Het eerste kwartaal van 2020 is bij ZonMw de tentoonstelling ‘GENDER!’ te zien, die bestaat uit een reeks portretten van mensen die niet in het hokje man of vrouw passen. Fotograaf Hans van der Kamp fotografeerde hen tussen 1976 en 2019. Waar komt zijn interesse in seksuele- en genderdiversiteit vandaan? En wat hoopt hij met zijn werk te bereiken?

Door zijn verliefdheid op drag queen Plumeau werd fotograaf Hans van der Kamp vertrouwd met de gayscene van eind jaren zeventig. Dat hij zelf niet honderd procent heteroseksueel was wist hij toen al, maar biseksualiteit ‘bestond’ in die tijd nog niet. Voor Van der Kamp was het concept ‘hetero-’ of ‘homoseksualiteit’ juist onbegrijpelijk. ‘Je houdt toch van de persoon, en niet van wat zich tussen iemands benen bevindt?’, vertelt hij. Zowel vriendjes als vriendinnetjes passeerden de revue, tot onbegrip van veel homoseksuele mannen en zelfs zijn eigen moeder. ‘Vroeger was biseksualiteit slechts de overgangsfase naar homoseksualiteit’, legt Van der Kamp uit. ‘Ik zat maar te wachten tot die fase overging, en dat gebeurde niet. Ik heb ook nooit een “coming-out” gehad, ik had gewoon openlijk relaties met mannen. Maar ook met vrouwen.’

Studentenhuis

Zijn eerste seksuele ervaring met een andere man vond plaats op zijn 17e. ‘Ik woonde in een soort  studentenhuis bij een man die jongens onder zijn hoede nam die “anders” waren; op mannen vielen, zich verkleedden als vrouw, zich vrouw voelden, zich niet-man voelden, etc. Op een avond tijdens een feestje werd ik ook als vrouw verkleed en ik merkte dat ik niet meer herkend werd. Ik was mezelf, maar toch ook niet. En dat voelde als een bevrijding. Als ik niet in dat huis had gewoond, had het jaren langer geduurd om erachter te komen dat ik biseksueel was.’ Zijn worsteling met zijn eigen identiteit leidde ertoe dat Van der Kamp besloot alle vormen van seksualiteit in kaart te brengen. ‘Maar dat is niet te doen in één leven. Het spectrum is zo breed. Ik ben dus niet verder gekomen dan bepaalde groepen: BDSM, fetishes, swingers, etc.’

Waarom die behoefte om taboes te doorbreken?

‘In mijn jeugd was iets al heel snel “fout”. De dochter van de tabaksverkoper, daar werd niet mee omgegaan, maar ik begreep niet waarom. Tot ik haar een keer staand tegen een boom zag plassen. Ik had een oppervlakkige vriendschap met haar, maar daar werd wel kwaad over gesproken. Mijn leven in Gennep was sowieso een nachtmerrie: ik werd iedere week in elkaar geslagen omdat mijn accent verkeerd was. Mijn ouders waren best open minded; ze gingen wel eens naar wat toen nog travestietenshows heetten – maar alleen op vakantie. Thuis deed je dat niet. Toen ik eenmaal in Amsterdam woonde en anders ging praten, ergerde dat mijn ouders ook. Prima als ik relaties met mannen had, maar ik moest niet nichterig gaan praten. Je mocht wel anders geaard zíjn, maar je mocht het niet mérken. Dus als je in een dorp woont dat zo afgesloten is van de wereld, zonder internet of toegang tot informatie, hoe kun je dan getriggerd worden dat er méér is? Ik zie nu jongeren in Amsterdam die zich afvragen wat ze zijn, of wíllen zijn: man, vrouw, iets anders. Die mogelijkheid had je destijds niet.’

Hans van der Kamp (r) met Kittana Wolpy
Hans van der Kamp met Kittana Wolpy
Hans van der Kamp en voormalig ZonMw-directeur Henk Smid
Hans van der Kamp en voormalig ZonMw-directeur Henk Smid
Kittana Wolpy (midden) en de Gebroeders Grimm
Kittana Wolpy (midden) en de Gebroeders Grimm
Leonne Zeegers (l) en Hans van der Kamp
Leonne Zeegers (l) en Hans van der Kamp
Hans van der Kamp (midden) en de Gebroeders Grimm
Hans van der Kamp (midden) en de Gebroeders Grimm

