Op 30 november 2022 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan ZonMw de opdracht gegeven om te zorgen dat het landelijk dekkende netwerk van regionale consortia zwangerschap en geboorte en het overkoepelende Netwerk Regionale Consortia Geboortezorg (NRCG) tenminste tot 2026 wordt gecontinueerd.

Bovendien heeft het ministerie aangegeven toe te willen werken naar structurele borging van de regionale consortia en het NRCG als onderdeel van de organisatie van de geboortezorg. Dit artikel gaat over deze regionale consortia, die een sleutelrol vervullen in de kennisontwikkeling en kwaliteitsbevordering van de geboortezorg in Nederland. Verschillende betrokken partijen vertellen over het belang van onderzoek en implementatie in de regio's en de rol van de regionale consortia hierin.

De zeven regionale consortia geboortezorg zijn ontstaan vanuit het ZonMw programma Zwangerschap en Geboorte. Ze maken onderdeel uit van de brede inspanningen die werden ingezet nadat in 2008 geconstateerd werd dat de sterftecijfers van de Nederlandse geboortezorg achterbleven bij omringende landen. Deze regionale consortia vormen sinds 2012 een multidisciplinaire kennisinfrastructuur in de regio waarin de verschillende geboortezorgprofessionals en de jeugdgezondheidszorg samen werken aan onderzoek en het verbeteren van de kwaliteit van zorg.

Regionale consortia

De geboortezorg in Nederland is georganiseerd in verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV's) en Integrale Geboortezorg Organisaties (IGO’s), waarbinnen onder meer verloskundigen, medisch specialisten (gynaecologen en kinderartsen) en kraamzorgorganisaties samenwerken. Er zijn 71 VSV’s en IGO’s, dus de regio van een regionaal consortium omvat meerdere van deze VSV’s en IGO’s.  Elk consortium houdt zich bezig met het verzamelen van onderzoeksvragen, het verspreiden van kennis, het verbinden van onderzoek, praktijk en beleid. In de afgelopen tijd is de onderlinge afstemming tussen de regio's versterkt door de vorming van het Netwerk Regionale Consortia Geboortezorg (NRCG). Door regelmatig overleg en nauwe samenwerking tussen de coördinatoren van de regionale consortia is het gemakkelijker om gezamenlijk onderzoeksprojecten uit te voeren en nieuwe kennis in de regio's te verspreiden en te implementeren.

Wezenlijke rol

Met het besluit om de financiering van de regionale consortia en het NRCG voort te zetten, blijft een structuur behouden die volgens alle betrokkenen van groot belang is voor de kwaliteit van de geboortezorg. In de woorden van Eline Huisman, beleidsmedewerker curatieve zorg bij het ministerie van VWS: 'De regionale consortia spelen een wezenlijke rol in het bevorderen van de kwaliteit van de geboortezorg en fungeren daarbij als sterk netwerk regionaal en nationaal. Vanuit VWS stimuleren we dit graag en werken we aan het verder vormgeven van het geboortezorglandschap met bijbehorende functies, zoals die van de regionale consortia en het NRCG.'

Geïnterviewden

Voor dit artikel spraken we met partijen die op verschillende manieren betrokken zijn en een rol hebben bij de geboortezorg in Nederland en vroegen naar hun visie op de regionale consortia en het NRCG.

Hanneke Torij, Lector Verloskunde en Geboortezorg en voorzitter NRCG

De regionale consortia werken lokaal, in de regio en landelijk samen aan het genereren en implementeren van kennis en tools. Hanneke Torij, voorzitter van het NCRG: 'Het gaat om onderzoek waarin alle betrokken partijen veelal al vanaf de opzet van het onderzoek met elkaar samenwerken: aanstaande ouders, professionals, onderzoekers, maar bijvoorbeeld ook studenten of gemeentelijke coalities voor Kansrijke Start. Door die samenwerking is het implementeren van onderzoeksresultaten ook veel leuker en succesvoller.’

Hanneke Torij
'Continu weten welke kennisbehoefte bestaat en van daaruit samen nieuwe kennis en tools ontwikkelen‘

De consortia staan in de regio in verbinding met geboortezorgprofessionals, kennisinstellingen, organisaties zoals gemeenten, Regionale Ondersteunings Structuren, jeugdgezondheidszorg en Veilig Thuis en met aanstaande ouders. Daarbij wordt continu gekeken wat de kennisbehoefte is en werkt men voortdurend samen aan nieuwe kennisontwikkeling. De regionale consortia ontwikkelen ook gereedschappen om kennis in de praktijk te laten landen. Verspreiding en implementatie van kennis en tools gebeurt bijvoorbeeld via webinars, richtlijnontwikkeling en filmpjes. Torij, die ook lector verloskunde en geboortezorg is bij Hogeschool Rotterdam: ‘Het gaat erom dat je zorgt dat kennis leidt tot kwaliteitsverbetering in de praktijk. Ook het proces van gezamenlijke kennisontwikkeling draagt al sterk bij aan inzicht en kwaliteit. Daarom is het zo belangrijk om vanaf het begin de professionals uit de praktijk en de (aanstaande) ouders nauw te betrekken.

