De vierde fase van het programma InZicht loopt af. In het eerste deel van de evaluatie wordt een beschrijving gegeven van de resultaten die de vierde fase van InZicht heeft opgeleverd. Ook wordt geëvalueerd in welke mate de doelen die aan het begin van de vierde fase zijn gesteld, ook daadwerkelijk zijn behaald.

Inhoud

Doel van de evaluatie

In het eerste deel van de evaluatie wordt een beschrijving gegeven van de resultaten die de vierde fase van InZicht heeft opgeleverd. Ook wordt geëvalueerd in welke mate de doelen die aan het begin van de vierde fase zijn gesteld, ook daadwerkelijk zijn behaald.

Dit deel vertolkt de visie van de stuurgroep van InZicht. De conclusies van het eerste deel van de evaluatie dienen vervolgens als input voor het tweede deel, waarin externen de vierde fase van InZicht evalueren.

Over InZicht

De naam ‘InZicht’ wordt in het dagelijks spraakgebruik vooral gebruikt voor het onderzoeksprogramma InZicht. Dit onderzoeksprogramma wordt gefinancierd door de Stichting InZicht. In deze evaluatie wordt doorgaans gesproken over het (onderzoeks)programma InZicht. Ook wordt alleen de term ‘InZicht’ gebruikt. Dan zal uit de context blijken of dit duidt op de stichting of op het onderzoeksprogramma.

Geschiedenis van InZicht

De Stichting InZicht is in 1998 opgericht door acht instellingen voor hulpverlening, revalidatie, zorg, arbeid en onderwijs voor mensen met een visuele of meervoudige beperking. Door fusies zijn er nu nog drie over: Koninklijke Visio, Bartiméus en Robert Coppes Stichting (RCS).

Lees meer over de geschiedenis van InZicht
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanaf de oprichting van de Stichting InZicht is het doel geweest onderzoek te financieren dat binnen korte tijd de kwaliteit van zorg zou moeten ondersteunen en/of verbeteren. Verder wilde men dat het onderzoek van internationale wetenschappelijke kwaliteit zou zijn.

Voor de kwaliteitsbewaking werd gekeken naar modellen van NWO (gebied medische wetenschappen). Voor de link met de praktijk werd gekeken naar bestaande  samenwerkingsrelaties tussen de onderzoek- en onderwijsafdelingen van de zorginstellingen en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek.

Uitgangspunten waren verder dat het bestuur van InZicht een onafhankelijke voorzitter diende te hebben, dat de kwaliteit van het onderzoek onafhankelijk van de directies en besturen van de instellingen beoordeeld zou moeten worden en dat de bevindingen van de projecten aan alle instellingen binnen het visuele veld ten goede zouden moeten komen. Vanuit deze gedachte is InZicht opgericht en het secretariaat ondergebracht bij het gebied Medische Wetenschappen bij NWO, dat later overgegaan is naar ZonMw.

De uitvoering van het onderzoeksprogramma InZicht gebeurt in fases van telkens vier jaar. Aan het einde van elke fase vindt een evaluatie plaats. Op basis daarvan volgt een besluit over het vervolg van het programma: komt er een volgende fase, en zo ja, met welke focus en met hoeveel financiële middelen. In een programmatekst wordt het beleid van een fase vastgelegd en gekoppeld aan een begroting. 

Organisatiestructuur

De hoofdfinancier en opdrachtgever voor dit onderzoeksprogramma is Stichting InZicht.

Het bestuur van de stichting wordt gevormd vanuit twee instellingen voor revalidatie, zorg, arbeid en onderwijs van mensen met een visuele of meervoudige beperking (Bartiméus en Koninklijke Visio) en een onafhankelijk voorzitter. Het bestuur is eindverantwoordelijk voor het beleid en de resultaten van het onderzoeksprogramma InZicht op korte en lange termijn. De Robert Coppes Stichting (RCS) is niet vertegenwoordigd in het bestuur, maar het onderzoeksprogramma beoogt wel ook voor de RCS en haar doelgroep te werken.

InZicht kent daarnaast een stuurgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van zorginstellingen, belangenbehartigers van cliënten, onderzoekers uit wetenschappelijke instellingen en een onafhankelijk voorzitter. De stuurgroep is verantwoordelijk voor het opzetten, uitvoeren en evalueren van het onderzoeksprogramma. Bij de beoordeling van de onderzoeksaanvragen wordt de stuurgroep geadviseerd door een cliëntenpanel.

Lees meer over de samenstelling, taken en werkwijze van de stuurgroep
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De samenstelling, taken, en werkwijze van de stuurgroep zijn, samen met vele andere zaken, geregeld in een reglement. Tijdens de vierde fase is een reglement opgesteld.

Gebleken was dat er geen actueel reglement voorhanden was op het moment dat de vraag opkwam of een stuurgroeplid vanuit de wetenschappelijke delegatie tevens werkzaam kon zijn bij een van de instellingen. In samenspraak met de stuurgroep en bestuur, en ondersteund door een jurist, heeft het secretariaat een reglement opgesteld.

Het programmasecretariaat is belegd bij ZonMw. De programmasecretaris is niet de secretaris van het bestuur. Meer over de organisatiestructuur kunt u lezen op de programmapagina van InZicht.

Financiën

Met ingang van de vierde fase wordt het onderzoeksprogramma gefinancierd vanuit de steunstichtingen van Koninklijke Visio en Bartiméus. De bijdrage van Visio aan InZicht komt uit drie fondsen: Novum (3/5), de KSBS (1/5) en de Vrienden van Koninklijke Visio (1/5). Vanuit Bartiméus levert de Vereniging Bartiméus Sonneheerdt (per 1 januari 2019 het Bartiméus Fonds) een bijdrage. De financiële administratie van het programma, waaronder de financiële controle van projecten, vindt plaats vanuit Koninklijke Visio. De RCS heeft geen steunfonds en geen zitting in het bestuur van de stichting. Wel beoogt de stichting InZicht ook ten behoeve van de RCS te werken.

ZonMw heeft tot en met de derde fase van het onderzoeksprogramma meebetaald aan de onderzoeksprojecten. Met ingang van de vierde fase draagt ZonMw alleen nog bij aan de kosten voor het programmasecretariaat.

Het totale budget voor de vierde fase van InZicht (1 juli 2015 tot en met 30 juni 2019) is vastgesteld op € 2.604.800,-.1  Hierin is niet de volledige bijdrage van ZonMw opgenomen. Tot en met 2018 heeft ZonMw € 25.800 extra geïnvesteerd in de ondersteuning van het programma InZicht.

_________________________________

1 Programmatekst InZicht pagina 4

De vierde fase van het programma InZicht

Inmiddels is het programma InZicht de vierde fase aan het afronden. Deze fase volgde niet onmiddellijk op de derde fase; de tussenliggende periode noemen we ook wel de interimperiode.

Lees meer over de interimperiode
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De derde fase van het programma eindigde op 1 januari 2013. In augustus en september 2012 is het programma extern en intern geëvalueerd. De financiering van een nieuwe fase was lange tijd onzeker door de optie om samen te gaan met een onderzoeksprogramma dat zich zou richten op een brede groep mensen met een beperking. Dit is uiteindelijk niet doorgegaan. Ook was het voor ZonMw niet langer mogelijk bij te dragen aan de financiering van InZicht-onderzoeksprojecten. Om enige continuïteit te creëren is een beperkt aantal activiteiten ondernomen: er is een aanvraagronde geweest (11e ronde) en zijn er twee Ontmoetingsdagen georganiseerd, in 2013 en 2014.

Er zijn geen beleidsdoelstellingen geformuleerd in deze periode. Achteraf kunnen we zeggen dat deze periode heeft geduurd van januari 2013 tot juli 2015.2

____________________________________

2 Programmatekst InZicht pagina 4

De aanbevelingen uit de evaluatie van de derde fase hebben als input gediend voor het onderzoeksprogramma van de vierde fase. Ook is er in de vierde fase rekening gehouden met een aantal relevante ontwikkelingen in de samenleving, waarover u hieronder meer leest.

De transitie van rijksoverheid naar gemeenten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Eén van de maatschappelijke veranderingen in deze periode was de overgang van veel zorgtaken van de Rijkoverheid naar de gemeenten. De gemeenten kregen er in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet taken bij op het gebied van de jeugdzorg en de maatschappelijke ondersteuning . Voor mensen met een visuele beperking hadden én hebben deze transities gevolgen op het moment dat er zorg, ondersteuning in het maatschappelijk participeren of financiële ondersteuning nodig is. De invoering van de Wmo heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat expertisezorg voor cliënten uit de ziektenkostenverzekering óf soms uit eigen zak betaald moet worden (eigen risico).

Veranderingen op het gebied van wonen en toegankelijkheid van de openbare ruimte
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Daarnaast spelen er veranderingen op het gebied wonen en de inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte en openbare gebouwen die de doelgroep gaan raken. Het gaat onder andere over de beschikbaarheid van aangepaste en aanpasbare woningen. Deze gemeentelijke veranderingen zijn in het programma voor de vierde fase niet expliciet benoemd en ook niet aan de orde geweest in oproepen voor onderzoeksaanvragen of bij de beoordeling ervan.

Veranderingen in de bekostiging van instellingen
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De bekostiging van de instellingen is sinds 2015 veranderd en loopt niet meer via de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ). Dit heeft onder andere als gevolg gehad dat geld voor expertiseontwikkeling en innovatie niet meer uit de lump sum komt, maar apart gepland en verantwoord moet worden. Dit heeft geleid tot het tot stand komen van het programma Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten.

VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een andere belangrijke ontwikkeling is de ratificatie door Nederland van VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking. Centraal in dit verdrag is dat mensen met een beperking recht hebben op autonomie en participatie. Onderstreept wordt dat de omgeving zorgt voor belemmeringen en dat die weggenomen moeten worden, zodat mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Verder wordt veel belang gehecht aan training van professionals, en gewezen op de kwetsbare positie van vrouwen, het recht op gezondheid en op arbeid.

Dit sluit naadloos aan op de doelstellingen van de visuele instellingen en van InZicht. In de oproepen van de 12e en 13e ronde is daarom expliciet aandacht gevraagd voor dit verdrag. Dit heeft geleid tot een reflectie door de onderzoekers op de betekenis van hun aanvraag voor dit aspect van het leven van de doelgroep. Bijvoorbeeld in de aanvraag voor het project Vertel het! (94212003) wordt benoemd dat mensen met een visuele en auditieve beperking recht hebben op autonomie: om zelf te bepalen hoe zij hun dagelijks leven willen inrichten. Er moeten voldoende professionals getraind worden om goede communicatie mogelijk te maken.

 

De positie van InZicht in het visuele veld

Het programma InZicht beweegt zich in een veld waarin tal van andere spelers opereren en heeft daarin een eigen plaats.

Schematisch overzicht van de verschillende partijen die actief zijn in het visuele veld
In deze figuur wordt door middel van een stratenplan visueel gemaakt welke positie het programma InZicht inneemt in het visuele veld. De samenwerking met alle hier genoemde samenwerkingspartners wordt in deze evaluatie uitgebreid belicht.

Naast InZicht zijn er nog twee andere partijen die primair onderzoek in het visuele veld financieren: het programma UitZicht en de Programmaraad Visueel.

Lees meer over de Programmaraad Visueel
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen de expertisefunctie bestaan er twee programmaraden. De Programmaraad Visueel en de Programmaraad Auditief/Communicatief. Programmaraad Visueel financiert, net als InZicht, onderzoek dat gericht is op de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking en eventueel bijkomende beperkingen. Deze onderzoeken richten zich in het bijzonder op het ontwikkelen en verbeteren van de wijze waarop de instellingen hun werk voor deze doelgroep kunnen vormgeven. Onderzoeksaanvragen komen voort uit de instellingen (Koninklijke Visio, Bartiméus en de Robert Coppes Stichting), de beoordeling van de aanvragen geschiedt ook binnen de instellingen en onderzoeken worden in de regel ook uitgevoerd door de medewerkers zelf. Er wordt gestreefd naar kwaliteit en waar mogelijk naar een internationaal erkend wetenschappelijk niveau. Financiering vindt plaats uit de zogenoemde ‘Expertisegelden’.

In de nieuwe opzet van de Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten kunnen in consortiumverband onderzoeksvoorstellen worden ingediend die passen binnen de programmalijnen op thema of doelgroep, zoals uitgewerkt in de meerjarige deelsectorplannnen. Dan houdt de Programmaraad Visueel op te bestaanen komen er  ZonMw-rondes waarbij er naast gesloten rondes, overeenkomstig de Programmaraad aanpak, er ook open subsidierondes zullen worden georganiseerd.

Lees meer over het programma UitZicht
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

UitZicht is een administratief samenwerkingsverband, opgericht door een aantal Nederlandse fondsen voor mensen met een visuele beperking die (onder andere) wetenschappelijk onderzoek financieren gericht op ontstaansmechanismen, preventie en behandeling van oogheelkundige aandoeningen. Het doel van het samenwerkingsverband is niets meer en niets minder dan een gemeenschappelijk loket voor het aanvragen van projecten voor wetenschappelijk onderzoek met daaraan gekoppeld een onafhankelijke beoordelingsprocedure.

UitZicht richt zich, net als InZicht, op wetenschappelijk onderzoek dat aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet, dat zich kan meten met internationaal toponderzoek en streeft publicaties na in internationale tijdschriften. Maar waar InZicht zich concentreert op de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking, richt UitZicht zich op de medische aspecten van visuele problemen. Zij financieren onderzoek op het gebied van preventie, diagnose en behandeling ervan. Beide programma’s zijn privaat gefinancierd, zij financieren hun projecten met gelden van fondsen.

Samenwerking met andere onderzoeksfinanciers

Eén van de beleidsdoelstellingen van de vierde fase van InZicht is de relaties met de andere spelers in het veld te versterken, om zo samen meer effect te kunnen bereiken dan alleen mogelijk is. Hierbij valt te denken aan partijen zoals de Oogvereniging, UitZicht, de Programmaraad Visueel en organisaties die zich richten op het verspreiden van kennis binnen de gehandicaptensector, zoals het Kennisplein gehandicaptensector. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de resultaten op dit vlak.

Deze programma’s richten zich primair op mensen met een visuele beperking. Daarnaast zijn er ook onderzoeksprogramma’s die zich richten op mensen met andere beperkingen, eventueel in combinatie met een visuele beperking. Voorbeelden daarvan zijn Gewoon Bijzonder, Langdurige Zorg en Ondersteuning en Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten (Programmaraad Auditief/Communicatief).

Doelstellingen van het programma

De hoofddoelstelling van het onderzoeksprogramma InZicht is het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen.

Om de hoofddoelstelling te bereiken, zijn bij de start van de vierde fase de volgende subdoelstellingen geformuleerd:

  • Het financieren en stimuleren van toegepast wetenschappelijk onderzoek voor mensen met een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen.
  • Het uitbouwen en borgen van de infrastructuur voor kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek bij zorg- en onderzoeksinstellingen.
  • Het uitbouwen en versterken van een implementatie-infrastructuur voor verspreiding en toepassing van onderzoeksresultaten in de praktijk.
Deze afbeelding geeft een visueel overzicht van de hoofd- en subdoelen van het programma InZicht
Deze afbeelding geeft een visueel overzicht van de hoofd- en subdoelen van het programma InZicht

De doelstellingen zijn nader gespecificeerd en er zijn middelen benoemd om deze doelen te bewerkstelligen.

Wetenschappelijk onderzoek financieren van hoog niveau.
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dat moet resulteren in meer ‘evidence based’ interventies, in proefschriften en publicaties in internationaal gewaardeerde tijdschriften. Het moet gerealiseerd worden door hier in de oproepen om te vragen en door een strenge, onafhankelijke beoordelingsprocedure van onderzoeksaanvragen. Bij lopende projecten volgt InZicht de vorderingen en stuurt zo nodig bij.

Wetenschappelijk onderzoek dat aansluit bij vragen uit de praktijk van de zorgprofessionals en van de mensen met een visuele beperking.
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit moet resulteren in toepasbare kennis en interventies. Om dit te realiseren eist InZicht van alle onderzoekers dat zij samenwerken met de praktijk: met vertegenwoordigers uit de zorginstellingen en met (vertegenwoordigers van) mensen uit de doelgroep.

