In dit tweede deel van de evaluatie geven mensen van buiten de stuurgroep van InZicht hun mening over het programma. In de evaluatie is deze respondenten gevraagd naar hun mening over de opbrengst van het programma, de wetenschappelijke kwaliteit, de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en professionals en de belangrijkste aanbevelingen voor een eventuele vijfde fase.

Inhoud

Methode

Respondenten evaluatie

Er zijn twee groepen benaderd:

  • Mensen die niet direct betrokken zijn bij het onderzoeksprogramma InZicht, maar wel expertise hebben op het gebied van één of meerdere thema’s of de doelgroepen waar InZicht zich op richt. ('externe experts')
  • Projectleiders die op het moment van de evaluatie actief zijn binnen InZicht-projecten.
Lees meer over de respondenten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van de 43 uitgenodigde externe experts hebben 15 externe experts deelgenomen aan de digitale evaluatie. Deze externe experts zijn als zorgprofessional (4), onderzoeker (3), belangenbehartiger (2), ervaringsdeskundige (3), adviseur/onderzoeker bij een kennisinstituut (2) of op een andere manier werkzaam in het veld van InZicht. De genodigden die niet deelnamen aan de evaluatie konden dit niet door de benodigde tijdsinvestering of hebben deelname geweigerd omdat men vond te weinig zicht te hebben op het programma of het veld (3). Drie genodigden hebben deelname aan de evaluatie geweigerd, omdat zij vonden dat er sprake kon zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling.

Deze groep deelnemende experts noemen we hieronder ‘externe experts’.

De 12 genodigde projectleiders zijn alle projectleiders van lopende InZicht-projecten. De leden van de stuurgroep die tevens projectleider zijn, zijn niet benaderd. Uiteindelijk hebben 5 projectleiders  deelgenomen aan de evaluatie. Het is onbekend waarom de overige projectleiders niet hebben deelgenomen.

Waar het beide groepen betreft wordt de term ‘respondenten’ gebruikt.

Group Decision Room

Iedere potentiële respondent is benaderd met de vraag deel te nemen aan de evaluatie. Als achtergrondinformatie ontvingen zij de programmatekst en het eerste deel van de evaluatie.

Aan beide groepen is een aantal vragen voorgelegd via een link naar een programma: de Group Decision Room (GDR). In de GDR kan men antwoord geven op de gestelde vragen. Ook kan men de antwoorden van andere respondenten lezen en daarop reageren. Op deze manier kan er een discussie ontstaan. De projectleiders en externe experts hebben gescheiden van elkaar gewerkt en konden elkaars antwoorden niet zien. Projectleiders kregen dezelfde vragen als de externe experts, met aanvullend vragen over de aanvraag- en beoordelingsprocedures. Om die reden worden zij hieronder veelal apart benoemd. De vragen zijn opgesteld aan de hand van de doelstellingen van het onderzoeksprogramma InZicht. Er zijn verschillende vraagtypen ingezet, zoals open vragen, meerkeuzevragen en ratings. De vragen staan weergegeven in bijlage 5. Een document met alle antwoorden op de vragen kunt u opvragen via inzicht@zonmw.nl.

Voor sommige mensen bleek de GDR lastig te hanteren. Aan hen is de mogelijkheid geboden om de vragen in een Word-bestand te beantwoorden. Het secretariaat heeft de antwoorden ingevoerd in de GDR, zodat anderen daarop konden reageren.

Evaluatie

In onderstaande analyse zijn de opmerkingen van de respondenten samengevat en geparafraseerd door het secretariaat. Een integrale weergave van de (anonieme) antwoorden op de vragen van de evaluatie staat is op verzoek beschikbaar.

Voor de samenvatting van de conclusies en aanbevelingen hanteren we hetzelfde stramien als in deel 1: de doelstellingen van het onderzoeksprogramma InZicht vormen het kader. Er is alleen commentaar bijgevoegd (in een voetnoot) wanneer de stuurgroep de opmerking feitelijk onjuist vond of deze niet goed kon plaatsen.

In het kort

De algemene doelstelling van InZicht is het bevorderen van de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen. Uit de antwoorden van de respondenten blijkt dat hun beeld bij deze doelstelling grotendeels overeenkomt met de wijze waarop  deze doelstelling in de programmatekst is beschreven.

De vraag of er een vijfde fase nodig wordt geacht, beantwoorden alle respondenten met een ‘ja’.

Van de drie subdoelstellingen vinden de meeste externe experts en de projectleiders dat deze goed zijn behaald. Zo vinden zij de wetenschappelijke kwaliteit en de praktische bruikbaarheid van het InZicht-onderzoek hoog; zien zij dat InZicht een belangrijke rol speelt in het onderzoeksveld en in de verspreiding en implementatie van onderzoeksresultaten. Veel respondenten noemen daarnaast tevens suggesties voor verbetering. Verderop in deze evaluatie gaan we daar dieper op in.

De vraag of er een vijfde fase nodig wordt geacht, beantwoorden alle respondenten met een ‘ja’. Met name het belang van continuïteit wordt vaak genoemd. Dit betreft continuïteit in het stimuleren van zowel onderzoek als implementatie, als ook in de samenwerking met andere partijen.

