12 mei is de internationale dag van de verpleging: een dag om de verpleging te bedanken en aandacht te vragen voor de (ontwikkelingen in de) beroepsgroep.

Dit jaar is het anders, want de verpleging staat door de coronacrisis dagelijks in het middelpunt. Terecht, want verpleegkundigen werken in alle sectoren binnen de gezondheidszorg en hebben in deze coronatijden een cruciale rol in preventie, behandeling, nazorg en ondersteuning.

Daarom bedanken we vanuit ZonMw alle verpleegkundigen die (weer) in de praktijk werken of onderzoeker, docent en/of beleidsmaker zijn, voor hun enorme inzet en betrokkenheid!

Inhoud

Korte inleiding bij de interviews

Naast alle moeilijkheden die de coronacrisis met zich meebrengt, kunnen we ook veel leren van de situatie die is ontstaan. In onderstaande interviews vertellen 8 verpleegkundigen en een lector over de huidige situatie en de ontwikkeling van het vak. Wat kunnen we nu leren voor de toekomst? En hoe houden we wat we nu leren vast?

Als er één punt is dat de geïnterviewde verpleegkundigen vaak noemen, dan is het trots. Ze zijn trots op hun beroepsgroep, hun collega’s en zichzelf. En met recht, zo blijkt uit hun verhalen. In deze moeilijke, hectische coronatijd zijn verpleegkundigen slagvaardig, creatief, flexibel, initiatiefrijk, snel, leergierig en daadkrachtig.

Opvallend is ook dat álle verpleegkundigen noemen dat ze zo goed samenwerken. Vaak in nieuw samengestelde, multidisciplinaire teams, zonder hiërarchie. Dit geeft een bijna ongekende energie.

En verpleegkundigen tonen leiderschap. Zonder enige aarzeling nemen ze hun verantwoordelijkheid, ze stáán voor hun vak en hun patiënten. Dit geldt ook voor verpleegkundigen die niet meer (volledig) in de praktijk werken: als je eens een verpleegkundige bent, blijf je dat voor altijd.
 
De kennis die ze opdoen, willen ze graag behouden. Ze vertellen er enthousiast over, in de interviews die nu volgen. Eén ding is zeker, in alle sectoren bruist het van de energie. Zoals een van de geïnterviewden zei: ‘Ondanks alle negativiteit rond dit virus, geeft dit een positief gevoel’.

‘Kennelijk kunnen we nu wel de kop boven het maaiveld uitsteken’

Margreet van der Cingel is lector leiderschap en identiteit in het verpleegkundig domein aan de NHL Stenden Hogeschool en het Medisch Centrum Leeuwarden.

Margreet van der Cingel

‘Deze internationale dag van de verpleging is extra bijzonder omdat het dit jaar precies 200 jaar geleden is dat Florence Nightingale is geboren. Daarom heeft de WHO dit hele jaar uitgeroepen als jaar van de verpleging. Ik vind het frappant dat verpleegkundigen juist nu, in deze corona-crisis, écht moreel leiderschap en initiatief tonen. Florence Nightingale deed dat in haar tijd ook, juist in moeilijke omstandigheden kwam zij op voor patiënten en voor het beroep. Als vrouw uit een hogere klasse werd ze geacht niet te werken, toch ging ze tegen de stroom in.

Kennelijk komt onze beroepsgroep in actie als we ruimte voelen. Ik zie en hoor nu overal dat verpleegkundigen autonoom durven zijn en zaken als vanzelfsprekend oppakken. Dit komt denk ik omdat we van betekenis voor anderen willen zijn. In deze wereldwijde pandemie wordt er expliciet een appèl op ons gedaan, dat triggert natuurlijk enorm.

