Kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) hebben vaak problemen met prikkelverwerking en laten soms heftige gedragsproblemen zien. Antipsychotica kunnen helpen deze problemen te verminderen, maar ze hebben ook stevige bijwerkingen. Het team van prof. dr. Birgit Koch (Erasmus MC) onderzocht een belangrijke praktijkvraag: kunnen we vaststellen bij welke dosering een middel effectief is, met minimale bijwerkingen?

Birgit Koch en Bram Dierckx
Birgit Koch en Bram Dierckx

Wat was de aanleiding voor deze studie?

‘Antipsychotica als risperidon, aripiprazol en pipamperon kunnen helpen om boosheid, paniek of angst te verminderen bij kinderen met autisme. Helaas hebben deze antipsychotica ook bijwerkingen. Zo kunnen kinderen snel dik worden. Soms komen ze wel tien kilo aan en dat leidt weer tot een verhoogde kans op diabetes en hart- en vaatproblemen in de toekomst. Het is dus een relevante praktijkvraag of je met betere doseringen een goed effect kunt realiseren, terwijl je de bijwerkingen minimaliseert.’

Hoe verliep de inclusie?

‘Die ging minder voorspoedig dan we vooraf dachten. Maar door meer centra aan te schrijven is het wel gelukt. In het algemeen staat onderzoek in ggz-organisaties niet op de eerste plaats. De behandeling van kinderen gaat voor, en juist op dat vlak zijn de problemen in de jeugd-ggz afgelopen jaren enorm toegenomen. Het personeelstekort wordt steeds nijpender. Dat maakt het nog lastiger om kinder- en jeugdpsychiaters te vinden die willen meedoen aan een studie. Wat helpt is de deelnemende centra goed faciliteren. Onze promovendus (zie kader, red.) ging vaak persoonlijk langs om te ondersteunen of vragen te beantwoorden. En ze is ook veel op huisbezoek geweest bij deelnemende gezinnen.’

Wilden ouders en kinderen meedoen?

‘Ja, ze waren vaak opvallend enthousiast. Veel onderzoekers zijn terughoudend om kinderen te vragen, omdat ze bang zijn hen teveel te belasten. Ik zeg: bedenk dat niet voor een ander en wees niet betuttelend. Als je het gewoon vraagt en goed uitlegt wat je met je studie wilt, doen ouders en kinderen graag mee. Bijvoorbeeld omdat ze willen meewerken aan een betere behandeling.’

'Mijn les: zet je samenwerking zo op dat je verschillende mensen aan boord hebt die het in de praktijk kunnen laten werken. Een andere les: het kost allemaal veel meer tijd dan je denkt.’

Wat waren de resultaten?

‘Er bestaat inderdaad een relatie tussen antipsychoticaspiegels, bijwerkingen en effectiviteit. Dat betekent dat er een zogeheten therapeutic window te vinden is, dus een marge waarbinnen je met gericht doseren optimaal effect hebt met minimale bijwerkingen. Voor pipamperon weten we nu bijvoorbeeld dat je veel beter twee keer daags kunt doseren. Dat advies is inmiddels ook overgenomen in het Kinderformularium.’

Wat betekenen de resultaten voor de praktijk?

‘Alleen al door een doseeradvies in het Kinderformularium verandert er wat in de praktijk. Ook sluit de studie aan bij de richtlijnen van de Federatie van Medisch Specialisten. Maar we moeten nog veel preciezer uitzoeken hoe dat therapeutic window er concreet per middel uitziet. Artsen willen wel eerst bewijs zien voordat ze hun behandeling aanpassen. Zover zijn we nog niet. Maar we merken intussen wel dat er binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie een groter bewustzijn ontstaat van het belang van spiegelmetingen. Ik ervaar het tijdens de presentaties over onze studie: meten = weten begint steeds meer door te dringen in de praktijk. Het zou mooi zijn als er in onderzoek binnen de ggz meer ruimte komt voor het soort van kwantitatief onderzoek dat wij hebben gedaan.’

Heb je nog lessen rond samenwerking?

‘We hebben ons consortium breed opgezet. Met kinder- en jeugdpsychiaters, ggz-organisaties, patiëntenverenigingen – de Nederlandse Vereniging voor Autisme – en een gezondheidseconoom die ook veel weet van implementatie. En ik als ziekenhuisapotheker. Mijn les: zet je samenwerking zo op dat je verschillende mensen aan boord hebt die het in de praktijk kunnen laten werken. Een andere les: het kost allemaal veel meer tijd dan je denkt.’

Wat zijn de volgende stappen?

‘Er ligt een aanvraag voor een vervolgproject waarin we willen aantonen dat gepersonaliseerd doseren ook echt werkt. Uiteindelijk wil je per middel een bloedspiegel kunnen bepalen om de juiste dosering voor veilig gebruik van antipsychotica vast te stellen. Het ultieme doel: meer op maat doseren, waardoor we kinderen met ASS beter kunnen instellen met zo min mogelijk bijwerkingen.’

Prof. dr. Birgit Koch is ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog in het Erasmus MC in Rotterdam en sinds 1 juli 2021 hoogleraar Klinische farmacometrie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het SPACE-onderzoek liep in samenwerking met dr. Bram Dierckx, kinder- en jeugdpsychiater en klinisch farmacoloog in het Erasmus MC Sophia. Het is uitgevoerd door promovendus dr. Sanne Kloosterboer. Zij verdedigde op 20 januari 2021 haar proefschrift ‘What's in a Drop of Blood? Towards individualized treatment with antipsychotic drugs in children and adolescents’. De oratie van Birgit Koch staat gepland voor oktober 2022.

Tekst: Marc van Bijsterveldt (sep 2021)

Meer informatie

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website