Omdat niet al het onderzoek ook direct toepasbaar zal zijn in de praktijk, is een deel van het te besteden onderzoekbudget voor kortere, meer praktijkgerichte projecten gereserveerd. Ook voor deze projecten wordt echter de lat hoog gelegd wat betreft kwaliteit en worden dezelfde procedures gehanteerd in de beoordeling van de aanvragen en het monitoren van de voortgang. Om zicht te krijgen op de wetenschappelijk meest prangende vraagstukken worden reviews uitgezet, die de basis moeten vormen voor een onderzoeksagenda.

Voor de koppeling met de praktijk zoekt InZicht aansluiting bij de onderzoeksagenda van de Oogvereniging. In de beoordelingsprocedure is de relevantie van de aanvragen voor de praktijk een van de criteria.

Versterken van de samenwerking met relevante partijen uit het veld.
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Om aan te sluiten bij zowel de praktijk als de wetenschappelijke gemeenschap in het visuele veld, moet de samenwerking met relevante partners worden versterkt. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van de nationale en internationale samenwerking, meer samenwerking met andere sectoren binnen de zorg voor gehandicapten en betere aansluiting bij het medische en technische onderzoek.

Om dat te realiseren moeten veel activiteiten gericht zijn op het verspreiden van kennis en het versterken van de visuele netwerken. Dit kan bijvoorbeeld door  de Ontmoetingsdagen, de webpagina, publicaties op het kennisplein gehandicapten en internationale fora, zoals de European Blind Union. Ook deelname aan Vision 2017 is een middel hiervoor. Daarnaast wordt het programmasecretariaat binnen ZonMw ingezet om een koppeling te leggen met andere ZonMw-programma’s. Er is een personele unie tussen de voorzitter van de stuurgroep van InZicht en het programma UitZicht, wat bijdraagt aan betere samenwerking.

Voor de vierde fase zijn daarnaast de eerder genoemde aanbevelingen vanuit de evaluatie van de derde fase opgenomen als doelstelling. Het gaat om de volgende aanbevelingen:

  • Richt het programma ook op mensen die  niet in de betreffende instellingen verblijven of door hen ondersteund worden.
  • Schenk meer aandacht aan de persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van de beperking voor de kwaliteit van leven.
  • Schenk aandacht aan hoe mensen uit de doelgroep meer zelf de regie kunnen voeren over hun leven en voor zichzelf kunnen zorgen.
  • Vergroot de samenhang tussen de projecten.
  • Toets nieuw zorgaanbod op werkzaamheid om zo een meer ‘evidence based’ zorg te krijgen.

Het onderzoeksprogramma InZicht heeft voor de realisatie van deze doelstellingen financiële middelen gekregen. En het kan gebruik maken van de infrastructuur die de stichting InZicht heeft aangelegd.

Randvoorwaarden

De stichting InZicht schept een infrastructuur door randvoorwaarden voor de uitvoering van het programma te formuleren. Dat doet zij op de eerste plaats door telkens een nieuwe fase van het onderzoeksprogramma te financieren. Door de financiering van onderzoek kunnen onderzoekers aan het werk (blijven) binnen dit veld en kunnen jonge onderzoekers worden opgeleid.

De middelen van de Stichting InZicht zijn weliswaar beperkt en het aantal projecten dat gefinancierd kan worden ook, maar omdat InZicht al sinds 1998 actief is, is de bijdrage van InZicht essentieel. Dit temeer omdat er geen onderzoeksprogramma van overheidswege is of is geweest gericht op het terrein van de stichting InZicht. Het lange bestaan van het onderzoeksprogramma maakt het tot een infrastructurele voorziening.

Een tweede infrastructurele voorziening die de stichting InZicht heeft getroffen is een nauwe band scheppen tussen het onderzoeksprogramma en de instellingen, de wetenschap en de cliënten binnen het visuele veld. Cliëntenparticipatie is essentieel voor het programma en één van de beleidsuitgangspunten.

Lees meer over de band tussen de samenwerkingspartners
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Dit komt tot uiting in de samenstelling van het bestuur en van de stuurgroep. Hierdoor is inbreng van de cliëntbelangen, wetenschappelijke en professionele deskundigheid geborgd in het onderzoeksprogramma.
  • De instellingen hebben de samenwerking verder ingevuld door structurele cofinanciering van de onderzoeksprojecten via de inzet van hun professionals bij de uitvoering van de projecten en de implementatie van de resultaten.

Een derde infrastructurele voorziening die de stichting InZicht heeft getroffen is het aangaan van een relatie met ZonMw voor de secretariële ondersteuning van het programma. Dit biedt een aantal mogelijkheden voor de kwaliteit van het onderzoek en de aansluiting ervan bij de praktijk.

Lees meer over de samenwerking met ZonMw
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De deskundige en onafhankelijke beoordeling van onderzoeksaanvragen is geborgd. Dit is door de WOB-onderzoeken bevestigd en komt terug in de brief van de minister van VWS. Doordat het bestuur is meegegaan in de verdere aanscherping van de criteria voor onafhankelijkheid in de beoordeling is deze ook voor het onderzoeksprogramma InZicht sterker geborgd.
  • ZonMw heeft de beschikking over een groot bestand aan internationale referenten voor de beoordeling van aanvragen. Hieruit kan het secretariaat putten; het opbouwen van zo’n bestand is voor een klein programma een forse investering.
  • ZonMw hecht sterk aan implementatie van onderzoeksresultaten en participatie van professionals en cliënten in het onderzoek. Er is inmiddels veel deskundigheid opgebouwd over manieren om dit te verwezenlijken.
  • ZonMw investeert in kennisontwikkeling bij haar medewerkers. Niet alleen in deskundigheid bij de uitvoering van rondes, maar ook op het gebied van samenwerken met doelgroepen, implementatie en communicatie. Het programma InZicht plukt hiervan de vruchten.
  • ZonMw financiert een aantal voor het werkterrein van de stichting relevante onderzoeksprogramma’s. Door het onderzoeksprogramma InZicht te midden hiervan te positioneren, maakt de stichting het gemakkelijker onderlinge relaties aan te gaan en uit te bouwen.
  • ZonMw speelt actief in op nieuwe ontwikkelingen in het maatschappelijke veld. Relevant voor het werkterrein van de stichting zijn bijvoorbeeld de ratificatie van het VN-verdrag voor mensen met een handicap. Samen met het College voor Rechten van de Mens toetst ZonMw of haar programma’s voldoen aan de eisen die dat verdrag stelt. Het programma InZicht profiteert mee van de kennis die hierin wordt ontwikkeld.
  • De transitie in 2015 betekent dat het beleid voor mensen met een beperking integraal naar de gemeenten is gegaan. Bijvoorbeeld de uitvoering van de Wmo is relevant voor veel mensen uit de doelgroep. Voor de gemeenten is dit een terrein dat sterk in ontwikkeling is. ZonMw voert veel programma’s uit die gericht zijn op gemeenten, met name het sociaal domein.
  • Het VN Verdrag inzake rechten van mensen met een handicap richt zich met name op het lokale niveau. ZonMw ondersteunt die ontwikkeling. Het secretariaat van InZicht kan op deze wijze gebruik maken van het netwerk met gemeenten in combinatie met kennis van het VN Verdrag en van de doelgroepen.

Wob-verzoek

De werkwijze rond de beoordeling van de onderzoeksaanvragen binnen ZonMw is opnieuw bekeken naar aanleiding van een WOB-verzoek.

In het najaar van 2017, terwijl de 13e ronde in uitvoering was, ontstond commotie naar aanleiding van een uitzending van het programma ‘Argos’.

Lees meer over de reactie op de uitzending
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het najaar van 2017, terwijl de 13e ronde in uitvoering was, ontstond commotie naar aanleiding van een uitzending van het programma ‘Argos’. Hierin werd een beoordelingsprocedure (niet van InZicht) belicht waarin sprake leek te zijn van belangenverstrengeling, doordat leden van de beoordelingscommissie zelf ook aanvragen hadden ingediend in de betreffende ronde. Dit leidde tot een WOB-procedure waarin alle ZonMw-beoordelingsprocedures vanaf 2010 werden doorgelicht. De conclusie was dat 93% van deze 428 procedures vlekkeloos was verlopen; bij de resterende 7% kon de schijn van belangenverstrengeling niet worden uitgesloten. In reactie hierop heeft ZonMw de code belangenverstrengeling en de toepassing ervan nog verder aangescherpt.

De rondes van InZicht zijn tevens doorgelicht, hoewel InZicht niet gefinancierd wordt met publieke, maar met private middelen. De Wet Openbaarheid van Bestuur is daarom niet van toepassing. Gezien het bijzondere karakter van InZicht, met zijn sterke nadruk op toepasbaarheid, gold voor InZicht een aangepaste code belangenverstrengeling.

De stuurgroep moet in haar beoordeling van de aanvragen kunnen beschikken over voldoende inhoudelijke kennis en voldoende zicht kunnen hebben op de toepasbaarheid van de projectresultaten. Om deze inhoudelijke kennis beschikbaar te hebben hanteerde de stuurgroep een aangepaste code belangenverstrengeling, waarbij minder strikte eisen gesteld werden aan de afwezigheid van stuurgroepleden bij de behandeling van de aanvragen. Stuurgroepleden die een aanvraag hadden ingediend mochten, met in acht neming van het principe van wetenschappelijke integriteit, betrokken zijn bij de beoordeling van andere aanvragen binnen die ronde. Dit zou vragen kunnen oproepen over de onafhankelijkheid van de beoordeling. Door de discussie die volgde op de Argos-uitzending realiseerden de stuurgroep en het bestuur zich de kwetsbare positie van het programma, juist omdat de financiering volledig afhankelijk is van de bijdragen van fondsen.

Daarom heeft het bestuur besloten voortaan de ZonMw-code belangenverstrengeling strikt te volgen. Dit is al ingevoerd in de 13e ronde, die op het moment van de discussie gaande was.

Gevolgen voor de stuurgroep
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het – nieuw opgestelde – reglement voor de stuurgroep is de mogelijkheid geopend om externe experts in te schakelen. Zo kan worden gezorgd voor voldoende inhoudelijke deskundigheid bij de beoordeling van de aanvragen. Daarnaast is bepaald dat aan de stuurgroepleden wordt gevraagd de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit te onderschrijven. Besloten is de stuurgroep gedurende de resterende looptijd van de vierde fase bij ontstane vacatures zo mogelijk aan te vullen met leden uit een discipline die niet voldoende vertegenwoordigd is binnen de huidige samenstelling. Na de vierde fase is een flink aantal stuurgroepleden niet opnieuw benoembaar. Bij de start van een eventuele vijfde fase zal de samenstelling van de stuurgroep daardoor aanzienlijk gewijzigd worden. Hierbij kan rekening gehouden worden met zowel de inhoudelijke deskundigheid als het risico dat leden, om belangenverstrengeling te vermijden, beoordelingsvergaderingen zullen moeten missen.

De stichting InZicht heeft zo randvoorwaarden en infrastructurele voorzieningen geschapen voor het onderzoeksprogramma InZicht om aan de doelstellingen te werken. Zij heeft als het ware de weg gebaand, en het onderzoeksprogramma de opdracht gegeven de weg te bewandelen en verder te bouwen aan de weg. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de resultaten die binnen met name de vierde fase van het programma zijn bereikt. 

Resultaten

In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten per doelstelling en de werkwijze die we hebben gevolgd om daar te komen. In het hoofdstuk 'Projectbeschrijving en -resultaten' worden de gehonoreerde onderzoeksprojecten beschreven.

Doelstelling 1. Het financieren en stimuleren van toegepast wetenschappelijk onderzoek

Het financieren en stimuleren van toegepast wetenschappelijk onderzoek is een kernactiviteit van onderzoeksprogramma InZicht. Hieronder gaan we in op de procedures en het wetenschappelijk karakter van het progamma, gevolgd door het toegepaste karakter van het onderzoek binnen het programma.

Gehonoreerde projecten

Met het oog op de eerste doelstelling van het programma zijn in de vierde fase van het InZicht-programma twee rondes (de 12e en 13e ronde) georganiseerd. De 11e ronde maakt onderdeel uit van de interim-periode en wordt in deze evaluatie meegenomen.

In totaal zijn in deze drie rondes 13 onderzoeksprojecten en twee reviews gerealiseerd. Daarnaast is nog twee projecten buiten de rondes om tot stand gebracht: één review en een project gericht op versterking van de implementatie-infrastructuur. Een deel van de onderzoeksprojecten is gericht op een promotie; een deel is dat niet. Deze laatste projecten zijn korter van duur en meer gericht op direct toepasbare resultaten.

Tabel 1
RondeLange projecten/promotieprojectenKorte projectenReviewsOverig
1113  
12222 
1323  
Buiten ronde  11
Totaal5831
Lees meer over de 11e, 12e en 13e ronde
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de 11e ronde is voor € 700.000 aan onderzoeksgeld uitgezet.

De 12e ronde heeft twee centrale thema’s: ‘toegepaste technologie’ en ‘eigen regie’. Onderzoekers konden ook kiezen voor een combinatie van deze thema’s. In totaal heeft InZicht € 775.000 in deze vier projecten gestoken.

In de 13e ronde is de nadruk gelegd op de algemene doelstelling van het programma: het verbeteren van de kwaliteit van leven in bredere zin, inclusief de maatschappelijke participatie en de persoonlijke gevolgen van de beperkingen voor de betrokkenen. Deze ronde leverde vijf uiteenlopende projecten op gericht op onderwijs en autonomie. Hierin is vanuit InZicht € 975.000 geïnvesteerd.

Opmerkelijk is dat een aantal korte projecten met extra geld vanuit de universiteiten tot een promotietraject zijn gemaakt. Dit is met alle promotieprojecten uit de 11e ronde gebeurd. Alle promotieprojecten komen trouwens tot stand dankzij cofinanciering vanuit de universiteiten. Dit geeft het belang aan dat de wetenschappelijke wereld hecht aan het onderzoeksprogramma InZicht. Daarnaast dragen ook de instellingen financieel bij: de inzet van (zorg)professionals in de projecten wordt betaald uit de instellingsbegrotingen. 

Nadere informatie over de gehonoreerde projecten staat in het hoofdstuk 'Projectbeschrijving en -resultaten'.

Het wetenschappelijk karakter van het onderzoek

Om een hoog wetenschappelijk niveau te realiseren van de te honoreren aanvragen en de uit te voeren projecten, heeft het bestuur van InZicht vanaf het begin gekozen voor aansluiting bij de werkwijze van ZonMw.

Lees meer over de de belangrijkste elementen uit de werkwijze van ZonMw
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Belangrijke elementen hierin zijn:

  • Een procedure die volledig transparant en onafhankelijk is;
  • Beoordelingscriteria die tevoren in de oproep kenbaar zijn;
  • Hoge minimum kwaliteitseisen voor honorering (minimaal de kwalificering ‘goed’);
  • Een procedure met projectideeën en uitgewerkte aanvragen, waarbij de projectideeën voorzien worden van een gemotiveerd advies om ze al dan niet uit te werken, en eventueel suggesties voor verbetering van het plan;
  • Beoordeling van de uitgewerkte aanvragen door anonieme buitenlandse experts;
  • Gelegenheid voor de aanvragers om repliek te geven op de opmerkingen van de buitenlandse experts;
  • Deze repliek wordt meegewogen in de eindbeoordeling;
  • Motivering van de honorerings- en afwijzingsbesluiten;
  • Meegeven in de honoreringsbrieven van concrete aanwijzingen.

De aanvraag- en beoordelingsprocedure wordt beschreven in bijlage 1.

Naast de onafhankelijke beoordeling van de projectaanvragen wordt ook de wetenschappelijke kwaliteit gedurende de uitvoering van de projecten gemonitord. Van alle gefinancierde projecten is bijna de helft van de gefinancierde projecten zijn promotieprojecten. De uitvoerende onderzoekers worden in zo’n traject begeleid door ervaren onderzoekers, waarbij de wetenschappelijke kwaliteit van het project centraal staat.

Lees meer over het volgen van de wetenschappelijke kwaliteit
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanuit het programma InZicht wordt daarnaast nog een voortgangsrapportage gevraagd en een site visit afgelegd. Ook hierin is de wetenschappelijk kwaliteit een expliciet aandachtspunt. Dit geldt ook voor de korte projecten, die niet gekoppeld zijn aan een voorgenomen promotie.

