Preventieve interventies zijn nodig om te voorkomen dat mensen ziek worden en om te bevorderen dat zij mee blijven doen in de samenleving. Wat kan EHealth hier aan bijdragen? En hoe kan de waarde hiervan het best worden onderzocht? Op 2 juli wisselden een aantal deskundigen hierover met elkaar van gedachten.

We staan voor grote uitdagingen op het gebied van preventie. Als gevolg van welvaart en demografische ontwikkelingen neemt het aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen toe. Preventieve interventies zijn nodig om te voorkomen dat mensen ziek worden en om te bevorderen dat zij mee blijven doen in de samenleving. Preventie is ook nodig om het stelsel betaalbaar te houden.

De bijdrage van eHealth

EHealth kan in die context waarschijnlijk een bijdrage leveren, maar het is zeker niet alles goud wat er blinkt in de wereld van apps en internettoepassingen. Hoe kan de waarde van een preventieve eHealth toepassing het best worden onderzocht? In hoeverre is de evaluatie van (preventieve) eHealth wezenlijk anders dan evaluatie van reguliere preventie en zorg? Welke specifieke methodologische uitdagingen zijn er en hoe pakken we die aan? Hoe bereiken preventieve eHealth toepassingen de groepen met de grootste gezondheidsachterstand?  

Groot aantal deskundigen bij elkaar

Deze en andere vragen stonden centraal tijdens een werkconferentie op dinsdag 2 juli in Utrecht, waar deskundigen op het gebied van preventie en eHealth van gedachten wisselden tegen de achtergrond van een programmeringsvraag van VWS aan ZonMw op het gebied van eHealth en preventie.

Ehealth is het gebruik van software technologie om de gezondheid te verbeteren (Health Deal Stimulering gezondheid door persoonlijke preventie via e-health, 2018)


Kennisagenda Preventie

“De ontwikkeling, toepassing en evaluatie van eHealth voor preventieve doelen vraagt om een gedegen wetenschappelijke onderbouwing. Gezien de snelheid waarmee nieuwe technologie, zoals medische apps en self-monitoring apparaten op de markt komen, is daarbij een methodologie nodig die met een korte doorlooptijd toch betrouwbare resultaten oplevert. Bij al deze nieuwe ICT-toepassingen is ook de vraag aan de orde in hoeverre de kwetsbare groepen (lage SES, culturele en levensbeschouwelijke minderheden, kinderen en ouderen) voldoende in beeld zijn.”

Bekijk de Kennisagenda Preventie - Nationale Wetenschapsagenda route Gezondheidszorgonderzoek, preventie en behandeling, Maart 2018, NFU

EHealth en preventie: een combinatie van uitdagingen

‘Onderzoek naar preventie en onderzoek naar eHealth is allebei een uitdaging, onderzoek naar de combinatie is heel complex’. Dagvoorzitter prof. dr. Erik Buskens zette in zijn welkomstwoord de toon van de bijeenkomst.

Prof. dr. Erik Buskens (Medical Technology Assessment, Rijksuniversiteit Groningen)

Tegelijkertijd maakte hij duidelijk hoe belangrijk het is om deze combinatie van uitdagingen aan te gaan. Preventie en public health zijn van groot belang, vooral tegen de achtergrond van een verouderende bevolking en een gezondheidszorg die steeds meer onder druk komt te staan door personeelstekorten en stijgende kosten.

Methodologie: lessen uit het ‘living lab’

‘Van de naar schatting 300.000 eHealth apps is slechts een heel klein deel ooit onderzocht op effectiviteit’ aldus prof. dr. Niels Chavannes. Het Nationale eHealth Living Lab (NeLL) probeert hier verandering in te brengen, door samen met ontwikkelaars, behandelaars en met name ook gebruikers te kijken naar de bruikbaarheid en effectiviteit van eHealth toepassingen.

