Congresverslag november 2014

15 jaar DoelmatigheidsOnderzoek

Lustrumbijeenkomst

Zittend publiek in plenaire zaal tijdens Lustrumbijeenkomst

15 jaar DoelmatigheidsOnderzoek

Lustrumbijeenkomst

DoelmatigheidsOnderzoek: dé opmaat naar betere en betaalbare zorg

Deze publicatie doet verslag van de lustrumbijeenkomst 15 jaar DoelmatigheidsOnderzoek gehouden op 13 november 2014. Centraal staat het samenspel tussen onderzoekers, professionals en beleidsmakers, dat ervoor zorgt dat kennis uit DoelmatigheidsOnderzoek daadwerkelijk leidt tot een betere zorg tegen acceptabele kosten. Met o.a. filmpjes van de Pecha Kucha-presentaties, samenvattingen van de subsessies en een verslag van het debat.

ZonMw Parels voor NFU en OMS: op weg naar betere zorg tegen lagere kosten

Marcel Daniëls en Ferry Breedveld met Parel beeldje in de hand
Marcel Daniëls en Ferry Breedveld

De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en de Orde van Medisch Specialisten (OMS) ontvingen beiden een ZonMw-Parel voor hun inspanningen om de zorg doelmatiger te maken.

De NFU ontving de Parel omdat bijna 90% van de DoelmatigheidsOnderzoeken zijn uitgevoerd door de Universitair Medische Centra (UMC's), waarmee zij een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de ontwikkeling van kennis binnen het programma DoelmatigheidsOnderzoek (DO).  De OMS ontving de Parel voor de inspanningen om kwaliteit en doelmatigheid in de medisch specialistische zorg te vergroten.

Indrukwekkende oogst

De oogst is een indrukwekkende hoeveelheid kennis. We weten nu veel beter welke medische en verpleegkundige handelingen zinvol zijn en welke beter achterwege kunnen blijven. Uitgebreid röntgenonderzoek van de buik bij buikklachten is bijvoorbeeld meestal overbodig, terwijl goede resultaten bereikt worden door ondersteuning van patiënten na een hartinfarct of beroerte via een 'internetpolikliniek' – om twee aansprekende voorbeelden te noemen. Als de uitkomsten van al deze onderzoeken consequent toegepast worden, kan de zorg tientallen miljoenen goedkoper worden.

Gezamenlijk

Bijna 90 procent van de DO-projecten is uitgevoerd in de UMC's. De UMC's hebben ook de methodologie verder verbeterd en via onderwijs en hun netwerken bijgedragen aan de toepassing van kennis. De NFU Denktank kwam begin dit jaar met een advies over 'Zichtbaar zinnige en zuinige zorg', dat inmiddels wordt doorontwikkeld in de acht UMC's in Nederland.  Prof. dr. Ferry Breedveld (bestuursvoorzitter Leids Universitair Medisch Centrum en vice-voorzitter van de NFU)  stelt vast dat de UMC's steeds vaker gezamenlijke initiatieven ontplooien rond doelmatigheid en aanverwante thema's zoals het terugdringen van bureaucratie in de zorg.  Ook veiligheid blijft hoog op de agenda van de NFU. 'En veiligheid is doelmatigheid. Als je één keer een geïnfecteerde knieprothese hebt, ben je een half jaar aan het tobben.'

Verantwoordelijkheid

De uitkomsten van DO-projecten zijn vaak breed toepasbaar. Maar implementatie gaat  meestal niet vanzelf. De OMS heeft in de afgelopen jaren veel initiatieven ontplooid om de kwaliteit van de medisch specialistische zorg te verbeteren en artsen bewuster te maken van de kosten. De campagne 'Verstandig Kiezen' bijvoorbeeld gaat om het bevorderen van het gebruik van bewezen effectieve interventies, het terugdringen van ongewenste variatie in de praktijk en het beter onderbouwen van het medisch handelen.