De wetenschappelijk resultaten van de projecten zijn te vinden in proefschriften en publicaties in (internationale) wetenschappelijke tijdschriften. Van de projecten die in de vierde fase (11e, 12e en 13e ronde) zijn gestart, zullen een flink aantal proefschriften en publicaties volgen. Veel projecten hebben een vrij lange doorlooptijd (4 tot 5 jaar) en de beoordelingsprocedures van proefschriften en artikelen is doorgaans lang - vaak meer dan een jaar. De proefschriften die gedurende de vierde fase zijn afgerond, komen voort uit eerdere fasen van het programma. Zie bijlagen 2 en 3 voor overzichten van de gerealiseerde proefschriften en de gerealiseerde en geplande publicaties.

Tabel 2
FaseAantal projectenAantal promoties
1150
2114
3178
4139
Tabel 3
Aantal gepubliceerde wetenschappelijke publicaties (Nederlands en Engelstalig)Te verwachten wetenschappelijke publicaties (Nederlands en Engelstalig)
918

Het toegepaste karakter van het onderzoek

Onderzoek moet aansluiten bij de behoeften van de mensen met een visuele beperking en bij de professionals die met hen werken. En het moet aansluiten bij wat er al bekend is, welke interventies al voorhanden zijn en al dan niet naar tevredenheid werken.

Het is dan ook belangrijk dat leden van bestuur en stuurgroep kennis hebben van het veld. Nog belangrijker is dat mensen uit de doelgroep en professionals betrokken zijn bij de selectie van onderzoeksaanvragen en de uitvoering van de projecten.

De KNAW geeft in een rapport over maatschappelijke impact aan dat de kans op maatschappelijke impact van een wetenschappelijk programma groter wordt door het bevorderen van productieve interactieve netwerken en het actief betrekken van potentiële gebruikers bij het opstellen van het onderzoek en de uitvoering van een onderzoeksproject. Dat is precies wat het programma InZicht doet. Een uitgebreide beschrijving van de netwerken van het programma leest u in de paragraaf over doelstelling 2. Meer informatie over de impactindicatoren kunt u vinden in de paragraaf 'indicatoren voor impact'.

Onderzoeksagenda

In de evaluatie van de derde fase heeft commissie gevraagd vooraf te inventariseren wat problemen en kennisvragen zijn van mensen met een visuele beperking, en aan te sluiten bij kennisagenda’s van organisaties die zorg leveren aan deze doelgroep. 

InZicht heeft hierop ingespeeld door gebruik te maken van een behoefte-inventarisatie die de Oogvereniging heeft uitgevoerd onder haar leden. Hier is een prioriteitenlijst uit voortgekomen. De top twee daarvan: ‘eigen regie’ en ‘toegepaste ICT’ heeft InZicht gekozen als thema’s voor de 12e ronde. 

In de vierde fase zijn verder drie reviews uitgezet:

  • Evidence-based interventies ter vergroting van participatie en kwaliteit van leven van kinderen met een visuele beperking: een meta-analyse (project 94312001)
  • Evidence-based interventies ter vergroting van participatie van ouderen: een meta-analyse van observationeel onderzoek (project 94312002)
  • Inventarisatie van onderzoeken in de oogzorg (projectnummer 94312007)

Deze drie reviews sluiten op elkaar aan. De derde sluit bovendien aan op een studie die in opdracht van UitZicht onderzoek in kaart brengt op het gebied van behandeling van oogaandoeningen. Elk van deze studies levert een onderzoeksagenda, samen kunnen ze sturing geven aan een onderzoeksagenda voor een eventuele vijfde fase van InZicht. 

Kennismaking met de praktijk

In de loop van de vierde fase is een aantal nieuwe mensen actief geworden binnen het bestuur en de stuurgroep van InZicht en binnen de fondsen die InZicht financieren.

Deze kenden de zorginstellingen (Koninklijke Visio, Bartiméus en de Robert Coppes Stichting) en hun werkwijze niet van binnen uit. Daarom zijn er in het najaar van 2017 werkbezoeken afgelegd, één bij elk van de drie instellingen. Deze gaven een kijkje in de keuken: waar zijn de professionals mee bezig, hoe wonen cliënten er, hoe worden mensen begeleid, zowel zij die binnen de instelling wonen als zij die zelfstandig wonen, hoe wordt er gewerkt aan aanpassingen van hulpmiddelen. De werkbezoeken zijn als zeer plezierig en positief ervaren door de deelnemers, maar ook door de zorginstellingen. Ze maken het mogelijk de projectaanvragen beter in een context te plaatsen en daarmee zorgvuldiger te beoordelen.

Doelstelling 2. Het uitbouwen en borgen van de infrastructuur

De kern van de infrastructuur voor kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek bij zorg- en onderzoeksinstellingen bestaat uit het verbinden van zorg- en onderzoeksinstellingen. Met als doel om te komen tot een onderzoeksklimaat dat uitnodigt om te onderzoeken en met onderzoeksresultaten aan de slag te gaan.

Ook in de vierde fase investeerde het programma InZicht in het bijeen brengen, versterken en verbreden van nieuwe en bestaande netwerken, professionals en de doelgroep. Hieronder beschrijven we de verschillende netwerken die verbonden zijn aan het programma en hoe professionals en cliënten een belangrijke rol hierbij vervullen.

Nationale samenwerkingsrelaties en netwerken

Het werk binnen het programma InZicht gaat over netwerken en samenwerking. Deze zijn voor InZicht van groot belang om resultaten te bereiken voor en met de doelgroep, professionals vanuit de instellingen en onderzoekers.

Juist de interactie tussen wetenschappers en maatschappelijke actoren bepaalt de resultaten van het programma, ofwel de maatschappelijke impact.3

De belangrijkste samenwerkingspartners voor InZicht zijn de instellingen Bartiméus, Koninklijke Visio, de Robert Coppes Stichting en de Oogvereniging. Deze samenwerking komt op verschillende manieren tot uiting, bijvoorbeeld in de samenstelling van de stuurgroep, de samenwerking bij de Ontmoetingsdagen en in de onderzoeksprojecten
Maar er zijn ook andere samenwerkingspartners. Omdat het onderzoeksprogramma InZicht zich ook richt op mensen met een visuele beperking in combinatie met andere problematiek werken we samen met andere ZonMw-programma’s zoals Gewoon Bijzonder, Langdurige Zorg en Ondersteuning (LZO) en Expertisefunctie ZG. Ook zoekt InZicht nadrukkelijk de samenwerking met UitZicht en de Programmaraad Visueel, organisaties die net als InZicht onderzoek rondom mensen met een visuele beperking financieren.   

Hieronder staan de samenwerkingspartners waarmee InZicht in de vierde fase actief de samenwerking zocht en waar dit toe heeft geleid.

_________________________________

3 Maatschappelijke impact in kaart, KNAW, 2018, blz. 12

Programmaraad Visueel

De Programmaraad Visueel financiert onderzoeks- en ontwikkelprojecten. De aanvragen komen van medewerkers van de instellingen en worden in de regel ook door hen uitgevoerd. In de Programmaraad Visueel zitten vertegenwoordigers van de instellingen uit het visuele veld. Enkele personen uit de Programmaraad Visueel maken ook deel uit van de stuurgroep van InZicht. Zo is een goede informatieuitwisseling tussen beide organen mogelijk.

Lees meer over de Programmaraad
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen die aan projecten werken die door de Programmaraad Visueel gefinancierd worden een uitnodiging krijgen om een poster of een workshop te verzorgen tijdens de Ontmoetingsdagen. Als een werkwijze, met hulp van financiering door de Programmaraad Visueel, ver genoeg is ontwikkeld om een wetenschappelijke toetsing aan te gaan, is de stap naar een projectaanvraag binnen InZicht niet zo groot.

Gewoon Bijzonder

Een visuele beperking gaat soms samen met een verstandelijke beperking of komt voort uit niet aangeboren hersenletsel, zoals een beroerte. InZicht-projecten die zich specifiek richten op deze doelgroep zijn speciaal onder de aandacht gebracht bij het programma Gewoon Bijzonder

Lees meer over Gewoon Bijzonder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Nationaal Programma Gehandicapten ‘Gewoon Bijzonder’ ontwikkelt, verspreidt en past kennis toe om zorg en ondersteuning voor mensen met een verstandelijke beperking, meervoudige beperking of niet-aangeboren hersenletsel te verbeteren. Dit gebeurt door middel van onderzoeksprojecten, maar ook via netwerken. Binnen de netwerken van Gewoon Bijzonder gaan wetenschappers, professionals in zorg en welzijn en onderwijs, (vertegenwoordigers van) mensen met een (verstandelijke) beperking en mantelzorgers en andere betrokkenen met elkaar aan de slag. De thema’s waarop dit gebeurt zijn: gezondheid, gedrag en participatie. Elk netwerk selecteert relevante kennisvragen samen met de doelgroep en ontwikkelt activiteiten om deze vragen te beantwoorden. Het doel is steeds dat mensen met een (verstandelijke) beperking met grotere zelfstandigheid en meer zeggenschap kunnen functioneren in de samenleving. 

Subsidieoproepen die Gewoon Bijzonder liet uitgaan zijn, voor zover relevant, onder de aandacht gebracht bij InZicht-onderzoekers. Enkele projecten die binnen het programma in uitvoering zijn, richten zich ook op mensen met een visuele beperking. Een voorbeeld is het project ‘slimme sok’

Langdurige Zorg en Ondersteuning

Uit de Ontmoetingsborrel die het programma InZicht in 2017 organiseerde, is onder meer gekomen dat er binnen het programma InZicht relatief weinig aandacht was voor mensen met een visuele beperking met psychische problemen. Daarom heeft InZicht dit tot thema gemaakt van de Ontmoetingsdag 2019 en in samenwerking met het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning (LZO) een subsidieronde over het thema georganiseerd. Vanuit LZO zijn twee projecten gefinancierd op het gebied van mensen met een visuele beperking in combinatie met psychische problemen. Voor de beoordeling van de aanvragen is een ad hoc cliëntenpanel gevormd, in samenwerking met MIND.

Lees meer over MIND
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

MIND ondersteunt mensen met psychische en psychiatrische problematiek. Dit doen ze door informatie te bieden, onderzoek te doen, projecten uit te voeren en actie te voeren. In MIND zijn onder andere cliëntenorganisaties verenigd. Het panel heeft gewerkt onder voorzitterschap en volgens de werkwijze van het InZicht-cliëntenpanel.

Ook is er een ad hoc beoordelingscommissie gevormd, grotendeels bestaande uit leden van de InZicht-stuurgroep, aangevuld met specifieke deskundigen op het gebied van psychische problemen. Er zijn twee aanvragen gehonoreerd.

Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft een adviescommissie in de periode 2016/2017 een advies opgesteld voor de toekomstige vormgeving van de expertisefunctie ZG. Op basis van dat advies heeft de minister eind december 2017 besloten de coördinatie, verdeling van de beschikbare financiële middelen en de kwaliteitstoetsing van de expertisefunctie ZG tot 2023 bij ZonMw te beleggen: het programma Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten.

Onderzoek, kennisinfrastructuur, voorlichting en kennisoverdracht zijn onderdeel van de Expertisefunctie. Daar raken de werkterreinen van InZicht en het programma elkaar. Het programmasecretariaat van InZicht en de Expertisefunctie ZG informeren elkaar over de ontwikkelingen binnen hun werk met als doel het werk van de Expertisefunctie en  dat van InZicht op elkaar te laten aansluiten.

UitZicht

In de praktijk van de zorg voor mensen met een visuele beperking is er geen strakke scheiding meer tussen behandeling en revalidatie: het leren omgaan met de beperking. Dat maakt dat samenwerking tussen de programma’s UitZicht en InZicht extra relevant is geworden. 

De samenwerking tussen UitZicht en InZicht heeft een sterke impuls gekregen door de personele unie in de persoon van prof. dr. Frans Zitman, als voorzitter van de Stuurgroep InZicht en voorzitter van het Maculafonds, tevens lid van de commissie UitZicht. Een resultaat hiervan is het project Onderzoek in de oogzorg, dat het onderzoek op het werkterrein van InZicht in kaart brengt. UitZicht heeft een vergelijkbaar project in uitvoering. Doel is dat op basis van de resultaten van de twee projecten en input vanuit de InZicht-reviews en discussietafels tijdens Vision 2017 een samenhangende onderzoeksagenda kan worden gemaakt. 

De resultaten worden verwacht in het voorjaar van 2019; deze kunnen een bijdrage leveren aan de vormgeving van het programma voor de eventuele vijfde fase van het programma InZicht. Daarnaast dragen de resultaten bij aan nog meer samenhang tussen de projecten binnen de programma’s en beide programma’s onderling. 

Uitbreiding van deelnemende onderzoeksinstellingen

De meeste InZicht-projecten worden uitgevoerd bij universiteiten of universitair medische centra. Het programma streeft ernaar ook andere onderzoeksinstellingen bij zijn projecten te betrekken, zoals hogescholen en technische universiteiten.

Om onderzoekers van technische universiteiten te stimuleren om innovaties voor mensen met een visuele beperking te ontwikkelen, zijn zij speciaal geïnformeerd over activiteiten van InZicht die voor hen relevant zijn. Zo zijn ze gewezen op de mogelijkheid projectaanvragen in te dienen voor de 12e ronde, in het bijzonder binnen het thema ‘toegepaste technologie’. Ook zijn zij uitgenodigd voor de Ontmoetingsdag 2018, waarin het thema ‘Activeren van eigen regie door innovatie technologie’ centraal stond. Op dit moment lopen er binnen InZicht drie projecten bij de technische universiteiten, in Twente, Delft en Eindhoven.

Tabel 4
TypeInstellingenAantal keer betrokken in projecten
UniversiteitenVU Amsterdam en/of Universiteit van Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Twente, Radboud Universiteit (waaronder Donders instituut), Erasmus Universiteit Rotterdam16
Technische UniversiteitenTU Delft, TU Twente, TU Eindhoven4
HogescholenHogeschool Amsterdam, Hogeschool Nijmegen, Hogeschool Saxion3
Universitair medisch centraRadboud UMC, VUmc, AMC, Erasmus MC8
InternationaalUniversiteit Antwerpen, Université Catholique de Louvain, University of Sussex3
OverigKoninklijke Kentalis (Kenniscentrum doofblindheid en School Rafaël)1

Internationale oriëntatie en samenwerking

Ook in het buitenland is veel expertise te vinden op het terrein van visuele beperkingen.

Daarom wordt in de projectaanvragen een oriëntatie op de internationale literatuur vereist. Bovendien wordt buitenlandse expertise ingezet bij de beoordeling van onderzoeksaanvragen. Feedback op projectaanvragen door (internationale) experts op het vakgebied zorgt voor betere onderzoeksprojecten en kan onderzoekers ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Daarnaast zorgt deze werkwijze ervoor dat InZicht-onderzoek ook internationaal onder de aandacht gebracht wordt. Ook onze Engelstalige webpagina helpt daarbij. 

Lees meer over de samenwerking met het buitenland
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen de projecten stimuleren we de onderzoekers ook om actief de samenwerking met het buitenland te zoeken. In enkele projecten zijn onderzoekers aan buitenlandse universiteiten opgenomen in de projectgroep. Met name in de promotieprojecten vinden bezoeken aan en presentaties binnen internationale bijenkomsten regelmatig plaats. De promovendi publiceren doorgaans ook in internationale tijdschriften; proefschriften zijn vaak in het Engels. 

Tijdens de vierde fase van InZicht organiseerde De ‘International Society for Low Vision Research and Rehabilitation’ (ISLRR) een internationaal congres in Den Haag, kortweg Vision 2017 genaamd. Het programma InZicht heeft hier een bijdrage aan geleverd door een symposium te organiseren en een Ontmoetingsborrel. In het symposium is implementatie aan de orde gesteld: werkwijzen binnen Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje zijn gepresenteerd en met een panel en de zaal besproken. Uit de belangstelling hiervoor en de discussies tijdens de bijeenkomst bleek dat implementatie van vernieuwingen ook internationaal een levend onderwerp is.

portretfoto Eline Heppe

Vision 2017 Next Generation Award


Dat InZicht-projecten succesvol zijn in het internationale wetenschappelijk veld bleek toen Eline Heppe de Vision 2017 Next Generation Award won. Mevrouw Heppe werkt bij de VU aan een project dat gefinancierd wordt vanuit het programma InZicht: Social participation of persons with visual impairments: Guides, pathways and milestones.

Tijdens Vision 2017 presenteerde mevrouw Heppe twee delen van haar promotiestudie over langlopend gegevens van jonge mensen met een visuele beperking. Het ene deel ging over de rol van ouders en leeftijdgenoten van de jongeren op eenzaamheid later in hun leven. Het tweede deel ging over sociale participatie en zelfbeschikking van adolescenten met een visuele beperking.