Als onderzoeker vind ik dat interessant en zou ik graag willen kijken naar de feitelijke aspecten die leiderschap positief beïnvloeden. Wat maakt dat verpleegkundigen juist in crisis leiderschap tonen, terwijl dat onder normale omstandigheden soms moeizaam gaat? Saamhorigheid speelt denk ik ook een rol. Overal hoor ik dat er teamwork is, verpleegkundigen werken goed met elkaar samen en de hiërarchie met dokters lijkt wel verdwenen – kennelijk kan je nu wel je kop boven het maaiveld uitsteken. Hoe zetten we dit door na de crisis?

Ik zie nog een parallel met Nightingale. Zij leefde in een tijd waarin veel wetenschappelijke inzichten ontstonden over het belang van hygiëne en deed hier ook zelf onderzoek naar. Goede hygiëne vond ze bij uitstek het autonome terrein van de verpleging. Dat is nog steeds zo: of het nu gaat over intensieve cares, verpleeghuizen, thuiszorg, GGZ of instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking, het zijn steeds verpleegkundigen die deze - cruciale - basiszorg geven. Denk aan valpreventie, infectiepreventie, decubituspreventie en het voorkomen van ondervoeding. Dit zijn allemaal gebieden waarop verpleegkundigen het verschil kunnen maken, waardoor de sterftecijfers lager zijn en de kwaliteit van leven van patiënten hoger is. Dat is het maatschappelijk belang van de verpleegkundige beroepsgroep  dat we kunnen uitdragen, zeker op deze twaalfde mei en in dit jaar van de verpleging!’

‘Hier kan geen teambuilding tegenop’

Kim de Groot werkt als wijkverpleegkundige bij Thebe in Oosterhout en als onderzoeker bij het Nivel. Toen de corona-crisis uitbrak, besloot ze onmiddellijk haar uren bij Thebe uit te breiden.

Portretfoto Kim de Groot

‘Ik voelde direct dat ik me hiervoor moest inzetten, anders had ik niet met mezelf kunnen leven. Op verzoek van Thebe werk ik nu al ruim een maand op een corona-afdeling in een voormalig ziekenhuis. In korte tijd zijn hier 2 corona-afdelingen ingericht, voor elk 20 patiënten. Hier liggen allemaal mensen die besmet zijn, sommigen komen vanuit huis, anderen zijn uit het ziekenhuis ontslagen. Natuurlijk werken we allemaal met volledige bescherming.

Ik vind het prachtig om te zien hoe flexibel verpleegkundigen en verzorgenden zijn. Ik leer hier zo veel, het is zo anders dan in de wijk. In het begin heb ik een hele dag met een zeer ervaren verzorgende samengewerkt, zó leerzaam was dat. We vormden een compleet nieuw team, maar binnen een paar uur stonden alle neuzen dezelfde kant op, daar kan geen teambuilding tegenop. Als verpleegkundigen snap je elkaar, ook al heb je een andere achtergrond.

Ik hoop dat we na de crisis deze flexibiliteit kunnen behouden. Je ziet nu wijkverpleegkundigen in een verpleeghuis werken, en spv’ers in de psychogeriatrie. Alle bestaande muren zijn weg, laten we ook na de crisis ervoor zorgen dat zulke uitwisselingen doorgaan.

Wat ik ook mooi vind, is dat veel verpleegkundigen die in het beleid, onderzoek of onderwijs werken, nu voor coronapatiënten zorgen. Voor deze crisis proefde ik wel eens scepsis bij collega-verpleegkundigen ten opzichte van verpleegkundigen met een masteropleiding. Nu zie je duidelijk dat íedereen een verpleegkundig hart heeft en elkaar enorm waardeert. Doordat alle ‘normale’ belemmeringen wegvallen, ontstaan er zulke mooie combinaties. Na de crisis moeten we zulke duobanen blijven stimuleren. Mijn onderzoek wordt beter doordat ik ook in de praktijk werk, en andersom, daar ben ik rotsvast van overtuigd.’

‘Verpleegkundigen weten heel goed wat nodig is, ze zijn praktisch, slim en snel’

Marjon van Aalten is sociaal verpleegkundige bij de gemeente Utrecht.