Torij: ’Het gaat ook om het netwerk dat je met elkaar hebt lokaal en in de regio. Dat je elkaar en elkaars expertise kent en weet te vinden. Juist bij het verbinden van lokale en regionale netwerken, samenwerken aan kennisontwikkeling en het verspreiden en implementeren van kennis en tools, spelen de regionale consortia een sleutelrol. En de brug van en naar landelijk is nu goed geborgd binnen het NRCG.'

Overkoepelende thema's

De landelijke samenwerking binnen het NCRG versterkt volgens Torij de slagkracht van de regionale consortia, met name bij het verbeteren van de kwaliteit van de zorg. 'Doordat we stevig verankerd zijn in de regio’s weten we goed wat daar speelt. En doordat we landelijk nauw samenwerken, juist ook met andere partijen, kunnen we breder verbinden en dwarsverbanden leggen rond kennisontwikkeling en kunnen we van en met elkaar leren en verbeteren. Het NCRG heeft daaruit bijvoorbeeld vier overkoepelende thema's gedefinieerd die overal van belang zijn voor de kwaliteit van de geboortezorg: kansrijke start, waardegedreven zorg, capaciteit en cliëntparticipatie.

Uitwisseling

Dankzij de landelijke samenwerking groeit ook de samenwerking in onderzoeksprojecten, bijvoorbeeld binnen het ZonMw programma Zwangerschap en geboorte. Torij: 'We trekken ook steeds meer gezamenlijk op bij onderzoeksaanvragen en in onderzoeksprojecten. En dankzij de structurele samenwerking kunnen we ook voor anderen meer betekenen. Zo hebben we onlangs een landelijke webinar georganiseerd over Waardegedreven zorg waarbij nieuwe ontwikkelingen, onderzoeksuitkomsten en regionale best practices werden gepresenteerd. Een ander voorbeeld is een bijeenkomst over geelzucht bij pasgeborenen in Midden-Nederland waarbij we als NRCG de link konden leggen met een onderzoek dat loopt in de regio’s Zuidwest Nederland en Noord Nederland, waarin baby's met geelzucht thuis worden gemonitord. Dat leverde die dag een extra spreker en nog meer actuele kennis op. Zo breng je samen de geboortezorg verder.'

Erik Hallensleben, gynaecoloog en voorzitter van de Federatie van VSV’s

In de verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV's) staan onderlinge samenwerking en de belangen van (toekomstige) moeder en kind centraal. Daarom neemt de Federatie van VSV's het voortouw bij het verbeteren van de kwaliteit van de geboortezorg. De regionale consortia, met hun sterke infrastructuur op het gebied van onderzoek en implementatie, kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Zo kan op termijn ook hun voortbestaan worden geborgd, aldus federatievoorzitter Eric Hallensleben.

Eric Hallensleben
'De regionale consortia zijn essentieel voor het kwaliteitsbeleid'

Kwaliteit is volgens Hallensleben een integraal onderdeel van een verloskundig samenwerkingsverband (VSV): 'Je wilt dat de cijfers kloppen, je wilt transparant zijn, verantwoording kunnen afleggen aan de samenleving en aan de zorgverzekeraar.  En het is belangrijk om een Plan-Do-Check-Act kwaliteitscyclus te hebben.' In dat streven naar kwaliteit kunnen de regionale consortia een belangrijke rol spelen. Hallensleben: 'Zij houden voeling met wat er leeft in hun regio en hebben goed zicht op eventuele knelpunten en relevante onderzoeksvragen in de praktijk. Onze federatie is daarom deze zomer een strategische samenwerking aangegaan met het Netwerk Regionale Consortia Geboortezorg. Samen willen wij in de VSV's een kwaliteitscyclus opzetten.' De regionale consortia worden in de regio het aanspreekpunt op het gebied van kwaliteit.