Kostenaspect

De OMS maakt zich ook sterk voor het benoemen van het kostenaspect in richtlijnen. Zij richt zich daarbij op haar leden, vanuit het groeiende besef dat professionals een belangrijke verantwoordelijkheid hebben voor zowel de kwaliteit als de doelmatigheid van de zorg. De beslissingen die leiden tot gepaste zorg, worden immers niet genomen achter vergadertafels, maar in de duizenden spreekkamers van dokters in heel Nederland. De Parel voor de OMS werd in ontvangst genomen door dr. Marcel Daniëls, cardioloog in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in 's Hertogenbosch en sinds 2011 voorzitter van de Raad Kwaliteit van de OMS.

Kennis is toekomst

Vijf jonge wetenschappers presenteren hun visie op hoe kennis de zorg beter kan maken volgens het Pecha Kucha-concept: 20 afbeeldingen in exact 6 minuten en 40 seconden!

Waste not, want more. On the implementation of the Choosing Wisely initiative

Margje Haverkamp

De campagne voor Verstandig Kiezen (‘Choosing Wisely’) is rond 2009 ontstaan in de Verenigde Staten en heeft sindsdien de harten van dokters en beleidsmakers in vele landen veroverd. Verstandig Kiezen probeert de kwaliteit van zorg te verhogen én de kosten te beheersen door ondoelmatige handelingen te identificeren, en uiteindelijk te vermijden. Deze Pecha Kucha zal u enthousiast maken voor dit initiatief, en u laten meedenken over de praktische uitvoering.

Bekijk hier het filmpje

Bruikbare wetenschap voor de spreekkamer: makkelijk doel of matig bereikt?

Jochen Cals

Jochen Cals (@jochencals) is huisarts in Sittard en leidt een onderzoekslijn aan de vakgroep huisartsgeneeskunde / CAPHRI van de Universiteit Maastricht. Hij zoekt zinvolle oplossingen voor simpele problemen waar dokter en patiënt tegenaan lopen in de spreekkamer. Hij deed en doet projecten binnen de ZonMw-programma's Agiko, DoelmatigheidsOnderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen en VENI en zijn werk verwierf een plek in tijdschriften als BMJ en de Lancet, maar meest belangrijk: een plek in de dagelijkse praktijk

Bekijk hier het filmpje

Dokters nemen de handschoen op!

Janneke van 't Hooft

Janneke van 't Hooft studeerde geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. Ze werkt nu als Arts onderzoeker, divisie Vrouw-Kind, bij het AMC.

Wat is er nodig om de potentiële gezondheidswinst en kostenbesparing van doelmatigheidsonderzoek te verzilveren?
Voorbeelden uit de verloskunde tonen het belang van nationale en internationale samenwerking aan.

Bekijk hier het filmpje

Het paard van Troje voor de zorg: transparantie

Thijs Sondag

De zorgkosten stijgen exponentieel en de vraag naar zorg zal in de toekomst alleen maar toenemen. Thijs Sondag is ervan overtuigd dat transparantie essentieel is om de kosten van de zorg te reduceren. Daar staat hij, samen met zijn team van www.watkostdezorg.nl voor. 

Bekijk hier het filmpje

Implementatie: de sleutel tot betere en betaalbare zorg

Leti van Bodegom-Vos

Zij is gezondheidswetenschapper en gepromoveerd op de implementatie van procesgestuurde zorg in ziekenhuizen aan de Universiteit Maastricht. Leti is werkzaam als implementatie-fellow bij het LUMC kwaliteit van zorg instituut. Vanuit die functie is zij projectleider van meerdere (de)implementatieonderzoeken die gefinancierd zijn door ZonMw Doelmatigheidsonderzoek en betrokken bij vele implementatieprojecten in de ziekenhuissetting.

Bekijk hier het filmpje

Samenspel naar betere en betaalbare zorg

Er worden in Nederland goede klinische trials gedaan en er is in toenemende mate aandacht voor de inbreng van patiënten. Het ontbreekt nog aan kennis over de organisatie van de zorg en vaak is nog niet duidelijk wat precies de gewenste uitkomsten van de zorg zijn. Deze en andere zaken kwamen naar voren tijdens het slotdebat van de lustrumbijeenkomst DoelmatigheidsOnderzoek.

debat deelnemers rond de tafel lustrumbijeenkomst
Anne Schilder, Cathy van Beek, Arnold Moerkamp, Marcel Daniëls, Heleen Post.