Mijn werkdagen zien er nu met de corona-crisis totaal anders uit. Normaal gesproken zet ik me in voor mensen die in een vervuild huis wonen, of in een huis dat overvol is. Vaak zijn dit mensen die door anderen bij ons worden aangemeld, bijvoorbeeld door buren, familieleden, agenten, medewerkers van een wijkteam of woningcorporatie. Maar nu kunnen we natuurlijk niet op huisbezoek. Vaak gaat het om kwetsbare mensen, met een verhoogd risico op besmetting met corona.

Toen de crisis uitbrak, realiseerden we ons al snel dat we iets moesten doen voor mensen die dak- of thuisloos zijn. Binnen 10 dagen hebben we een noodlocatie uit de grond gestampt voor dak- en thuislozen die besmet zijn.

Als er iemand is opgenomen, gaan we 2x per dag langs. Ik houd ook spreekuur voor dak- en thuislozen.

Net als bij mensen die in een vervuild huis wonen, gaat het vaak om mensen met achterliggende problemen. Denk aan psychiatrische problemen, verslaving, schulden en eenzaamheid.

Voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn, is in deze crisis nog veel te weinig oog.

Portretfoto Marjon van Aalten

Deze coronatijd legt bloot hoe belangrijk verpleegkundigen zijn. Voor verpleging en verzorging, maar ook voor begeleiding, opvang, mentale ondersteuning en revalidatie. Als beroepsgroep krijgen we nu waardering, maar hoe houden we dat vast? Wat als blijkt dat het applaus, de posters, de steunbetuigingen een wassen neus zijn?

Beleidsmakers, politici, zorgverzekeraars: maak die omslag, stop die bezuinigingen van de afgelopen jaren. En betrek verpleegkundigen bij het beleid: ze weten heel goed wat er nodig is, ze zijn slim, praktisch en snel. Ik hoop vurig dat deze tijd ook meer jongeren motiveert voor een opleiding in de verzorging of verpleging.

Wel denk ik dat onze beroepsgroep meer van zich moet laten horen. Dit geldt net zo goed voor mij zelf. Ik denk dat we soms teveel mee gaan in de waan van de dag, bij ons gaat de patiëntenzorg natuurlijk altijd voor. 

‘Mensen met dementie beseffen dat hun partner of kind niet geweest is’

Linda Riethoff is kwaliteitsverpleegkundige bij verzorgingshuis/woonzorgcentrum Havenlicht in Pernis. Dit huis maakt deel uit van Sonneburgh, een koepel van een verpleeghuis, verzorgingshuizen en servicewoningen in Rotterdam.

Portretfoto Linda van der Giessen

‘Gelukkig hebben wij tot nu toe geen besmettingen, niet bij de bewoners en ook niet bij het personeel. Maar ook dan heeft deze crisis grote impact: familieleden mogen niet op bezoek komen, er zijn geen vrijwilligers en alle bewoners blijven op hun eigen kamer. Wij brengen nu bijvoorbeeld het eten naar de bewoners toe, evenals de post.

In mijn functie als kwaliteitsverpleegkundige richt ik mij helemaal op het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van zorg. In de toekomst doe ik dat voor 100% van mijn tijd, nu draai ik nog een dag in de week en een weekend in de maand in de diensten mee. Ik werk dan op een afdeling voor 12 mensen met dementie. Deze mensen missen hun familie. Wij proberen dat zo goed mogelijk op te vangen, maar we kunnen geen vervanging voor familie zijn. We merken dat deze bewoners onrustiger zijn dan normaal, meer aandacht vragen.

Het is bijna gek hoe dit ‘werkt’: achteraf herinneren mensen met dementie zich vaak niet dat hun partner of kind op bezoek was, maar nu vragen ze wel steeds naar deze familieleden. Er is dus wel degelijk een besef dat hun partner of kind niet geweest is. We zorgen wel voor contacten via Skype, maar dat kan natuurlijk niet tegen het echte contact op.

