De ZonMw-programma’s DoelmatigheidsOnderzoek en Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg richten zich achtereenvolgens op de doelmatigheid van zorginterventies en hulpmiddelen. Tijdens een informatiebijeenkomst ter gelegenheid van nieuwe subsidieoproepen is er ook veel aandacht voor een goede implementatie en de manier waarop patiëntenparticipatie kan worden vormgegeven. ‘Betrek ervaringsdeskundigen tijdig, van idee tot implementatie.’


Bij de start van de bijeenkomst over de nieuwe subsidierondes van DoelmatigheidsOnderzoek (DO) en Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg (GGH) inventariseert dagvoorzitter Bert Kuipers de achtergrond van de aanwezigen. Ongeveer een kwart bestaat uit onderzoekers (‘Leuk dat er zoveel in de zaal zijn’), een minder groot deel uit beleidsmedewerkers van landelijke organisaties, en daarna volgen zorgverleners, leveranciers en ervaringsdeskundigen.
Programmamanager ZonMw Marleen Jonker vertelt waarom de twee subsidieregelingen samen behandeld worden. Beiden richten zich op doelmatigheid. Bij GGH gaat het daarbij om bestaande en nieuwe hulpmiddelen en bij DO om zorginterventies zoals diagnostiek, therapie of een verzorgende activiteit. ‘Er is overlap tussen de criteria en voorwaarden van beide programma’s, maar er zijn ook verschillen’, zegt Marleen. ‘Dus lees de toelichting goed door.’

Presentaties van de subsidierondes

DoelmatigheidsOnderzoek: drie aandachtsgebieden



Het programma DoelmatigheidsOnderzoek, inmiddels toe aan zijn 21e ronde, ondersteunt onderzoek dat bijdraagt aan de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg.

De afgelopen tien jaar werden maar liefst 308 onderzoeksprojecten gesubsidieerd, waarvan een derde een bijdrage leverde aan een richtlijn.

Er is tien miljoen euro beschikbaar voor aanvragen vanuit zorginstellingen of onderzoeksorganisaties.

‘Samenwerking moedigen we van harte aan’, zegt ZonMw-programmamanager Anneke Middeldorp. ‘Dat begint al bij het betrekken van zorgverzekeraars en leveranciers als cofinanciers.

Portretfoto van spreker
Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Anneke somt de voorwaarden en criteria op. Er zijn drie aandachtsgebieden waarvoor geld gevraagd kan worden: een eerste effectiviteits- en kostenonderzoek, een kosteneffectiviteitsonderzoek (als de effectiviteit al gedeeltelijk is aangetoond) en kosteneffectiviteitsanalyses (geheel gericht op de kosten). Een van de criteria is doelmatigheidswinst: hoe verhoudt de interventie zich tot de standaardzorg in Nederland? Maar ook praktijkgerichtheid is belangrijk: het onderzoek moet bijvoorbeeld reageren op een behoefte uit de praktijk, goed implementeerbaar zijn en relevant voor patiënten. Anneke: ‘Betrek patiënten in alle fasen en maak ook een Nederlandse lekensamenvatting.’

‘Hoe kansrijk is je aanvraag als hij niet op de wetenschapsagenda staat?’, vraagt een onderzoeker uit de zaal. Dat is geen halszaak, zo blijkt. ‘U kunt uw aanvraag gewoon indienen, als hij goed is, maakt hij een kans.’

Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg: elkaar leren kennen

 

Het programma Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg is relatief nieuw.

Doel is het versterken van kwaliteit en doelmatigheid in de extramurale hulpmiddelenzorg. Budget: 2,1 miljoen euro.

‘Daarnaast willen we graag meer samenwerking in het veld tussen zorgprofessionals, leveranciers, hulpmiddelengebruikers en onderzoekers’, vertelt programmamanager Marleen Jonker.

Alleen onderzoeksorganisaties, zoals universiteiten en hogescholen, kunnen subsidie aanvragen ; cofinanciering is niet verplicht, ‘maar wel een mooi streven.’

