Mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt aan werk helpen, vergt extra inspanning van gemeenten. Goed contact met werkgevers is daarbij een voorwaarde. Het liefst ziet hoogleraar Roland Blonk dat er overal vernieuwende samenwerkingsprojecten ontstaan.

‘Er gebeurt al heel veel goeds hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar voor de mensen die nu nog geen werk hebben, moeten we echt inventieve aanpakken bedenken.’ Aldus Roland Blonk. Hij houdt een pleidooi voor een divers pakket aan strategieën om ook deze mensen aan een baan te helpen. ‘Want,’ zegt hij, ‘de ene werkgever is de andere niet’.

Loon naar werk of meer?

Grofweg kun je volgens Blonk drie typen werkgevers onderscheiden. Degene die het uitgangspunt hanteren van loon naar werk; werknemers leveren arbeid en worden daarvoor betaald. Niets meer, niets minder. Dan de groep werkgevers die investeert in een stabiele relatie met werknemers en streeft naar duurzame inzetbaarheid van personeel. En tot slot bedrijven met een filosofie waarin ‘people, planet en profit’ centraal staat.

Roland Blonk

Roland Blonk is bijzonder hoogleraar arbeidsdeskundigheid bij Tilburg University en principal scientist bij TNO. Hij erkent dat gemeenten momenteel voor een grote opgave staan om mensen uit de bijstand te krijgen. ‘Je zou zeggen dat met een goed draaiende economie dat juist een makkie is, maar zo werkt het niet. Mensen die eenvoudiger te plaatsen zijn, hebben inmiddels wel een baan. Juist de mensen die extra inspanning nodig hebben, zijn nu zichtbaarder dan ooit. Dat betekent dat gemeenten anders moeten gaan denken, desnoods creatief met budgetten moeten schuiven en vooral moeten zoeken naar samenwerkingsverbanden met onderwijs en bedrijfsleven.’

Tijdens het kennisatelier in Tilburg op 8 april gaat Roland Blonk dieper in op het motto ‘Ken je werkgever’.

 

Plan maken

‘Je zult moeten weten met wie je te maken hebt’, zegt Blonk. ‘Bekijk een werkgever als een klant, met wensen en ideeën. Het volstaat echt niet meer om af en toe een werkgeversontbijt te organiseren of een telefoonpanel te laten bellen met personeelsfunctionarissen om je kaartenbak met werkzoekenden te legen. Ga met werkgevers praten en bedenk samen met hen een plan. We hebben creatieve strategieën nodig.’

Rotterdamse startmotor

Zo werkt Blonk in Rotterdam-Zuid in een gezamenlijk project met Ballast Nedam en Heijmans waarin, naast de ontwikkeling van een nieuw stadscentrum, ook een sociaal programma is opgezet om meer opleidingsmogelijkheden te ontwikkelen voor praktisch opgeleide werknemers. Daar is namelijk behoefte aan. Als zij zich verder ontwikkelen en doorstromen, komt er op hun plek ruimte op de arbeidsmarkt voor werkzoekenden zonder ervaring. Blonk: ‘We zijn net begonnen en werken daarbij samen met werkgevers, de gemeente, maar ook ROC’s om opleidingen ‘op maat’ te bieden.’


‘In Lelystad hebben we samen met het Werkbedrijf en de gemeente de Nieuwe Banenmethodiek opgezet. Bedrijven die daaraan meewerken, maken een inschatting van hun groeiverwachting voor de komende jaren. Op basis daarvan kunnen ze kijken hoeveel extra personeel er in de toekomst nodig is. Gemeenten en scholen zorgen er vervolgens voor dat die mensen op het juist moment, met het juiste diploma op zak, klaarstaan.’

TOP Talentontwikkeling in de Praktijk

Een ander voorbeeld dat Blonk onderzoekt, wederom in Rotterdam, is de TOP-Academie voor jongeren uit het speciaal- en praktijkonderwijs. Bedrijven en scholen ontwikkelen samen een onderwijsprogramma en lesmateriaal waardoor lessen afgestemd zijn op de wensen en behoeften van het bedrijf en de branche. De school en bedrijf monitoren wat de leerlingen wel en niet leren en organiseren onderwijs in het bedrijf om te zorgen dat de jongeren én een volwaardig diploma halen én kunnen werken. ‘Ook zo’n project krijg je niet zonder slag of stoot van de grond’, zegt Blonk. ‘Gemeente, bedrijven en onderwijs moeten hier echt in willen investeren.’

Blijven leren

Natuurlijk lukt het niet altijd om dergelijke projecten tot een succes te maken. ‘Ook als het niet goed gaat, kun je daarvan leren’, zegt Blonk. ‘Soms werkt de context niet mee, verandert het toekomstperspectief in een bepaalde bedrijfstak of loop je tegen wettelijke of financiële  kaders op. Maar je moet creatief blijven. Kansen zoeken. De meeste werkgevers denken niet alleen aan winstmarges. Ze willen ook graag dat hun mensen met plezier naar hun werk komen en dat het bedrijf een goede naam opbouwt.’

Menu

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website