Bekijk het oorspronkelijke nieuwsbericht op de ZonMw-website.

Tweede plaats Vision 2017 Next Generation Award

Ook de tweede plaats voor de Vision 2017 Next Generation Award was weggelegd voor een promovendus binnen een InZicht-project.

Meneer Schakel werkt aan het VUmc aan het project Ontwikkeling van een interventie voor het doelmatig behandelen van vermoeidheidsklachten van volwassenen met een visuele beperking (projectnummer 94311003).

Hij presenteerde de resultaten van het onderzoek naar het vóórkomen en de oorzaken van vermoeidheidsklachten, en het verschil hierin tussen mensen met en zonder visuele beperking. Ook gaf hij een voorproefje van het instrument dat in ontwikkeling was voor de behandeling ervan.

portretfoto Kirsten van den Bosch

Ds. Visscherprijs 2016

Op 17 maart 2016 ontving Kirsten van den Bosch de Ds. Visscherprijs 2016 voor haar proefschrift 'Safe and Sound Soundscape research in special needs care'. Ze ontving een geldbedrag van €10.000 voor haar unieke onderzoek vanuit de Rijksuniversiteit Groningen naar de invloed van de auditieve leefomgeving op het welzijn van mensen met  ernstige of zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen. Een goede afstemming van de geluidsomgeving op de persoonlijke kenmerken en behoeften van een persoon kan diens welbevinden bevorderen, hem stimuleren en mogelijke onrust en angst voorkómen.

Lees hier het nieuwsbericht van VGN over de toekenning van de prijs.

De deelname van InZicht aan Vision 2017 heeft extra mogelijkheden geopend voor InZicht- onderzoekers om zich internationaal te profileren en contacten te leggen. Op programmaniveau zijn contacten gelegd met de European Blind Union en de World Blind Union. Ook zijn contacten gelegd met Der Verband für Blinden- und Sehbehindertenpädagogik e.V. (VBS) in Duitsland. De beperkte formatie van het programmasecretariaat heeft het niet mogelijk gemaakt om deze contacten uit te bouwen. Dit is een aandachtspunt voor de eventuele vijfde fase.

Cliëntenparticipatie

Mensen met een visuele beperking en hun belangenbehartigers zijn nauw betrokken bij alle fasen en aspecten van het onderzoeksprogramma.

  • In de stuurgroep van InZicht zijn twee personen actief met een visuele beperking. Zij vervullen een rol in alle taken van de stuurgroep. In 2018 is besloten deze geleding uit te breiden tot drie personen, om zo een betere vertegenwoordiging te hebben van mensen met verschillende visuele beperkingen.
  • In de beoordelingsprocedure van onderzoeksaanvragen is de inbreng van het cliëntenpanel essentieel. Het panel bestaat uit ten hoogste vijf leden en een voorzitter. De voorzitter is tevens lid van de stuurgroep.
Lees meer over het cliëntenpanel
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De leden en de voorzitter behoren tot de gemeenschap van mensen met een visuele beperking. Ze worden benoemd door het bestuur van InZicht. Er wordt naar gestreefd in het panel ook een vertegenwoordiging van de groep van doofblinden en de groep van mensen met een verstandelijke beperking op te nemen. De leden en de voorzitter van het panel worden benoemd voor een termijn van 4 jaar en zijn herbenoembaar.

Lees meer over het cliëntenpanel op de programmapagina van InZicht.

  • Voor de bespreking van de uitgewerkte aanvragen worden de projectleiders uitgenodigd hun plannen persoonlijk te komen toelichten aan het panel. In dat gesprek staat met name de relevantie voor de doelgroep centraal.
Lees meer over deze gesprekken
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De wetenschappelijke kwaliteit is niet het primaire aandachtspunt voor het panel: daarvoor worden (buitenlandse) referenten ingeschakeld. Maar er wordt wel enige aandacht aan besteed. Centraal staat de relevantie van de aanvraag voor de doelgroep, en of de gedachte aanpak een oplossing kan bieden voor het gesignaleerde probleem. En de haalbaarheid: zullen er voldoende proefpersonen te vinden zijn? Is de belasting voor deze mensen niet te groot? Dit leidt tot een gesprek, waaruit niet zelden concrete aanwijzingen voor de opzet van het onderzoek voortkomen. De aanbevelingen vinden, via de stuurgroep en het bestuur, hun weerslag in de honoreringsbrief. Doordat de aanwijzingen voortkomen uit het gesprek met de cliënten, zijn de onderzoekers gemotiveerd om ze door te voeren. In voortgangsverslagen en site visits wordt nagegaan of daadwerkelijk uitvoering gegeven wordt aan de aanwijzingen.

  • Met ingang van de vierde fase van InZicht krijgen de leden van het cliëntenpanel een uitnodiging voor deelname aan site visits. Dit is een gevolg van het beleidsvoornemen om de panelleden meer te betrekken bij het programma. Panelleden zijn hier enkele keren op ingegaan.
  • De panelleden komen vaak naar de Ontmoetingsdagen. Zo blijven zij in contact met de onderzoeksprojecten en nemen zij kennis van de voortgang ervan. 
  • Steeds meer vindt de inbreng en betrokkenheid van cliënten in de uitvoeringsfase van het onderzoek plaats in de vorm van cliëntenpanels of klankbordgroepen. Zij worden geraadpleegd over hun behoeften en wensen. Het programma stelt dergelijke inbreng in sommige gevallen verplicht, vaak op voorstel van het cliëntenpanel.
  • Een verdergaande vorm van betrokkenheid is de co-creatie: cliënten werken mee aan de totstandkoming van een instrument of interventie door op cruciale momenten in een project mee te denken en te sturen. 
  • In onderzoeksprojecten nemen cliënten vaak deel als participant. 
Figuur 4: participatievormen
Cirkeldiagram waarin wordt weergegeven op welke manieren cliënten participeren in projecten van InZicht

Betrekken van professionals

Het onderzoeksprogramma InZicht betrekt professionals actief bij de keuze van de onderwerpen van onderzoek, de selectie van de aanvragen en het monitoren van de uitvoering.

  • Vanuit de instellingen zijn 8 mensen actief in de stuurgroep, op een totaal van 15 personen. Zij bepalen mede het beleid van het programma en adviseren over de selectie van de onderzoeksaanvragen.
  • In de oproepen wordt geëist dat tenminste één, en bij voorkeur meer dan één, van de instellingen (Koninklijke Visio, Bartiméus en Robert Coppes Stichting) hun medewerking aan het project toezeggen. Deze samenwerking moet blijken uit een (bij de uitgewerkte projectaanvraag) in te dienen intentieverklaring en uit de samenstelling van de projectgroep, waarin personen uit zowel zorginstellingen als onderzoeksinstellingen participeren.
Lees meer over de samenwerking
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Overleg over samenwerking begint al vóór er een projectidee is ingediend: dan overleggen de aspirant aanvragers met de instellingen. Dan gaat het over de relatie tussen het idee van de onderzoekers en de praktijk binnen de instellingen: leeft die vraag daar, maar ook: is het onderzoek uitvoerbaar, bijvoorbeeld wat betreft de inclusie.

Wanneer aanvragen uitgewerkt worden, komen vertegenwoordigers van de instellingen en de onderzoekers opnieuw samen. Dan worden bijvoorbeeld personen en locaties binnen de instellingen benoemd waar het onderzoek kan plaatsvinden, en worden afspraken gemaakt over de omvang van de inzet van de betrokken mensen gedurende het project. Uiteraard is de invulling afhankelijk van de aard van het voorgenomen project. Deze afspraken zijn niet vrijblijvend.

De werkwijze heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld en zorgt voor stevige afspraken. Maar ze wordt nu als omslachtig ervaren: er moet verschillende malen een document opgesteld en ondertekend worden, terwijl er niet altijd iets veranderd is. Voor de eventuele vijfde fase lijkt een heroriëntatie op zijn plaats. Als optie is al geopperd om een tweede panel in te stellen, dat de uitvoerbaarheid van de aanvragen beoordeelt.

Wat zeker behouden moet blijven is de praktijk om professionals vanaf het begin bij de ontwikkeling van een innovatie te betrekken en vanuit hun professionaliteit daaraan te laten bijdragen. Zo krijgt het onderzoeksprogramma InZicht producten die ook toepasbaar zijn.

  • In de uitvoering van projecten zorgt InZicht ervoor dat professionals betrokken blijven. Bijvoorbeeld bij het ontwerpen van een nieuwe werkwijze of interventie met het doel deze in de instellingen te gebruiken. De betrokkenheid van professionals is geborgd in de vorm van bijeenkomsten rond belangrijke beslismomenten in een project. Vanuit hun expertise kunnen de professionals direct sturen. 
Figuur 5: betrokkenheid zorgprofessionals bij projecten
In deze cirkeldiagram is te zien welke zorginstellingen betrokken zijn bij InZicht-projecten uit de vierde fase

De projecten die in de vierde fase zijn opgestart, zijn alle nog in uitvoering. Uit voortgangsrapportages en site visits komt naar voren dat er daadwerkelijk sprake is van betrokkenheid van cliënten en professionals en dat deze sturing geeft aan de uitvoering van het project.

Doelstelling 3: het uitbouwen en versterken van een implementatie-infrastructuur

De traditionele opvatting over implementatie van onderzoeksresultaten gaat ervan uit dat onderzoekers kennis of een interventie ontwikkelen en deze dan overdragen aan de professionals in de praktijk. Deze visie is nog terug te vinden in de programmatekst van de vierde fase. Daarbij werd wel onderkend dat dit geen gemakkelijk proces is en ondersteuning behoeft.

Inmiddels benadrukken implementatiedeskundigen dat het voor een geslaagde toepassing van onderzoeksresultaten essentieel is de beoogde gebruikers al bij de ontwikkeling van het product te betrekken. Binnen het onderzoeksprogramma InZicht wordt deze kennis toegepast in de eisen die het stelt aan de onderzoekers voor samenwerking met professionals en mensen met een visuele beperking.  Dat wil zeggen dat blijvend kennis en vaardigheden ontwikkeld worden onder onderzoekers, mensen uit de doelgroep en professionals samen om vernieuwingen in de zorg door te voeren. Ook draagt dit bij aan de ontwikkeling van een positieve attitude en ambitie wat betreft het daadwerkelijk toepassen. Zo komen productieve interactieve netwerken tot stand, die volgens de KNAW de beste kansen bieden op maatschappelijke impact van onderzoeksprojecten.

Werken aan implementatie en aan de implementatie-infrastructuur is dus vervlochten met het betrekken van cliënten en professionals in de onderzoeksprojecten. Hierover is in het bovenstaande al veel gezegd. Hier voegen we er enkele activiteiten aan toe die de netwerkvorming ondersteunen: de Ontmoetingsdagen, de VIMPs en project in samenwerking met de instellingen.

Ontmoetingsdag 2016

In 2016 kwamen zo’n 80 mensen naar Ermelo om te praten over implementatie. In het plenaire gedeelte spraken enkele mensen van buiten het visuele veld over hoe zij aan implementatie werken. In de zogenaamde ‘flitspresentaties’ vertellen onderzoekers aan de hand van een poster in het kort iets aan de aanwezigen over het project waar zij aan werken. In de middag konden de deelnemers naar workshops gaan, waar de implementatiemogelijkheden en -hobbels van enkele InZicht projecten gepresenteerd en besproken werden. Na afloop is de deelnemers gevraagd naar hun waardering van de dag. De gemiddelde score was 8. Ze gaven ook suggesties mee voor een volgende Ontmoetingsdag, waarvan dankbaar gebruik is
gemaakt.

Lees hier het volledige verslag van de Ontmoetingsdag 2016.

Ontmoetingsdag op Vision 2017

In 2017 is de Ontmoetingsdag gekoppeld aan Vision 2017, een driejaarlijks congres met ruim 1.000 bezoekers. InZicht heeft hier een symposium georganiseerd met als thema ‘implementatie’. Voor het symposium was zoveel belangstelling dat er stoelen tekort waren in de zaal. Om mensen ook de gelegenheid te geven elkaar te ontmoeten hebben we een Ontmoetingsborrel georganiseerd, speciaal voor de Nederlandstalige bezoekers van het congres. 140 personen hebben zich hiervoor hadden aangemeld. Voor deze borrel is geen programma gemaakt. Wel zijn er statafels neergezet, waar mensen met elkaar in gesprek konden gaan over een onderwerp, onder leiding van een tafelheer of –dame. Centrale vraag was steeds: wat moet InZicht doen rond dit onderwerp? De deelnemers schreven hun suggesties op een plakker. De gesprekken waren zeer geanimeerd en bleven niet beperkt tot het geplande half uurtje: ze gingen door tot aan sluitingstijd.

Ontmoetingsdag 2018

In 2018 was het thema ‘Activeren van eigen regie door innovatie technologie’ De locatie was wederom Ermelo, en er kwamen ca 100 mensen op af. Er was o.a. een spreker die vertelde over de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderzoeksinstellingen en zorgaanbieders. Na de plenaire ochtendsessie met ook de flitspresentaties, werden in de workshops presentaties gegeven aan de hand van posters, die per thema geordend waren. De gemiddelde waardering voor de opzet van deze dag was 7,1 en ook nu stonden er weer bruikbare suggesties op de formulieren.

Lees hier het volledige verslag van de Ontmoetingsdag 2018.

Ontmoetingsdag 2019

In 2019 had de Ontmoetingsdag het thema ‘Het doet wat met je – de psychische impact van een visuele beperking op de persoon en zijn/haar omgeving’. De bijeenkomst vond plaats op 7 maart in Amersfoort. Met zo’n 120 bezoekers en een wachtlijst voor deelname was de dag goed bezocht. Onderzoekers, beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en zorgprofessionals waren vertegenwoordigd. Het digitale verslag van de Ontmoetingsdag 2019 is op de ZonMw-website te lezen. Naast de flitspresentaties, was er een plenair een spreker over de psychische impact van een visuele beperking en sprak een ervaringsdeskundige over haar persoonlijke ervaringen. In de workshops was zowel aandacht voor de praktijk als het wetenschappelijk onderzoek, alle met betrekking tot het thema van de dag. De dag is gemiddeld gewaardeerd met het cijfer 7,8.

Verspreidings- en implementatie impulsen (VIMPs)

Hoe belangrijk het netwerk ook is voor implementatie, goede onderlinge contacten alleen zijn niet voldoende.

Binnen InZicht bestaat aan het einde van elk onderzoeksproject de mogelijkheid om een plan voor een verspreidings- en implementatie-impuls (VIMP) in te dienen. Per project stelt InZicht in principe maximaal € 20.000 beschikbaar voor de uitvoering van het implementatieplan. Dat is doorgaans niet genoeg om de implementatie te laten plaatsvinden; cofinanciering vanuit de instellingen, in de vorm van inzet van de professionals, is noodzakelijk. Het bedrag is bedoeld als een impuls, en in combinatie met de ondersteuning van implementatiedeskundigheid vanuit het programmasecretariaat kan het een steun in de rug bieden voor een succesvol verloop. Het bestuur van InZicht besluit of de aanvraag wordt gehonoreerd. 

Lees meer over het traject
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit traject wordt door een implementatiedeskundige van het programmasecretariaat begeleid. Het programmasecretariaat, inclusief de implementatiemedewerker van InZicht, zijn aangesteld bij ZonMw. Het bevorderen en zichtbaar maken van (maatschappelijke) impact is een speerpunt het ZonMw-beleidsplan. Onder maatschappelijke impact verstaat ZonMw de aantoonbare benutting van gezondheidsonderzoek in praktijk, beleid en/of onderwijs, ten behoeve van aldaar gewenste verandering in het licht van kwalitatief goede en toegankelijke zorg en gezondheid tegen aanvaardbare kosten. Het programmasecretariaat gaat mee in deze ontwikkelingen. Dit sluit perfect aan bij de doelstellingen van InZicht, en InZicht kan zo profiteren van de activiteiten en ontwikkelingen rond implementatie en impact binnen ZonMw. InZicht maakt gebruik van het format van ZonMw voor implementatieplannen en heeft dit dus niet zelf hoeven te ontwikkelen. De kennis en kunde werkt ook door in de begeleiding die indieners van een VIMP-aanvraag krijgen bij de opzet van hun plan. Hierbij is aandacht voor de betrokkenheid van relevante partijen, de kansen en belemmeringen bij implementatie, de gekozen strategie, duurzaamheid, cofinanciering en budget.