Gezamenlijke kennisagenda

'Als je vraagstellingen oppakt die aangedragen worden door mensen uit de praktijk, is de kans dat de resultaten geïmplementeerd worden ook veel groter', aldus Hallensleben. De federatie en de regionale consortia en NRCG brengen daarom momenteel samen de kennisbehoeften van de VSV’s in kaart, als basis voor een gezamenlijke kennisagenda. Hallensleben: 'Het is fijn dat zij nu voor de komende jaren gefinancierd worden, dat geeft ons de tijd om te werken aan het verankeren van de consortia in het kwaliteitsbeleid van de VSV’s. Op termijn denk ik dat de regionale consortia, de basis onder het kwaliteitsbeleid, uit de reguliere financiering van de zorg betaald moeten worden. Subsidies zijn een zeer nuttig instrument voor incidentele financiering, bijvoorbeeld onderzoeksprojecten om concrete vragen te beantwoorden, maar niet voor iets dat structureel onderdeel uitmaakt van integrale geboortezorg.'

Marlies Buurman, bestuurssecretaris en Caroline van Weert, senior beleidsadviseur bij CPZ

In het College Perinatale Zorg (CPZ) werken partijen samen aan een goede geboortezorg: zorgverleners, cliënten, zorgverzekeraars. Door te signaleren, agenderen, faciliteren, coördineren en door kennis beschikbaar te stellen, werkt het CPZ aan kwaliteitsverbetering, samen met veel partijen zoals de Federatie van VSV's en het NCRG.

Caroline van Weert en Marlies Buurman
'Consortia dragen bij aan betere onderlinge afstemming'

'Voor integrale geboortezorg van goede kwaliteit zijn kennisontwikkeling en implementatie natuurlijk cruciaal', zegt Marlies Buurman, bestuurssecretaris en senior beleidsadviseur preventie bij CPZ. 'Wij vinden het daarom een goede zaak dat de regionale consortia en het landelijke Netwerk Regionale Consortia Geboortezorg (NRCG) gefinancierd worden en dat er wordt toegewerkt naar structurele financiering, zodat ze de tijd hebben om te werken aan een duurzame vorm waarin zij kunnen blijven bestaan.'

Meer eenheid

'Het is mooi dat de regionale consortia ook onderling goed samenwerken', zegt Caroline van Weert, senior beleidsadviseur bij CPZ op het gebied van kwaliteit en cliëntenparticipatie. 'Zij vormen zo een belangrijke schakel tussen het landelijke niveau en de regio's. Er zijn natuurlijk regionale verschillen in de geboortezorg in Nederland. De Zorgstandaard Integrale Geboortezorg houdt rekening met die verschillen. Aan de andere kant is het ook wel gewenst dat er meer eenheid komt. De Zorgstandaard Integrale Geboortezorg is, met ondersteuning van het CPZ, opgesteld door zorgverleners, zorgverzekeraars en cliënten (tripartite partijen) en wordt nu landelijk geïmplementeerd. Regionaal maatwerk is daarbij het uitgangspunt. Elke regio stelt zijn eigen zorgpaden op, maar daardoor ontstaan er ook wel grote verschillen tussen regio’s.' Buurman: 'Enige standaardisatie is ook gewenst, ook om beter te kunnen leren en verbeteren vanuit de vergelijking met elkaar. Het gaat om de vertaalslag van landelijk naar regionaal en lokaal en omgekeerd om het bottom up bijdragen aan het grotere geheel.
Daarom is het ook een goede zaak dat het NRCG op landelijk niveau een duidelijke stem heeft gekregen heeft en als aanspreekpunt kan fungeren.'

Samen optrekken

‘Op een aantal thema’s trekken we al veel samen op met de regionale consortia en het NRCG’, vervolgt Buurman. Voorbeelden daarvan zijn Kansrijke Start, capaciteitsproblematiek en waardegedreven zorg. ‘We zoeken steeds meer de verbinding op met elkaar, om elk vanuit de eigen rol en taak het veld op een coherente manier te informeren en te luisteren naar de kennisbehoefte in het veld. Doordat onze focus vooral landelijk ligt is die samenwerking met de regionale consortia heel vruchtbaar. Zij zijn goed verankerd in de regio’s, waardoor zij onze landelijke inspanningen enorm kunnen versterken. Die synergie hopen we in de komende jaren nog verder uit te bouwen, in het belang van hoogwaardige geboortezorg in Nederland.'