'Nederland staat bekend om goed onderzoek met een hoge impact in de internationale vakliteratuur', zei hoogleraar kinder-KNO (keel- neus- en oorheelkunde) Anne Schilder aan het begin van het debat. 'Dat is te danken aan de organisatie van onze gezondheidszorg en aan de vorming van de universitair medische centra.' Cathy van Beek, lid van de Raad van Bestuur van het Radboudumc in Nijmegen kwam met de eerste kritische noot: 'Binnen de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra vinden we dat er meer onderzoek gedaan mag worden naar de kosteneffectiviteit.' En daarmee was de toon van het debat gezet: constructief, maar meer dan alleen het uitwisselen van complimenten. Gespreksleider Lennart Booij, die telkens vanuit een andere plek in de zaal een vraag afvuurde op de panelleden, hield het geheel levendig en scherp.

Patiënten betrekken

Cardioloog Marcel Daniëls, voorzitter van de Raad Kwaliteit en bestuurslid van de Orde van Medisch Specialisten stelde dat Nederland internationaal voorop loopt in het debat over kostenbeheersing: 'Artsen durven hier hardop na te denken over de kosten van de zorg'. Ook patiënten zijn hiertoe bereid. Heleen Post, Teammanager Kwaliteit van zorg en programmamanager van de Nederlandse Patiënt- en Consumentenfederatie (NPCF).  'De rol van patiënten bij onderzoek neemt toe, maar ook bij implementatie van resultaten en kostenbeheersing.'

Schilder realiseerde zich dat zij in haar baanbrekende onderzoek naar trommelvliesbuisjes en amandelen nog maar weinig had geluisterd naar de belanghebbenden: 'Ik denk dat we meer onderzoek nodig hebben om trials heen, naar de verwachtingen van dokters, patiënten en anderen. Ouders bijvoorbeeld, of de juf op school die zegt: dit kind moet buisjes! Voor de implementatie zijn dat belangrijke factoren.'

De dialoog met patiënten en hun omgeving helpt bij het beantwoorden van de vraag: welke effecten willen we eigenlijk? Arnold Moerkamp, voorzitter van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland: 'De effectmaten die in wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt, zijn niet altijd hetzelfde als wat patiënten willen. Bij een effectiviteitsanalyse wordt zelden de vraag gesteld: waren de effecten ook de beoogde effecten? Werden de effectmaten bepaald door de onderzoekers, door de industrie of door patiënten?' 

Daniëls: 'Dat is ook in de spreekkamer aan de orde. Als je echt met patiënten het gesprek aangaat, blijken er grote verschillen te bestaan in de zorgvraag. Het zou veel kosten besparen als dokters meer tijd namen voor dat gesprek met patiënten om de verwachtingen van de patient scherp te krijgen in plaats van direct te gaan handelen.' Post: 'Voor de NPCF is samen beslissen een belangrijk speerpunt. Daarin is aandacht voor de normen en waarden van de patiënt essentieel. Wij zijn met Cathy van Beek in overleg voor een pilot studie waarin de patiënt bij beslissingen drie vragen stelt: Wat zijn de mogelijkheden? Wat zijn de voor- en nadelen daarvan? En wat betekent dat voor mijn situatie?'

Financiering

Mooie voornemens, maar de huidige bekostiging van de zorg stimuleert het gesprek met de patiënt en zijn partner of mantelzorger niet. Of men nu spreekt van diagnose- behandelcombinaties (DBC's) of van DOT's (DBC's Op weg naar Transparantie), centraal staan de handelingen van de dokter. Praten wordt niet betaald. Van Beek: 'Daarover moeten we met de verzekeraars in gesprek. Het zou fijn zijn als de DBC’s zo waren ingericht dat er meer ruimte komt in de beginfase, voorafgaand aan de behandeling. Patiënten moeten nu soms beslissingen van levensbelang in een vloek en een zucht nemen.'