Project implementatie-infrastructuur

Doordat we steeds meer kennis krijgen over hoe het implementatieproces verloopt en het beste kan verlopen, zien we dat ook de organisatorische inbedding van vernieuwingsactiviteiten essentieel is voor het slagen ervan. Een initiatief van de zorginstellingen om hieraan te werken wordt dan ook van harte ondersteund door het programma. Hiervoor wordt behalve een bijdrage van € 25.000 vanuit het onderzoeksprogramma InZicht, ook deskundig advies gegeven door de implementatiemedewerker van het programmasecretariaat. 

Communicatie

Communicatie is belangrijk voor de verspreiding van de verworven kennis en vernieuwingen binnen de wetenschappelijke wereld en de maatschappij. Communicatie vormt vaak de eerste stap richting implementatie in de praktijk, vooral buiten de cirkel waarbinnen een nieuwe aanpak ontwikkeld is.

InZicht is actief op dit vlak via digitale kanalen en via de Ontmoetingsdagen. InZicht beperkt zich daarbij niet tot het Nederlandse publiek. 

Website

Voor de communicatie is de eigen InZicht-webpagina op de website van ZonMw een belangrijk middel. Deze pagina is in 2016 volledig vernieuwd. Doordat InZicht op de ZonMw-website publiceert, is de site gemakkelijk vindbaar. Alle InZicht-activiteiten komen ook op de agenda van ZonMw en krijgen zo brede aandacht binnen het visuele veld en aanpalende domeinen. Van nieuw gestarte projecten komt een publieksvriendelijke samenvatting op de site; wanneer een project is afgerond volgt een nieuwe samenvatting waarin de resultaten staan. Deze samenvattingen zijn zowel in het Nederlands als in het Engels beschikbaar. Deze informatie wordt ook aangeboden aan het Kennisplein Gehandicapten voor plaatsing op hun site. En de projectinformatie sturen we ook naar the European Blind Union en naar Der Verband für Blinden- und Sehbehindertenpädagogik e. V. (VBS) in Duitsland voor plaatsing in hun nieuwsbrieven. 

Nieuwsbrief

Het programma InZicht publiceert over zijn (geplande) activiteiten en resultaten in de nieuwsbrief van het cluster Gehandicapten en Chronisch Zieken binnen ZonMw. De nieuwsbrief heeft een landelijk bereik van ongeveer 4.000 personen, bestaande uit onder andere wetenschappers, praktijkprofessionals, onderwijs en beleid (gemeenten en ministeries). 

Lees meer over de nieuwsbrief
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In eerdere fases had InZicht een eigen nieuwsbrief. In de interimperiode is deze niet uitgekomen, en bij de start van de vierde fase was er dus geen vast lezerspubliek meer. Liever dan een hele nieuwe start te maken wilden we aansluiten bij een bestaand medium, met een relevant en groot lezersbereik. Dat betekende ook een flinke kostenbesparing. 

Projectbeschrijving en -resultaten

In dit hoofdstuk belichten we de onderzoeksprojecten die tot stand zijn gekomen binnen InZicht. Daarbij ligt het accent op de projecten van de vierde fase plus de interim-periode.

In deze 4e fase plus de interimperiode (11e, 12e en 13e ronde) zijn in totaal 17 projecten gefinancierd (waarvan 13 onderzoeksprojecten). De projecten betreffende uiteenlopende onderwerpen die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking. Het project ‘Naar duurzame implementatie in de visuele sector: de ontwikkeling van een organisatieoverkoepelend leernetwerk ter ondersteuning van implementatietrajecten’ is pas in april 2019 gehonoreerd en is daarom niet meer meegenomen in de overzichten en grafieken van de evaluatie.

Alle projecten zijn erop gericht de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking te verbeteren. Vaak door hen extra mogelijkheden te geven meer autonoom te zijn, meer zelf de regie over hun leven te voeren. Of door hen te ondersteunen op het gebied van sociale en maatschappelijke participatie. Of te helpen wanneer het leven niet zo gemakkelijk gaat.

Hieronder bezien we de gehonoreerde projecten vanuit verschillende gezichtspunten en lichten er telkens enkele uit.

Onderwerp van onderzoek

Binnen de door InZicht gefinancierde projecten in de vierde fase wordt onderzoek gedaan naar een groot aantal verschillende onderwerpen. Dit is goed terug te zien in onderstaande grafiek.

Cirkeldiagram waarin te zien is welke onderwerpen onderzocht zijn in de door InZicht gefinancierde projecten in de vierde fase
Cirkeldiagram waarin te zien is welke onderwerpen onderzocht zijn in de door InZicht gefinancierde projecten in de vierde fase

Mobiliteit en navigatie

Na ‘algemene revalidatie’ heeft het onderwerp ‘mobiliteit en navigatie’ in de vierde fase de meeste aandacht gekregen. Ook in de eerdere fasen van het programma was dit een belangrijk aandachtspunt. Het is dan ook een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van leven dat mensen zich zelfstandig kunnen verplaatsen. Hoe kom ik, als blinde of slechtziende, zelfstandig van A naar B?

Er zijn in deze fase drie projecten gefinancierd op dit gebied:

foto van een elektrische fiets

Veilig op de fiets

In de 11e ronde is het project ‘Veilig op de fiets’ gehonoreerd. Het doel van dit project is om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop slechtziende mensen veilig en verantwoord kunnen (leren) fietsen en e-biken. Hiermee wordt een eerste stap gezet naar praktische richtlijnen voor verkeersdeelname als slechtziende fietser. Verwant aan dit project is het project ‘Mobillity4all’, dat in de 9e ronde is gehonoreerd. Vastgesteld is dat veel slechtzienden veilig kunnen rijden met een scootmobiel of autootje met een maximale snelheid van 45 km/uur als ze hun rijgedrag aanpassen. De projectgroep is voornemens om voor beide projecten een gezamenlijke VIMP in te dienen in januari 2019. Dat moet ertoe leiden dat de nieuwe kennis over veilige deelname aan het verkeer bekend zijn bij alle mobiliteitstrainers van Bartiméus en Koninklijke Visio. De cursusmodules voor de cliënten worden ook aangepast. 

EyeBeacons: Wayfinding in Public Spaces

In de 12e ronde is het project 'EyeBeacons: Wayfinding in Public Spaces' gehonoreerd. Hier worden mogelijkheden onderzocht om gebruik te maken van beacons (bakens) voor navigatie.

Op veel plaatsen in steden en openbare gebouwen hangen bakens. Als je een signaal van een baken opvangt, weet je dat je er dicht bij bent. Zo kun je een route uitstippelen van baken naar baken, om uiteindelijk op je bestemming te komen. In het project wordt de software die hiervoor nodig is ontwikkeld in nauwe samenwerking tussen de onderzoekers, de mobiliteittrainers en mensen met een visuele beperking. Behalve van de locatie van de bakens, wordt ook gebruik gemaakt van informatie uit de omgeving, bijvoorbeeld het geluid van een ratelaar bij een oversteekplaats, of de geur van een bakkerij.

Outsight, Insight

Ook uit de 12e ronde komt het project 'Outsight, Insight' voort. In dit project kijken de onderzoekers eerst op een fundamenteler manier naar navigatie. De vraag is hoe mensen met een visuele beperking zich een voorstelling maken van het gebied of van de route die zij willen afleggen. Als je weet hoe de hersenen dit aanpakken, welke hersengebieden hierbij actief zijn, weet je ook beter welke informatie je moet aanleveren om optimale navigatie mogelijk te maken. Verschillende vormen van sensorische substitutie worden in het project ook uitgetest in de praktijk: wat werkt het best om de weg te vinden op een groot treinstation? 

Impact op functioneren

Gedurende de looptijd van het onderzoeksprogramma InZicht is in heel wat projecten aandacht besteed aan psychische en gedragsproblemen. Vaak zijn dit problemen die ook bij mensen zonder visuele beperking spelen, maar die een bijzondere aanpak vergen voor mensen die slecht of niet zien. 

In de vierde fase zijn twee projecten tot stand gekomen. Beide projecten richten zich op vermoeidheid; het tweede project bouwt voort op de resultaten van het eerste. Veel mensen met een visuele beperking hebben last van buitensporige vermoeidheid. Dit maakt dat zij niet volledig kunnen participeren in de samenleving. Soms leidt het tot psychische klachten, zoals depressies. 

Lees meer over projecten rondom psychische- en gedragsproblemen
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste project zijn 247 mensen met een visuele beperking en professionals bevraagd. Duidelijk is geworden dat bij 40% van mensen met een visuele beperking sprake is van ernstige vermoeidheidsklachten. Oorzaken zijn de inspanning die het kost om met een kleine restvisus waar te nemen, de hoge cognitieve belasting, problemen met licht, negatieve cognities en acceptatieproblemen met betrekking tot de oogaandoening. De ernst en impact van vermoeidheid was groter voor deelnemers met een visuele beperking vergeleken met deelnemers met normaal zicht. Deze klachten gingen gepaard aan hoge kosten voor de maatschappij door indirecte kosten buiten de gezondheidszorg. In het project is een e-health interventie ontwikkeld voor een zelfmanagementbehandeling.

In het tweede project wordt deze interventie verder ontwikkeld en getoetst. Dit beoogt een evidence-based behandelwijze voor vermoeidheidklachten opleveren. De aanpak combineert een e-health en zelfmanagement aanpak met ondersteuning-op-afstand van maatschappelijk werkers van de instellingen. De ontwikkeling van de e-health interventie gebeurt met een designteam bestaande uit professionals van de expertisecentra (behandelaars en ICT’ers), de doelgroep zelf en onderzoekers.

Technologische innovatie

Technische innovaties in de zorg, onderwijs of algemene ondersteuning, zijn van groot belang voor mensen met een visuele beperking. Nieuwe technologische ontwikkelingen ondersteunen de doelgroep om meer zelfstandig te kunnen participeren in de samenleving. Veel InZicht-projecten maken gebruik van apps voor de smartphone, of zetten andere technologische toepassingen in. Een bijzonder project op dit gebied is uit de 11e ronde gekomen:

Lees meer over de projecten rondom technologische innovatie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Mensen met een visuele beperking ervaren problemen met non-verbale communicatie. De bestaande hulpmiddelen zijn voornamelijk gericht op het gehoor en daarnaast is niet goed bekend hoe de gebruikers deze ervaren. De projectgroep heeft een prototype van een haptische band ontwikkeld voor gezichtsherkenning en navigatie voor mensen met een visuele beperking. De band wordt om de buik gedragen. Met behulp van een computer worden camerabeelden omgezet in trillingen. De plaats van de trilling op de band geeft informatie over de emoties van de persoon die in beeld is. Of geeft signalen die het mogelijk maken ter navigeren in onbekende omgevingen. In 2019 is een VIMP gehonoreerd om de producten verder te ontwikkelen.

Leeftijdscategorieën van de doelgroep

Het onderzoeksprogramma InZicht richt zich op mensen met een visuele beperking van alle leeftijden. Binnen de verschillende projecten zijn er wel verschillende accenten zichtbaar.

De grenzen voor de verschillende leeftijdscategorieën zijn niet steeds dezelfde. Dat hangt samen met het onderwerp van onderzoek. Personen die bijvoorbeeld in onderzoek naar  de ontwikkeling van zelfstandigheid en autonomie als ‘jongere’ of ‘jong volwassene’ worden beschouwd, kunnen vanuit een andere optiek als ‘volwassene’gelden.

Hier belichten we enkele projecten die kinderen en jongeren centraal stellen.

Kinderen

In deze periode zijn drie onderzoeksprojecten en een review gefinancierd die betrekking hebben op de doelgroep kinderen:

Lees meer over deze projecten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de 11e ronde is een project gehonoreerd dat spel van kinderen met een visuele beperking centraal stelt. Spel is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen, onder andere voor hun vaardigheden op het gebied van sociale interactie. Samenspel van kinderen met en zonder een visuele beperking verloopt vaak niet soepel, juist door de visuele beperking. In dit project is een kasteel gemaakt met allerlei speelfiguren. Wanneer zo’n poppetje wordt opgepakt, zegt het iets. Dit kan de kinderen helpen hun samenspel spannender te maken. Er is op gelet dat de dialogen interessant zijn voor kinderen in het hele spectrum van ‘typisch jongens’ tot ‘typisch meisjes’. Met behulp van video-opnames wordt geanalyseerd of dit kasteel het samenspel en de ontwikkeling van de sociale interactievaardigheden bevordert.

In de 13e ronde is een project gehonoreerd rond programmeren. Programmeren is een standaard vak geworden in het basisonderwijs. Ook de jongste kinderen krijgen hier les in. Dit gaat heel speels en toegankelijk, maar niet zonder meer voor blinde kinderen. Er wordt namelijk veel gebruik gemaakt van plaatjes en andere visuele middelen. In dit project wordt bestaand materiaal geanalyseerd op toegankelijkheid voor blinde en slechtziende kinderen en worden aanpassingen ontwikkeld voor deze doelgroep. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met leerkrachten. Beoogd wordt inclusief onderwijs mogelijk te maken: lessen voor kinderen met en zonder handicap samen. In het project worden ook richtlijnen opgesteld voor toekomstige materialen. 

De producten van het onderzoek,  de richtlijnen voor het ontwikkelen van inclusief programmeermateriaal en voorbeelden daarvan worden gedistribueerd via verschillende platforms, zoals LessonUp en EduVIP.

Jongeren

In de 13e ronde is een project gehonoreerd dat zich specifiek op jongeren richt. Dit project maakt gebruik van en bouwt voort op een resultaten van een reeks projecten die sinds 1994, mede dankzij financiering van door InZicht, tot stand zijn gekomen.

Lees meer over dit project
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Jongeren en jong volwassenen groeien naar zelfstandigheid en autonomie. Wanneer zij blind of slechtziend zijn, en daardoor blijvend afhankelijk van anderen, kan dit extra lastig zijn. Uit eerder onderzoek is gebleken dat sommige ouders overbeschermend zijn, en sommige jongeren weinig initiatief tonen om zelfstandig hun weg te zoeken. Maar dit zijn alleen anekdotische gegevens. Er is weinig bekend over dit proces bij mensen met een visuele beperking en de rol die ouders en professionele ondersteuners daarbij spelen. Samen met jongeren met en zonder visuele beperking, met ouders en professionele begeleiders wordt onderzocht wat belangrijk is om de autonomie-ontwikkeling te ondersteunen.

Type beperkingen

De meeste projecten binnen InZicht richten zich op mensen met een visuele beperking en minder op mensen met eventuele bijkomende beperkingen. Dit wordt duidelijk in onderstaande grafiek.

Binnen de vierde fase zijn er drie projecten die een specifieke doelgroep op het oog hebben:

Lees meer over deze projecten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Visuele en auditieve beperkingen

Voor mensen die zowel visuele als auditieve beperkingen hebben is communicatie erg moeilijk. Hoe kunnen zij duidelijk maken wat ze wel en niet willen? Hoe kunnen hun naasten en de professionals die hen begeleiden dit begrijpen? Doordat ze alleen op een lichamelijke manier kunnen communiceren ontwikkelen mensen die geboren zijn met deze beperkingen zich vaak niet goed: zij blijven vaak steken op een voor-talig niveau en functioneren dus als erg jonge kinderen. 

In eerdere (InZicht)projecten zijn korte interventies ontwikkeld en met succes getoetst op sociale interactie en hoge kwaliteit communicatie. In dit project worden begeleiders gedurende langere tijd getraind in deze werkwijzen en worden de resultaten longitudinaal geëvalueerd. Bovendien wordt er een cursus ontwikkeld zodat de kennis verbreid kan worden. Naar verwachting is deze werkwijze ook voor andere doelgroepen geschikt, zoals mensen met een ernstige verstandelijke beperking of autisme in combinatie met een visuele beperking

CVI/ Niet-aangeboren hersenletsel

In de 13e ronde is een project gehonoreerd dat zich richt op gedeeltelijke gezichtsvelduitval – hemianopsie. Dit is een veel voorkomend gevolg van een beroerte. Deze handicap heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven, omdat het moeilijk is een goed overzicht te krijgen van een situatie, bijvoorbeeld in het verkeer. Maar vooral lezen blijkt erg moeilijk. Er zijn enkele trainingen om de leesvaardigheid te verbeteren, maar deze zijn nog niet getoetst op effectiviteit op het niveau van kwaliteit van leven, activiteiten en participatie. Doel van dit project is twee van deze trainingen te evalueren. 

