Het project had als doel om meer inzicht te krijgen in de achtergrond van hartritmestoornissen door het volgen en karakteriseren van cellen die bijdragen aan het prikkelgeleidingssysteem tijdens de embryonale hartontwikkeling.

Waar ging uw Klinische Fellows-project over?

De hypothese van het onderzoek was dat het ontstaan van een specifieke hartritmestoornis, de “AV nodale re-entry tachycardie”, kan worden verklaard doordat de AV knoop is opgebouwd uit cellen met een verschillende embryonale oorsprong en met verschillende eigenschappen. Door middel van zogenaamde “celltracing”- dat wil zeggen het labelen van cellen met fluorescente markers om ze te kunnen volgen tijdens de embryonale ontwikkeling- en moleculaire technieken hebben we dit bestudeerd.

Waarom is dit belangrijk om te weten?

Het Klinische Fellowsproject betrof basaal wetenschappelijk onderzoek, naar de mechanismen van hartritmestoornissen, in het bijzonder naar de AV nodale re-entry tachycardie. Een voorwaarde voor ritmestoornissen die ontstaan door re-entry is dat er meerdere celtypen met verschillende eigenschappen aanwezig zijn. De celltracing studies toonden aan dat er tijdens de embryonale ontwikkeling cellen vanuit verschillende gebieden bijdragen aan de AV knoop. Het hart begint in het embryo als een enkelvoudig buisje, waaraan tijdens de ontwikkeling nog cellen worden toegevoegd. Uiteindelijk modelleert dit buisje zich tot een functioneel hart zoals we dat na de geboorte zien. De compacte AV knoop zelf ontstaat uit de vroege hartbuis, terwijl een deel van cellen in de zogenaamde “transitionele zone” van de AV knoop lijken te ontstaan uit spiercellen van het instroomgedeelte van de boezem, die pas later in de ontwikkeling vanuit een ander gebied aan het hartbuisje worden toegevoegd. Deze cellen konden we door middel van lineage tracing  tijdens de ontwikkeling volgen. Ook hebben we door middel van genetische karakterisatie en met electro-fysiologische technieken aangetoond dat de verschillende cellen van de AV knoop verschillende eigenschappen hebben. We hebben door dit onderzoek gedetailleerde kennis gekregen over de ontwikkeling en de cellulaire samenstelling van de AV knoop, waardoor we het ontstaansmechanisme van dit type ritmestoornissen beter kunnen begrijpen.

Monique Jongbloed

Wat heeft de Klinische Fellowsubsidie voor effect gehad op uw carrière?

'De Klinische Fellow subsidie heeft mij de kans gegeven om mijn onderzoeksgroep en mijn onderzoekservaring uit te breiden en technieken zoals lineage tracing, elektrofysiologisch en moleculair onderzoek een prominentere plaats te geven in de onderzoekslijn. We hebben de technieken die we in deze studies gebruikt hebben, ook toegepast om onderzoek te doen naar de sinusknoop, de primaire pacemaker van het hart'.

Heeft uw onderzoek geleid tot een nieuwe wijze van diagnose/behandeling?

Hoewel dit onderzoek niet direct heeft geleid tot een aanpassing in de klinische praktijk, vind ik het wel heel bijzonder dat aan dit basale onderzoek gerefereerd wordt in de klinische “position paper” van de European Heart Rhythm Association (EHRA), over het beleid bij supraventriculaire hartritmestoornissen. Dit toont aan dat het werk herkend wordt binnen de kliniek. Inzicht in hoe de AV knoop qua structuur en functie is opgebouwd, zou in de toekomst aangrijpingspunten kunnen bieden voor therapieën gericht op ritmestoornissen vanuit de AV knoop.

© ZonMw 2020

Deze digitale publicatie is met input van Monique (M.R.M.) Jongbloed (projectleider) - Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) gemaakt.

Meer lezen?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website