Moerkamp meende dat de bekostiging zelf een belangrijke barrière vormt op weg naar verbeteringen: 'Je krijgt wat je beloont. Als je DOTjes en DBCtjes beloont, krijg je de zorg die daarbij hoort. Daarom moeten we naar uitkomstbekostiging.' Schilder was het met hem eens: 'Vanmiddag ging het erover, hoe dat gaat als je je als KNO-arts netjes houdt aan de evidence based richtlijnen en selectiever bent met ingrepen. Dan daalt de chirurgische productie en dan moet de vakgroep bij de Raad van Bestuur komen die dan zegt: een van jullie moet er uit, of jullie moeten meer opereren.'

Daniëls maakte duidelijk wat het onderliggende probleem is: het definiëren van uitkomsten op een manier die recht doet aan de werkelijkheid. 'Neem het voorbeeld van een patiënt die een hartinfarct heeft gehad. Wat is de uitkomst die je wilt belonen? Dat de patiënt overleeft? Dat hij weer aan het werk gaan? Dan hangt je uitkomst dus ook af van de omstandigheden op zijn werk, waar ik als specialist geen invloed op heb. Er zijn natuurlijk voorbeelden waar we het snel eens worden over de gewenste uitkomst, maar voor een aantal aandoeningen is het gewoon heel moeilijk.' Post was met hem eens dat de gewenste uitkomst sterk individueel bepaald is, maar pleitte wel voor uitkomstfinanciering: 'De zorg is nu op het handelen gericht. Wij willen zorg die op de mens is gericht. Daar wordt de dokter nu nog niet voor betaald.'

Samenwerking

Een terugkerend thema in het debat was de noodzaak tot samenwerking. Samenwerking tussen onderzoekers, zorgverleners en patiënten, maar ook tussen zorgverleners onderling.  Van Beek: 'In dit soort debatten is het gebruikelijk om de marktwerking de schuld te geven van alles wat er misgaat. Ik denk dat het beter is om te kijken waar we elkaar nodig hebben. Want samenwerking is vaak nodig. Ik zou ZonMw willen oproepen om alleen onderzoek in de keten te ondersteunen en stakeholders al vanaf de opstart van het onderzoek te betrekken.'

Een gezamenlijke aanpak is ook nodig om de gevolgen van de versnippering van de geneeskunde tegen te gaan. Richtlijnen gaan vaak uit van patiënten met één ziekte, terwijl in de praktijk steeds meer (oudere) patiënten meerdere aandoeningen hebben. Moerkamp gaf toe dat dit een probleem is, maar voegde daaraan toe: 'We willen te veel tegelijkertijd. Daardoor versnipperen we onze aandacht en maken elkaar gek. Als we nu eens met elkaar afspreken dat we één onderwerp samen aanpakken en dat uitwerken tot het gaatje. Van onderzoek tot implementatie. Dat we bijvoorbeeld durven te zeggen: wij willen de beste oncologie van de wereld.'

Van Beek, tevens voorzitter van de NFU-denktank Zinnige en Zuinige Zorg: 'De NFU is bezig om meer focus aan te brengen. Als Moerkamp een goed onderwerp heeft, neem ik de handschoen wel op.' Schilder vertelde dat het samenspel tussen zorgverleners ook onderzocht kan worden, in een vorm van onderzoek die Health Service Research genoemd wordt. 'Ik zie in het Verenigd Koninkrijk waar ik werk steeds meer van dit soort onderzoek naar de organisatie van zorg. Waar zitten de beslismomenten? Hoe zitten verwijzingspatronen in elkaar? Dat zouden we hier ook moeten doen, om de onderlinge samenwerking te kunnen verbeteren.'