Ook zijn er verschillende aanbevelingen gedaan voor de inrichting van een nieuwe, vijfde fase. Die aanbevelingen gaan bijvoorbeeld over de onderwerpen die onderzocht moeten worden, het soort onderzoek, de doelgroepen en de samenwerkingsrelaties.

De evaluatie

Algemene doelstelling: verbetering van de kwaliteit van leven

Aan de respondenten is gevraagd hun visie te geven op de algemene doelstelling van het onderzoeksprogramma InZicht: Wat wordt er volgens hen verstaan onder de verbetering van de kwaliteit van leven van mensen met een visuele beperking en eventueel bijkomende beperkingen? Het doel van deze vraag was zowel om na te gaan of de ideeën van de respondenten in lijn liggen met die van het programma, als wel ter introductie van de evaluatie en het programma.

Wat is kwaliteit van leven?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De externe experts benadrukken dat kwaliteit van leven zeer persoonlijk wordt ingevuld en alleen bepaald kan worden door de persoon zelf. Wel noemen zij een aantal elementen die van belang zijn bij ‘kwaliteit van leven’, met als kern: zo volwaardig mogelijk kunnen deelnemen aan het leven. ‘Volwaardig’ houdt dan onder andere in:

  • Zelf sturing geven;
  • Zelfstandigheid, onder andere wat betreft wonen;
  • Jezelf kunnen ontplooien;
  • Fysieke en psychische gezondheid;
  • Participatie: betrokken en uitgenodigd zijn als deelnemer en sociale waardering.

Als invulling of kader voor het construct ‘kwaliteit van leven’ wordt zowel het VN-verdag inzake de rechten van personen met een handicap genoemd als theoretische modellen (zoals de 8 domeinen van kwaliteit van bestaan van Verdugo en Shalock of de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci). Respondenten benoemen dat altijd rekening gehouden moet worden met de aard en ernst van de beperking(en): bij mensen met ernstige meervoudige beperkingen kunnen bovenstaande aspecten buiten bereik liggen en kan het ook gaan om ‘comfortabel leven’ en het vervullen van basale behoeften.

Verbetering van de kwaliteit van leven
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een tweede element in de antwoorden van de respondenten gaat over de verbetering van de kwaliteit van leven. Volgens de projectleiders houdt dat in dat de participatie in de samenleving geoptimaliseerd moet worden. De externe experts benoemen ook hierbij dat moet worden uitgegaan van de behoeften, wensen en verwachtingen van de mensen zelf.  Er is geen standaardaanbod mogelijk. Het wegnemen van belemmeringen is hiervoor belangrijk en er worden met name praktische zaken genoemd die het beter mogelijk maken de dingen te doen die belangrijk zijn in het leven. Dat stelt eisen aan de organisatie van de samenleving waar drempels weggenomen moeten worden. Maar de projectleiders benoemen ook dat het er van de persoon met een visuele beperking zelf wat wordt verwacht, zoals weten wat je behoeften zijn en rekening houden met wat er nog kan met de beperking die je hebt. Hiernaast wordt ook het leren omgaan met het feit dat je dingen niet meer kunt genoemd.

Kwaliteit van leven meten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Als derde element geven de externe experts suggesties voor het meten van de kwaliteit van leven. Voor mensen met een visuele beperking kan veelal gebruik gemaakt worden van bestaande instrumenten. Dat heeft als voordeel dat er een vergelijking mogelijk is met andere doelgroepen.

InZicht en kwaliteit van leven
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In deel I van de evaluatie worden de projecten van InZicht bescheven. Hierin is te zien dat InZicht onderzoek financiert op meerdere thema’s die volgens de respondenten belangrijk zijn voor de (verbetering van de) kwaliteit van leven, zoals sociale interactie en participatie, mobiliteit, impact op functioneren (psychische- en gedragsproblemen), algemene revalidatie en technologische innovaties. Het betreft veelal onderzoek waarin interventies worden ontwikkeld, worden aangepast voor de doelgroep en/of worden onderzocht. Hiermee steekt het onderzoek direct in op zaken die de kwaliteit van leven voor mensen kunnen verbeteren.

Samenvatting

De respondenten sluiten in hun omschrijving van ‘kwaliteit van leven’ aan bij die van het onderzoeksprogramma InZicht en benoemen zowel het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap als theoretische modellen. Veel genoemd is dat de invulling van dit begrip zeer persoonlijk is.

‘Verbetering van de kwaliteit van leven’ wordt veelal ingevuld met het wegnemen van maatschappelijke en praktische drempels die de ‘kwaliteit van leven’ in de weg staan. Daarbij denken de respondenten bijvoorbeeld aan een betere zelfstandigheid door verbetering van de mobiliteit en toegankelijkheid. Maar ook verbetering van de fysieke en psychische gezondheid en de relatie met familie en vrienden worden genoemd. Dit sluit aan bij de aard van veel van de projecten die InZicht financiert, zoals te lezen is in deel I van de evaluatie.