Prof. dr. Niels Chavannes, huisarts en hoogleraar eHealth in disease management in Leiden

Initiatiefnemer prof. dr. Niels Chavannes: ‘De kracht van NeLL is dat het een samenwerkingsverband is van veel verschillende kennisinstellingen en dat we samenwerken met het expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos, om te zorgen dat eHealth toepassingen voor iedereen geschikt zijn, niet alleen voor hoogopgeleiden.’

EHealth en gewone preventie: overeenkomsten en verschillen

‘Preventieve eHealth toepassingen vallen, net als andere inspanningen op het gebied van preventie, ten dele onder public health, maar voor een aanzienlijk deel ook onder verzekerde zorg’, aldus dr. Hans Ossebaard. Geïndiceerde preventie en zorggerelateerde preventie vormen immers onderdeel van goede medische zorg en maken deel uit van vrijwel alle richtlijnen en standaarden.

Dr. Hans Ossebaard van het Zorginstituut Nederland (ZIN)

Dr. Hans Ossebaard ging met name in op die raakvlakken tussen zorg en preventie en tussen klassieke zorgverlening en eHealth, vanuit het perspectief van financiering en evaluatie.

Evidence based eHealth – een uitdaging met vele vragen

Kan de evidence based medicine (EBM) benadering worden toegepast bij de evaluatie van preventieve eHealth toepassingen? Die vraag stond centraal in de voordracht van huisarts en klinisch epidemioloog prof. dr. Pim Assendelft uit Nijmegen.

Prof. dr. Pim Assendelft, huisarts en klinisch epidemioloog, Nijmegen

Hoewel ‘klassieke’ EBM is ontwikkeld voor interventies die ‘af’ zijn, is de EBM manier van denken voor innovaties nog steeds relevant. Zo moeten net als bij een klassieke interventie zowel de voor- als de nadelen onderzocht worden en is het nodig om ook de data mee te nemen over de personen die niet worden bereikt.

Keurmerk voor gezondheidsapps: GGD AppStore

Om Nederlandse gebruikers meer zicht te geven op de kwaliteit en de privacyaspecten van apps op het gebied van gezondheid, werd vanuit de 25 Nederlandse GGD'en en GGD-GHOR Nederland de GGD AppStore opgezet. Petra van Tiggelen en Monique Westerlaken praten je bij.

Petra van Tiggelen, GGD Amsterdam en Monique Westerlaken, GGD Regio Utrecht.
Bekijk de GGD appstore op www.ggdappstore.nl.

De apps die worden aanbevolen op www.ggdappstore.nl zijn in elk geval goed theoretisch onderbouwd en ook de privacy van gebruikers is gegarandeerd. Dat bleek uit de presentatie van twee initiatiefnemers: Petra van Tiggelen, Programmamanager digitale zorginnovaties bij GGD Amsterdam en Monique Westerlaken Afdelingsmanager Utrecht West bij GGD Regio Utrecht.

Wat is passend bewijs? (werkgroepen)

Bij de vraag wat de beste uitkomstmaten zijn om de effectiviteit van preventieve eHealth applicaties te meten, komen al snel veel andere vragen boven. Genoeg stof dus voor een zeer levendige discussie, die plaatsvond tijdens de eerste ronde van werkgroepen.

Gaat het alleen om de effectiviteit van de toepassing, of ook om de mate waarin deze geaccepteerd en gebruikt wordt? In welke (sub)groepen wordt het effect gemeten? Is dat dan te generaliseren naar andere groepen en zelfs naar eventuele toepassing in het buitenland? Genoeg stof dus voor een zeer levendige discussie, die plaatsvond tijdens de eerste ronde van werkgroepen.

We geven hier puntsgewijs de belangrijkste opmerkingen en aanbevelingen weer.

GGZ: Digitale fenotypering als uitdaging van de toekomst

De ggz loopt voorop in de toepassing van evidence-based eHealth. Met name op het gebied van internet applicaties voor diagnostiek en therapie zijn er inmiddels heel wat goed onderbouwde interventies beschikbaar voor aandoeningen zoals depressie, angststoornissen en posttraumatische stressstoornis.