Ik ben deze maanden zo trots op mijn beroepsgroep! Ik ben dat altijd al, maar nu nog veel meer. Ik ben trots op mijn collega’s hier in Havenlicht, maar ook op al die verpleegkundigen en verzorgenden in andere sectoren. Onderling is er een groot saamhorigheidsgevoel, we doen het deze weken echt samen. Iedereen voelt zijn verantwoordelijkheid, en pakt deze ook. Alle collega’s letten er ook heel goed om niet besmet te worden, er gaat bijvoorbeeld niemand onnodig naar buiten. Ik vind het bijzonder dat iedereen nu trots is op verpleegkundigen, ook mensen die niet in de zorg werken. Dit zorgt voor verbinding – ondanks alle negativiteit rond het virus, geeft dit een positief gevoel.’

‘Voorheen waren we een ziekenhuis met afdelingen, nu zijn we één groot team’

Afkemarij ten Hoeve-Heida is avond-, nacht- en weekendhoofd in het Medisch Centrum Leeuwarden. Zij is ook lid van de Verpleegkundige Advies Raad (VAR) in het MCL.

‘In mijn functie geef ik buiten kantooruren leiding aan alle professionals die bij de patiëntenzorg betrokken zijn. Het gaat om het borgen van de kwaliteit van zorg en de veiligheid van patiënten en medewerkers.

In de praktijk omvat dit veel taken, zoals de coördinatie van allerlei processen in de zorg en personele logistiek. Bij calamiteiten en rampen heb ik in de eerste fase de regie. Daarnaast ondersteun en coach ik verpleegkundigen bij uitzonderlijke casuïstiek. Al deze taken zijn tijdens de coronacrisis hetzelfde, maar de situatie op de afdelingen is compleet anders.

Toen de nood het hoogst was, kon onze intensive care opgeschaald worden tot 39 bedden, hadden we 3 corona-afdelingen, waren de poliklinieken dicht en bleven de operatiekamers alleen open voor acute en oncologische zorg. Dit vroeg om een heel andere manier van werken, met ad hoc samengestelde teams.'

Portretfoto Afkemarij ten Hoeve

'Het is dan fantastisch om te zien dat dit lukt! Kris-kras samengestelde teams werken uitstekend met elkaar samen, iedereen pakt zijn eigen rol, om samen optimale zorg te kunnen verlenen. Dit geeft zo’n mooie energie.

We leren nu dat we heel flexibel en slagvaardig kunnen zijn. Vraagstukken waar we eerst wel maanden over deden, zijn nu binnen een dag of week geregeld. Alle disciplines werken met elkaar samen en denken actief mee om dingen waar ze tijdens hun werk tegenaanlopen te verbeteren. Vanuit mijn functie en als lid van de VAR gaf ik de signalen van de werkvloer door aan het Crisisbeleidsteam. En al deze signalen zijn opgepakt!

Het is zo mooi om te zien hoe snel mensen groeien, zich ontwikkelen. En dan heb ik het over alle disciplines, niet alleen over verpleegkundigen. Met de VAR zouden we op de dag van de verpleging kennislunches organiseren, met als thema verandering, samenwerking en innovatie. En voor donderdag 14 mei stond een knalfeest gepland. Dat is nu allemaal uitgesteld, maar we gaan wel iets speciaals doen op die dag.  

Alle positieve energie, daadkracht en persoonlijke ontwikkeling die er nu is, willen we graag vasthouden. De VAR denkt er nu al over na wat daar voor nodig is en hoe we dat willen gaan vormgeven. Het sleutelwoord is denk ik samen: voorheen waren we een ziekenhuis met afdelingen, nu zijn we één groot team.'

De corona-regels doen de laagdrempelige aanpak van consultatiebureaus teniet

Ingrid Brokx is verpleegkundig specialist jeugd en voert al jaar en dag de taken uit van de jeugdverpleegkundige en arts op het consultatiebureau 0-4 jaar voor JGZ in Almere. Zij is lid van de ZonMw-programmacommissie Versterking Uitvoeringspraktijk JGZ/programmacommissie Richtlijnen JGZ 2019-2024, en actief lid V&VN vakgroep Jeugd.