Het ‘meten van de kwaliteit van leven’ kan volgens de externe experts gebeuren met instrumenten die ook gebruikt worden voor andere doegroepen. Op die manier is ook een vergelijking met de situatie van andere doelgroepen mogelijk.

Doelstelling 1: Het financieren en stimuleren van toegepast wetenschappelijk onderzoek voor mensen een visuele beperking en eventuele bijkomende beperkingen

Zowel de externe experts als de projectleiders noemen het toegepast wetenschappelijk onderzoek dat binnen InZicht wordt verricht noodzakelijk en nuttig.
geïnteresseerden rond een wetenschappelijke poster tijdens de InZicht Ontmoetingsdag
Foto: Robert Tjalando
Het wetenschappelijk karakter van het onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Zowel de externe experts als de projectleiders vinden de wetenschappelijke kwaliteit van InZicht-onderzoek hoog. Als indicatoren noemen de externe experts de waardering die blijkt tijdens internationale congressen (VISION, ICEVI), de publicaties in internationale tijdschriften en de citaten van publicaties die uit InZicht-onderzoek voortkomen.
  • De projectleiders roemen de goede balans tussen de wetenschappelijke kwaliteit van de onderzoeken en de relevantie voor de praktijk daarvan.
  • Eén externe expert benoemt dat de waardering van mensen uit de doelgroep en de zorgprofessionals over de onderzoeken net zo belangrijk is en vindt dit nog te weinig zichtbaar in de projectevaluaties.
Het toegepaste karakter van het onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Zowel de externe experts als de projectleiders noemen het toegepast wetenschappelijk onderzoek dat binnen InZicht wordt verricht noodzakelijk en nuttig. Er wordt aan zowel fundamenteel onderzoek alswel toegepast onderzoek veel waarde gehecht voor de praktijk en het evidence- en practice-based werken.
  • Daarbij onderstrepen enkele externe experts het belang van onderzoek dat verder van de praktijk afstaat, zoals fundamenteel onderzoek en conceptuele analyses. Vragen die in de praktijk of in onderzoeksprojecten naar boven komen, kunnen daar uitgediept worden. Ze constateren met tevredenheid dat dergelijk onderzoek ook een plaats heeft binnen InZicht, en stellen dat dergelijke projecten aanleiding kunnen geven tot verdere ontwikkeling van producten en diensten voor de doelgroep. Daar is dan vaak een vervolgproject voor nodig .
  • Beide groepen respondenten beoordelen de producten van de InZicht-projecten als nuttig voor de doelgroep, al verschilt de bruikbaarheid per project. Beide groepen zien dat de stap van onderzoek naar gebruik van de producten moeilijk is.
  • Het principe van universal design wordt onderstreept: dat het belangrijk is dat mensen met een visuele beperking de ‘gewone’ producten kunnen gebruiken. Liever dan dat er speciaal voor de doelgroep iets ontwikkeld wordt, zouden ‘gewone producten’ algemeen toegankelijk moeten zijn.
  • De externe experts constateren dat de binnen InZicht verworven kennis en ontwikkelde producten (instrumenten/interventies) niet altijd gebruikt worden binnen de instellingen. Hiervoor is het nodig dat zorgprofessionals bij het onderzoek betrokken worden, maar het vergt ook een actieve houding van de zijde van deze professionals om op de hoogte te blijven.
Betrokkenheid van cliënten en professionals bij het programma en het onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De externe experts zien dat de onderzoeksresultaten gedeeld worden met de praktijk. Zij benoemen tevens de inspanningen van InZicht om de betrokkenheid van cliënten en professionals bij het onderzoek tot stand te brengen. Ze vinden echter dat die betrokkenheid beter kan.
  • Voor deelname van professionals wordt de financieringssystematiek van de instellingen daarbij als knelpunt genoemd. Benoemd wordt dat het uurtarief voor zorgproductie hoger is dan dat voor projectdeelname, waardoor er een negatieve prikkel is voor projectdeelname. Binnen de bekostigingssystematiek van de instellingen moet volgens hen een plaats blijven voor werk aan toegepast wetenschappelijk onderzoek.
  • De externe experts zien dat de cliënten al meer worden betrokken dan voorheen. Zowel bij de procedure vóór de honorering van het onderzoeksproject als tijdens de looptijd, bijvoorbeeld bij site visits. Dit vinden ze waardevol.
  • De externe experts benoemen dat er meer aandacht mag zijn voor de diversiteit van de betrokken groepen, zoals voor ouderen, laaggeletterden en/of migranten met een visuele beperking.
  • De projectleiders benoemen dat professionals de InZicht Ontmoetingsdagen nog (te) weinig bezoeken. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen professionals veel kennis ophalen over nieuwe ontwikkelingen en hun kennis delen met onderzoekers. Genoemd wordt dat informatiebijeenkomsten binnen de instellingen zelf daarentegen wel goed worden bezocht.
  • De respondenten vinden het betrekken van cliënten en professionals in alle fasen van het proces essentieel. De rol waarin zij betrokken worden verschilt en moet bezien worden per projectonderdeel, wel wordt co-onderzoekerschap meermaals genoemd als voorkeur. Eén externe expert waarschuwt dat de betrokkenheid verloren kan gaan aan het eind van het traject, wanneer de aandacht van de onderzoeker gericht is op analyse en publicaties. De betrokkenheid van het management en uitgebreide communicatie worden genoemd als bevorderende factoren voor het betrekken van professionals. De projectleiders benoemen ook het belang van de randvoorwaarden voor het goed betrekken van cliënten en professionals in de projecten, zoals voldoende tijd in de aanvraagprocedure.
  • Niet voor iedereen is voldoende duidelijk wat InZicht doet om participatie van mensen met een visuele beperking bij het onderzoek mogelijk te maken. De externe experts benoemen dat de betrokkenheid concreter en meer zichtbaar mag worden, zodat de opbrengst van deze betrokkenheid en de algemene lessen daarbij meer inzichtelijk worden.
  • Een van de externe experts stelt dat het bestuur van het programma gevormd wordt door de eindverantwoordelijken van de financiers.1 Dit lijkt de respondent een belemmering te  vormen voor een daadwerkelijke inbreng van de cliënten en de professionals.

