Hoogconjunctuur of niet, nog altijd zitten meer dan 400.000 mensen in de bijstand en worstelen velen met een hoge schuldenlast. Volgens de Amersfoortse wethouder Cees van Eijk is dit het juiste moment om alle kennis naast elkaar te leggen om ook deze groep te helpen.

De wethouder is enthousiast over alle ontwikkelingen in de praktijk. ‘Er gebeurt zoveel goed werk met zoveel energie. Klantmanagers en andere professionals hebben enorm veel kennis en ervaring. Maar ieder doet het nog teveel op zijn of haar eigen manier. Daar moeten we wat aan doen. Die praktijkkennis moeten we boven tafel halen en combineren met wat we weten uit onderzoek.’ Daarom nodigt hij iedereen uit om naar de kennisateliers Wat werkt in mijn praktijk? te komen.

Dubbel kijken

‘Ik heb het voorrecht dat ik kan kijken met een dubbele bril’, vervolgt Van Eijk. ‘Ik ben niet alleen wethouder maar ook voorzitter van het kennisprogramma Vakkundig aan het werk. Dus ik zie wat er in de praktijk gebeurt én ik hoor over de nieuwe inzichten die kennisinstellingen ontwikkelen. Wat ik zou willen, is dat die twee bij elkaar komen. De kennis van onderzoeksbureaus is belangrijk, maar ik zeg tegen elke professional: we kunnen ook jouw slimme inzichten gebruiken. Het gaat om het combineren van alle soorten kennis die er is, zodat wij er in de lokale praktijk verder mee kunnen.’

Cees van Eijk

Cees van Eijk is wethouder sociale zaken in Amersfoort. De sociale dienst in Amersfoort werkt nauw samen met onderzoeksbureaus als TNO. ‘Wij kunnen als grote gemeente allerlei onderzoekskennis uittesten in de praktijk. Onze ervaringen kunnen wij vervolgens weer delen met kleinere gemeenten in de regio, zoals Soest en Baarn. Zo blijven we van elkaar leren.’

 

Alles uit de kast

Juist omdat we in een hoogconjunctuur zitten, is volgens Van Eijk de maatschappelijke uitdaging extra groot. De bijstand loopt langzaam leeg, maar er blijft een vaste kern over van mensen die slechts met grote inspanning weer aan het werk komen. ‘Zij hebben een hele grote afstand tot de arbeidsmarkt en zijn vaak ook niet werkfit. Dat vraagt om hele specifieke ondersteuning. We zullen juist voor de groep die nog geen passend werk kan vinden, alles uit de kast moeten halen.’

Tandje erbij

‘Dat betekent wel dat er soms een tandje bij moet’, zegt Van Eijk. ‘Door te kijken naar wát we goed doen en wáarom iets goed werkt. We moeten ons werk onderbouwen met professionals die onderling hun werkervaring vergelijken maar ook samen met kennisinstellingen kijken hoe uitkomsten van onderzoek behulpzaam kunnen zijn.’


‘We werken bij re-integratie en schulphulpverlening vaak zoals we altijd gedaan hebben of zoals we denken dat het goed is. Daar is niets mis mee. Ervaring is een belangrijke bron van kennis. Maar leg die ervaring van jou ook eens langs die van andere professionals en van onderzoekers. Kijk dan waar je samen uitkomt.’ 

In de spiegel kijken

Volgens van Eijk valt er veel te winnen als we meer van en met elkaar leren. ‘We gaan op de kennisateliers niet allerlei deskundigen uitnodigen die ons gaan vertellen hoe wij ons werk moeten doen. Of je nou wethouder bent of klantmanager, dat wil je echt niet. Wat we wel willen, is dat mensen zichzelf een spiegel voorhouden. Dat we nadenken over hoe wij ons werk doen, hoe anderen dat doen en of er onderzoekskennis is die we daarbij kunnen gebruiken.’

Weten wat zin heeft

‘Want’, zegt de wethouder, ‘er is altijd wat te halen. Bij collega’s, bij onderzoekers, maar ook bij cliëntvertegenwoordigers. We zoeken allemaal naar manieren om juist die vaste kern werkzoekenden aan een baan te helpen. Dan helpt het als je je eigen werk beter kunt onderbouwen, als je weet dat dat wat je doet ook zin heeft. Dus ik zeg, kom naar de kennisateliers. Je komt daarna beter beslagen ten ijs op je werk.’

Menu

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website