Portretfoto Ingrid Brokx

‘De werkwijze van het consultatiebureau is als gevolg van de coronacrisis drastisch veranderd. We hebben nu kortere en veel minder contactmomenten waarop we de ouders en kinderen kunnen zien, het inloopspreekuur is afgeschaft. Minstens zo belangrijk is dat ouders elkaar niet meer op het consultatiebureau kunnen treffen, waardoor ze ook geen informatie en ervaringen kunnen uitwisselen.

Voor ons betekent dit een enorme verschraling van ons werk. Zelfs het kennismakings-huisbezoek, in de tweede week na de geboorte van de baby, gaat nu via beeldbellen. Daardoor missen we waardevolle informatie, omdat we niet meer die thuissituatie zien, ook niet de onderlinge interactie tussen gezinsleden en de nonverbale communicatie. Juist hier in de multiculturele wijken van Almere, is zo’n huisbezoek echt van meerwaarde.

Het accent ligt nu veel meer op de medische kant van het consultatiebureauwerk, terwijl juist de verpleegkundige zorg zo belangrijk is voor preventie. Het is moeilijk om die zo noodzakelijke anticiperende voorlichting te geven, en om tijdig signalen op te vangen als er iets niet goed gaat. We beeldbellen nu heel veel, maar  je hebt een vertrouwensrelatie nodig om ouders zo goed mogelijk te empoweren – daar is meer voor nodig dan we nu kunnen bieden. 

De dag van de verpleging moeten we aangrijpen om op de gevaren van deze verschraling te wijzen. De coronaregels doen de laagdrempelige aanpak van consultatiebureaus teniet. Jeugdverpleegkundigen kunnen bijna geen contextuele zorg meer leveren, omdat ze die ‘context’ van gezinnen onvoldoende kunnen zien.

Samen met onze netwerkpartners moeten we veel meer afstemmen over de vraag wie wat kan. Creatieve oplossingen zijn nodig, zoals wandelen of fietsen met een moeder. En nog meer dan normaal, moeten we de oren en ogen van anderen gaan gebruiken. Denk aan de ogen en oren van de opvang, straks weer peuterspeelzalen, huisartsen, wijkteammedewerkers. Tijdens deze crisis werkt iedereen goed met elkaar samen. Dát moeten we vasthouden, dat we samen voor de gezinnen staan, ook als de ergste crisis voorbij is.’

Ook als de coronatijd voorbij is, blijf ik wandelen met cliënten

Nandl Lokhorst is sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij GGZ Rivierduinen, locatie GGZ Haagstreek/Zoetermeer. Lokhorst is ook voorzitter van de afdeling SPV bij V&VN.


‘Ik werk bij een FACT-team, dat is een multidisciplinair samengesteld team voor ambulante hulp aan mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Ik vergelijk het wel eens met wijkverpleegkundige, maar dan in de psychiatrie. Buiten kantoortijden draai ik mee in de crisisdienst.

In de eerste weken hebben we weinig mensen thuis bezocht. We deden zo veel mogelijk met de telefoon, maar konden niet beeldbellen, omdat veel van onze cliënten zulke technische applicaties niet hebben. Inmiddels gaan we vaak weer op huisbezoek.

In de eerste weken ging het met de meeste cliënten goed, maar ik vind nu dat velen van hen uit balans raken. Er is angst, en de eenzaamheid neemt toe. Let wel, vaak ben ik een van de weinige mensen die ze nog zien.'

Portretfoto Nandl Lokhorst

'Mijn cliënten vormen echt een andere doelgroep dan de mensen die op onze poli’s komen, die hebben meestal een groter netwerk. Sommigen vinden de maatregelen ook moeilijk te begrijpen, waarom mag je bijvoorbeeld alleen de supermarkt in met een karretje?