Prof. dr. Heleen Riper, hoogleraar e-mental health in het VU

De ontwikkeling en validering van apps moet nog verder op gang komen. Ook is er behoefte aan een sterkere wisselwerking tussen academische en commerciële ontwikkelaars. Dat bleek uit de voordracht van prof. dr. Heleen Riper, hoogleraar e-mental health in het VU (EMGO instituut) in Amsterdam. Zelf is zij ook zeer geïnteresseerd in de inputkant: “wat zeggen de data die onze omgang met telefoons en tablets opleveren over onze geestelijke gezondheid”?

Een alternatief: vergelijkende studies in een cohort

Effectiviteitsonderzoek op het gebied van eHealth kan om verschillende redenen frustrerend zijn. De techniek kan al verouderd zijn op het moment dat de studie halverwege is. Bovendien zouden ontwikkelaars van een eHealth applicatie graag herhaaldelijk een effectiviteitsmeting doen, om in een iteratief (herhaalbaar) ontwikkelproces stappen richting verbetering te zetten.

Het cohort multiple Randomised Controlled Trial (cmRCT) ontwerp maakt dit mogelijk, vertelde Stephanie Jansen – Kosterink.

Stephanie Jansen – Kosterink (Roessingh Research and Development)

Evalueren van principes, niet de exacte uitvoering

Voor de ontwikkeling van eHealth toepassingen zijn twee dingen belangrijk: snelheid en cocreatie. Klassieke onderzoeksmethoden kosten vaak veel tijd en gaan bovendien uit van een door experts uitontwikkelde interventie, die ‘alleen nog maar’ in de praktijk getoetst hoeft te worden.

Prof. dr. Manuela Joore beschreef een andere aanpak, waarin niet de uiteindelijke interventie, maar het principe er achter centraal staat: Trials of Intervention Principles.

Prof. dr. Manuela Joore, HTA and decision making, Universiteit Maastricht

Preventieve eHealth als methodologische uitdaging (werkgroepen)

Om preventieve eHealth toepassingen te ontwikkelen en te evalueren, is een kritische blik op het methodologische instrumentarium een belangrijke eerste stap. In veel gevallen zal iets anders nodig zijn dan de klassieke gerandomiseerde klinische studie, maar liefst wel een methode die een vergelijkbaar niveau van betrouwbaarheid heeft.

Er is ruimte nodig voor methodologische ontwikkeling en voor het ijken van een of meer nieuwe evaluatiemethoden. Dat bleek tijdens de zeer levendige discussies in de laatste ronde van de bijeenkomst.

We geven hier puntsgewijs de belangrijkste opmerkingen en aanbevelingen weer.

Basis om op voort te bouwen

In zijn afsluitende woorden stelde voorzitter Buskens vast dat er belangrijke vragen en suggesties naar voren waren gekomen, die stof tot nadenken geven voor ZonMw, maar ook voor bijvoorbeeld het ministerie van VWS en het RIVM. ‘Het veld wil heel graag aan de slag, er liggen vanuit de Kennisagenda Preventie interessante vragen, ook de VSNU is al ver met haar gedachtevorming over de digitale samenleving, dus er ligt een stevige basis om op voort te bouwen.’

Een ZonMw programma zou zich volgens Buskens en onder andere moeten richten op het neerzetten van een of meer overtuigende voorbeelden van methodologische benaderingen die aansluiten bij de praktische behoeften in de praktijk. Zo kan er ook weer inspiratie ontstaan voor toekomstig onderzoek, waarmee het veld verder groeit. Buskens sprak ook de hoop uit dat bij een volgende bijeenkomst ook burgers en patiënten tot de genodigden zouden behoren.

Verder lezen

Colofon:

Tekstschrijver: Pieter van Megchelen
Redactie: Caroline van der Horst/ Dorien Plaat-Poirters/ Marja Westhoff

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website