Hemofilie is een zeldzame genetische ziekte. Een ontbrekende stollingsfactor zorgt voor spontane bloedingen in spieren en gewrichten en relatief kleine verwondingen kunnen blijven bloeden. De ziekte zit op het X-chromosoom en treft dus alleen jongens, meisjes kunnen draagster zijn. Marjon Cnossen, kinderarts-hematoloog in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis, onderzocht de meerwaarde van doseren van stollingsfactorconcentraat op basis van de persoonlijke farmacokinetiek (PK). En het werk is nog lang niet af.

portret Marjon Cnossen
Kinderarts-hematoloog in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis Marjon Cnossen

Wat was de aanleiding voor de OPTI-CLOT-trial?

‘De dosering van stollingsfactorconcentraat werd altijd berekend op basis van lichaamsgewicht. Maar omdat de farmacokinetiek – hoe verwerkt het lichaam de werkzame stof? – van iedereen anders is, krijgt de ene patiënt zo onnodig veel concentraat en een ander juist te weinig. Onderdosering kan bloedingen veroorzaken, terwijl een teveel leidt tot hoge kosten zonder klinisch effect. Plus een grotere kans op stolsels. We wilden kennis verzamelen voor een hogere kwaliteit van zorg tegen lagere kosten.’

Hoe verliep de inclusie?

‘Includeren is een kunst die veel creativiteit vergt. Bij farmacokinetiek gaat het over klaring, ofwel de snelheid waarmee het lichaam een middel verwerkt. Jongens en mannen houden vaak van snelle auto’s, dus bedachten we een gadget. Wie iemand wist aan te brengen voor de studie kon een auto winnen, oftewel een muis in de vorm van een Ferrari. Heel simpel, maar zo’n cadeautje blijkt echt te werken. De inclusie verliep daardoor nog beter.’

En hoe ging de samenwerking?

‘Vanwege de kleine patiëntengroep zijn samenwerking en communicatie heel belangrijk. Alle behandelcentra hebben hard gewerkt en de jonge onderzoeker die de studie organiseerde was fantastisch. ZonMw vraagt om al meteen een implementatieplan te schrijven. Dat prikkelt om vanaf het begin te bedenken wat je samen met de praktijk met je eureka-momenten wilt doen. Pas met een goede implementatie kun je echt wat betekenen voor de patiënt. Heel belangrijk was ook de samenwerking met de Nederlandse Vereniging van HemofiliePatiënten, de NVHP. Zonder betrokkenheid van patiënten kom je er niet als onderzoeker.’

Wat kwam er uit de studie?

‘We hebben in een RCT – uniek in de behandeling van hemofilie – twee groepen vergeleken: de helft kreeg een dosering volgens de gangbare methode en de andere helft op basis van individuele PK. PK-gestuurd doseren zorgt niet voor minder stollingsfactorconcentraatverbruik en dus ook niet voor kostenreductie, in tegenstelling tot wat we vooraf dachten. Je voorkomt overbehandeling maar daar staat minder onderhandeling tegenover, en dit valt tegen elkaar weg. Met de PK-aanpak kunnen we veel preciezer doseren, dus het is mogelijk een sleutel tot een betere behandeling op maat. We publiceren binnenkort een artikel in Lancet Haematology.’

Wat gebeurt er verder met de opbrengsten?

‘De PK-procedure is heel bewerkelijk, hoewel we er met hulp van Ron Mathôt van Amsterdam UMC erg handig in zijn geworden. Een alternatief is mogelijk op termijn het berekenen van doseringen met het zogeheten ‘ideale lichaamsgewicht’. Dat gebeurt op basis van een individueel PK-profiel en een wiskundig model met een enorme hoeveelheid data van mensen met hemofilie; een zogenoemd populatie-PK-model. Zo bereken je een persoonlijke dosis, veel preciezer dan de standaardberekening van hoeveelheid medicijn per kilogram lichaamsgewicht. Een andere ambitie is een webportaal waar hematologen advies kunnen krijgen voor behandelingen met stollingsfactorconcentraat. Dit is een van de projecten in het SYMPHONY-consortium, het vervolg op OPTI-CLOT.’

Waar liggen de uitdagingen voor de toekomst?

‘De opa’s van de huidige generatie patiënten waren veel slechter af. Na 50 jaar intraveneus toegediend stollingsfactorconcentraat komen er nieuwe medicijnen en ook gentherapie aan. Allemaal nog duurder, dus wordt het nóg belangrijker te weten wie baat heeft bij welke benadering en hoe effectief en veilig die zijn. In het SYMPHONY-consortium werken we aan betere diagnostische testen, systematische evaluatie van behandeluitkomsten en veelbelovend fundamenteel onderzoek. We willen beter begrijpen waardoor de verschillen in bloedingsneiging tussen mensen met dezelfde diagnose ontstaan. En heeft de samenstelling en functie van de bekleding van het bloedvatbed, het endotheel, invloed op de bloedingsneiging? Vragen genoeg! Patiënten hebben binnen SYMPHONY opnieuw een belangrijke rol, onder meer doordat ze via een persoonlijke gezondheidsomgeving bijdragen aan de dataverzameling. Zo werk je samen naar een meer gepersonaliseerde behandeling voor iedereen, in elke levensfase.’

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website