Portretfoto van spreker
Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Om in aanmerking te komen moet het hulpmiddel of de hulpmiddelenzorg op weg zijn naar toelating tot het basispakket van de zorgverzekeraar en worden voorgeschreven door een specialist of arts. Net als bij DO is participatie van hulpmiddelengebruikers hier van belang, benadrukt Marleen.  ‘Betrek hen tijdig, van idee tot implementatie.’ Die focus komt ook terug in de kwaliteitscriteria. ‘Kies minimaal 1 uitkomstmaat die gericht is op het functioneren van de  hulpmiddelengebruiker en betrek daarbij ook de kwaliteit van leven als uitkomstmaat.’

Een van de toehoorders, een leverancier, vraagt of ZonMw kan bemiddelen tussen onderzoekers en leveranciers. ‘Nu we hier toch vanuit verschillende rollen bij elkaar zijn, kunnen we elkaar leren kennen.’ Jonker beaamt dat dat ook voor deze bijeenkomst een belangrijk doel is. Om dat te faciliteren is er voor de pauze dan ook een LinkedIn-netwerkmoment ingepland. Dagvoorzitter Kuipers vult aan dat hulpmiddelenveld een klein onderzoeksveld is. ‘Leveranciers vinden het vaak moeilijk om een onderzoekspartner te vinden. Daarom is samenwerking één van de doelen van dit programma.’

De andere programmaonderdelen

Zorg voor innoveren: ‘We zijn er voor iedereen’
Foto van zaal
Foto van spreker

Het relatief nieuwe ZonMw-programma Zorg voor Innoveren is geen subsidieprogramma, maar biedt praktische ondersteuning. Het programma is een samenwerking van het ministerie van VWS, NZa, ZonMw en Zorginstituut Nederland, vertelt programmamanager Anouk Ponjee. ‘We zijn een wegwijzer door het landschap van de overheid. Alle zorgvernieuwers kunnen bij ons aankloppen, zoals ondernemers, zorgprofessionals en mantelzorgers.’

Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ponjee schetst verschillende routes die kunnen helpen om een innovatie te laten landen:  de consumentenroute (als die een herkenbaar probleem oplost), de aanbiedersroute (wanneer er een economisch voordeel is), de zorgverzekeraarsroute en de overheidsroute. ‘En stel jezelf altijd de vraag: zit de patiënt wel op je mooie zorgvernieuwing te wachten? Ik zag laatst een filmpje van een oudere man met een smart vork en een smart wandelstok. Zijn kinderen stuurden hem voortdurend appjes: heb je wel genoeg gegeten, heb je wel bewogen?’ De zaal grinnikt.

Commissielid: ‘Laat je aanvraag lezen door een leek’
Portretfoto van spreker


Er komen bij ZonMw regelmatig aanvragen binnen die goede ideeën bevatten, maar slecht zijn geschreven. Dat is zonde, vindt Christianne Buskens, commissielid evaluatie en effecten van DO. Ze trakteert het publiek daarom op een stortvloed aan tips.

Begin op tijd, waarschuwt ze, want een aanvraag schrijven kost altijd meer tijd dan gedacht. ‘Schrijven doe je niet alleen. Zorg dat je de juiste mensen in je team hebt; methodische ondersteuning is echt handig, zoals een implementatiedeskundige. De aanvraag wordt dan veel doorwrochter dan als je het zelf doet.’

Net zo belangrijk is leesbaar schrijven, benadrukt ze. Vermijd vaagheden, gebruik tussenkopjes en vermijd vakjargon. ‘Laat je aanvraag lezen door een leek.’

Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ook een goede risico-inventarisatie is belangrijk. Zorgorganisaties waarmee wordt samengewerkt starten vaak later dan gepland, weet Buskens; de cofinanciering loopt vertraging op, net als de METC-procedure en de inclusie van patiënten. Houd daarom vooraf een kleine pilot om te kijken of de inclusie-inschatting realistisch is, is haar advies. Op een opmerking uit de zaal dat ziekenhuizen die deelname hebben toegezegd, toch vaak afvallen, beaamt Buskens dat. ‘Misschien scheelt het als je hele goede onderzoeker inschakelt met social skills, die langere tijd het contact weet te onderhouden.’

Foto van spreker en publiek
Implementatie: integraal benaderen
Foto van zaal
Foto van spreker

Implementatie is in alle onderzoeksfasen belangrijk, en begint al vóór de start van je project, stelt Gerjanne Vianen, implementatiespecialist bij ZonMw. ‘Daarom is het zaak om al bij het schrijven van de aanvraag na te denken over kennisbenutting.’ Koudwatervrees is een van de belemmeringen bij implementatie. Zorgprofessionals weten vaak wel wát er anders moet, maar niet hoe, aldus Vianen.

Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ZonMw heeft daarom een tool voor succesvolle implementatie opgesteld. Een van de onderdelen is het kiezen van de juiste veranderstrategie. Die kan informerend zijn, motiverend, educatief, faciliterend, markt- of patiëntgericht. ‘Vaak is het een mix daarvan’, zegt Vianen. ‘Evalueer je strategie doorlopend en betrek stakeholders.’ Ook wijst de implementatiedeskundige op de budgetimpactanalyse (BIA)-rekentool, waarmee onderzoekers kunnen berekenen of de implementatie van de interventie financierbaar is.

Bij de programma’s DO en GGH valt bij kennisbenutting in de eerste plaats te denken aan een bijdrage aan richtlijnen. ZonMw heeft met de Federatie Medisch Specialisten afgesproken dat er een digitale koppeling wordt gemaakt tussen richtlijn en het betreffende project. ‘Een arts die de richtlijn bekijkt, kan doorklikken naar het ZonMw-project.’

Ervaringsdeskundigen: ‘Inspraak levert inhoudelijk veel op’

Tijdens een paneldiscussie over patiëntenpaticipatie vertellen onderzoeker Nienke Kerver en ervaringsdeskundige Corina Bootsman over het project voor een keuzehulp bij handprothesen. ‘We zien dat mensen vaak kiezen voor de hipste prothesen, terwijl die niet altijd het beste bij hen past. Soms is een eenvoudige prothese geschikter.’ Bootsman nam deel aan een focusgroep met prothesegebruikers. Haar focusgroep controleerde bijvoorbeeld de lijst met factoren die invloed hebben op het gebruik van de prothese. Kerver: ‘We dachten dat ons overzicht compleet was, maar de focusgroep had veel aanvullingen.’ De ervaringsdeskundigen vonden het op hun beurt prettig om ervaringen uit te wisselen, vertelt Bootsman. ‘We willen graag tweemaal per jaar bijeen blijven komen.’

Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Eveneens op het podium zitten Elmar Pels, adviseur bij de Patiëntenfederatie Nederland en panellid Thijs de Neeve. De Patiëntenfederatie, die meer dan tweehonderd organisaties vertegenwoordigt, stelt per onderzoeksprogramma panels van telkens drie ervaringsdeskundigen op om onderzoeken te beoordelen op relevantie, haalbaarheid en patiëntenbelang. De beoordeling door ervaringsdeskundigen ging van start in 2015 bij de programma’s DO en GGG. Inmiddels zijn er tachtig actief, voor meerdere ZonMw-progamma’s. ‘Nieuwe panelleden worden getraind om breder te kijken dan hun eigen aandoening’, vertelt De Neeve. ‘Ook moeten ze wetenschappelijke teksten kunnen doorploeteren en tips kunnen geven hoe onderzoekers hun project relevanter kunnen maken voor de patiënt.’

De twee benadrukken dat er een groot verschil is tussen deelnemen aan een onderzoek en het beoordelen van aanvragen. ‘Wij panelleden beoordelen puur procedureel op participatie’, zegt De Neeve. ‘Dat is iets anders dan inhoudelijke patiëntenbetrokkenheid van patiënten.’ Patiëntenparticipatie moet intrinsiek gemotiveerd zijn, concluderen de twee. De Neeve. ‘Het tijdperk waarin ervaringsdeskundigen alleen hun handtekening mochten zetten, is voorbij. Dus regel die inspraak tijdig. Zie het als een kans om informatie te krijgen en tot nieuwe inzichten te komen.’

paneldiscussie
paneldiscussie
paneldiscussie
paneldiscussie

Beeldimpressie van de bijeenkomst

Wat vonden zij ervan?

