Op 29 september 2020 is het Wereld Hart Dag. Medicijnen spelen een belangrijke rol in de behandeling van hart- en vaatziekten. Ziekenhuisapotheker Vera Deneer doet onderzoek naar geneesmiddelen bij mensen met een hartinfarct. Dit levert veel kennis op over meer maatwerk bij diverse patiëntengroepen.

portret  Vera Deneer
Ziekenhuisapotheker dr. Vera Deneer (UMC Utrecht)

Waarom zijn studies naar hart- en vaatziekten belangrijk?

Vera Deneer: ‘In Nederland komen hart- en vaatziekten als doodsoorzaak net na kanker. Deze aandoeningen hebben veel impact op patiënten, ook wat betreft de kwaliteit van leven. Er zijn nog veel vragen over de optimale balans tussen effectiviteit en veiligheid van geneesmiddelen bij hart- en vaatziekten. Onderzoek kan die vragen beantwoorden.’

Wat zijn belangrijke onderzoeksvragen?

‘Neem bijvoorbeeld geneesmiddelengebruik na een hartinfarct. Patiënten worden gedotterd en krijgen een stent in de kransslagader. Om stolsels in de stent te voorkomen krijgen zij antistollingsmiddelen, bijvoorbeeld clopidogrel. Er zijn ook sterker werkende geneesmiddelen, maar die geven meer risico’s op bloedingen. De richtlijnen bevelen de sterkere middelen aan voor bijna alle patiënten. Maar is dat inderdaad altijd de beste keuze?’

Wat is bijvoorbeeld een relevante uitkomst?

‘Ik denk aan een studie met antistollingsmiddelen in 10 ziekenhuizen in Italië, België en Nederland. Bij clopidogrel zet een enzym het middel in je lichaam om in de werkzame stof. De benodigde enzymactiviteit wordt bepaald door iemands genetisch profiel. Met een test kun je vaststellen of iemand een genetische variatie heeft en het genotype bepalen. Mensen met een verminderde enzymactiviteit kregen in deze studie de sterkere geneesmiddelen, de anderen clopidogrel. Een controlegroep werd niet vooraf getest en kreeg de sterker werkende middelen. In de genotype-geleide groep zagen we minder bloedingen en het aantal trombosegevallen nam niet toe met het lichtere clopidogrel. Met een genetische test kun je dus preciezer behandelen.’

En een ander voorbeeld?

‘In 12 ziekenhuizen in Nederland hebben we 70-plussers met een hartinfarct vergeleken. De ene groep kreeg clopidogrel en de andere de sterkere middelen. De eerste groep had minder bloedingen en bleek ook niet meer trombotische complicaties te hebben. In deze kwetsbaardere patiëntengroep is het dus beter voor het lichtere middel te kiezen.’

Hoe vinden de resultaten hun weg naar de praktijk?

‘De genotype-studie was het eerste gerandomiseerde onderzoek op dit terrein en de belangstelling is groot, ook internationaal. Voor de implementatie is ook de kosteneffectiviteit van belang. Kwaliteit van leven en kosten zijn in beide groepen gemeten. De vergelijkende analyses verwachten we binnen enkele maanden af te ronden. Verder helpt het dat er een snelle genetische test is. Dat maakt het aantrekkelijk om vooraf iemands genotype te bepalen. De resultaten over de behandeling van kwetsbare oudere patiënten hebben ook veel belangstelling. Naar aanleiding van beide studies wordt nu gediscussieerd over aanpassing van de richtlijnen, maar dat traject duurt nog wel even. Uiteindelijk kost implementatie hoe dan ook tijd. Je wilt immers met alle betrokkenen zorgvuldig afwegen wat voor welke groep de beste behandelprotocollen zijn.’

Hoe verliep de inclusie van patiënten in de studies?

‘Uiteindelijk prima, maar het duurde wel langer dan aanvankelijk gedacht. In de eerste studie hielp het dat we een point-of-care-test konden aanbieden, zodat het genotype op de betreffende locatie én snel kon worden vastgesteld. In de tweede studie heeft het geholpen patiënten al vanaf 70 jaar te includeren. Gangbaar is 75 jaar, maar ook de iets jongere groep bleek een vergelijkbaar risicoprofiel te hebben.’

Als ziekenhuisapotheker-klinisch farmacoloog wil ik een brugfunctie vervullen tussen ziekenhuis en openbaar apothekers, die een rol hebben in de medicatiebewaking van antistollingsmiddelen.

Wat is uw toekomstdroom?

‘Ik hoop dat we mensen met hart- en vaatziekten steeds beter op maat met geneesmiddelen kunnen behandelen op basis van hun genetisch profiel. Verder zie ik veel kansen in een multidisciplinaire aanpak. Bij farmacotherapie zijn verschillende professionals betrokken. Als ziekenhuisapotheker-klinisch farmacoloog wil ik een brugfunctie vervullen tussen ziekenhuis en openbaar apothekers, die een rol hebben in de medicatiebewaking van antistollingsmiddelen. Er is bij mij net een promovendus begonnen die de rol van de openbaar apotheker gaat onderzoeken. Ik ben erg benieuwd wat daar uitkomt.’

Welke geleerde lessen kunt u meegeven?

‘Onderzoek is altijd teamwerk. Op locatie heb je gemotiveerde onderzoekers nodig, die echt willen gaan voor de studie. Houd iedereen goed op de hoogte van de voortgang, zodat de betrokkenheid steeds optimaal blijft.’

Dr. Vera Deneer voerde de studies uit in nauwe samenwerking met dr. Jur ten Berg van het St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein/Utrecht. Deneer is sinds 2017 als ziekenhuisapotheker-klinisch farmacoloog verbonden aan het UMC Utrecht. Ook is zij associate professor klinische farmacologie bij de divisie farmaco-epidemiologie en klinische farmacologie, Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences (Universiteit Utrecht).

Tekst: Marc van Bijsterveldt (september 2020)

Meer informatie

Bekijk alle interviews vanuit het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website