Van kennis naar opbrengsten in de praktijk: 6 inspiratiesessies

Tijdens deze inspiratiesessies passeerden verschillende actuele onderwerpen in relatie tot het thema DoelmatigheidsOnderzoek. Zie voor meer informatie over de sessies ook de bijbehorende presentaties en links.

Zorgevaluatie: essentieel onderdeel van professioneel zorgbeleid

Medische besluitvorming moet zoveel mogelijk plaatsvinden op rationele gronden ondersteund door professionele richtlijnen. Een essentieel onderdeel van professioneel zorgbeleid is zorgevaluatie, een van de pijlers van de campagne Verstandig Kiezen waarin Wetenschappelijke Verenigingen vragen over de effectiviteit van behandelingen vaststellen en onderzoeken (kennislacunes). Tijdens deze sessie kwamen vragen aan bod als: op welk criterium wordt geprioriteerd, alleen op klinische vraagstukken, hoe zet je het onderzoeksnetwerk op, en wie investeert/profiteert?

Gezondheidswinst & minder premie betalen

Zorgevaluatie betekent gezondheidswinst voor de patiënt en kan ook besparingen opleveren. Als voorbeeld wordt SEENEZ genoemd waarbij een eenmalige investering vanuit de overheid van 1,5 miljoen potentieel jaarlijks 38,5 miljoen kan opleveren. “Dit is ‘laaghangend fruit’, mits goed geïmplementeerd” aldus Teus van Barneveld, directeur Kennisinstituut van Medisch Specialisten. De vraag is wie gaat investeren en hoe we het met elkaar oppakken? Het gaat om ‘shared savings’, waardoor ‘shared investments’ voor de hand ligt. Belangrijk is ook dat de patiënt hierbij centraal staat. Om goed onderzoek uit te voeren is het van belang onderzoeksnetwerken verder op te zetten. Hierbij ook aandacht voor onderzoek waarbij zorg in de keten geëvalueerd wordt.

Link:

ZonMw website - Verstandig Kiezen
Mediator - Interview met Teus van Barneveld

Downloads:

Presentatie van Teus van Barneveld

zaal tijdens subsessie
zaal tijdens subsessie

Van onderzoek naar succesvolle toepassing in de zorg

Aan de hand van twee studies in de pancreaszorg is in deze sessie gediscussieerd over het versneld invoeren van onderzoeksresultaten in de praktijk. Bij beide onderzoeken bleek ondermeer dat concentratie van zorg en netwerkvorming hierin een grote rol speelt.

In de studie van Olaf Bakker is vroege sondevoeding vergeleken met een normaal dieet bij patiënten met acute pancreatitis. Dit bleek niet te zorgen voor een afname van het aantal infecties of sterfte.
In het onderzoek van Dirk Gouma is onderzocht of galwegdrainage voorafgaand aan een operatie bij patiënten met alvleesklierkanker voordelen voor de gezondheid levert. Dit bleek niet zo te zijn. Daarbij komt dat de ingreep samengaat met het plaatsen van een stent en dit is erg belastend voor de patiënt.

Bij beide studies bleek dat het bespreken en uitdragen van de resultaten via de Dutch Pancreatitis Cancer Group mede heeft gezorgd voor een versnelde verspreiding en gebruik van de resultaten; namelijk het achterwege laten van de onderzochte interventie. Ook concentratie van zorg heeft hierin een rol gespeeld. Dat het oppakken van de resultaten desondanks niet vanzelf ging, was onderwerp van een levendige discussie onder leiding van Peter Go.

Links:

Dutch Pancreatic Cancer Group  

Downloads:

Presentatie van Olaf Bakker
Presentatie van Dirk Gouma

Implementatie

De subsessie begon met 2 korte presentaties door Erwin Ista, implementatie-fellow Erasmus MC, en Lisanne Verweij van het NIVEL. Vervolgens was er ruimte om in groepjes onder begeleiding van de overige implementatie-fellows te discussieren over implementatie in het algemeen en de rol van een implementatie-expert in het bijzonder.