Angela Uijtdewilligen, programmamanager Kansrijke Start bij het ministerie van VWS

De eerste 1000 dagen van een mensenleven bepalen in belangrijke mate de lichamelijke en geestelijke gezondheid en het functioneren in de rest van het leven. Het Actieprogramma Kansrijke Start van het ministerie van VWS is erop gericht om te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen een goed begin van hun leven hebben, juist ook kinderen die in een kwetsbare situatie geboren worden. Op gemeenteniveau zijn lokale coalities gesmeed, waarin goede dwarsverbanden bestaan tussen zorg en het sociale domein.

Angela Uijtdewilligen
'Consortia kunnen helpen om Kansrijke Start op langere termijn te borgen'

'We hebben samen met Pharos in de afgelopen jaren veel opgebouwd en we mogen gelukkig in deze kabinetsperiode verder bouwen', zegt Angela Uijtdewilligen, programmamanager Kansrijke Start bij het ministerie van VWS. 'Maar we denken nu al na over hoe we die verworvenheden, die kennis en ervaring, kunnen borgen voor de toekomst en hoe het interactief blijft. Dat er nog steeds een plek is waar kennisvragen uit de praktijk besproken en opgepakt kunnen worden. De regionale consortia kunnen daarin een belangrijke rol spelen.'

Er zijn nu 275 lokale coalities binnen Kansrijke Start, Uijtdewilligen en haar collega's hebben de opdracht om dat aantal uit te breiden naar alle gemeenten, zodat een landelijk dekkend geheel ontstaat. Niet alle organisaties die van belang zijn voor de geboortezorg zijn echter in staat om aan te haken bij elke lokale coalitie. De zeven regionale consortia zouden een verbindende factor binnen de regio kunnen zijn, die de kennisvragen en bijbehorende oplossingen van verschillende coalities binnen de regio bundelt. 'We zijn daarover met de regionale consortia in gesprek, wat hun rol kan zijn.'

Voor de conceptie

Een andere nieuwe ontwikkeling binnen Kansrijke Start is het verstrekken van voorlichting aan mensen over het belang van een goede gezondheid en leefstijl voorafgaand aan de zwangerschap. Ook daar is kennis van belang. 'Ik ben heel blij dat de regionale consortia voor de komende jaren blijven bestaan, zodat zij kunnen bijdragen aan het opbouwen van een lerende infrastructuur voor Kansrijke Start. En dat ze ook een rol kunnen spelen bij het implementeren van bestaande kennis. Er is zoveel dat we al wel weten, maar dat onvoldoende in de praktijk wordt gebracht.'

Krista Okma, programmamanager Kansrijke Start bij Pharos

Het landelijk expertisecentrum Pharos draagt bij aan het terugdringen van grote gezondheidsverschillen. Vanuit die achtergrond is Pharos betrokken bij het opzetten van lokale coalities in het kader van Kansrijke Start. De adviseurs van Pharos ondersteunen gemeenten daarbij en richten zich op een goede aansluiting bij de lokale situatie.

Krista Okma
'Er mag meer aandacht komen voor de implementatie van bestaande kennis'

'Er zijn op het gebied van de kansrijke start nog veel openstaande vragen, dus ik zie ook nog flink wat onbenut potentieel', zegt Krista Okma, programmamanager Kansrijke Start bij Pharos. 'Maar ik zie ook dat de regionale consortia al heel wat bijdragen. Uit mijn team hoor ik dat er op meerdere plekken een goede verbinding is tussen de regionale consortia en de Kansrijke Start coalities, waarbij de rol van de consortia verschillende vormen kan aannemen. Soms hebben ze een adviserende rol, bijvoorbeeld bij het inrichten van zorgpaden, soms organiseren ze webinars om kennis over te dragen. In één regio begeleiden ze een proces voor een betere aanpak van taalbarrières. Dus er gebeuren goede dingen, maar ik denk dat de algemene rol van kennisbehoeften inventariseren en kennis aanleveren verder versterkt mag worden.'

Implementatie

'We doen ontzettend veel onderzoek in Nederland', zegt Okma, 'maar het lukt niet altijd om die resultaten te laten landen in de praktijk. Er is behoefte aan meer "hapklare brokken", vuistregels, tools. Praktijkmensen gaan geen dikke rapporten lezen. Soms is een simpel bureaukaartje de beste manier om innovatie door te voeren. Dus we moeten meer doen dan alleen nieuwe kennis toevoegen, maar vooral veel aandacht besteden aan implementatie. Het nieuwe overheidsbeleid op het gebied van preventie biedt veel kansen, ook voor de regionale consortia. Maar uiteindelijk zijn die consortia natuurlijk geen doel op zich, het gaat erom dat de praktijk verbetert.'

Colofon

Tekstschrijver: Pieter van Megchelen
Beeld: Rob ter Bekke

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website