Dubbel tragisch

‘Ik heb door mijn werk en de kringen waarin ik verkeer ook het nodige leed gezien. In een homobar zag ik een keer bloed onder de deur van de wc vandaan lopen. Ik waarschuwde de portier en er werd iemand van de wc afgehaald, bewusteloos, die zichzelf had geprobeerd te castreren met een veter. Er waren transgender personen die dachten dat als ze eenmaal vrouw zouden zijn, het leven makkelijker zou gaan. Dat ze een gezin konden stichten, huisje-boompje-beestje zouden leven. Maar ze kregen ook veel te maken met agressie, om wie ze waren. Het is dubbel tragisch, want behandelingen waren destijds niet zo verfijnd als nu. In de gaybar waar ik wel eens optrad als mijn alter ego “Grace”, leerde ik mensen kennen die naar Marokko gingen om zich te laten opereren. Of ze slikten veel te hoge doses – vaak illegale – hormonen, wat hun levensverwachting ook geen goed deed. Van de zes transgender personen die ik destijds kende, leeft er al 10 jaar geen een meer.’

Wat doet dat met je?

‘Al dat onnodige lijden roept woede bij me op. Maar die zelfverminking heb ik ook nooit kunnen begrijpen. Zelf heb ik ook wel eens hulp gezocht bij een psycholoog. Misschien konden zij dat niet, of hielp het niet. Maar mensen met problemen maken niet altijd de beste beslissingen. Daarom pleit ik liever voor voorzichtigheid bij zulke ingrijpende gebeurtenissen als een geslachtsveranderende operatie.’

Wat zou jou hebben geholpen?

‘Ik sta er zo in: ik ga me niet aanpassen aan de maatschappij, de maatschappij past zich maar aan aan mij. Toen waren er problemen en nu zijn er nog steeds problemen. Dat is niet wezenlijk anders, de problematiek verschuift alleen. Nu kun je weliswaar via een ziekenhuis een transitietraject in, maar dat gaat deze mensen vaak veel te langzaam. Ik hoor van mensen dat ze nog steeds hogere doses hormonen slikken dan wordt voorgeschreven, of op jongere leeftijd beginnen met hormonen. Dat heeft weer allerlei gezondheidseffecten, zoals osteoporose. Of ik hoorde – zo rond 2000, toen de VU nog een ander beleid voerde - in café Lellebel in Amsterdam dat mensen elkaar adviseren dat ze hun behandelaar vooral moeten zeggen dat ze wél een geslachtsveranderende operatie willen, want “als je zegt dat je twijfelt of dat niet wil, dan word je van de wachtlijst geknikkerd”.’ 

‘Daarom vond ik het zo belangrijk om bij jullie [ZonMw red.] mijn steentje bij te dragen, omdat ik 40 jaar lang heb gezien wat er in de dagelijkse praktijk gebeurde. Het blijft een leerproces en er blijven nieuwe problemen ontstaan. Gender en de bijbehorende rolpatronen zijn een door de mensen gecreëerd probleem. In mijn ideaalbeeld zouden we naar een maatschappij moeten streven waarin sekse er niet meer toe doet.’

Over Hans van der Kamp

Hans van der Kamp was na een korte periode kunstacademie vanaf zijn achttiende fotograaf en journalist voor verschillende tijdschriften (Nieuwe Revu, Zero, Panorama, Penthouse, Vrij Nederland) Vanuit New York werkte hij 2 jaar als correspondent voor Geïllustreerde Pers en VNU.

Terug in Nederland werkte hij o.a. als vertaler van Amerikaanse literatuur voor Unieboek. Ook was hij hoofdredacteur Playgirl en High Society. Over die periode schreef hij de sleutelroman 'Nette mensen in een nieuwe tijd', die in 1993 bij L.J. Veen werd uitgegeven. In 1994 startte hij het online literair tijdschrift De Opkamer, waarvoor hij de prijs Website of the Year Cultural kreeg van Sun Microsystems en Lotus software. Recentelijk zijn deze uitgaven als web incunables gearchiveerd door de Koninklijke Bibliotheek.

Hij schreef 2 jaargangen voor Propria Cures en won 2 prijzen, de Keefmanbokaal en de Propria Cures Onthooftprijs. In 1999 pakte hij fotografie weer fulltime op, wat resulteerde in een reeks tentoonstellingen in de Verenigde Staten en Rusland. Naast het fotograferen trad hij ook op als conservator voor het Leslie Lohman Museum for Gay and Lesbian Art in NY en was hij jurylid voor diverse fotografiesites in Rusland.

Meer informatie

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Tekst Dionne Boekestijn, Fotografie Max van der Kamp

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website