Implementatie-experts

Erwin Ista opende de workshop met een pleidooi voor de rol van de implementatie-expert. ‘De kloof tussen evidence en praktijk blijft groot en het duurt tientallen jaren voordat resultaten uit wetenschappelijk onderzoek worden toegepast in de praktijk’, zo vertelde hij.’ Een implementatie-expert kan ervoor zorgen dat de implementatie van resultaten op een systematische manier gebeurt en dat hierdoor de kans van slagen wordt vergroot’.

Kennissynthese 

Lisanne Verweij van het NIVEL gaf de geleerde lessen mee van een kennissynthese naar de opbrengsten van 60 afgeronde DO-projecten uit het deelprogramma Implementatie. De twee belangrijkste aspecten die het succes van de opbrengst op patiëntniveau bepalen zijn:  flexibiliteit in de omgang met omgevingsfactoren en de inzet van een ‘change agent’, waarmee degene wordt bedoeld die het onderzoeksresultaat oppakt. De deelnemers gingen op basis van deze kennis in gesprek met één van de fellows en het NIVEL over de rol en de toegevoegde waarde van een implementatie-expert.

Downloads:

Publicatie 'Goud verzilveren'


Presentatie van Erwin Ista
Presentatie van Lisanne Verweij

Verstandige keuzes

Verstandige keuzes zijn evidence based aanbevelingen waarover artsen en patiënten een gesprek zouden moeten voeren. Het is een hulpmiddel om samen tot een beslissing te komen over wat de best passende behandeling is voor de individuele patiënt. De Campagne Verstandig Kiezen van de Orde van Medisch Specialisten, de Wetenschappelijke Verenigingen en ZonMw richt zich op het ondersteunen van specialisten en patiënten bij het maken van gezamenlijke beslissingen. Echter, in hoeverre beslissen we nu écht samen? En hoe doe je dat? Hier draaide de workshop van Wilco Peul, voorzitter werkgroep ‘Verstandig Kiezen’ Raad Kwaliteit (Orde van Medisch Specialisten), om.

Samen beslissen

Als voorbeeld nam Wilco Peul zijn eigen onderzoeksproject naar het behandelbeleid van wel/niet opereren bij patiënten met een lage rughernia. Terughoudend beleid, ofwel niet opereren, is in deze situatie aanbevolen. Maar de beslissing wat de beste keus is voor de patiënt kan alleen in samenspraak worden genomen. Om dit in goede banen te leiden moeten professionals en patiënten samen beslissen op basis van drie vragen die de patiënt bij beslissingen stelt, volgens de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (en tevens partner van de campagne). Namelijk, wat zijn de mogelijkheden? Wat zijn de voor- en nadelen daarvan? En wat betekent dat voor mijn situatie? 

Andere onderwerpen

Na de korte inleidende presentatie werd aan de workshopdeelnemers gevraagd na te denken over onderwerpen voor verstandige keuzes in de zorg. In de plenaire bespreking werden onderwerpen als het follow-up beleid in de oncologie (verminderen van nacontroles) en ongewenste praktijkvariatie bij enkeltrauma en stollingonderzoek genoemd. Ook werd door de deelnemers aangegeven dat gedetailleerde adviezen aan patiënten op basis van hun dagelijks leven erg belangrijk zijn.

Links:

Meer over Verstandig Kiezen

Downloads:

Presentatie van Wilco Peul

Gevulde zaal tijdens subsessie

Versneld naar onderbouwd basispakket

“Versneld naar onderbouwd basispakket” is één van de doelstellingen van het beleidsinstrument Voorwaardelijke Toelating van Zorginstituut Nederland. Innovatieve zorg die nog niet voldoet aan de ‘stand van wetenschap & praktijk’ kan voorwaardelijk worden toegelaten tot het basispakket. Deze zorg wordt gedurende een periode betaald uit het basispakket met als voorwaarde dat gedurende deze periode onderzoek plaatsvindt naar het missende stukje evidence van effectiviteit.