_________________________________________________________________

1 Dit is niet juist: de financiers zijn de steunstichtingen. In het bestuur hebben de voorzitters en een lid van de raden van bestuur van de instellingen zitting. Deze laatsten hebben een meer directe relatie met de professionals dan de steunstichtingen en kunnen invloed hebben op de inbreng van de professionals. De professionals in de stuurgroep vertegenwoordigen de instelling waarvoor zij werken; zij zijn dus niet onafhankelijk. In hoeverre de bestuursleden nog extra invloed uitoefenen, is niet duidelijk. De cliënten in de stuurgroep zijn voorgedragen door de Oogvereniging.

De beoordeling van de relevantie voor de praktijk van de onderzoeksaanvragen (alleen gevraagd aan projectleiders)
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De projectleiders vinden het belangrijk dat de aanvragen door zowel cliënten (in een cliëntenpanel) als door de instellingen op relevantie voor de praktijk beoordeeld worden.
  • De tijd in de aanvraagperiode is soms te kort om goed met alle betrokkenen af te stemmen en ook timing (bijvoorbeeld met vakanties) kan een rol spelen.
  • De projectleiders zien als aandachtspunt dat in het cliëntenpanel niet alle (sub)doelgroepen vertegenwoordigd zijn, waardoor de relevantie van en aanvraag misschien onvoldoende wordt onderkend. Hier zou in de toekomst meer naar gekeken moeten worden. Zij vinden het echter wel de taak van de indiener om de relevantie duidelijk te verwoorden in de aanvraag.
  • Enkele externe experts melden – ongevraagd – dat de betrokkenheid van het cliëntenpanel bij de beoordeling van de aanvragen en bij de monitoring van de projecten waardevol is. Dit leidt ertoe dat de onderwerpen van de projecten waardevol zijn voor de maatschappij en het onderzoek verbetert.
De beoordeling van de wetenschappelijke kwaliteit van de onderzoeksaanvragen (alleen gevraagd aan projectleiders)
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De projectleiders zijn positief over werkwijze van InZicht (conform de ZonMw-procedures).
  • Wel constateren de projectleiders dat in de stuurgroep niet op alle inhoudelijke en methodologische disciplines expertise aanwezig is. Een aparte/extra beoordeling op methodologie en (statistische) analyse kan meerwaarde hebben, maar dan moeten de methodologen wel expertise hebben in verschillende onderzoekstradities.
  • Een externe expert meldt – ongevraagd – dat de wijze van beoordelen van de aanvragen bijdraagt aan de wetenschappelijke kwaliteit van de projecten.

Samenvattende waardering

De meeste externe experts en projectleiders vinden dat de doelstelling goed is behaald. Er wordt onderzoek gedaan dat hoog is van kwaliteit en goed aansluit bij de behoeften van mensen met een visuele beperking en van professionals. Mensen uit de doelgroep en professionals worden in alle fases van het (voorbereiden van het) onderzoek betrokken.

Mogelijke verbetering ziet men in meer ruimte en variatie in de aard van de betrokkenheid. In de aanvraagfase is niet altijd voldoende tijd om mensen te betrekken, de instellingen ervaren een negatieve prikkel in de bekostigingssystematiek voor deelname aan onderzoek. Ook wordt een suggestie gedaan dat het interessant en noodzakelijk kan zijn om de cliënt en zorgprofessional meer te betrekken, bijvoorbeeld als co-onderzoeker.