Uit de 12e ronde is een project voortgekomen dat zich richt op een andere visuele handicap die het lezen erg moeilijk maakt: Infantiele Nystagmus. Bij kinderen die hier last van hebben, maken de ogen snelle, onvrijwillige, heen en weer gaande bewegingen. Dit maakt het erg lastig om te focussen bij het lezen: de letters lijken te dansen op het papier. Er is een training ontwikkeld die bij veel kinderen tot een sterke verbetering van de leesprestaties leidde. In dit project wordt de training aangepast, zodat kinderen thuis kunnen oefenen. En er wordt onderzocht hoe tevoren is in te schatten of een training wel of niet gaat helpen. Het vermoeden bestaat namelijk dat de symptomen het gevolg zijn van verschillende oorzaken. En dat niet bij alle oorzaken een training zinvol is.

Type onderzoek

In de meeste InZicht-projecten (8 van de 16 die hier beschreven worden) worden interventies ontwikkeld of getoetst. In deze fase van InZicht zijn daarnaast enkele reviews uitgezet en is een screeningsproject gehonoreerd. Vier projecten vallen buiten deze indeling. En ook het laatste gehonoreerde project (nummer 17) valt hierbuiten.

Reviews

In de 12e ronde heeft het programma twee reviews gefinancierd en een onderzoek waarin een inventarisatie wordt gemaakt van de verschillende oogonderzoeken in Nederland: 

Lees meer over deze studies
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In deze studies is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van aangeboden interventies binnen revalidatie instellingen, bij twee doelgroepen: kinderen en ouderen. In de eerste review is het belangrijkste inzicht dat het aantal studies van hoge kwaliteit laag is.

In de tweede review wordt een synthese gegeven van de effectiviteit van interventies die zijn onderzocht in observationele studies. Hierdoor vormt het een aanvulling op eerdere reviews. De focus van het onderzoek ligt op interventies die de participatie van ouderen met een visuele beperking bevorderen.

Doel van de “Inventarisatie Onderzoek in de Oogzorg” is om tot een systematisch overzicht van het afgerond en lopend onderzoek binnen het visuele veld te komen, waarbij de nadruk ligt op het onderzoek dat zich richt op kwaliteit van leven en participatie in de samenleving. Hiermee ontstaat een duidelijk overzicht, waarmee een kennisagenda vanuit het perspectief van wetenschappers kan worden opgezet.

Screeningsinstrument

Uit de 13e ronde komt een project voort dat een betere screening wil bewerkstellingen: 

Lees meer over dit project
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor mensen met een visuele beperking is het gehoor een extra belangrijk zintuig. Het gehoor verschaft informatie over de omgeving voorbij de reikwijdte van de witte stok. In sociale relaties is het stemgeluid belangrijk om mensen te herkennen en hun emoties te begrijpen. Met het auditief profiel zullen verschillende deelaspecten van het gehoor in kaart worden gebracht. In de revalidatie kan er dan beter ingespeeld worden op de functies die goed of minder goed ontwikkeld zijn. 

Project implementatie-infrastructuur

Het 17e project: ‘Naar duurzame implementatie in de visuele sector: de ontwikkeling van een organisatieoverkoepelend leernetwerk ter ondersteuning van implementatietrajecten’ bevordert de implementatie van onderzoeksresultaten op de werkvloer middels het opzetten van een sectorbreed leernetwerk op het gebied van implementatiestrategieën en –trajecten binnen de drie deelnemende instellingen: de Koninklijke Visio, Bartiméus en Robert Coppes Stichting. Dit project is niet opgenomen in de diagrammen in dit hoofdstuk.

Indicatoren voor impact

Het hoofddoel van het onderzoeksprogramma InZicht is de kwaliteit van leven verbeteren voor mensen met een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen. Om deze hoofddoelstelling te bereiken zijn subdoelstellingen benoemd die daarnaast zijn aangevuld met aanbevelingen vanuit de evaluatie van de derde fase.

Het programma beoogt dus effect of impact te hebben op het leven van mensen met een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen. Dit is niet makkelijk aan te tonen geven in termen van ‘output’ of ‘outcome’. 

Hoe meten we dan of de doelstellingen zijn gehaald? En in het bijzonder of de resultaten van de projecten worden benut in de praktijk? De projecten die in de vierde fase zijn gestart, zijn immers nog niet afgerond. We hebben hiervoor twee wegen gekozen:

  1. We gebruiken de factoren die bijdragen aan impact zoals omschreven in het onlangs verschenen advies ‘Maatschappelijke impact in kaart’ van de KNAW. Dat adviesrapport draait om maatschappelijke impact en gaat in op het benutten van onderzoeksresultaten buiten de wetenschap.
  2. Daarnaast maken we gebruik van een aantal indicatoren van ZonMw,  benoemt een aantal indicatoren om te bepalenwaarmee bepaald kan worden of onderzoeksresultaten geïmplementeerd worden.

Deze twee bronnen leveren de meetlat waarlangs we de resultaten leggen die in de eerdere hoofdstukken staan plus de uitkomsten van de SWOT-analyse. Hieronder lichten we de verschillende indicatoren nader toe. 

De KNAW-indicatoren

De KNAW definieert maatschappelijke impact als ‘De bijdrage op de korte en lange termijn van wetenschappelijk onderzoek aan veranderingen in of ontwikkeling van maatschappelijke sectoren en aan maatschappelijke uitdagingen’. De KNAW geeft aan dat ‘sturing op verhoging van de impact van onderzoek’ een belangrijk doel kan zijn. Ze waarschuwt dat impact lang niet altijd eenduidig te bepalen is. 

Lees meer over de impact-indicatoren van de KNAW
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De KNAW stelt dat impact:

  • Divers is en zeker niet altijd in economische termen te vertalen is; 
  • Pas na lange tijd zichtbaar (ca. 10 jaar) is;
  • Vaak niet te koppelen is aan één specifiek project, maar aan meerdere trajecten tegelijk waarbij veel factoren buiten de invloedsfeer van wetenschappers liggen;
  • Meestal niet op één moment objectief te waarderen is vanwege de perceptie of het tijdstip; 
  • Vaak internationaal is, waarbij de opbrengsten indirect bijdragen aan de Nederlandse samenleving.

Het meten van impact brengt hoge kosten met zich mee over een langere periode. Voor het meten van impact van onderzoek beschrijft de KNAW een tweetal aanpakken: methoden die impact achteraf meten (ex-post) in kaart brengen en methoden die vooraf (ex-ante) een inschatting proberen te maken van de impact. 

De KNAW geeft aan dat de meeste methoden vooral een beeld geven van de ‘output’ en ‘outcome’ en nog minder van maatschappelijke impact door het gebrek aan een passend instrumentarium hiervoor. Zij bevelen aan om:

  • Methoden en indicatoren te kiezen die passen bij de doelstellingen, het stadium van het onderzoek en het onderzoeksdomein; 
  • Een mixed-methodes aanpak te kiezen met een combinatie van metingen, narratieven en ander bewijs op casusniveau;  
  • Meer te doen met al verzamelde informatie;
  • Bij een ex-ante aanpak vooral de factoren en processen in kaart te brengen die de kans op maatschappelijk impact vergroten; 
  • Bij een ex-post aanpak de ervaringen en kennis te gebruiken voor het vergroten van de impact van toekomstige projecten.

Vaak zit er enige tijd tussen het onderzoek en de maatschappelijke impact. Om dit proces te kunnen begrijpen, schrijven de meeste methoden drie verschillende niveaus van uitkomsten: output, outcome en maatschappelijke impact.

  • Output: meest directe resultaten op relatief korte termijn zoals publicaties
  • Outcome: resultaten op middellange termijn bijvoorbeeld een toename van het aantal gevaccineerde kinderen
  • Maatschappelijk impact: effecten op de lange termijn zoals een vermindering van de kindersterfte

Voor ex-post methoden zijn er vier categorieën te onderscheiden, namelijk:

  1. Econometrische studies. 
  2. Case-based studies waar bij individuele projecten wordt nagegaan wat de impact is. 
  3. Onderzoeksevaluaties waarbij door middel van evaluaties veel informatie wordt verzameld over de kennisbenutting. 
  4. Procesgerichte methoden waar bij het gaat om de processen die het verloop van onderzoek tot maatschappelijk impact bepalen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door te kijken naar de mate waarin potentiele gebruikers van kennis in het onderzoeksproces zijn betrokken (het interactieve productieve netwerk).

Voor de ex-ante beoordeling van impact zijn nog weinig methoden ontwikkeld. De meeste methoden gaan uit van ‘impact pathways’ aan de hand van een ‘theorie of change’. Dit laatste is een raamwerk wat duidelijk maakt hoe in een specifiek context een veranderingsproces zal gaan plaatsvinden. Dit raamwerk moet dan worden ingezet als een dynamisch instrument dat gedurende het project wordt bijgewerkt. Deze activiteiten vragen betrokkenheid van potentiele gebruikers en andere stakeholders. De organisatie hiervan kost tijd en geld, waarvoor ruimte nodig is in het onderzoeksbudget.

KNAW beschrijft ex-ante- en ex-postmethoden voor evaluatie. Eén van categorieën van de ex-post methoden, de procesgerichte benaderingen, passen goed bij InZicht. Dit is de reden waarom we ook voorliggende evaluatie van het programma InZicht procesgericht inrichten. Deze methoden richten zich vooral op de processen die het verloop van het onderzoek bepalen. In essentie komt dit neer op kijken naar de mate waarin potentiële gebruikers van de kennis in het onderzoeksproces zijn betrokken.

Naast wetenschappelijke inspanningen gaat het steeds meer om de interacties tussen wetenschappers en maatschappelijke actoren: het gaat om ‘productieve interactieve netwerken’. 

De KNAW geeft geen definitie van ‘productieve interactieve netwerken’ . Zij noemt ook geen concrete indicatoren om dergelijke netwerken op te sporen. Uit de omschrijvingen blijkt dat het gaat om het netwerken waarbinnen kennisontwikkeling en -verspreiding plaatsvindt en waarbinnen de partners een commitment aangaan met het doel en het op te leveren product. Door de onderlinge samenwerking van betrokkenen dragen deze netwerken bij aan de impact van de producten.
De aanpak om potentiële gebruikers van kennis in het onderzoeksproces te betrekken is de werkwijze van InZicht. Dat is de reden dat we stil staan bij ‘productieve interactieve netwerken’ in het licht van deze procesevaluatie. 

De ZonMw-indicatoren

ZonMw investeert in het implementeren én de impact van de onderzoeksresultaten van haar programma’s. Om implementeren te stimuleren deelt zij met het veld ‘wat werkt’ op basis van haar jarenlange ervaring. Een van de zaken die ZonMw hiervoor heeft ontwikkeld zijn indicatoren. Zij benoemt een aantal indicatoren ter bepaling van het succes het daadwerkelijk gebruik van onderzoeksresultaten. Het gaat om de volgende:

  • Concrete producten opleveren;
  • Samenwerken met relevante partijen;
  • Cofinanciering;
  • Communicatie- en implementatieactiviteiten.

Deze indicatoren zijn concreter om te gebruiken als meetlat.

Wij operationaliseren in deze evaluatie de ‘productieve interactieve netwerken’ met behulp van de vier ZonMw-indicatoren.

Toepassing van de indicatoren

In de nu volgende onderdelen van dit hoofdstuk gaan we aan de hand van deze indicatoren in op de realisatie van de doelstellingen van het programma, gevolgd door een overzicht van de producten vanuit de verschillende projecten. We besluiten met een analyse van de sterktes en zwaktes van het programma.

In de nu volgende onderdelen van dit hoofdstuk gaan we aan de hand van deze indicatoren in op de realisatie van de doelstellingen van het programma, gevolgd door een overzicht van de producten vanuit de verschillende projecten. We besluiten met een analyse van de sterktes en zwaktes van het programma.

Indicator: concrete producten opleveren

Eén van de indicatoren die impact  bevorderen is concrete producten opleveren. Vrijwel alle InZicht-projecten leveren dergelijke producten. De producten die ze opleveren zijn benoemd in hoofdstuk 5, en worden samengevat in bijlage 4.

Indicator: samenwerking met relevante partijen

Een andere indicator voor succesvolle implementatie betreft de ‘samenwerking met relevante partijen’ binnen alle fasen van het programma en projecten. Binnen de stuurgroep zijn de relevante partijen – cliënten, professionals en wetenschappers - vertegenwoordigd.

Bij alle projecten binnen het programma InZicht is het een voorwaarde dat cliënten en professionals betrokken zijn bij de opzet van het onderzoek en de uitvoering daarvan. Bij één project is geen sprake van de participatie van de cliënten omdat het hier gaat om kinderen op basisschoolleeftijd. Wel zijn hun leerkrachten nadrukkelijk betrokken bij dit project door mee te denken over geschikt materiaal en de aanpassing ervan, en testmateriaal te evalueren. Er is dus sprake van co-creatie. De leerlingen testen het materiaal uit als proefpersoon.

Indicator: cofinanciering

Cofinanciering is een belangrijke derde indicator. Het programma InZicht heeft de unieke situatie dat zij primair wordt gefaciliteerd vanuit de steunstichtingen van Bartiméus en Koninklijke Visio: respectievelijk Bartiméus Sonneheerdt en Novum. De instellingen zijn co-financier: zij stellen tijd ter beschikking voor professionals om deel te nemen aan de projecten.

Omdat de middelen voor de onderzoeksprojecten vanuit InZicht niet toereikend zijn, dragen de universiteiten en hogescholen de overige middelen bij. Zeker bij promotieprojecten gaat het daarbij om aanzienlijke bedragen.

ZonMw draagt bij aan de facilitering van het professionele secretariaat. Het geld dat vanuit de stichting InZicht beschikbaar komt is krap voldoende om basistaken te realiseren, zoals de organisatie en afwikkeling van de aanvraagrondes. Activiteiten die gericht zijn op bijvoorbeeld het vormen en onderhouden van netwerkrelaties kunnen hier niet uit betaald worden. ZonMw vindt deze echter essentieel en draagt uit eigen zak bij aan de kosten die hiermee gemoeid zijn. Door deze cofinanciering is er commitment bij de partijen die uiteindelijk de resultaten van het programma en de projecten gaan gebruiken (impact realiseren) .

Indicator: communicatie- en implementatieactiviteiten

Communicatie- en implementatieactiviteiten zijn een belangrijke laatste indicator voor succesvolle implementatie. Het onderzoeksprogramma InZicht stuurt op het betrekken en verbinden van de relevante partijen binnen zijn productieve interactieve netwerken. Dit gecombineerd met de gerealiseerde commitment bij deze partijen maakt dat de ingrediënten aanwezig zijn om succesvol te kunnen implementeren. En succesvolle implementatie maakt dat maatschappelijke impact kansrijk is.

Tijdens de afgelopen fase is binnen InZicht hard gewerkt aan alle (sub)doelstellingen. Ook zijn de aanbevelingen vanuit de evaluatie van de derde fase meegenomen in de uitwerking. Dit heeft al de nodige resultaten opgeleverd voor realisatie van de doelstellingen. Daarnaast kunnen we al voorzichtig constateren welke mate van impact aan de orde is door de resultaten te verbinden aan de indicatoren voor succesvolle implementatie. Het overzicht met behaalde resultaten impact indicatoren vindt u in bijlage 5.