Voorwaardelijke Toelating

In deze sessie lichtte Mona Wets, manager Zorginstituut Nederland, het instrument met bijbehorende procedure toe. Innovatieve zorg die nog niet voldoet aan de ‘stand van wetenschap & praktijk’ kan voorwaardelijk worden toegelaten tot het basispakket. Deze zorg wordt gedurende een periode betaald uit het basispakket met als voorwaarde dat gedurende deze periode onderzoek plaatsvindt naar het missende stukje evidence van effectiviteit. Mona Wets benadrukt dat het instrument ook bedoeld is voor zorg die al tot het basispakket behoort maar waar twijfels zijn over de kosteneffectiviteit. 

Onderzoek

Momenteel zijn vijf onderwerpen voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket en parallel hieraan vindt onderzoek plaats. O.a. het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek biedt financiële ruimte voor dit onderzoek.


Renale denervatie

Eén van de eerste onderwerpen dat voorwaardelijk toegelaten is tot het basispakket, is renale denervatie bij patiënten met therapieresistente hoge bloeddruk. Pieter Doevendans (voorzitter NVVC Werkgroep Renale Denervatie) laat aan de hand van dit lopende onderzoek zien welke uitdaging ze tegenkomen:

  • de snelle ontwikkeling van devices voor renale denervatie. Inmiddels zijn 30 devices beschikbaar. En welke catheters laat je toe in het onderzoek? Een werkgroep beoordeelt op basis van een aantal criteria welke al dan niet mogen worden toegepast in het onderzoek.
  • buitenlandse onderzoeksresultaten die impact hebben op het Nederlandse onderzoek, bijvoorbeeld ‘verrassende’ resultaten van een Amerikaans onderzoek. Pieter Doevendans schetste de gevolgen die deze resultaten hebben op o.a. de inclusie van patiënten in het lopende Nederlandse onderzoek.

 
Links:

Website van Zorginstituut Nederland

Downloads:

Presentatie van Mona Wets

 

 

 

Nieuwe veelbelovende interventies

Door kosteneffectiviteitsanalyses slimmer te combineren met studies naar nieuwe medische technologieën, kan de implementatie van deze innovaties in de praktijk aanzienlijk versnellen in vergelijking met de nu gemiddeld 8-10 jaar. Dit was een van de voornaamste uitkomsten van de sessie over nieuwe veelbelovende interventies. Besproken werden de knelpunten, maar ook succesfactoren om implementatie van nieuwe technologieën te bevorderen.

Vier innovatieroutes

Charles Gimbrère, Zorginstituut Nederland en betrokken bij Zorg voor innoveren leidde de sessie. Hij presenteerde de vier innovatieroutes in de zorg. Hiervan blijkt de overheidsroute van toepassing op de twee praktijkvoorbeelden die werden gepresenteerd. Josbert Keller, AMC, deelde de succes- en faalfactoren bij de implementatie van de behandeling met donorontlasting bij patiënten met Clostridium difficile infecties. Knelpunt blijkt de beschikbaarheid van donorontlasting. Momenteel wordt in samenwerking met ZonMw een landelijke faeces-bank opgezet, waarmee men hoopt dit probleem te ondervangen. Carl Moons, UMCU, ontwikkelde de A-View® methode, als onderdeel van de Cardiac Safety Check. Hij pleitte vooral voor maatwerk van het evaluatieproces dat volledig is afgestemd op het type medische technologie, zonder dat dit de introductie en het gebruik van waardevolle technologie nodeloos afremt. Er is geen ‘one size fits all’: elk type medisch device behoeft een andere aanpak, aldus Moons.


Links:

Website - Zorg voor Innoveren

Downloads:

Presentatie van Charles Gimbrère
Presentatie van Josbert Keller 

Praktijkgericht DoelmatigheidsOnderzoek programmeren

Dirk Ruwaard, hoogleraar Public Health and Health Care Innovation van Maastricht University en voorzitter van de DO-programmacommissie sloot de dag af. Hij memoreerde de woorden uit de paneldiscussie dat we trots mogen zijn op wat bereikt is met het programma en dat we in Nederland voorop lopen als het gaat om het bespreekbaar maken van de kosten in de zorg. Tevens somde hij een aantal aanbevelingen op die hij van harte mee terugneemt naar zijn commissiewerk bij ZonMw.