Doelstelling 2: het uitbouwen en borgen van de onderzoeksinfrastructuur

De respondenten vinden dat InZicht een uitstekende naam heeft opgebouwd op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en de juiste dingen doet ten aanzien van de onderzoeksinfrastructuur.
wetenschapper geeft presentatie bij een onderzoeksposter
Foto: Robert Tjalando
Rol van InZicht in de onderzoeksinfrastructuur
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De respondenten vinden dat InZicht een uitstekende naam heeft opgebouwd op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en de juiste dingen doet ten aanzien van de onderzoeksinfrastructuur.
  • Het nationale (gezamenlijke) karakter van InZicht is volgens de deelnemers belangrijk voor het ontstaan en onderhouden van de onderzoeksinfrastructuur. Dit heeft onder andere methodologische en communicatieve voordelen, alsook voordelen vanwege de borging in de ZonMw-standaarden.
  • Er wordt ook gesteld dat het onderhouden van de onderzoeksinfrastructuur geen taak is voor InZicht. Daarbij stellen enkele projectleiders en één externe expert dat de reeds gecreëerde onderzoeksinfrastructuren zonder onderzoeksprojecten echter hun functie verliezen en InZicht daarvoor belangrijk is.
  • Een projectleider benoemt dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de infrastructuur (‘dat wat blijft staan voor en na de duur van projecten en programma’s’) en de projecten zelf. Projectgelden kunnen volgens deze respondent beter niet gebruikt worden voor de infrastructuur.1
     
    1 Er wordt geen geld dat is bedoeld voor onderzoeksprojecten besteed aan (versterking van) de infrastructuur. Wel is er een project gefinancierd dat dit doel heeft. Daarvoor is budget gebruikt dat waarvan een dergelijke bestemming tevoren gepland was.

     

     
Typen onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De projectleiders benoemen de belangrijke rol van InZicht voor het (zorggestuurd) wetenschappelijk onderzoek. Er wordt benoemd dat zonder InZicht een deel van dit onderzoek op de tocht zou komen te staan. Het werkveld is klein en de financieringsmogelijkheden zijn beperkt.
  • Het belang van diversiteit in het type onderzoek wordt onderstreept. InZicht heeft bijgedragen door het financieren van innovatieve projecten, longitudinale databases, RCT’s en literatuurreviews. Mede daardoor heeft InZicht een belangrijke bijdrage geleverd aan het bestaan van onderzoekslijnen. Eén externe expert benoemt het belangrijk te vinden dat er naast toegepast onderzoek ook fundamenteel onderzoek gedaan wordt, zoals in het project Outside Insight. Eén externe expert benoemt dat goed cliëntonderzoek (ook kwalitatief) deel zou moeten uitmaken van elk onderzoeksproject . Een andere externe expert benoemt dat er meer geld vrijgemaakt zou mogen worden voor kortdurend praktijkgericht onderzoek.
  • Een aanbeveling is om de infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek uit te bouwen naar meer thema’s, zoals het leven met een visuele beperking voor alle leeftijden (jonge kinderen, pubers, volwassenen en ouderen). Ook het thema sociaal netwerk wordt als belangrijk benoemd.
Samenwerking en overzicht
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De betrokkenheid van en samenwerking tussen steeds meer universiteiten en hogescholen wordt benoemd als belangrijke basis voor kwalitatief goede zorg. Bij de meer geïsoleerde onderzoeksprojecten dient meer samenwerking te worden gezocht om de beschikbare kennis op te halen en delen. Ook mag meer aandacht zijn voor onderzoek door lectoraten en practoraten. Academische werkplaatsen worden hierbij als voorbeeld genoemd.
  • De InZicht Ontmoetingsdagen leveren een mooie bijdrage aan het bij elkaar brengen van praktijk en wetenschap. De Ontmoetingsdagen helpen de bezoekers om meer zicht te krijgen op wat er gebeurt op wetenschappelijk onderzoeksgebied en welke partijen daarin welke rol spelen. Specifiek voor zorgprofessionals ontbreekt soms overzicht op de onderzoeken en de daarbij relevante partijen, mede gezien de versplintering van het veld  (genoemd worden TopZorg van Visio, InZicht, UitZicht, Novum, KEI-programmalijnen). Er is behoefte aan meer overzicht en samenhang.
  • Samenwerking met andere financiers, zoals de steunfondsen van de instellingen, wordt ook door de projectleiders benoemd als belangrijk.

Samenvattende waardering

De meeste respondenten vinden dat de doelstelling is behaald en InZicht belangrijk is ter behoud en ondersteuning van de onderzoeksinfrastructuur.

Het belang van de diversiteit van de verschillende typen onderzoek wordt onderstreept. Enkele externe experts en projectleiders pleiten voor uitbreiding van het werkterrein van InZicht door meer samenwerking met het hoger- en middelbaar beroepsonderwijs en met andere financiers van onderzoek, zoals de steunfondsen van de instellingen. Ook benoemen de respondenten aanbevelingen voor thema’s waar InZicht zich (meer) op zou mogen richten.

Doelstelling 3: Het uitbouwen en versterken van de implementatie-infrastructuur voor verspreiding en toepassing van onderzoeksresultaten in de praktijk.

