hoopt dat de onderzoeksresultaten gemeentes zullen overtuigen van het nut om programma’s als VoorZorg in te zetten bij meisjes en vrouwen ‘at risk’. ‘Dat is onze uitdaging. Een kind uit huis plaatsen kost veel geld. Ziektekosten door mishandeling kunnen sterk oplopen. Denk aan ongelukken, spoedeisende hulp, ggz. Het is een relatief eenvoudige, effectieve aanpak, die veel oplevert. Volgens onderzoek, onder meer van het Verweij-Jonker Instituut uit 2012, is het rendement minimaal 20%. Nog los van de menselijke winst.’

Hoe kan onderzoek bijdragen aan een betere preventie en jeugdhulp? In deze serie van 7 interviews komen professionals in de jeugdsector zelf aan het woord. Zij vertellen hoe het effectonderzoek dat gedaan wordt binnen de Consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd direct bijdraagt aan het verbeteren van de hulp aan kinderen en hun ouders.

 

Op de hoogte blijven van deze reeks? Abonneer u op de nieuwsbrief Jeugd via www.zonmw.nl/nieuwsbriefjeugd

Het consortium Vroegpreventieve interventies kindermishandeling

De consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd

In de consortia Effectiviteit psychosociale interventies Jeugd slaan onderzoekers en jeugdhulpinstellingen nieuwe wegen in op 7 grotere inhoudelijke thema’s rond opgroeien en opvoeden. Het onderzoek moet kennis opleveren over welke (delen van) interventies wanneer, bij wie en door wie het beste ingezet kunnen worden. Vertrekpunt daarbij zijn de werkzame elementen van bewezen effectieve interventies. De consortia geven met vernieuwend effectonderzoek antwoord op vragen als: Wat maakt eigenlijk dat een interventie werkt? Zijn er werkende factoren die in alle interventies zitten? Hoe kan de hulpverlener invloed uitoefenen op het effect? En: welke interventies of onderdelen daarvan zijn kosteneffectief? Het is een uitdaging om dit effectonderzoek goed vorm te geven. Elk consortium doet dit anders. De consortia werken samen, zodat hun aanpak wel goed op elkaar afgestemd is. Het onderzoek van de consortia moet de interventies verbeteren en professionals en gemeenten helpen een keuze te maken voor een effectieve aanpak. De uitkomsten maken een nog effectievere praktijk en betere hulp aan kinderen en gezinnen mogelijk.


Thema's consortia

Binnen de consortia Effectiviteit Psychosociale interventies Jeugd wordt er gewerkt op de volgende 7 thema's:

  • Druk gedrag en ADHD
  • Externaliserende gedragsproblemen en gedragsstoornissen
  • Sociale vaardigheden, onzekerheid en weerbaarheid
  • Zware opvoedproblemen en multiprobleemgezinnen
  • Opvoedonzekerheid – preventief en licht problematiek
  • Angst, depressie, stemmingsproblemen en andere internaliserende gedragsproblemen
  • Voorkomen en vroegtijdige aanpak van kindermishandeling

Wat zijn (potentieel) werkzame elementen?

In de consortia wordt onderzoek gedaan naar de werkzame elementen van interventies. Maar wat zijn dat, die werkzame elementen? Werkzame elementen is datgene wat een hulpverlener kan doen om gewenst gedrag bij jeugdigen of hun opvoeders aan te leren. Of ongewenst gedrag af te remmen. Dit wordt in de literatuur met verschillende namen aangeduid (o.a. componenten, elementen, ingrediënten, kernels en technieken). We kiezen voor de term ‘werkzaam element’ omdat deze door de meeste consortia gebruikt wordt en goed aansluit bij de literatuur. Omdat vaak nog niet duidelijk is of het element ook echt werkt, zouden we eigenlijk van potentieel werkzame elementen moeten spreken. Maar dat is weer een hele mond vol. Een verzameling van deze werkzame elementen definieert een interventie. Bij het definiëren van een interventie spelen ook structuurelementen een rol. Zoals de volgorde, frequentie en intensiteit van de werkzame elementen. 

Wat onderzoekt het consortium Vroegpreventieve interventies kindermishandeling?

Doel van het consortium is het vergroten van de effectiviteit van het aanbieden van vroegtijdig hulp bij (risico’s op) kindermishandeling. 7 deelstudies moeten hiervoor de benodigde kennis opleveren. In het eerste deelonderzoek gaan de onderzoekers na hoe de signalering van kindermishandeling door scholen, huisartsen, volwassen-ggz en JGZ te verbeteren is, en hoe de voorlichting aan kinderen op scholen beter kan. Deelonderzoek 2 richt zich op de effectiviteit van de toepassing van het Risk-Needs-Responsivity (RNR)-model in de (preventieve) jeugdhulp. In deelonderzoek 3 analyseren de onderzoekers bestaande datasets over het langetermijneffect van een aantal interventies. In deelonderzoek 4 onderzoeken ze met omvangrijke ROM-data wat werkt voor wie en onder welke omstandigheden. Het vijfde deelonderzoek bestaat uit een uitgebreide meta-analyse van werkzame elementen. Hierna worden in deelonderzoek 6 meerdere van deze elementen in een serie experimenten (microtrails) op effectiviteit getoetst. Met de gevonden inzichten ontwikkelen de onderzoekers in deelonderzoek 7 een keuzetool. Dit is een instrument om professionals te helpen kiezen welke interventies ze in een gegeven situatie het beste kunnen gebruiken.

Wat kan het onderzoek opbrengen voor de praktijk?

De onderzoeksresultaten bieden professionals uit verschillende beroepsgroepen concrete aanknopingspunten en aanwijzingen om (de risico’s op) kindermishandeling beter te signaleren en de voorlichting op scholen te verbeteren. Ze krijgen door het onderzoek naar het RNR-model voorts de beschikking over een bewezen effectieve werkwijze om de meest dringende risicofactoren voor kindermishandeling in de juiste volgorde aan te pakken. Hiermee kunnen ze naar verwachting dreigende kindermishandeling en uithuisplaatsing beter voorkomen. Ze krijgen ook meer kennis over langetermijneffecten van interventies en over de “5 W’s”: Wat Werkt Wanneer voor Wie en Waardoor. Door de ontwikkeling van breed inzetbare modules zijn zowel de effectiviteit als de efficiëntie van interventies te vergroten. Met de keuzetool kunnen professionals snel nagaan welke interventie ze wanneer het beste kunnen gebruiken en uit welke werkzame elementen deze bestaat. 
 

Het consortium betreft een samenwerking tussen een groot aantal partijen, waaronder Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht, Erasmus Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Maastricht, jeugdzorg en JGZ-instellingen, jeugd- en volwassen-ggz, kennis- en onderzoeksinstellingen, academische werkplaatsen, samenwerkingsverbanden en ouders/kinderen. 

Meer weten?

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Tekst Veronique Huijbregts. Fotografie header Studio Oostrum. Portret Martin de Bouter.

Gerelateerd programma

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website