Ik vind het wrang dat er voor ons haast geen beschermende kleding is, ook geen mondkapjes. Veel cliënten met een ernstig psychiatrische aandoening behoren tot de risicogroep, dat blijft sterk onderbelicht. De levensverwachting van onze cliënten is 15 tot 20 jaar korter dan ‘normaal’, bijvoorbeeld door het gebruik van medicatie en een ongezonde leefstijl. 

Op de dag van de verpleging wil ik er graag bij stilstaan hoe inventief sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen zijn. In de coronatijd bedenken we echt van alles om persoonlijk contact met cliënten te houden. Dat moet ook wel, want met alleen bellen missen we veel informatie. Ik had niet verwacht dat nonverbale communicatie zo belangrijk zou zijn – kennelijk kunnen we de subtiele signalen alleen opvangen als we cliënten face to face zien.

Wat ik ‘na corona’ graag wil behouden, is het wandelen met cliënten. Al wandelend heb ik meer interactie met mensen dan wanneer ik hen thuis opzoek. En de interactie is ook anders, meer gelijkwaardig. Ik loop namelijk náást hen. Ik spreek hen ook meer op hun gezonde deel aan, bijvoorbeeld als we spelende kinderen zien, of een mooie tuin.’

‘Het maakt niet uit of iemand hoger of lager op de ladder staat’

Janet Marringa werkt als coördinerend begeleider in een (woon)huis voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij werkt bij Middin, een organisatie die hulp biedt aan kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, niet-aangeboren hersenletsel of ouderdomsaandoeningen. Het kan gaan om hulp aan huis, in de wijk, in activiteitencentra en op woonlocaties.

Portretfoto Janet Marringa

‘Sinds 4 weken werk ik als verpleegkundige op de corona-verpleegunit van Middin. Deze afdeling is opgericht voor cliënten die corona hebben, of die positief getest zijn. Het gaat om mensen voor wie isolatie niet mogelijk is. Op mijn afdeling zijn 12 bedden, inmiddels is er ook een tweede corona-afdeling geopend.

Mijn afdeling is heel ‘gemengd’. Er is een mevrouw zonder ziekteverschijnselen, er zijn mensen die behoorlijk of ernstig ziek zijn en een meneer is aan corona overleden. Sommige mensen hebben een verstandelijke beperking, maar er zijn ook ouderen uit een verpleeghuis.

Ik heb onmiddellijk ja gezegd toen ik voor deze afdeling werd gevraagd. Het gaat nu echt om mijn verpleegkundige expertise, dat is bijzonder, want normaal gesproken werk ik als begeleider. In de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking blijven de verpleegkundige aspecten van het vak vaak onderbelicht. Ik voel me nu trots, ook op mijn beroepsgroep. En ik realiseer me dat ik dit niet vaak zo sterk heb gevoeld.

Op de corona-afdeling zijn we met een nieuw team gestart en al heel snel werkten we goed met elkaar samen. Vanaf dag één is er een sterk gevoel van saamhorigheid. Het maakt niet uit of iemand hoger of lager op de ladder staat, of wat voor discipline iemand heeft. Iedereen heeft hetzelfde doel en gaat ervoor – dit geeft zoveel mooie energie. Ik hoop dat we dit na deze crisis kunnen vasthouden: dat we elkaars kwaliteiten als uitgangspunt nemen, en bijvoorbeeld niet meer tegen iemand met een hogere opleiding hoeven opkijken.

Met mijn ‘eigen’ cliënten in het huis voor mensen met een verstandelijke beperking houd ik via beeldbellen contact. Ze snappen er niks van, dat ik er nu niet ben. Voor hen is het heel moeilijk, ze kunnen het huis niet uit en ook de dagbesteding blijft dicht. Een anderhalve meter samenleving is met deze cliënten niet te doen, ze komen bijvoorbeeld spontaan op je af om je te omhelzen. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) heeft daar een heel mooi spotje van gemaakt: ‘in onze sector bestaat het begrip afstand niet, daar gaat het over nabijheid’.