Dirk Ruwaard spreekt een volle zaal toe

Van bevindingen naar implementatie

Volgens Ruwaard had één woord die dag heel vaak weerklonken: implementatie. ‘Van groot belang is dat het onderzoek nog beter dient aan te sluiten bij waar behoefte aan is in de praktijk (relevantie). Dat bevordert immers de toepassing van de uitkomsten. Het betrekken van wetenschappelijke verenigingen is dan ook in volle gang en heeft de volle aandacht. Maar ook is meer kennis nodig over mechanismen waarom (kosten-) effectief bevonden interventies uit relevant onderzoek al dan niet worden toegepast in de spreekkamer met als doel de implementatie te bevorderen. Het gedrag van professionals en patiënten laat zich nu eenmaal niet gemakkelijk veranderen, of dat nu gebeurt met belonen of straffen, de spreekwoordelijke wortel of stok. Hiervoor is er meer kwalitatief onderzoek nodig.’

"Studenten geneeskunde moeten nog beter geschoold worden om hulpvraag patiënt te verduidelijken"

Behalve RCT’s ook praktijkgericht onderzoek

‘We moeten ons niet alleen beperken tot de bekende randomised controlled trials (RCT's), maar ook willen investeren in meer praktijkgericht onderzoek. Patiënten met complexe problematiek worden immers vaak uitgesloten uit zo'n RCT, omdat zij het beeld zouden vertroebelen. In de dagelijkse praktijk hebben echter steeds meer mensen meerdere ziekten tegelijk (comorbiditeit of multimorbiditeit). Dat maakt het moeilijker om in de praktijk richtlijnen uit te voeren die gebaseerd zijn op RCT's bij ongecompliceerde patiënten.

Positie voor patiënten

'Een belangrijke boodschap van vandaag is ook: betrek patiënten erbij. ZonMw heeft in de afgelopen 15 jaar op dat punt een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Patiënten zijn steeds meer betrokken bij de opzet en uitvoering van programma's', aldus Ruwaard. ‘Ook in de spreekkamer is de positie van de patiënt aan het veranderen. De Maastrichtse hoogleraar zag hier een taak voor het onderwijs aan studenten geneeskunde, die nog beter geschoold moeten worden om het gesprek met de patiënt aan te gaan en diens hulpvraag te verduidelijken.’

Financieren onderzoek uit Shared Savings

Van belang is dat de zorg steeds doelmatiger wordt. Daarvoor is geld nodig om onderzoek te financieren. Wil het DO-programma de komende jaren blijvend inzicht verschaffen hoe we de zorg duurzaam kunnen houden dan wel verbeteren, dan moet er in geïnvesteerd willen worden. Zoals verwoord in de opdrachtbrief van VWS voor het vervolgprogramma dient de rol van andere investeerders in het programma naast VWS vergroot te worden. 'Wij hadden nog deze week een overleg met de directeur-generaal Curatieve Zorg van het ministerie van VWS die bereid is te blijven investeren in het DO-programma, mits andere partijen dat ook doen. Dan kan door het herinvesteren van besparingen extra geld beschikbaar komen voor onderzoek (Shared Savings).

Doelmatigheidsonderzoek verbreden

Ruwaard nam uit het slotdebat het pleidooi over om naast doelmatigheidsonderzoek ook onderzoek naar de organisatie van de zorg (health services research) op te zetten. Ook al is het niet aan de orde gesteld, wilde hij in aanvulling daarop tot slot ook nog het volgende kwijt: ‘het doelmatigheidsonderzoek in andere sectoren kan nog verstevigd worden, bijvoorbeeld de huisartsenzorg, de GGZ, de verpleging en verzorging. Ook daar is nog winst te boeken op het gebied van doelmatigheid en transparantie. Het huidige DO-programma concentreert zich nog vooral op de medisch specialistische zorg.’