Ruben Drost, universitair docent en HTA-deskundige (Universiteit Maastricht)
‘Als health technology assesment-deskundige ben ik betrokken bij de meest uiteenlopende projectaanvragen voor inhoudelijke of economische evaluatie van interventies. Dit soort sessies is voor mij heel nuttig. Het is handig om informatie te krijgen over opkomende calls, zoals over planning, voorwaarden en relevantiecriteria. Daarnaast is dit een goede gelegenheid om contacten te leggen. Ik probeer nu mijn LinkedIn-account open te stellen voor medegebruikers, zodat ik connecties kan maken. Het zou helemaal mooi zijn om tijdens dit soort bijeenkomsten een workshop aan netwerken te wijden, zodat onderzoekers, HTA-deskundigen en implementatiedeskundigen elkaar kunnen vinden. Ik vind met name Doelmatigheids-Onderzoek interessant. Zo’n groot programma biedt meer mogelijkheden, omdat economische evaluatie net iets belangrijker is. Maar ook voor GGH zie ik mogelijkheden.’

Portret
Portret

Bert Kuipers, voorzitter commissie Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg
‘Ik vond het leuk dat er hier een diverse groep aanwezig was, met meer onderzoekers dan bij de vorige GGH-ronde. DO is een redelijk bekend programma, met genoeg concurrentie onder de aanvragen, terwijl hulpmiddelen nog een relatief zwak onderzoeksveld heeft. Bij de twee subsidierondes die we tot nu toe gehad hebben, zijn alle goede aanvragen dan ook toegekend. Maar tussen goed en best zit verschil. Er zijn genoeg zorgprofessionals en leveranciers die iets willen, maar weten niet goed hoe ze dat wetenschappelijk moeten neerzetten en ze weten vaak ook niet met welke partijen dat kan. Daarom moesten we tot nu toe veel aanvragen met zwakke onderzoeksdesigns afkeuren, terwijl de ideeën daarachter soms wel goed waren. Ik hoop dus vooral dat er meer aanvragen komen. Op mijn vraag wie er een wilde indienen gingen behoorlijk wat vingers omhoog, dus dat is mooi. GGH moet bekender worden, en dat is vandaag gelukt.’

Elmar Pels, adviseur patiëntenbelang Patiëntenfederatie Nederland
‘Tijdens het onderdeel patiëntenparticipatie ontstond een levendige discussie. Kennelijk is het een thema dat leeft. Dat merk ik ook in mijn dagelijks werk. Als er een deadline aankomt van een ZonMw-subsidieronde, hoef ik niet te kijken op de website, want ik merk het aan telefoontjes en mailtjes van onderzoekers. Onderzoekers vinden het nog lastig om er handen en voeten aan te geven. Daarom zou ik willen pleiten voor meer van dit soort interacties. We zijn ooit begonnen met DO en GGG, maar inmiddels hebben we panels voor tien tot twaalf onderzoeksprogramma’s, zoals Palliantie, Gender en Gezondheid, Zwangerschap en Geboorte en Translationeel Onderzoek. We adviseren en beoordelen de patiëntenparticipatie niet alleen aan de voorkant, maar zijn nu ook begonnen met voortgangsreportages. Zo wordt ook bij lopende projecten gekeken of projectleiders de mooie woorden waarmaken. Nog meer reden voor ons om vaker bij dit soort bijeenkomsten aanwezig te zijn.’

Portret

Marleen Jonker, programmamanager, ZonMw
‘Ik hoop dat we de deelnemers geïnspireerd hebben om een aanvraag in te dienen binnen open rondes van de programma’s DO of GGH en misschien ook om met elkaar samen te werken. Doelmatigheidsonderzoek binnen het programma GGH zit nog in de startfase. Onderzoekers moeten beter bekend worden met de onderzoeksmogelijkheden op het gebied van de hulpmiddelenzorg. Omdat er bij het programma DO doorgaans veel onderzoekers naar de informatiebijeenkomsten komen, leek een gecombineerde bijeenkomst ons een goed idee. Bovendien richten beide programma’s zich op doelmatigheidsonderzoek. Mooi dat niet alleen ZonMw een verhaal hield, maar dat ook het patiëntenperspectief en de commissie vertegenwoordigd waren. Samen geven ze een geschakeerd beeld van onze programma’s. Hopelijk kunnen de deelnemers daar hun voordeel mee doen. Het eindinterview over patiëntenparticipatie vond ik leuk, omdat het met de betrokkenheid van de zaal erbij heel interactief was.’

Portret


Fotografie: Studio Oostrum
Tekst: Annette Wiesman

Meer informatie

Presentaties

Vragen

Bij vragen, mail naar doelmatigheidsonderzoek@zonmw.nl of hulpmiddelen@zonmw.nl

Subsidieoproepen

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website