De respondenten benoemen dat participatie van ervaringsdeskundigen en zorgprofessionals in het project belangrijk is voor de implementatie. InZicht vraagt vanaf het begin van de projectaanvraag om betrokkenheid van de relevante doelgroepen.
een telefoon met een hulpmiddel voor blinden en slechtzienden
Foto: Robert Tjalando
Implementatie: organisatie en betrokkenen
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De externe experts benoemen dat InZicht de goede dingen doet om de implementatie en verspreiding van onderzoeksresultaten uit te bouwen en borgen. Eén externe expert constateert dat het prettig is te merken dat kennis en resultaten sneller gedeeld worden tussen de verschillende instellingen.
  • Implementatie wordt door de respondenten gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid van de onderzoekers en de instellingen. Projectleiders benoemen dat in alle fasen van het aanvraagproces en het onderzoek nagedacht moet worden over de implementatie. Men vindt het goed dat InZicht al bij het schrijven van de onderzoeksopzet vraagt naar het mogelijke gebruik van de resultaten. Tegelijkertijd benoemen de respondenten ook de verantwoordelijkheid voor de instellingen in het ervoor zorgen dat de kennis en producten daadwerkelijk hun weg vinden in de zorg. Hierbij benoemt een heel aantal respondenten dat de daadwerkelijke implementatie de verantwoordelijkheid is van de instellingen en dat dit buiten de scope van InZicht ligt. Wel kan InZicht een rol spelen in het bevragen van de instellingen op de voorwaarden daarvoor, zoals het beschikbaar stellen van goede implementatiedeskundigen. Ook voor de verspreiding van resultaten mag meer aandacht zijn.
  • De respondenten benoemen dat participatie van ervaringsdeskundigen en zorgprofessionals in het project belangrijk is voor de implementatie. InZicht vraagt vanaf het begin van de projectaanvraag om betrokkenheid van de relevante doelgroepen. Een aantal externe experts en projectleiders geven echter aan dat er onvoldoende tijd is in de procedure om dit goed vorm te geven.
  • Bij de implementatie binnen de instellingen zijn met name de mensen betrokken die ook al betrokken waren bij het onderzoeksproject. Verdere verspreiding en scholing van professionals, verloopt mede hierdoor niet altijd goed. Een andere externe expert merkt op dat er wel scholingsproducten worden opgeleverd, maar het contact van InZicht met het beroepsonderwijs en het daadwerkelijk organiseren van scholingen wordt gemist.
  • Beide groepen respondenten vinden dat er meer tijd (en geld) nodig is om de implementatie gestalte te geven. Eén externe expert vindt het belangrijk dat er meer flexibiliteit in de projectopzet mogelijk is, om te zorgen dat het project kan blijven aansluiten bij de behoefte.1
  • Eén externe expert doet de suggestie om, bij gebleken effect na de analyses, de implementatie al eerder te laten starten en niet de publicaties af te wachten. Hiermee zou het makkelijker zijn om het momentum en de betrokkenheid van ambassadeurs te behouden.
  • Ook benoemt een projectleider dat andere disciplines een rol kunnen krijgen bij het implementatieproces, zoals communicatiedeskundigen, verandermanagers, beleidsdeskundigen, app-bouwers.
  • Eén projectleider benoemt dat niet elk onderzoek resultaten oplevert die het waard zijn om te implementeren en dat implementatie niet in alle gevallen mogelijk en nodig is.

____________________________________________

1 Dit kan zinvol zijn bij bepaalde projecten, bijvoorbeeld waar het gaat om de ontwikkeling van een interventie of instrument. Bij andere projecten moet het vooral niet gebeuren. Bijvoorbeeld wanneer onderzocht wordt of een interventie of instrument effectief en doelmatig is.

Samenvattende waardering

De meeste respondenten vinden dat de doelstelling is behaald, maar ook dat er ook ruimte is voor verbetering. Respondenten zijn grotendeels van mening dat de onderzoekers en instellingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben in het implementatieproces, met voor iedere partij een eigen aandeel. Men vindt wel dat de daadwerkelijke implementatie de verantwoordelijkheid is van de instellingen zelf en niet zozeer voor InZicht. Er worden wel belangrijke randvoorwaarden genoemd om de implementatiekansen te verhogen, bij zowel het aanvraagproces (zoals tijd voor het betrekken van ervaringsdeskundigen en professionals), als bij de instellingen (zoals implementatiedeskundigheid en betrokkenheid management). Als essentieel voor implementatie wordt de betrokkenheid van eindgebruikers bij de onderzoeksprojecten genoemd.

De toekomst van InZicht

Hoewel voorliggend stuk een evaluatie van de vierde fase betreft, is de respondenten ook gevraagd of een vijfde fase nodig is en of er aanbevelingen zijn voor zo’n vervolg.