‘Het is opvallend dat bestaande en nieuwe kennis razendsnel wordt gedeeld’

Marieke Goris is wijkverpleegkundige, adviseur bij Vilans en projectleider van een werkplaats verzorgend leiderschap.

‘Zodra ik hoorde dat er bij mijn oude werkgever wijkverpleegkundigen voor corona nodig waren, heb ik me daarvoor aangemeld.

Twee jaar geleden ben ik fulltime bij Vilans gaan werken, maar mijn BIG-registratie was gelukkig nog geldig. Ik woon in Udenhout in Brabant, dus zag de enorme impact van dit virus overal om me heen.

Vooral de eerste weken heb ik steeds 8 tot 12 uur in een ‘coronateam’ meegedraaid. De wijkverpleging heeft deze teams zelf opgezet, speciaal voor de verpleging van mensen met corona én voor mensen met een zware verdenking op corona.

Inmiddels is het wat rustiger en word ik minder vaak opgeroepen. Gelukkig werken we steeds met voldoende beschermende middelen, pak, mondkapje, alles.'

Portretfoto Marieke Goris

'Ik vind het mooi om me voor deze patiënten in te zetten - het maakt me trots dat ik kan en mag meedoen. Ik ben vooral trots op al mijn collega’s, zij hebben in korte tijd zoveel voor elkaar gekregen. Het gaat om echt leiderschap: de verpleging stelde zelf voor hoé ze deze crisis wilden aanpakken, en het management nam dit over. Mijn collega’s straalden dit meteen uit: dít is de keuze die we maken, en daar staan we voor.

Ook in de media zie je dit leiderschap terug. De grote, deskundige inzet van verpleegkundigen én verzorgenden is indrukwekkend. Ja, ik noem zeker ook verzorgenden – zij zijn zo vaak het ondergeschoven kindje. Eigenlijk ook nu weer, het is tragisch dat hun roep om persoonlijke beschermingsmiddelen in het verpleeghuis wekenlang niet gehoord is. 

Ik vind het opvallend dat alle nieuwe en bestaande kennis razendsnel wordt gedeeld. Via de mail, telefoon, sites en kennispleinen: inzichten en ervaringen vinden in korte tijd hun weg. Binnen organisaties en ook tussen organisaties. Er is een enorme gretigheid om te leren. Veel regio’s konden en kunnen bijvoorbeeld van protocollen en werkwijzen uit Brabant profiteren.

Bij Vilans werk ik nu mee aan een vraagbaak op het gebied van corona, dat geeft heel veel energie. Ik hoop wel dat we na de crisis net zo snel willen en kunnen leren. Kennis is macht, dus er is altijd een gevaar dat mensen en organisaties de geleerde lessen dan weer voor zichzelf houden. Dat zou echt heel jammer zijn.’

Een greep uit de reacties van/over verpleegkundigen in de (sociale) media

Sabine Uitslag:

Vandaag voor het eerst sinds jaren weer aan het bed gestaan als verpleegkundige (zonder BIG). Ik vond het echt reuze spannend om weer te beginnen!

Sabine uitslag met mondkapje


Met name omdat het een VVT-instelling betreft waar een corona-uitbraak is. Op de afdeling waar ik mocht helpen werden de RIVM-richtlijnen gehanteerd. Dus we gingen aan het werk met mondkapje en plastic wegwerphandschoenen. Op ‘mijn’ afdeling waren al 4 mensen, bewoners, met het coronavirus (bewezen) besmet. Ik zeg met opzet ‘bewezen besmet’. Want na het zingen van ‘lang zal ze leven’ (omdat ze vindt dat ze jarig is vandaag..) en na de verzorging die ik haar gaf bleek dat ze verschijnselen vertoonde van Corona.. Heel veel vaste zorgmedewerkers zijn inmiddels uitgevallen.