Tabel 5: In deze tabel zijn de resultaten van InZicht op de doelstellingen te zien en wordt de samenhang met de impactindicatoren aangegeven.
DoelstellingGerea-liseerdLoopt nogGeen realisatieConcrete productenSamen-werkingCo- financieringCommuni- catie & implemen- tatie activiteiten
Financieren van tenminste
4 lange onderzoeksprojecten
V  V-VV
Financiering van 5 korte projectenV  V-VV
Samenwerking wetenschappers en
zorgprofessionals
V  -VVV
Medewerkers trainen onderzoeksexpertise
te verdiepen
- V----
Ontmoetingsdagen onderzoek en
praktijk stimuleren
V  VVVV
Projectaanvragen oriëntatie op
de internationale literatuur
V  V-VV
Projectaanvragen worden beoordeeld
door internationale experts
V  -VVV
Internationaal publiceren en aangaan
van samenwerkingverbanden
gestimuleerd + getoetst
V  VVVV
Bijdrage aan Vision 2017V  VVVV
Tijdens bijeenkomsten kennis gebracht
door internationale gastsprekers
 V -VVV
Contact met andere
onderzoeksprogramma's
V  -VVV
Niet betrokken universiteiten uitgenodigd
bij Ontmoetingsdagen en
voor projectaanvragen
V  -VVV
Organisaties met deskundigheid
culturele diversiteit benaderd
- V----
De activiteiten en belangrijkste projectresultaten
bekend gemaakt via de
website zonmw.nl/inzicht
V  V-VV
Minimaal eens per half jaar
wordt een digitale nieuwsbrief
'In Het Zicht' uitgebracht
V  V-VV
Resultaten van InZicht gepubliceerd
in vaktijdschriften, huisbladen van
zorginstellingen en organisaties van
mensen met diverse culturele
achtergronden, nieuwsbrieven van
de belangenbehartigingsorganisaties
en ZonMw
V  VVVV
Het product van reviews: wetenschappelijke
publicatie + gemakkelijk leesbaar rapport zijn
 V V-VV
Gelinkte websites van de zorginstellingen
en ZonMw t.b.v. onderzoek- en
implementatieactiviteiten
 V VVVV
Actualisering van de InZicht webpaginaV  V-VV
Bij voortgang- en eindverslag van projecten
en bij site visits verspreiding en
implementatie aan de orde stellen
V  VVVV
Kennis over doelmatige en efficiënte
implementatieactiviteiten uitbouwen met
deelsectoren binnen de
gehandicaptensector
V  -VVV
Cliënten grotere rol in implementatietraject,
bijvoorbeeld bij het toekennen van
implementatieimpulsen
V  -VVV
Reserveren van budget voor
implementatieimpulsen
V  VVVV
Programma ook richten op mensen
die niet in de betreffende instellingen
verblijven of door hen ondersteund worden
 V --VV
Schenk aandacht aan de persoonlijk
en maatschappelijke gevolgen van de
beperking voor de kwaliteit van leven
 V --VV
Schenk aandacht aan hoe
mensen uit de doelgroep zelf regie
kunnen voeren over hun leven
en voor zichzelf kunnen zorgen
V  --VV
Zorg voor meer samenhang
tussen de projecten
V  -VV 
Toets nieuw zorgaanbod op
werkzaamheid om zo een meer
'evidence based' zorg te krijgen
 V --VV

SWOT-analyse van het onderzoeksprogramma InZicht

We besluiten dit evaluatieve hoofdstuk met een SWOT-analyse. Deze SWOT is gemaakt door de leden van de stuurgroep van InZicht. Hieronder staat een samenvatting van de antwoorden; de integrale weergave staat in bijlage 6. N.B. Het secretariaat heeft geen inhoudelijke bijdrage geleverd maar alleen de antwoorden geordend. Daarna worden de resultaten van de SWOT-analyse gekoppeld aan de indicatoren voor kansen op succesvolle implementatie.

Samenvatting resultaten SWOT-analyse

Sterke punten
De stuurgroep waardeert haar brede samenstelling. Hierdoor komen in de verschillende perspectieven van wetenschap, professionele praktijk en van mensen met een visuele beperking tot hun recht. Hierdoor worden relevante projecten gehonoreerd.

Ook waardeert ze de sterke netwerkfunctie van het programma positief.  Genoemd worden de intensieve relaties die worden gevormd tussen de onderzoekers die aan de projecten werken met de zorgprofessionals en de cliënten. Dit draagt bij aan de bruikbaarheid van de onderzoeksresultaten. De jaarlijkse Ontmoetingsdagen helpen bij het vormen en onderhouden van de netwerken. Ook de internationaal verbanden zijn belangrijk. Door de branchebrede samenwerking kunnen meer cliënten benaderd worden voor een onderzoek.

De stuurgroep vindt daarnaast de wetenschappelijke kwaliteit en het toegepaste karakter van de projecten belangrijk. Hierbij waardeert zij de rol van ZonMw rondom, bijvoorbeeld, de zorgvuldige procedures van beoordeling van onderzoeksaanvragen, in het bijzonder het betrekken van buitenlandse referenten hierin, maar ook de rol van het cliëntenpanel. Ook de monitoring van de lopende projecten draagt bij aan de kwaliteit van de onderzoeksresultaten.

Zwakke punten
De stuurgroep zou haar samenstelling graag nog diverser zien, met name met meer oogheelkundige/fysische inbreng en vanuit de cliëntvertegenwoordiging. Anderzijds vindt ze zichzelf ook al groot ten opzichte van het aantal projecten dat gehonoreerd kan worden.  

Financiële aspecten komen op verschillende manieren aan de orde: op de eerste plaats de onzekerheid over het voortbestaan van het programma, en de afhankelijkheid van de steunstichtingen. Verder de te beperkte budgetten voor de promotietrajecten, en de VIMPs, maar ook de korting op het programmasecretariaat, waardoor de ondersteuning van de stuurgroep en het cliëntenpanel onder druk staat.  De beperkte middelen en de beperkte menskracht kunnen het kwaliteitsniveau negatief beïnvloeden. Ook constateert de stuurgroep dat de implementatie bij de instellingen extra aandacht mag hebben.

Kansen
Naast sterke en zwakke punten zijn er ook kansen zichtbaar. De stuurgroep ziet vooral veel kansen bij het al sterkte punt van InZicht: de interactieve productieve netwerken. Zij ziet kansen om al bestaande netwerken verder uit te bouwen, te verbreden en om nieuwe verbindingen tot stand te brengen, zowel nationaal als internationaal. Genoemd worden UitZicht, de Expertisefunctie ZG, Gewoon Bijzonder, ouderenzorg, gehandicaptensector, Wetenschappers tegen Blindheid. Een gezamenlijke onderzoeksagenda kan daarbij helpen. En het kan helpen om het ministerie van VWS te bewegen een onderzoeksprogramma binnen het visuele veld gaan financieren. Omdat het onderzoek zich vaak richt op kleine populaties vindt de stuurgroep samenwerking belangrijk met Europese partners.

Terwijl de variëteit in korte en lange projecten gewaardeerd wordt, ziet de stuurgroep ook mogelijkheden voor andere werkvormen, zoals Academische werkplaatsen. In deze werkvorm wordt nog sterker ingezet op interactieve productieve netwerken, gericht op ontwikkeling en implementatie van kennis en innovaties.

Bedreigingen
Tot slot ziet de stuurgroep ook enkele bedreigingen voor het onderzoeksprogramma InZicht. Naast het onzekere voortbestaan van InZicht en de beperkte menskracht binnen het secretariaat benoemt zij een aantal risico’s zoals , de samenstelling van de stuurgroep, onvoldoende deelname van jongere cliënten. Binnen de instellingen en door het bestuur wordt InZicht niet voldoende uitgedragen als een unieke programma om trots op te zijn.

Relatie tussen SWOT-resultaten en implementatie-indicatoren

Naast het beschrijven van de rode draad vanuit de SWOT kunnen we de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen koppelen aan de indicatoren voor implementatie en het vergroten van de kans op impact. Hieronder vullen we een aantal uitspraken bij de indicatoren die een beeld geven van de implementatie en daarmee de impact van het programma InZicht bevorderen. Het gaat hier om een illustratieve selectie van uitspraken. Voor het complete overzicht van de SWOT-analyse verwijzen wij u naar bijlage 6.

Als we kijken naar het overzichtsschema van de SWOT-analyse en de impactindicatoren, dan zeggen de stuurgroepleden daar het volgende over:

  • Samenwerking relevante partijen: ‘We hebben het netwerk van onderzoekers, eindgebruikers en professionals in Nederland goed in kaart gebracht. Men weet elkaar snel te vinden.’
  • Cofinanciering: ‘Er is continu discussie over of InZicht wel of niet wordt voortgezet. Deze discussie speelt telkens tussen fasen. Het zou mooi zijn als de financiering voor de lange termijn zeker is.’
  • Sturen op impact: ‘De kennis en ervaring die ZonMw in huis heeft over implementatie, is beschikbaar voor de hele sector.’

De beschrijving van de resultaten van het programma in het voorgaande hoofdstuk geeft ook een duidelijk beeld van de unieke manier van werken van InZicht. Deze manier van werken en de waarde daarvan voor de opbrengsten van het programma komen herkenbaar terug in de resultaten van de SWOT-analyse.

Relatie met externe evaluatie van de derde fase.

In het rapport van de externe evaluatiecommissie van de derde fase van InZicht staat een aantal conclusies en aanbevelingen geformuleerd voor het onderzoeksprogramma InZicht. Hieronder worden deze conclusies en aanbevelingen hernomen. Waar relevant volgt een commentaar omtrent de ontwikkelingen binnen de vierde fase op dat terrein. De gehele externe evaluatie van de derde fase staat op de InZicht webpagina.

Conclusies van de evaluatiecommissie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  1. De externe evaluatiecommissie concludeert dat men er in de derde fase van het programma InZicht goed in is geslaagd verbeteringen door te voeren, zoals in de evaluatie van de tweede fase werd aanbevolen. Deze verbeteringen hebben betrekking op de rol van cliënten, de procedures en de infrastructurele en personele inspanningen om kennis te ontwikkelen en door te geleiden naar de zorgpraktijk.

    Geen opmerkingen: specifiek gericht op de derde fase.
  2. InZicht is een uniek programma, omdat het inhoudelijk en in zijn procesgang een verbinding legt met mensen met een visuele beperking en de zorg die zij ontvangen. Cliënten zijn direct bij het programma betrokken en hebben invloed op de programma-uitvoering. Organisatorisch kent het programma een structuur die garanties biedt voor goede toepasbaarheid en daadwerkelijk gebruik van de projectresultaten en die de kloof tussen onderzoek en praktijk dicht. Als het op implementeren aankomt, is er echter nog geen sprake van cliëntenbetrokkenheid.

    Opmerking: De kwalificaties van InZicht gelden nog steeds. Cliëntbetrokkenheid bij implementatie blijft een punt van aandacht.
  3. De rol en betrokkenheid van ZonMw in dit praktijkgerichte programma is onontbeerlijk voor de continuïteit van het programma en de cohesie daarbinnen. De gehanteerde ZonMw-procedures (o.m. uitschrijven van calls, beoordelen en begeleiden van projecten, organiseren van site visits, implementatie van projectresultaten) verhogen de relevantie, kwaliteit en toepasbaarheid van de programmaresultaten. ZonMw draagt binnen InZicht ook bij aan de binding tussen de twee grote Nederlandse instellingen op het gebied van onderzoek en zorginnovatie rond blindheid en slechtziendheid, en tussen deze instellingen en organisaties van visueel beperkte mensen die geen cliënt zijn.

    Opmerking: De rol en betrokkenheid van ZonMw bij InZicht is gehandhaafd.
  4. De commissie constateert dat de programma-uitvoering onvoldoende gericht was op de volle breedte van de programmadoelstelling, die focust op de verbetering van de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking in het algemeen. De projecten zijn echter voor het overgrote deel gericht op de beantwoording van instellingsgebonden kennisvragen en op de cliëntenpopulatie van beide instellingen. Ze richten zich nauwelijks op zelfzorg en het ontwikkelen van kennis die de doelgroep - die veel breder is dan de cliëntenpopulatie van beide instellingen - helpt de doelstelling te bereiken. Ook de toepassing van InZicht-resultaten buiten de beide instellingen vraagt om aandacht.

    Opmerking: Ook in de vierde fase is de relatie tussen de instellingen en de onderzoeksprojecten zeer sterk. Het is nauwelijks gelukt de doelstelling over een grotere breedte te realiseren.
  5. Er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van kennis en expertise die naar de mening van de evaluatiecommissie internationaal wel beschikbaar moet zijn.

    Opmerking: Er is in de vierde fase iets meer aandacht geweest voor internationalisering. Maar op dit vlak is zeker nog veel winst te behalen.
  6. Er is in de derde fase sprake geweest van een disbalans tussen twee- en vierjarige projecten. Voor een deugdelijke onderbouwing van de zorg in deze sector zijn ook wetenschappelijke projecten van kaliber (i.c. vierjarige projecten) vereist.

    Opmerking: In de vierde fase is er een goede balans gerealiseerd tussen de verschillende typen projecten. Ongeveer driekwart van de gehonoreerde projecten leidt tot een promotie.
  7. De zorg voor mensen met een visuele beperking is een relatief klein segment binnen de zorg. In dat licht bezien vindt de commissie het opmerkelijk dat bij het op- en uitbouwen van een kennisinfrastructuur niet meer samengewerkt wordt met andere segmenten, zoals de zorg voor auditief, lichamelijk of/en verstandelijk gehandicapten, waar soortgelijke initiatieven ondernomen zijn of worden.

    Opmerking: Er zijn stappen gezet om tot meer samenwerking te komen met ander segmenten in de gehandicaptenzorg. Op dit vlak is nog winst te behalen.
  8. Binnen InZicht komt de samenwerking tussen praktijk en universiteit nog onvoldoende uit de verf. Af te leiden uit de toename van bijzondere leerstoelen is die samenwerking wel toegenomen. Ook onderzoekskernen, zoals bij de vakgroepen Orthopedagogiek van Radboud Universiteit en VU, en bij oogheelkunde VUMC, komen steeds beter tot hun recht. Het in stand blijven van deze kernen is wel afhankelijk van de continuering van InZicht-projectfinanciering, want buiten het programma InZicht zijn er vrijwel geen andere bronnen waaruit onderzoek voor visueel gehandicapten bekostigd kan worden.

    Opmerking: Dit is nog steeds van kracht.
  9. Ook vanuit de zorgpraktijk kan de kloof met de academie overbrugd worden. Zorgprofessionals zijn nog onvoldoende onderzoeksgericht, er zijn weinig onderzoekers in dienst (zgn. dubbelaanstellingen) en de ontwikkeling van academische werkplaatsen binnen de sector laat nog te wensen over.

    Opmerking: Dit is nog steeds van kracht.
Aanbevelingen van de externe evaluatiecommissie van de derde fase
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  1. Het programma InZicht draagt in belangrijke mate bij aan een klimaat binnen de zorg voor mensen met een visuele beperking waarin zorgvernieuwing en wetenschappelijk onderbouwen van het handelen voorop staan. Ook gelet op de verbeteringen die in de derde fase van het programma zijn doorgevoerd en het feit dat er nauwelijks bronnen voor andere onderzoeksgelden zijn, beveelt de commissie een vierde fase van het programma ten zeerste aan.

    Opmerking: Deze aanbeveling kan ook gelden na de vierde fase.
  2. Betrokkenheid en inzet van ZonMw mag in een vierde fase niet ontbreken, vanwege de degelijke procesgang en het verbindende effect. Beide instellingen kunnen zelf echter ook voor meer onderlinge verbinding en samenhang zorgen, met name waar het om hun bilaterale activiteiten en afspraken met universiteiten gaat.

    Opmerking: Deze aanbeveling kan ook gelden na de vierde fase.
  3. Het programma zal in een vierde fase meer gericht moeten worden op de volle breedte van zijn doelstelling en zich ook moeten focussen op de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking die niet (meer) in zorg zijn. Dat zal ook de toepasbaarheid van de programmaresultaten buiten zorginstellingen ten goede komen. Een verdere verbetering van de inbreng en rol van cliënten in het programma is hiervoor een vereiste.

    Opmerking: In de vierde fase is de inbreng en rol van cliënten versterkt; na de vierde fase blijft dit een belangrijk punt. De koppeling van het werk van InZicht aan dat van de instellingen hangt samen met de financiering van het programma door de steunstichtingen van die instellingen. De breedte van de doelstelling van het programma dient na de vierde fase daarom expliciet te worden besproken met de financiers.
  4. De commissie beveelt dit ook aan met het oog op de fondswerving. Een dergelijke verschuiving van de aandacht binnen InZicht kan voor blindenfondsen en andere financiers wellicht aanleiding zijn bij InZicht aan te haken, zodat de vriendenstichtingen er niet alleen voor staan.

    Opmerking: zie aanbeveling 3.
  5. Op het vlak van implementatie beveelt de commissie aan de kennisinfrastructuur meer planmatig uit te bouwen, bij voorkeur in samenwerking met andere deelsectoren binnen de gehandicaptensector, meer aandacht te geven aan toepassing van projectresultaten buiten instellingen en waar mogelijk bij de toekenning van verspreidings- en implementatie-impulsen naar bundeling van projecten te streven. Overigens dienen cliënten ook een rol te krijgen als het op de implementatie van resultaten aan komt, bijvoorbeeld bij het toekennen van deze impulsen.

    Opmerking: In de vierde fase is onder andere een project gestart ter bevordering van de ontwikkeling van de kennisinfrastructuur binnen de instellingen. Ook op andere onderdelen zijn stappen gezet. Niettemin blijft dit een belangrijk punt na de vierde fase.
  6. Een vierde fase zal een duidelijke internationale oriëntatie moeten krijgen, door in het buitenland beschikbare kennis en expertise te lokaliseren en op praktische wijze in de procesgang op te nemen.