Argumenten voor een vijfde fase

  • Het programma bevordert wetenschappelijk onderzoek in het visuele veld op een systematische manier. Er zijn weinig andere financieringsmogelijkheden voor dit onderzoek.
  • InZicht maakt (toegepast) wetenschappelijk onderzoek voor deze specifieke en relatief kleine doelgroep mogelijk.
  • Door wetenschappelijk onderzoek is resultaat en vooruitgang te boeken: er is behoefte aan wetenschappelijk doordachte, nieuwe interventies. Ook onderbouwing van practice-based interventies is noodzakelijk. Evaluatie van nieuw ontwikkelde technieken kan onoordeelkundig gebruik tegengaan.
  • Continuïteit is belangrijk om de opgebouwde deskundigheid binnen de universitaire en zorginstellingen niet verloren te laten gaan.1
  • Continuïteit is belangrijk voor blijvende stimulansen voor implementatie van de innovaties in de instellingen.2
  • InZicht kan een rol (blijven) vervullen in het bij elkaar brengen van diverse (onderzoeks-) disciplines en partijen en het onderhouden van de opgebouwde kennisstructuur.
  • In de transitiefase naar andere vormen van financiering van kennis en de ontwikkelingen van de kennisorganisatie noemt men het kwetsbaar om InZicht te stoppen. Het is immers nog niet duidelijk of de taken van InZicht in de nieuwe structuur, de Expertisefunctie, een plaats kunnen krijgen.

1 Aanbeveling 8 uit deel 1; prioriteit 1 bij projectleiders; prioriteit 5 (ex aequo)  van de externe experts.
2 Aanbeveling 16 uit deel 1; prioriteit 1 bij projectleiders; prioriteit 7 (ex aequo) van de externe experts.

Aanbevelingen voor een vijfde programmafase

Hieronder leest u een samenvatting van de aanbevelingen die de respondenten doen voor een vijfde fase. Onderdeel van de externe evaluatie was een ranking van de aanbevelingen uit deel I van de evaluatie. Wanneer de genoemde aanbeveling uit deel I van de evaluatie komt, wordt hiernaar verwezen.

Doelgroepen
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De respondenten zouden in een volgende programmafase meer aandacht willen voor mensen die zelfstandig wonen, voor andere leeftijdsgroepen waaronder ouderen, laaggeletterden en mensen met een migratieachtergrond.
  • Twee externe experts vragen aandacht voor mensen die niet zeer slechtziend zijn of die een bedreigde visus hebben.
Thema’s voor onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Benut de resultaten van de reviews en van de tafels van de Ontmoetingsborrel om tot een onderzoeksagenda te komen. Benut daarbij tevens de input van UitZicht en de Oogvereniging.
  • Onderzoek naar mensen met een visuele beperking en een kinderwens.
  • Onderzoek naar participatie, zoals in werk, wonen, vrijetijdsbesteding (o.a. sport) en onderwijs.
  • Zelfstandigheid van mensen met visuele beperking.
  • Eén externe expert zou binnen InZicht graag onderzoek willen gericht op een conceptuele analyse van de onderliggende processen die in de aanpassing aan een visuele beperking een rol spelen, zoals coping, cognities en sociale steun.
  • Eén externe expert heeft behoefte aan een conceptuele analyse van de processen die inspelen op vermoeidheid.

___________________________________

1 Aanbeveling 13 uit deel 1; prioriteit 4 van de externe experts.

Type/vormgeving van het onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Om gericht in te spelen op de behoeften van de cliënten en de werkers in het veld is het nodig een onderzoeksagenda te hebben en op basis daarvan onderzoek uit te zetten.
  • Blijf investeren in de betrokkenheid van cliënten en professionals in het tot stand komen en uitvoeren van de onderzoeksprojecten1. Maak in de bekostigingsstructuur van de instellingen ruimte voor deelname aan onderzoek, bijvoorbeeld vanuit het innovatiebudget. Of maak financiële compensatie mogelijk van de meewerkende instelling uit het via InZicht verkregen onderzoeksbudget. Of geef professionals een parttime aanstelling in het onderzoek. Gepleit wordt daarnaast voor inzet van mensen uit de doelgroep als co-onderzoeker. Ook daarvoor is financiering nodig. Bied ook ruimte in het aanvraagproces voor het betrekken van de doelgroepen.
  • Maak ruimte voor werkvormen met sterkere onderlinge samenwerking tussen onderzoekers, professionals en cliënten, bijvoorbeeld in de vorm van kenniskringen of Academische Werkplaatsen.

________________________________

1 Aanbeveling 1 uit deel 1; prioriteit 1 van de externe experts; prioriteit 6 (ex aequo) van de projectleiders.

Verspreiding en toepassing van onderzoeksresultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Graag meer aandacht voor de bruikbaarheid van het onderzoek.1
  • Graag meer aandacht voor de verspreiding van de onderzoeksresultaten.
  • De bestaande samenwerkingsrelaties kunnen beter worden benut om betere verspreiding van de vorderingen en resultaten van onderzoeksprojecten te bereiken. Zo ligt een taak bij de (managers in) de instellingen, bijvoorbeeld door hun medewerkers aan te sporen en gelegenheid te bieden om naar de Ontmoetingsdagen toe te gaan. De instellingen kunnen zorgen voor betere communicatie over de InZicht-projecten naar hun medewerkers.
  • De InZicht website kan informatiever en toegankelijker informatie geven over de projecten.
  • InZicht kan bijdragen aan verspreiding en implementatie van onderzoeksresultaten, maar daadwerkelijke implementatie (scholing van professionals en invoering van innovaties) ligt buiten de scope van het programma.

