De start in de kinderopvang van baby’s en de terugkeer naar het kinderdagverblijf van kinderen na een lange onderbreking na corona kan stressvol zijn, zowel voor kinderen als ouders. In de onderzoeken ‘Thuis in de opvang’ en ‘Terug naar de opvang’ is daarom gekeken naar de ervaringen van kinderen, hun ouders en pedagogisch medewerkers tijdens deze periodes.

‘Er is nog maar weinig bekend over hoe ouders en baby’s de start of terugkeer naar de kinderopvang beleven’, aldus projectleider Harriet Vermeer. Sanne de Vet (uitvoerend onderzoeker) vult aan: ‘In veel andere landen starten kinderen pas later. Hier in Nederland kunnen baby’s al vanaf 6 weken oud naar de opvang. Juist die jonge baby’s zijn kwetsbaar en afhankelijk.’

Met behulp van observaties, fysiologische metingen en vragenlijsten onderzochten Harriet, Sanne en collega’s hoe de start en terugkeer naar de opvang na een lange onderbreking werd ervaren door kinderen en hun ouders. Ook werden voorspellende factoren in kaart gebracht die invloed kunnen hebben op eventuele stress.

 

Over Harriet Vermeer, projectleider:

Harriet werkt als Universitair hoofddocent bij het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Ze doet al sinds 2005 onderzoek naar de kinderopvang. Dit is haar eerste onderzoek dat zich richt op baby’s.

 

Over Sanne de Vet, uitvoerend onderzoeker:

Sanne studeerde pedagogische wetenschappen en is uitvoerend onderzoeker in deze onderzoeken. Ze is nu bijna klaar met haar promotieonderzoek. Vooral de focus op baby’s vindt ze interessant, omdat ‘juist die jonge kinderen extra kwetsbaar en afhankelijk zijn van de zorg en ondersteuning van ouders en pedagogisch medewerkers’.

 

Deelonderzoek 1: Thuis in de opvang

Je baby voor het eerst naar de kinderopvang brengen kan voor de baby stressvol zijn. Om die stress in kaart te brengen, namen ouders en pedagogisch medewerkers (pm’ers) twee weken voor de start op de kinderopvang en ná de start speeksel af bij de baby’s. Ook vulden de ouders vragenlijsten in. ‘We hebben hiermee het stressniveau van de baby’s bepaald en gekeken welke variabelen hier van invloed op zijn’, legt Harriet uit. ‘Ook maakten we video-opnamen. “Thuis in de opvang” was een uitgebreide studie, maar door corona konden minder baby’s meedoen dan gepland. Ondanks dat we geen harde conclusies kunnen trekken, hebben we toch interessante resultaten gevonden.’

Stress bij baby’s

Sanne licht de resultaten toe: ‘Sommige baby’s ervaarden iets meer stress op de kinderopvang dan thuis. Dit hing samen met een paar ouderfactoren. We zagen dat als moeders beter afgestemd waren op de signalen van hun baby tijdens verzorgingsmomenten en wanneer ze minder verlatingsangst hadden, hun baby’s minder stress ervaarden. Ik vind het opvallend dat ouders invloed kunnen hebben op hoe een kind zich op de opvang voelt. Vaak wordt alleen gekeken naar de omstandigheden op de opvang zelf.’

De ervaringen van ouders

Sanne ontdekte dat de ene ouder de start van hun baby op de kinderopvang spannender vond dan de ander. ‘Over het algemeen waren ouders tevreden over de wenperiode. Ze vonden de communicatie met de pm’er aan het begin en einde van de dag fijn en waardeerden het verslag met foto’s tussendoor.’ Harriet vult aan: ‘Sommige ouders hadden de eerste dagen graag even op de kinderopvang bij hun baby willen blijven, maar dat is blijkbaar al een paar jaar niet (meer) gebruikelijk. Daar ben ik wel verbaasd over.’

Video-feedbackmethode

Naast het afnemen van speeksel en vragenlijsten en het doen van observaties gebruikten de onderzoekers de Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting (VIPP) methode. ‘Deze methode is ontwikkeld door collega’s in Leiden om in de thuissituatie te filmen met als doel om problemen te voorkomen’, vertelt Harriet. ‘We hebben deze methode aangepast naar de kinderopvang, zodat we de methode ook in groepsverband konden gebruiken en met pm’ers in plaats van ouders.’ Sanne legt uit hoe het werkt: ‘Een ondersteuner maakt videofragmenten op de groep, waarbij interactie plaatsvindt tussen baby en pm’er. Bijvoorbeeld tijdens spel, verzorging (verschonen, fles drinken) of het afscheid. Deze beelden worden samen met de pm’er teruggekeken.’