    Opmerking: In de vierde fase zijn enige initiatieven ondernomen op het gebied van internationalisering. Uitbouw hiervan is wenselijk na de vierde fase.
  7. De commissie beveelt aan in een volgende fase meer vierjarige projecten te honoreren. Niet alleen om wetenschappelijke redenen, maar ook vanwege de inschatting dat in langdurige projecten meer diepgaand onderzoek gedaan kan worden en daarmee de kwaliteit en onderbouwing van het handelen meer zal verbeteren.

    Opmerking: Dit is gerealiseerd.
  8. Voor de terugkoppeling vanuit het programma naar de vriendenstichtingen van Koninklijke Visio en Bartiméus (als financiers van het programma) is het aan te bevelen om de besturen van deze stichtingen uit te nodigen voor de site visits.

    Opmerking: Dit is gerealiseerd.

Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen we de conclusie trekken dat de vierde fase van InZicht succesvol is geweest. We hebben hoogwaardig toegepast wetenschappelijk onderzoek weten te financieren en de wetenschappelijke onderzoekinfrastructuur verder weten uit te bouwen. Daarnaast hebben we binnen het programma optimale condities geschapen voor het implementeren van de resultaten van de projecten en hebben we de implementatie-infrastructuur verder versterkt.

Daarmee is het werk natuurlijk niet gedaan: er liggen nog veel vragen die op een antwoord wachten en op veel terreinen zijn dan ook verdere ontwikkelingen gewenst. Ook in de toekomst zal aandacht voor onderzoek en implementatie in het visuele veld continu nodig blijven. Wij zullen er dan ook voor pleiten om een vijfde fase van het onderzoeksprogramma InZicht mogelijk te maken.

Hieronder geven we gedetailleerder  de conclusies en de aanbevelingen per doelstelling weer. Dit is geen uitputtende lijst en we gaan graag over de opbrengsten van InZicht in gesprek.

Doelstelling 1

Het financieren en stimuleren van toegepast wetenschappelijk onderzoek voor mensen een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen

‘Wetenschappelijk onderzoek staat bij InZicht niet op zichzelf, maar heeft een verbinding met de praktijk.’
'InZicht is het enige competitieve programma in Nederland dat aanvragen honoreert die internationaal concurreren op het hoogste niveau van wetenschap in de low vision.'

Het wetenschappelijke karakter van het onderzoek

  • Het onderzoeksprogramma InZicht heeft in de vierde fase onderzoeksprojecten gerealiseerd van hoge kwaliteit. Deze voldoen aan internationale kwaliteitscriteria en worden ook internationaal gewaardeerd. Dit blijkt uit de uitspraken van de stuurgroepleden. Belangrijk bij het tot stand brengen hiervan zijn de onafhankelijke en transparante beoordelingsprocedures, de strikte toepassing van de code belangenverstrengeling van ZonMw, het inzetten van buitenlandse referenten in de beoordelingsprocedure en de professionaliteit van ZonMw in het organiseren van de beoordelingsprocedure.
  • De onderzoeksprojecten leiden in ongeveer driekwart van de gevallen tot dissertaties.
  • Er is aandacht geweest binnen het programma voor het toetsen van nieuw zorgaanbod op werkzaamheid om zo meer evidence-based zorg te krijgen, bijvoorbeeld bij de reviews en kennisagenda.
  • Internationaal geniet het onderzoeksprogramma InZicht aanzien, aldus de stuurgroep. InZicht-onderzoekers werken samen met buitenlandse collega’s en in enige mate als het gaat om de InZicht projecten.

Aanbevelingen voor een eventuele vijfde fase

  1. Het is aan te bevelen te blijven investeren in de betrokkenheid van cliënten en professionals in het tot stand komen en uitvoeren van de onderzoeksprojecten.
  2. Verbreed de blik van het programma, bijvoorbeeld richting het sociaal domein en daarmee gemeenten, zodat ingespeeld  wordt op de maatschappelijke ontwikkelingen.
  3. Maatschappelijke impact wordt pas zichtbaar na de gebruikelijke evaluatietermijnen van vier tot zes jaar. Dit pleit ervoor om de looptijd van het programma te handhaven op minimaal vier en liever nog, zes jaar.8
  4. Indien het wenselijk wordt geacht de impact van de onderzoeksprojecten in de praktijk zichtbaar te maken, is het wijs in een eventuele vijfde fase te investeren in het bijeen brengen van al beschikbare en verzamelde informatie (voor andere doeleinden dan binnen het programma) zodat veranderingen in de tijd zichtbaar worden.9 Er zou bijvoorbeeld een nulmeting moeten komen van de situatie op een bepaald gebied, zodat de verandering na afloop van (het implementatie-traject volgend op) het onderzoeksproject zichtbaar wordt. Dit is vooral waardevol voor het inzichtelijk maken van het realiseren van impact voor de doelstelling ‘aandacht voor de persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van de beperking, in samenhang met het VN verdrag voor de Rechten van de Mens. De investeringen die hiervoor nodig zijn, moeten wel afgewogen worden tegen het belang van het zichtbaar maken van de impact van het project.
  5. Het is aan te bevelen om in de toekomst sterk te blijven inzetten op stevige kwaliteitstoetsing van de onderzoeksaanvragen en hierbij te blijven aansluiten bij de ZonMw-procedures.
  6. Ook is aan te bevelen sterk te blijven inzetten op het monitoren van de lopende projecten. Ook hiervoor zijn de ZonMw-procedures geschikt.
  7. Internationale samenwerking verdient de aandacht, zowel op programma- als op projectniveau, ter versterking en borging van de wetenschappelijke kwaliteit en de toepassingswaarde van de projecten.

____________________________________

8 Maatschappelijke impact in kaart, KNAW, 2018, blz. 18 en 45
9 Maatschappelijke impact in kaart, KNAW, 2018, blz. 21

Doelstelling 2

Het uitbouwen en borgen van de infrastructuur voor onderzoek

Conclusies

Betrokkenheid cliënten en professionals

  • De structurele betrokkenheid van cliënten en professionals in het onderzoeksproces als (potentiële) gebruikers (het interactieve productieve netwerk) van de kennis en producten van het onderzoek is essentieel voor de impact van het programma.10 
  • Met de werkwijze van InZicht rond de onderzoeksprojecten – voorbereiding, beoordeling van onderzoeksaanvragen, monitoring van de uitvoering van projecten, evaluatie van de resultaten, communicatie en implementatie – is een infrastructuur gerealiseerd die de toepasbaarheid van het onderzoek optimaliseert. 
  • Cliënten zijn in alle fases van het onderzoeksproces betrokken. Hiermee onderscheidt InZicht zich positief in de wetenschappelijke wereld. Dit levert naast wetenschappelijke resultaten ook meer begrip en draagvlak op voor wetenschappelijk onderzoek.11

__________________________________

10 Maatschappelijke impact in kaart, KNAW, 2018, blz. 45
11 Maatschappelijke impact in kaart, KNAW, 2018, blz. 39, ‘Citizen-Science-projecten’

‘Door samenwerking tussen de instellingen kan ook geëvalueerd worden hoe een project uiteindelijk geïmplementeerd wordt, en worden eventuele knelpunten gesignaleerd.’

Nationale samenwerkingsrelaties en netwerken

  • Er is een samenwerking opgebouwd tussen het onderzoeksprogramma InZicht en andere onderzoeksprogramma’s: Gewoon Bijzonder, Langdurige Zorg en Ondersteuning, Expertisefunctie Zintuiglijk gehandicapten, Programmaraad Visueel, UitZicht en andere fondsen die actief zijn binnen het visuele veld. De werkterreinen van de verschillende onderzoeksprogramma’s sluiten op elkaar aan, en overlappen soms gedeeltelijk.
  • In enkele gevallen heeft deze samenwerking al geleid tot onderzoeksprojecten binnen het visuele veld die door een ander programma zijn gefinancierd. Ook hebben enkele ‘InZicht-onderzoekers’ een project weten te verwerven binnen een ander programma. In de meeste gevallen is de samenwerking nog pril.
  • Er bestaat een goede samenwerking tussen de zorginstellingen onderling in de afstemming rond onderzoek. Dit zorgt er onder andere voor dat er gemakkelijker voldoende proefpersonen voor een project gevonden kunnen worden.
  • Gedurende de looptijd van InZicht zijn goede banden tot stand gekomen tussen de onderzoekers en de zorginstellingen. Hierdoor weten zorgprofessionals de wetenschappers gemakkelijk te vinden bij kennisvragen.
  • De meeste InZicht-onderzoeksprojecten worden uitgevoerd binnen universitaire instellingen, waar zich onderzoeksgroepen hebben ontwikkeld met veel deskundigheid op het visuele terrein. Enkele projecten worden uitgevoerd door hogescholen of technische universiteiten.
  • De investeringen van ZonMw in het programmasecretariaat hebben bijgedragen aan de opbouw van de samenwerkingsrelaties. Daarvoor is onder andere geïnvesteerd in het faciliteren van deskundigheidsbevordering en het beschikbaar stellen van tijd voor de samenwerking met andere programma’s.

Aanbevelingen

  1. Zorg voor continuïteit in de onderzoeksfinanciering, zodat de opgebouwde deskundigheid binnen de universitaire en zorginstellingen niet verloren gaat.
  2. Investeer, samen met ZonMw, in het onderhoud en de uitbouw van de samenwerkingsrelaties met andere onderzoeksprogramma’s zodat ook vandaaruit projecten gefinancierd blijven en gaan worden binnen het visuele domein.
  3. Er liggen nog kansen bijvoorbeeld in de ouderenzorg en andere sectoren binnen de gehandicaptenzorg. Maar ook in samenwerking met bijvoorbeeld Wetenschappers tegen Blindheid. Aanbevolen wordt hierin te investeren.
  4. Investeer meer in samenwerking met hogescholen en technische universiteiten, zodat ook hun specifieke deskundigheid en onderzoekscapaciteit beter kan worden ingezet en zich verder kan ontwikkelen ten gunste van mensen met een visuele beperking.
  5. Investeer in de samenwerking met het wo en hbo als opleidingsinstituut, en betrek daar ook het mbo in. De professionals die zij opleiden zijn dan beter toegerust voor het werken met mensen met een visuele beperking.
  6. Benut de resultaten van de reviews en van de tafels van de Ontmoetingsborrel om tot een onderzoeksagenda te komen. Benut daarbij tevens de input van UitZicht en de Oogvereniging.
  7. Zoek, in samenwerking met andere spelers in het veld, naar extra financiering voor onderzoek binnen het visuele domein, waaronder van de zijde van de rijksoverheid.
  8. Benoem ambassadeurs voor InZicht die de kwaliteiten van het onderzoeksprogramma onder de aandacht kunnen brengen van mogelijke samenwerkingspartners en financiers.

Doelstelling 3

Het uitbouwen en borgen van de infrastructuur voor implementatie

‘De aandacht voor implementatie kan beter. Ondanks dat hier al aan is en wordt gewerkt, kan zowel bij de aanvragers als bij de instellingen hier meer de nadruk op worden gelegd. Ook de stuurgroep kan bij de uiteindelijke keuze/toekenning hier nadrukkelijker rekening mee houden.’

Conclusies

  • InZicht kan optimale kansen en voorwaarden scheppen voor implementatie. Het programma doet dat door zijn processen daarop in te richten, onder andere door cliënten en professionals vanaf het begin van het project bij de uitvoering te betrekken. Het onderzoeksprogramma InZicht kan niet zorgen voor implementatie binnen de instellingen. Dat moeten de instellingen zelf doen.
  • De samenwerking tussen onderzoekers, professionals en cliënten wordt als zeer waardevol ervaren. De procedure voor de samenwerkingsovereenkomsten tussen onderzoekers en instellingen is te omslachtig.
  • Behalve een inhoudelijke betrokkenheid van de instellingen impliceert de samenwerking met de onderzoekers ook een financieel commitment omdat de instellingen tijd, en dus geld investeren in de ontwikkeling van kennis en innovaties.
  • De implementatie-impulsen (VIMP’s) dragen bij aan de toepassing van de onderzoeksresultaten. De advisering vanuit het programmasecretariaat zorgt voor verbetering van de plannen. De procedure is wel aan herziening toe, omdat deze te lang duurt. En de financiering vanuit het programma is nooit voldoende om de implementatie ook volledig uit te voeren.
  • Voor effectieve implementatie is een goede organisatorische inbedding van het project binnen de instellingen essentieel.
  • Maatschappelijke impact van een onderzoeksproject wordt pas op langere termijn zichtbaar. 
  • De inzet van diverse communicatiekanalen en de Ontmoetingsdagen ondersteunen de kennisdeling, de onderlinge relaties en de netwerken.

Aanbevelingen

  1. Zorg voor continuïteit in de activiteiten van het programma InZicht voor blijvende stimulansen in implementatie van innovaties in de instellingen.
  2. Pas de procedures voor samenwerkingsovereenkomsten en voor VIMPs aan.
  3. Maak ruimte voor werkvormen met sterkere onderlinge samenwerking tussen onderzoekers, professionals en cliënten, bijvoorbeeld in de vorm van Academische Werkplaatsen.
  4. Zet de communicatie via de digitale kanalen voort.
  5. Richt de communicatie meer expliciet op andere sectoren die werken voor mensen met een visuele beperking, bijvoorbeeld de ouderenzorg.
  6. Benut de relaties die met externe partners rond communicatie zijn gelegd om de samenwerking uit te bouwen (Kennisplein Gehandicapten, Oogvereniging, Europa, European Blind Union).

De stuurgroep van InZicht ziet veel waardevolle elementen in het onderzoeksprogramma. En ze formuleert een aantal concrete richtingen waarin het programma zich verder zou kunnen ontwikkelen. Daarop is de algemene aanbeveling gebaseerd om een vijfde fase van het programma mogelijk te maken.

Bijlagen

Colofon

Het programma InZicht wordt gefinancierd door de Stichting InZicht. Het secretariaat is belegd bij ZonMw.

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Vooruitgang vraagt om onderzoek en ontwikkeling. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek én stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis – om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren.

Voor meer informatie over het programma InZicht kunt u contact opnemen met het secretariaat via e-mail inzicht@zonmw.nl of telefoon +31 70 349 52 78.

Auteurs: Inge van Dommelen, Els van Gessele, Esther Leijte en Sarina Ishak
Redactie en vormgeving: Lucinda van Ewijk

Conclusies op het gebied van wetenschappelijk onderzoek

Het toegepaste karakter van het onderzoek

  • De onderwerpen van de projecten sluiten aan bij de behoeftes van mensen met een visuele beperking en van de professionals in de zorg . Cliëntparticipatie is een beleidsuitgangspunt (bijlage procedure <bijlage>). De projecten zijn gericht op concrete producten. Belangrijk hiervoor is de betrokkenheid van cliënten en van professionals in alle fases van het proces: de beslissingen omtrent de keuze van onderzoeksthema’s voor de rondes, de beoordeling van de onderzoeksideeën en -aanvragen, hun betrokkenheid bij de uitvoering van de projecten, het monitoren ervan, en de evaluatie van de resultaten. Conform de implementatie-indicatoren draagt dit bij aan het daadwerkelijk gebruik van de resultaten.
  • Maatschappelijke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat nieuwe partijen relevant zijn geworden in relatie tot voorwaarden voor de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking. Zo hebben gemeenten een belangrijke rol gekregen in de organisatie en financiering van zorg voor mensen met een visuele beperking. Deze partijen zijn nog niet alle betrokken bij het programma.

In dit hoofdstuk gaan we na in welke mate de doelstellingen van het programma zijn bereikt. In de eerdere hoofdstukken staat een beschrijving van het onderzoeksprogramma InZicht en de resultaten die in de loop van de tijd, en vooral in de vierde fase, zijn behaald. Daarnaast hebben de leden van de stuurgroep een sterkte-zwakteanalyse (SWOT) gemaakt, waarin zij hun mening geven over het onderzoeksprogramma. Ten slotte is bezien in hoeverre de conclusies en aanbevelingen van de evaluatie van de derde fase nog gelden voor de vierde fase, en of, en in welke mate de aanbevelingen zijn uitgevoerd. Deze elementen vormen input voor de evaluatie.

In dit hoofdstuk gaan we na in welke mate de doelstellingen van het programma zijn bereikt.

De evaluatie

Conclusies en aanbevelingen

Gerelateerd

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website