De combinatie overgewicht en diabetes type 2 verhoogt het risico op bijvoorbeeld borst- en darmkanker. Diabetespatiënten gebruiken vaak (na metformine) sulfonylureum (SU)-derivaten als bloedsuikerverlager. De richtlijn geeft daarbij een voorkeur voor gliclazide. Dit middel zou in vergelijking met andere SU-derivaten een gunstig effect hebben op het kankerrisico. Internist dr. Gijs Landman van Stichting Langerhans onderzocht of dat klopt.

Internist dr. Gijs Landman van Stichting Langerhans
Internist dr. Gijs Landman van Stichting Langerhans

Wat was de aanleiding voor deze studie?

SU-derivaten werken goed bij diabetes type 2. Maar er waren aanwijzingen dat ze naast een risico op hypoglykemie – een gevaarlijke daling van de bloedsuikerwaarde – mogelijk een verhoogd risico op kanker geven. Het voorkeursmiddel gliclazide zou daar eerder een gunstig effect op kunnen hebben. Als we dat konden bewijzen, zou het voorkeursadvies in de richtlijn nog steviger kunnen worden. Gliclazide is een goed middel in de diabetesbehandeling; ik heb nog nooit een ziekenhuisopname vanwege een ernstige hypoglykemie meegemaakt na het gebruik ervan. Een eventuele versterking van het voorkeursadvies vraagt natuurlijk wel om een stevige onderbouwing. Je zou dan immers een grote groep patiënten moeten gaan omzetten van de ene SU naar gliclazide. Zoiets moet je alleen willen als het ook echt veel gunstiger is.’

Hoe hebben jullie deze studie aangepakt?

‘We hebben data gebruikt uit het ZODIAC-cohort, dat al sinds 1998 gegevens van diabetespatiënten verzamelt. De ZODIAC-data waren vooral bedoeld voor benchmarking, dus voor spiegelinformatie om de kwaliteit van diabeteszorg inzichtelijk te maken. Maar je kunt ze – geanonimiseerd – ook gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. We hebben deze data gekoppeld aan de Nederlandse Kankerregistratie van het IKNL, het Integraal Kankercentrum Nederland, en aan de sterftecijfers uit de gemeentelijke basisadministratie.’

Hoe verliep dat?

‘De koppeling was niet makkelijk. Vanwege de privacywet moet je heel nauwgezet anonimiseren en dat proces is complex. Een derde partij moet de data anonimiseren, dus je hebt te maken met een paar dataleveranciers, een koppelaar en het onderzoeksteam. Met IKNL hebben we de koppeling goed voor elkaar kunnen krijgen. Maar met CBS-data is het bijvoorbeeld helaas niet gelukt. Met de verzekeringsdata van Vektis wilden we ook werken, vanwege informatie over combinaties van voorgeschreven medicijnen en over kosten. Daar was een belemmering dat we gegevens alleen ter plekke op hun computer konden inzien. En de kosten waren ook hoger dan in onze projectaanvraag was begroot.’

‘Het is een terechte eis van financiers als ZonMw dat data FAIR zijn: findable, accessible, interoperable en reusable. We hebben een procedure geschreven voor onderzoekers die met onze data een diabetes-specifieke onderzoeksvraag willen beantwoorden.'

Wat kwam er uit de studie?

‘Er zijn geen significante verschillen tussen gliclazide en de andere SU-derivaten op dit gebied. Het middel beschermt dus niet beter tegen kanker, afgezet tegen de andere SU’s. Dat betekent dat de bestaande voorkeur voor gliclazide in de richtlijn niet steviger kan worden neergezet. Maar misschien hoeft dat ook niet eens, want je ziet al vanzelf een verschuiving optreden. Van de ruim 300.000 mensen die een SU-derivaat krijgen, nemen inmiddels zo’n 230.000 dit middel. Ik schat in dat bijna alle nieuwe patiënten inmiddels gliclazide krijgen voorgeschreven.’

Is vervolgonderzoek nog relevant?

‘Het mooie is dat we met de gegevens nog altijd interessant onderzoek doen. Vanwege de ‘neutrale’ uitkomst – in de wetenschap wordt een studie als de onze helaas ‘negatief’ genoemd en is daardoor lastiger te publiceren, maar dat even terzijde – is een kosteneffectiviteitsanalyse niet meer zo interessant. Maar wat bijvoorbeeld loopt is een studie naar verschillen tussen mannen en vrouwen. Hoe zit het met de kans op aan obesitas gerelateerde ziekten als darmkanker? Door de diagnosedatum van diabetes te koppelen aan die van een latere kanker, zien we dat vrouwen – in tegenstelling tot mannen – vóór de diagnose diabetes al een hoger kankerrisico hebben, in vergelijking met de algehele bevolking. Dit soort analyses zijn natuurlijk uiterst relevant voor goede diabeteszorg.’

Hoe FAIR zijn jullie data?

‘Het is een terechte eis van financiers als ZonMw dat data FAIR zijn: findable, accessible, interoperable en reusable. We hebben een procedure geschreven voor onderzoekers die met onze data een diabetes-specifieke onderzoeksvraag willen beantwoorden. Helemaal ‘open’ is het niet, want IKNL geeft uiteraard geen generieke toestemming om hun privacygevoelige patiëntgegevens zomaar te delen. Maar ook daar komen we in onderlinge afstemming vast wel uit. Goede zorg is uiteindelijk voor iedereen immers het belangrijkste doel.’

De ZonMw-studie naar SU-derivaten in de diabetesbehandeling is uitgevoerd door Stichting Langerhans, samen met onderzoeker dr. Nanno Kleefstra en huisarts dr. Hans van Hateren. Verder was er een samenwerking met IKNL, prof. dr. Henk Bilo van het Isala Diabetescentrum, prof. dr. Truuske de Bock, epidemioloog aan het UMCG, en met de Diabetesvereniging Nederland (DVN).

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website