Abemaciclib, palbociclib en ribociclib zijn effectieve geneesmiddelen bij vrouwen met uitgezaaide, hormoongevoelige borstkanker. Ze remmen de kankerceldeling en worden toegevoegd aan een hormoontherapie. De vraag in dit onderzoek is: Kun je de middelen beter inzetten vanaf de start of pas als de eerste hormoonbehandeling niet meer goed werkt? Patiënten doen graag mee aan een studie hiernaar, vertelt prof. dr. Gabe Sonke van het Antoni van Leeuwenhoek.

Portret van prof. dr. Gabe Sonke, Antoni van Leeuwenhoek
Prof. dr. Gabe Sonke, Antoni van Leeuwenhoek

Wat was de aanleiding voor deze studie?

‘Of je vanaf de start deze zogeheten CDK4/6-remmers toevoegt of pas later maakt veel uit. Direct beginnen betekent langer gebruiken, maar patiënten kunnen veel bijwerkingen ervaren. Bijvoorbeeld verminderde bloedaanmaak, vermoeidheid en diarree. En het is niet bekend of direct beginnen – zoals nu internationaal gebeurt – ook tot betere uitkomsten leidt. Je wilt zowel een optimale werking als een goede levenskwaliteit, dus wat is de beste keuze? Om dat uit te zoeken includeren we 1.050 patiënten bij 73 centra in Nederland.’

Was het lastig zo’n grote studie gefinancierd te krijgen?

‘Dat was inderdaad niet eenvoudig, want de studiekosten – 7,5 miljoen euro – zijn fors. Maar omdat de geneesmiddelen erg duur zijn, besparen we alleen al door de studie uit te voeren 25 miljoen euro. Van de te onderzoeken groep krijgt de helft het geneesmiddel immers later en gebruikt het dus korter. Het geld dat we uitsparen, willen we graag deels laten terugvloeien in een zogeheten revolving fund, een potje waaruit vergelijkbare toekomstige studies kunnen worden opgestart. Als we de geneesmiddelen inderdaad net zo goed later kunnen inzetten, besparen we in Nederland overigens jaarlijks zo’n 60 miljoen euro. Ook de zorgverzekeraars zagen al snel het belang van de studie in, gezien de mogelijke doelmatigheidswinst. Zij dragen anderhalf miljoen bij.’

Wat heeft u gedaan om de inclusie te bevorderen?

‘Van tevoren dachten veel betrokkenen: het gaat nooit lukken die 1.050 patiënten te includeren! Patiënten en dokters willen meestal het liefst zo snel mogelijk een nieuw geneesmiddel gebruiken. We zijn meteen met Borstkanker Vereniging Nederland (BVN) gaan praten, de patiëntenvereniging. Zij realiseerden zich heel goed het belang van de studie en gingen er volop achter staan. Dat deden ook praktisch alle borstkankerspecialisten, toen de Borstkanker Onderzoek Groep zich er sterk voor maakte. Zo hadden we nog voordat we begonnen veel draagvlak bij patiënten en artsen.’

Ik ben altijd onder de indruk van wat patiënten zeggen: ook als ik het zelf niet red, doe ik graag mee voor de mensen die na mij komen.

Wat zijn de reacties van patiënten?

‘Het scheelt dat het geen dubbelblinde studie met een placebo is. Als je deelneemt aan de studie krijg je dus zeker het middel. Het enige wat je van tevoren niet weet, is of je in de startgroep zit of in de vervolggroep. In de praktijk vinden veel vrouwen het juist prettiger als ze in de vervolggroep zitten, alleen al vanwege de bijwerkingen. Ook vinden mensen het fijn dat er zoveel aandacht voor ze is. Ik ben altijd onder de indruk van wat patiënten zeggen: ook als ik het zelf niet red, doe ik graag mee voor de mensen die na mij komen. Je ziet bij veel vrouwen dat ze trots zijn mee te doen met een studie waar de hele oncologische wereld vol interesse naar kijkt.’

Loopt u nog tegen hindernissen aan?

‘Wat betreft inclusie hebben we wel last gehad van de corona-uitbraak. We gingen aanvankelijk sneller dan voorspeld, maar door de uitbraak stopten veel ziekenhuizen meteen met lopend onderzoek. Inmiddels weten we dat corona geen nadelige impact heeft op de meeste kankerbehandelingen en dat een studie als deze veilig kan. De inclusie is nu ook weer op gang en we hopen dat dit zo blijft. Los hiervan is het cruciaal dat we deelnemende ziekenhuizen goed begeleiden. Zeker de kleinere centra waar wetenschappelijk onderzoek minder gebruikelijk is. Er zijn webinars en onze studieondersteuners en promovendi nemen vaak contact op of gaan langs, geven nadere uitleg en praten mensen bij over de voortgang. Het is erg belangrijk om de betrokkenheid steeds op peil te houden. Zeker omdat de studie lang loopt en er nog geen resultaten te delen zijn, moet je blijvend investeren in de relatie.’

Welke lessen heeft u voor collega-onderzoekers?

‘Samenwerking is de sleutel tot succes. Je doet het met elkaar: patiënten, beroepsgroep, verzekeraars, ZonMw. Ik merk dat alle betrokkenen hier heel graag onderdeel van willen zijn.’

De SONIA-studie is een initiatief van medisch oncologen prof. dr. Gabe Sonke (Antoni van Leeuwenhoek), dr. Inge Konings (Amsterdam UMC - locatie VUmc) en dr. Agnes Jager (Erasmus MC), namens de Nederlandse borstkankeroncologen samenwerkend in de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG). De studie vindt plaats in nauwe samenwerking met de Borstkanker Vereniging Nederland (BVN), Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iMTA), verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website