De prikkelverwerkingsproblemen bij kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) hebben mede te maken met de hoeveelheid chloor in hun hersencellen. Bumetanide, een plaspil voor mensen met hoge bloeddruk, kan de chloorconcentratie in zenuwcellen verlagen. De BAMBI-trial heeft aangetoond dat een gerichte inzet van dit geneesmiddel het probleem bij de bron zou kunnen aanpakken.

Hilgo Bruining
Hilgo Bruining

Wat was de aanleiding voor deze studie?

‘Kinderen met ASS krijgen vaak antipsychotica voorgeschreven of stimulantia als Ritalin. Dat zijn zware medicijnen waarmee je alleen de symptomen onderdrukt. De prikkelverwerkingsproblemen van deze kinderen kunnen onder meer te maken hebben met een verstoorde chloride-regulatie in hersencellen. Ieder kind heeft kort voor de geboorte een hoge chloorconcentratie, die normaal gesproken meteen daarna radicaal afneemt. Experimentele studies suggereren dat dit bij kinderen met ASS soms niet goed gebeurt. De vraag was daarom of we met een plaspil, waarvan we weten dat die op de chloorconcentratie inwerkt, een gerichtere behandeling konden ontwikkelen.’

Wat maakt de BAMBI-trial bijzonder?

‘Het preklinisch bewijs voor de rol van chloor in de prikkelbalans was heel sterk. Om dit klinisch uit te werken wilden we niet de zoveelste trial doen met alleen metingen van de gebruikelijke symptoomschalen. We wilden aantonen dat het middel ook écht werkt. Dus dat het effect zichtbaar is op een EEG van een kind én dat bumetanide aantoonbaar inwerkt op de informatieverwerkings-processen in het brein. We denken dat nu te hebben aangetoond, omdat we bij de placebogroep geen effect zagen, noch in de hersenfilmpjes, noch in de cognitieve testen.’

Nog meer bijzonderheden?

‘Wat de trial ook bijzonder maakt, is dat we nu op basis van een EEG met behulp van algoritmen kunnen voorspellen bij welke kinderen bumetanide gaat werken. In de wetenschappelijke wereld is daar positief op gereageerd. Ook in de publiekspers – van het AD tot Nu.nl – komt deze belangrijke nuance goed naar voren. Bumetanide is niet ineens hét wondermiddel bij autisme, maar het lijkt bij een specifieke groep kinderen effect te hebben. Zo kom je uiteindelijk waar we naartoe willen: behandeling op basis van het individuele profiel.’

Hoe verliep de inclusie?

‘Die ging heel goed, we hebben de complete trial binnen de geplande tijd kunnen afronden. Bij ouders en kinderen was er veel animo om mee te doen, ook al was de belasting fors. Kinderen moesten in totaal wel vijftien keer terugkomen voor metingen. Maar ouders en kinderen wilden graag meewerken aan een studie die een alternatief voor de huidige behandelingen kon opleveren. We zijn begonnen met focusgroepen over prikkelverwerking en hebben veel aandacht besteed aan goede voorlichting. Er waren informatieavonden voor ouders én een directe terugkoppeling op individueel niveau. Tekenend voor de betrokkenheid is dat bijna iedereen wil meedoen met een vervolgstudie, een N=1-trial waarin we de aanpak nog eens willen valideren per kind.’

'Wat gaat helpen is dat we met de algoritmen van tevoren proberen in te schatten wat de effectiviteit van het middel is bij een specifiek kind met ASS.'

Wat betekent dit alles voor de behandelpraktijk?

‘De effecten van de chloorconcentratie zijn een goed bestudeerd fenomeen. Met deze trial hebben we dat nu ook klinisch bewezen, met een goedkoop middel dat al dertig jaar in gebruik is. Wat gaat helpen is dat we met de algoritmen van tevoren proberen in te schatten wat de effectiviteit van het middel is bij een specifiek kind met ASS. Onze resultaten laten naar mijn opvatting zien dat we in de psychiatrie af moeten van allerlei ongestratificeerde ‘grove’ trials met klassieke uitkomstmaten, trials waarin alle patiënten op één hoop worden gegooid.’

Wat zijn de volgende stappen?

‘We gaan met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen in gesprek over de regulering. Nu is er nog sprake van een zogeheten geïnformeerd off-labelgebruik van bumetanide. Daarnaast is het onze ambitie om de hele translationele keten af te leggen, van fundamenteel tot aan de patiënt. Binnen het onlangs gestarte N=You, kenniscentrum voor ontwikkelingsstoornissen kunnen we allerlei vervolgonderzoek doen, zoals stamceldiagnostiek op het onderliggende mechanisme van de chloorconcentratie. Zo komen we stap voor stap bij gepersonaliseerde toepassingen van medicijnen in de kinder- en jeugdpsychiatrie.’

Heb je nog lessons learned voor andere onderzoekers?

‘Bedenk goed wat je wilt en laat je niet afleiden door de bureaucratie die je ruimschoots tegenkomt. Volg vooral je wetenschappelijke intuïtie.’

Prof. dr. Hilgo Bruining is kinder- en jeugdpsychiater bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie & Psychosociale Zorg van Amsterdam UMC/Emma Kinderziekenhuis. Bruining is tevens hoofd van de sectie ontwikkelingsstoornissen en van N=You. Hij is recent in Amsterdam benoemd tot hoogleraar Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. In de BAMBI-trial is onder meer samengewerkt met oudervereniging Balans!, jeugdhulporganisatie Levvel en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Het Franse biotech-bedrijf Neurochlore leverde de proefmedicatie.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website