De VIPP-methode levert pm’ers veel inzichten op, doordat ze letterlijk zien wat het effect van hun gedrag op de baby’s is. ‘Een sensitieve reactie levert meestal een positieve reactie van de baby op’, ontdekte Sanne. ‘De ondersteuner besprak vervolgens met de pm’er hoe zij in verschillende situaties sensitief kon reageren. Bijvoorbeeld als een kindje verdrietig is of stress ervaart, zoals tijdens het verschonen.’

Sensitief reageren

Een sensitieve reactie betekent dat de pm’er oog heeft voor de signalen van de baby, die correct interpreteert en er snel en adequaat op reageert. Bijvoorbeeld als de baby tijdens het verschonen ergens naar kijkt, meekijken met het kindje en dit benoemen (Oh, wat zie je daar? Dat is mooi). En pas daarna verder gaan met het verschonen van de luier. Of proberen af te leiden als de baby de luier verschonen vervelend vindt.

Contact bij de start

De eerste videofragmenten werden in de thuissituatie gemaakt, om volgens Sanne de ouders te betrekken bij de VIPP-methode. ‘Ouders keken deze beelden terug samen met de ondersteuner en pm’er. Ze gingen in gesprek over wat het kindje thuis gewend was, zoals routines, en wat helpt als het verdrietig is. Het ging over meer dan alleen voeding en slapen.’ Harriet moedigt zo’n gesprek bij de start aan, met of zonder beelden. ‘Je bent immers met z’n allen bezig met de opvoeding van het kind.’

Deelonderzoek 2: Terug naar de opvang na corona

In het deelonderzoek ‘Terug naar de opvang’ vulden meer dan 600 ouders een vragenlijst in over hoe zij de terugkeer van hun kind naar de kinderopvang na een lange onderbreking, in dit geval door corona, ervaarden. Harriet: ‘Ongeveer 7 op de 10 ouders ervaarden stress tijdens de sluiting en ongeveer één derde van de ouders en kinderen ervaarden negatieve emoties na de heropening.’ Sanne denkt dat die stress, gerapporteerd door de ouders, onder andere komt door de andere omstandigheden: ‘zoals het afzetten van hun kind bij de deur. Ouders hadden hier wel begrip voor, maar het maakte de situatie voor velen niet makkelijker.’

Factoren die van invloed zijn op ervaren stress

Harriet: ‘We ontdekten dat hoe meer scheidingsangst de ouder ervaart, hoe meer stress ouder en kind hebben. En kinderen die minder uren naar de kinderopvang gaan, vinden het lastiger om weer te wennen.’ Sanne vult aan: ‘Ook de leeftijd speelt een rol, hoe jonger, hoe moeilijker kinderen de terugkeer vonden. We moeten ons wel beseffen dat de factoren die we hebben gevonden in relatie staan tot “gedragsmatige” stress: stress die ouders in de vragenlijsten rapporteren, aan de hand van gedrag dat ze bij het kind zagen. Zoals huilen, of gedrag van het kind bij het overdragen aan de pm’er. Dat is natuurlijk anders dan het daadwerkelijk meten van stress, via speeksel bijvoorbeeld.’

Aanbevelingen

Harriet en Sanne kijken met trots terug op de onderzoeken en de voorzichtige conclusies die ze hieruit kunnen trekken. ‘Dit geeft aanknopingspunten om de communicatie tussen ouders en pm’ers te verbeteren. En dat is belangrijk, want zij spelen beiden een belangrijke rol in het leven van de kinderen.’

De resultaten worden gedeeld via wetenschappelijke publicaties, artikelen in vakbladen en via contacten die de onderzoekers hebben met de praktijk. Het onderzoeksrapport “Terug naar de opvang” is ook te downloaden. Harriet geeft graag een paar aanbevelingen mee aan pm’ers voor de start of terugkeer van kinderen op de kinderopvang:

  • Spreek bij de start met ouders over hun gevoelens. Een pm’er is geen hulpverlener, maar alleen al het uitspreken van zorgen kan ouders verlichting bieden.
  • Besteed aandacht aan de wenperiode: zorg voor een bepaalde opbouw en laat de ouders een deel van de tijd aanwezig zijn op de groep, dat is voor zowel de ouders als baby prettig.
  • Plan voldoende wenmomenten in. Het wenproces duurt langer als een kind maar 1 dag per week naar de opvang gaat.
  • Ga met ouders in gesprek over hoe het thuis gaat, zoals hun routines en hoe het kindje te troosten is. De wenperiode kan stressvol zijn en het helpt dan om sensitief te kunnen reageren.


Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en gefinancierd binnen het ZonMw programma Kwaliteit Kinderopvang.

Meer informatie

Colofon

Tekst: Milou Oomens | Doelgroep in beeld

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website