Medicatieveiligheid wordt een steeds belangrijker thema. Er zijn veel factoren die goed en veilig geneesmiddelengebruik negatief kunnen beïnvloeden. Een ervan is dat artsen in hun basisopleiding lange tijd onvoldoende leerden hoe je geneesmiddelen doelmatig voorschrijft en het effect ervan monitort. Een landelijke farmacotherapie-eindtoets brengt daar verandering in, vertelt internist-klinisch farmacoloog prof. dr. Kees Kramers, hoogleraar medicatieveiligheid in het Radboudumc.

Portret Kees Kramers
Kees Kramers, hoogleraar medicatieveiligheid in het Radboudumc

Wat zijn de belangrijkste problemen rond medicatieveiligheid?

Kees Kramers: ‘Het aantal ziekenhuisopnames door verkeerd geneesmiddelengebruik is de afgelopen jaren hoog gebleven. Het is lastig de cijfers te duiden, want de populatie verandert ook. Meer ouderen, meer combinaties van aandoeningen en dus ook meer polyfarmacie. Het verband tussen een medicatiefout en een opname is niet altijd eenduidig; medicatieveiligheid is een multifactorieel probleem. En stel: een oudere valt van zijn fiets, krijgt een hersenbloeding en overlijdt. Komt dat dan door zijn antistolling of door de val? Dat weet je nooit zeker. Maar goed, het is intussen onmiskenbaar dat voorschrijffouten en andere medicatieproblemen zorgen voor extra opnames.’

Waarom een aparte eindtoets farmacotherapie?

‘Kennis over geneesmiddelen is onderdeel van verschillende deelonderwerpen in de basisopleiding. Bij cardiovasculaire geneeskunde leer je bijvoorbeeld over stollingsmiddelen en bij interne geneeskunde over diabetesmedicatie. Farmacotherapeutische kennis werd nooit apart getoetst, je kon er als het ware omheen studeren. Wie bij elk tentamen alle farmacotherapievragen oversloeg en de rest goed deed, haalde de bul zonder één punt te scoren op het voorschrijven van geneesmiddelen. Ons pleidooi was: van elke arts mag de patiënt bepaalde onmisbare kennis en vaardigheden verwachten. Iedere dokter moet jou op straat kunnen helpen als je daar omvalt. En omdat elke arts medicijnen voorschrijft, moet je ook dáárop expliciet worden getoetst. Vandaar een aparte, verplichte eindtoets in iedere geneeskundeopleiding. Haal je die niet, dan ook geen bul.’

Hoe is de toets tot stand gekomen?

‘Het uitgangspunt was de HARM-studie naar medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames. Vanuit de literatuur kwamen we tot een lange lijst: bij welke pil zie je welk probleem, bij wie treden die op, welke comedicatie is hierbij belangrijk en wat doe je als het zich voordoet? Veiligheid is de focus, maar ook goed voorschrijven komt naar voren. Studenten moeten leren over risicopopulaties, patiëntkenmerken en interacties tussen middelen. Hoe voorkom je dat daarin dingen fout gaan en hoe monitor je effecten? Daarnaast krijgen studenten wijsheden mee als: wees terughoudend met middelen die pas op de markt zijn en waarvan bijwerkingen op langere termijn nog onduidelijk zijn. Veel onderwerpen dus. Elk deelnemend centrum bedacht toetsvragen, waar anderen weer kritisch naar keken. Die vragen zijn vervolgens met onafhankelijke experts – klinisch farmacologen, artsen, apothekers – en met onderwijskundigen en studenten doorontwikkeld. Om te oefenen zijn er YouTube-filmpjes gemaakt. En studenten bedachten de game Battle of the Meds en de oefen-app Plexuz. Alles staat op de site van de beroepsvereniging (zie onderaan, red.).’

In het begin zakte 30% van de studenten de eerste keer. Nu studeren ze kennelijk beter, want dat percentage wordt beter.

Wat is het resultaat?

‘Er zijn nu vastgestelde eindtermen en een toets met 60 vragen. Daarvan moet je er 51 goed hebben. De toets volgt de ontwikkelingen in de farmacotherapie op de voet. Toen de NOAC’s – nieuwe antistollingsmiddelen – op de markt kwamen, hebben we die toegevoegd. En we nemen steeds resultaten uit het GGG-programma mee. Goed gebruik van geneesmiddelen is sowieso een belangrijk onderdeel, bijvoorbeeld in aanbevelingen om bij voorkeur generieke middelen te kiezen. Studenten doen de toets in het vijfde jaar, dus zodra ze net zelf onder supervisie medicijnen gaan voorschrijven.’

Hoe zijn de reacties?

‘Studenten zijn enthousiast, al vinden ze de toets niet eenvoudig. In het begin zakte nog 30% de eerste keer. Nu studeren ze kennelijk beter, want dat percentage wordt beter. Ook de collega’s in ziekenhuizen zijn positief. Deze kennis hoort gewoon in het basispakket van elke arts.’

Hoe nu verder?

‘De effectiviteitsstudie liet zien dat basisartsen dankzij de eindtoets een jaar na afstuderen betere kennis hadden rond medicatieveiligheid. Maar die kennis neemt daarna niet vanzelf toe. Onderhoud is dus belangrijk. Met ZonMw praten we nu over een extra implementatie-impuls. We denken bijvoorbeeld aan een toets voor voorschrijvers in het ziekenhuis en het professionaliseren van het oefenmateriaal. En vooral: zorgen dat afgestudeerde artsen hun kennis en vaardigheden behouden. Een stevige, verplichte toets is mooi, maar echte medicatieveiligheid vergt voortdurende scholing én toetsing in de praktijk.’

Tekst: Marc van Bijsterveldt (januari 2021)

Meer informatie

Bekijk alle interviews vanuit het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website