Wat ik echt niet begrijp is waarom niet alle zorgmedewerkers op zo’n afdeling waar een uitbraak is volledig (!) worden beschermd. Niet wachten tot het er meer zijn dan 4?! Het is toch super logisch te verwachten dat het virus om zich heen slaat. Het is Russisch roulette als je het mij vraagt! Zorgmedewerkers maar juist ook deze zeer kwetsbare bewoners, moeten preventief beschermd worden! Ik heb het nu ook zelf aan den lijve mogen ondervinden, dit kan echt niet! Naast meer ‘beschermende maatregelen’ is er ook ‘beschermend leiderschap’ nodig!

Bron: LinkedIn-pagina Sabine Uitslag

Pieterbas Lalleman

Mooi te zien hoe we in korte tijd een team van experts en onderzoekers rondom leiderschap van verpleegkundigen hebben weten te mobiliseren, zoals Arjan Verhoeven, waardoor we binnen een week alle VAR-voorzitters kunnen spreken voor een interview over hun rol bij COVID-19 en herstarten reguliere zorg.

Ik schat dat we tussen de 60-70 interviews doen met dus een hele hoge response!  #yearofthenurse #verpleegkundigleiderschap #houdvol

Bron: LinkedIn-pagina Pieterbas Lalleman

De uitkomsten van het onderzoek zijn 11 mei 2020 gepubliceerd in Zorgvisie.

Column: Hulde voor de echte helden!

Het is lang geleden dat er met zoveel waardering over de zorg werd gesproken. En toch bekruipt mij de laatste week meer en meer een gevoel van onbehagen. Niet zozeer vanwege deze berichten. Maar juist vanwege datgene wat we niet of nauwelijks te zien, te lezen, te horen krijgen. Waar zijn de berichten over de ervaringen van de verzorgenden en verpleegkundigen in de verpleeghuizen, in de woonzorgcentra, in de thuiszorg, van de begeleiders in de gehandicaptenzorg? Hoe komt het dat we hun verhalen zo veel minder terugzien in de media? Is het omdat de mensen die in deze sectoren werken veel minder snel naar buiten treden met hun verhalen? Dit dóe je toch immers voor 'je mensen'; je kunt hen toch niet in de steek laten?

De verzorgenden en verpleegkundigen in de verpleeghuizen, woonzorgcentra en thuiszorg en de begeleiders in de gehandicaptenzorg werken in relatieve onzichtbaarheid in omstandigheden die vaak veel meer dan het uiterste van hen vragen. En toch staan ze zonder aarzelen klaar om te doen wat er gedaan moet worden voor de meest kwetsbare mensen in onze samenleving! Daarom verdienen juist zíj ons ultieme respect en onze ultieme waardering.

Lees de volledige column op RD.nl

Janneke de Man-van Ginkel

Janneke de Man


Janneke de Man-van Ginkel is universitair hoofddocent bij de afdeling Verplegingswetenschap van het UMC Utrecht.

Anita Wydoodt

Verpleegkundigen zijn nu onze helden, en straks?

Als lid van de Raad van Bestuur van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) ben ik bijzonder trots op onze eigen helden: onze verpleegkundigen. Het is ook mooi en ontroerend te zien hoe dat gevoel breed in de hele samenleving leeft. Het applaus was hartverwarmend en heel terecht.

Tegelijkertijd maak ik me zorgen. Want als ik heel eerlijk ben, zijn verpleegkundigen meer gebaat bij een goede visie op de toekomst van hun vak, en daarbij behorende beleidsmaatregelen.

In het ETZ zijn we nu al meer dan 5 jaar systematisch aan het werken aan de ontwikkeling van de verpleegkundige beroepsgroep. Ik ben ervan overtuigd dat juist deze investering zich nu loont in deze crisissituatie. Verpleegkundige teams zijn gewend om samen te werken en om klinisch te redeneren. We zien dat nu terug in hoe ze hun werk doen in barre tijden. Dat vermogen moeten we stimuleren en faciliteren de komende ­jaren. Want dat hebben we nodig.

Lees verder in het Brabants Dagblad (20-4-2020)

Redactie Gonny ten Haaft

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website