Hartonderzoekers van het Amsterdam UMC werken aan de toepassing van gentherapie bij mensen die lijden aan ritmestoornissen na een hartinfarct. Met een katheter kunnen ze een virus toedienen met genetisch materiaal, zodat de elektrische functie van de hartspier lokaal verbetert. Dat voorkomt ritmestoornissen zonder geneesmiddelen of ICD.

Mensen die een hartinfarct hebben gehad, kunnen ritmestoornissen ontwikkelen. Deze post-infarctritmestoornissen kunnen leiden tot plotse hartdood. Zo’n onverwachte hartstilstand is verantwoordelijk voor de helft van alle cardiovasculaire overlijdens, en voor een vijfde van alle overlijdens in de westerse wereld. 

Huidige behandelingen

Er zijn diverse soorten behandelingen voor post-infarctritmestoornissen die allemaal hun eigen voor- en nadelen hebben. Het implanteren van een ICD, die met een stroomschok het hart weer in de pas laat lopen, heeft operatierisico’s. Bovendien blijft met het implanteren van een ICD het oorspronkelijke probleem bestaan. Daarnaast is er medicatie die de refractaire periode verlengt, maar die heeft bijwerkingen en is van invloed op het hele hart, zodat daardoor weer andere hartritmestoornissen kunnen ontstaan. Tot slot is er katheter-ablatietherapie, het lokaal wegbranden van delen van het hart. Het littekenweefsel dat ontstaat op die plaatsen stopt de abnormale geleiding van elektrische prikkels door het hart. Dat voorkomt hartritmestoornissen, maar beschadigt gezond hartspierweefsel. Dat verslechtert de pompfunctie van het hart. De grote groep patiënten die na katheter-ablatie opnieuw klachten krijgt, kan daardoor niet onbeperkt deze behandeling krijgen.

Gentherapie beschermt

Wetenschappers van het Amsterdam UMC, onder leiding van cardiologen dr. Ruben Coronel en dr. Geert Boink, deden onderzoek naar een nieuwe manier om de hartspier alleen te veranderen waar dat nodig is, zonder gebruik van geneesmiddelen of onnodig verlies van hartspierweefsel. Daartoe maken ze gebruik van gentherapie: met een aangepast virus dienen ze genetisch materiaal toe aan hartcellen. Die maken daardoor eiwitten die de hartfunctie lokaal beïnvloeden. Eerder lieten preklinische proefdiermodellen de effectiviteit van deze techniek zien, al was dat alleen op de korte termijn, zegt dr. Gerard Boink. ‘Maar we verwachten dat we de genetische informatie in het virus, en het virus zelf, zo kunnen optimaliseren dat het zo effectief mogelijk tot expressie komt. We verwachten dat dat leidt tot een jarenlange bescherming tegen hartritmestoornissen.’

"Het is de komende maanden erop of eronder. Alles moet nog op zijn plek vallen. Het ziet er veelbelovend uit voor succesvolle, langdurig effectieve gentherapie."

Overzicht en lokalisatie

Het onderzoek van de wetenschappers vormt de brug naar de eerste proeven bij hartpatiënten. Maar optimalisatie van de gentherapie is daar slechts een deel van. ‘We willen de techniek op nog twee andere manieren optimaliseren’, zegt Boink. ‘Om het proces achter hartritmestoornissen te doorgronden, werken we ook aan een nieuwe manier om stoornissen in kaart te brengen in samenwerking met dr. Thom Oostendorp van het Radboudumc in Nijmegen. We berekenen de doelgebieden van een behandeling door het hart elektrisch in beeld te brengen. Zo hebben we een nauwkeuriger beeld bij de activatie- en herstelfase van het hart: alle mogelijke problemen komen in één keer in beeld’, zegt Boink. ‘Dat zorgt voor meer overzicht op de situatie in het hart.’

Ook bij het daadwerkelijke benaderen van het hart met een katheter zijn verbeteringen denkbaar in de techniek. Want waar bij preklinische diermodellen altijd sprake is van een enkel infarct dat onderzoekers gecontroleerd opwekken, ligt dat bij hartpatiënten gecompliceerder, zegt Boink. ‘Zij hebben vaak meer dan één infarct gehad. Als we die specifiek willen behandelen met gentherapie, hebben we een methode nodig om heel nauwkeurig naar de juiste plek in het hart te gaan.’ De onderzoekers passen daarom een techniek toe uit de koker van collega’s van CART-Tech, een spin-off van het UMC Utrecht. Daarmee kunnen ze driedimensionale informatie tijdens een operatie op de doorlichtingsbeelden projecteren, bijvoorbeeld bij een hartpatiënt op de operatietafel. Zo kunnen artsen gemakkelijker een katheter naar precies de juiste plaats in het hart sturen.

Toepassing

Toch duurt het nog even voor de onderzoekers de brug naar de kliniek kunnen bouwen, zegt Boink. ‘De optimalisatie van gentherapie ziet er in vitro goed uit, maar we kunnen nog beter.’ De targeting en imaging zijn volgens hem wel al toepasbaar in de kliniek. ‘Ook bij ablatie of het plaatsen van een pacemaker of ICD is het heel nuttig om precies te weten waar je een katheter of geleidingsdraad moet plaatsen. Ons onderzoek draagt daar nu al aan bij.’ Wanneer het daadwerkelijk tijd is om met gentherapie de stap te maken naar de mens, kan Boink niet zeggen. ‘Het is de komende maanden erop of eronder. Alles moet nog op zijn plek vallen. Het ziet er veelbelovend uit voor succesvolle, langdurig effectieve gentherapie.’

 

dr. Ruben Coronel
Ruben Coronel studeerde geneeskunde in Amsterdam en promoveerde op een experimentele studie naar ritmestoornissen die bij het hartinfarct optreden. Hij leidt een groep onderzoekers die de oorzaken en behandeling van dodelijke ritmestoornissen bestudeert.
dr. Gerard Boink
Geert Boink, cardioloog in het Amsterdam UMC, studeerde Farmacie (UU) en Geneeskunde (Uva), en promoveerde op de gentherapeutische behandeling van hartritmestoornissen (UvA en Columbia University, NY). Hij leidt een translationele onderzoeksgroep die zich richt op de ontwikkeling van regeneratieve behandelingen voor hartritmestoornissen.

Tekst Koen Scheerders

© ZonMw 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website