_____________________________

1 Aanbeveling 18 uit deel 1; prioriteit 3 van de projectleiders.

Samenwerkingsrelaties
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Aan alle betrokkenen wordt aanbevolen om de mogelijkheden om cliënten en professionals te betrekken beter benutten: de projectleiders kunnen meer werken met klankbordgroepen, de Oogvereniging kan zorgen voor een betere vertegenwoordiging van alle doelgroepen vanuit de Oogvereniging, (het management van) de instelling en hun communicatieafdeling kan betere ondersteuning bieden aan het onderzoek, het programmamanagement moet meer tijd geven voor de voorbereiding van de uitgewerkte aanvragen.
  • Verbreed de blik van het programma, bijvoorbeeld richting het sociaal domein en daarmee gemeenten, zodat ingespeeld wordt op de maatschappelijke ontwikkelingen.1
  • Investeer meer in samenwerking met hogescholen en technische universiteiten, zodat ook hun specifieke deskundigheid en onderzoekscapaciteit beter kan worden ingezet en zich verder kan ontwikkelen ten gunste van mensen met een visuele beperking.2 
  • Investeer in de samenwerking met het WO, HBO en MBO. Implementatie in het onderwijs maakt dat de professionals die zij opleiden beter worden toegerust voor het werken met mensen met een visuele beperking.3
  • Werk meer samen met de ouderenzorg en met andere sectoren binnen de gehandicaptenzorg. Deze sectoren hebben mensen met een visuele beperking in hun doelgroep, maar beschikken niet altijd over de noodzakelijke expertise. Anderzijds kan ook de visuele sector profijt hebben van de kennis uit andere sectoren.
  • Ook wordt meer samenwerking binnen het wetenschappelijk veld aanbevolen, met bijvoorbeeld Wetenschappers tegen Blindheid.4
  • Investeer, samen met ZonMw, in het onderhouden en uitbouwen van de samenwerkingsrelaties met andere onderzoeksprogramma’s zodat ook van daar uit projecten gefinancierd blijven en zullen worden binnen het visuele domein5. Maak tevens werk van een overzicht van al die activiteiten.6 
  • Zoek, in samenwerking met andere spelers in het veld, naar extra financiering voor onderzoek binnen het visuele domein.7
  • Geef aandacht aan internationale samenwerking, zowel op programma- als op projectniveau, ter versterking en borging van de wetenschappelijke kwaliteit en de toepassingswaarde van de projecten.8

________________________________

1 Aanbeveling 2 uit deel 1; prioriteit 10 (ex aequo) van de externe experts.

2 Aanbeveling 11 uit deel 1; prioriteit 10 (ex aequo) van de externe experts.

3 Aanbeveling 12 uit deel 1; prioriteit 7 (ex aequo) van de externe experts; zie ook ‘betrokkenen bij de implementatie’.

4 Aanbeveling 10 uit deel 1; prioriteit 2 van de externe experts.

5 Aanbeveling 9 uit deel 1; prioriteit 2 van de projectleiders.

6 Zo’n overzicht is gemaakt in het project ‘Onderzoek in de oogzorg (94312007). Het rapport is beschikbaar onder de titel: Terugblik en toekomstvisie op wetenschap in de visuele sector’ (Ruth van Nispen, Lia van der Ham, Hilde van der Aa en Ger van Rens)

7 Aanbeveling 14 uit deel 1; prioriteit 4 van de projectleiders.

8 Aanbeveling 7 uit deel 1; prioriteit 7 (ex aequo) van de externe experts.

Kwaliteitstoetsing en evaluatie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Blijf in de toekomst sterk inzetten op stevige kwaliteitstoetsing van de onderzoeksaanvragen en blijf hierbij aansluiten bij de ZonMw-procedures.1 Deze werkwijze draagt bij aan de gewenste hoge kwaliteit van het onderzoek.
  • Breidt het cliëntenpanel uit, zodat meer (sub)doelgroepen vertegenwoordigd zijn. Inventariseer in de gesprekken van de aanvragers met het cliëntenpanel waar typisch blinde vlekken zitten bij de onderzoekers.
  • Investeer in het zichtbaar maken van de impact van de onderzoeksprojecten in de praktijk, bijvoorbeeld door een nulmeting te houden van de situatie op een bepaald gebied. Hierdoor worden de veranderingen na afloop van (het implementatietraject volgend op) het onderzoeksproject zichtbaar. De investeringen die hiervoor nodig zijn, moeten wel afgewogen worden tegen het belang van het zichtbaar maken van de impact van het project.2

___________________________________________

1 Aanbeveling 5 uit deel 1; prioriteit 5 (ex aequo) van de externe experts; prioriteit 6 (ex aequo) van de projectleiders.

2 Aanbeveling 4 uit deel 1; prioriteit 3 van de externe experts.

Duur van het programma
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Gepleit wordt voor een langere duur van het programma, 5 of 6 jaar, zodat er meer tijd is om te sturen op de implementatie van de resultaten van de projecten.1

____________________________________

1 Zie ook aanbeveling 3 uit deel 1; prioriteit 5 van de projectleiders; prioriteit 8 van de externe experts.

Bijlagen

Relevante links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website