Het onderscheiden van de verschillende vormen van dementie is ingewikkeld. Recent ontdekte biomarkers (signaalstoffen) in hersenvocht en bloed kunnen hier bij helpen. Op basis van deze biomarkers ontwikkelt het onderzoeksteam van prof. dr. ir. Charlotte Teunissen, hoogleraar Neurochemie bij het VUmc, nieuwe tests waarmee een snelle en nauwkeurige diagnose mogelijk wordt.

‘De klinische symptomen van de verschillende vormen van dementie overlappen heel erg, waardoor mensen vaak jaren in onzekerheid leven over wat er aan de hand is’, vertelt prof. dr. ir. Charlotte Teunissen. ‘Het liefst wil je nog vóór de eerste symptomen merkbaar zijn een nauwkeurige diagnose stellen. Dit maakt het ook mogelijk om in een zo vroeg mogelijk stadium van de ziekte te starten met een behandeling.’ Dankzij geavanceerde technieken ontdekten de partners binnen dit Memorabel-project nog onbekende eiwitten in het hersenvocht van mensen met verschillende vormen van dementie. Ook zijn er nog onbekende eiwitten in het hersenweefsel van overleden patiënten gevonden. Deze ontdekkingen zijn veelbelovend, omdat ze kunnen leiden tot nieuwe tests voor het vroeg opsporen van verschillende vormen van dementie. Teunissen zoekt niet alleen in hersenvocht naar biomarkers, maar ook in het bloed. ‘Net als hersenvocht staat ons bloed in direct contact met de hersenen. Dus als het ons lukt om biomarkers voor dementie in hersenvocht te vinden, dan zou het logisch zijn dat we die stoffen ook in het bloed aantreffen’, legt Teunissen uit. 

Portret van Charlotte Teunissen

Stroomversnelling 

De technologische ontwikkelingen in het biomedische onderzoeksveld gaan razendsnel, waardoor het voor wetenschappers moeilijk kan zijn om voorop te blijven lopen. Teunissen maakt in haar onderzoek gebruik van de nieuwste en meest geavanceerde methoden, maar het moet wel financieel haalbaar blijven. Een mooi voorbeeld is de Simoa analyzer van het Amerikaanse bedrijf Quanterix, één van de partners in deze studie. Het VUmc heeft sinds 2016 de beschikking over deze machine, die Teunissen een ‘soort wondermachine’ noemt. ‘We kunnen hiermee de hoeveelheid van specifieke eiwitten die aanwezig zijn in een bepaalde lichaamsvloeistof, zoals hersenvocht en bloed, heel snel en heel precies meten. Soms zelfs als dat maar één eiwit per microliter is.’ Ze vertelt dat veel biomedische wetenschappers nog steeds sceptisch zijn over het aantonen van biomarkers voor dementie in het bloed. Zelf beschouwt Teunissen het als de ‘revolutie van nu’. ‘Ik verwacht dat de resultaten uit dit onderzoek een ‘proof of concept’ van nieuwe biomarkers in hersenvocht en bloed zijn, waardoor ontwikkelingen in een stroomversnelling komen.’ En dat is positief, want ze is naar eigen zeggen niet erg geduldig. Is dat niet lastig in een onderzoeksveld waar resultaten soms lang op zich laten wachten? ‘Voor mij is die ongeduldigheid juist een enorme drijfveer, omdat ik me continu afvraag op welke manier ik het proces kan verbeteren. Het kan altijd sneller en beter.’

Persoonlijke drijfveer

Begin dit jaar werd Teunissen benoemd tot hoogleraar Neurochemie. Wat is haar ultieme streven? ‘Ik hoop dat dit onderzoek leidt tot een vroege diagnose en eerdere behandeling van de verschillende vormen van dementie. Op die manier kunnen we het ziekteproces vertragen of zelfs stopzetten, zodat de laatste, mensonterende fase wordt voorkomen.’ Naast een sterke wetenschappelijke drijfveer, heeft Teunissen ook een heel persoonlijke drijfveer. ‘Mijn beste vriendin Christa (Reinhoudt - red.) heeft de ziekte van Alzheimer. Ze is pas 47 jaar. Omdat haar situatie de wetenschap veel nieuwe inzichten kan bieden, stond Christa extra hersenvocht af en deed ze mee aan een studie naar het tau-eiwit. Helaas komt ze niet in aanmerking voor klinische trials waarin potentiële medicijnen worden getest. Ze is te jong: meedoen kan vaak pas vanaf 50 jaar. Christa’s diagnose heeft de kijk op mijn werk drastisch veranderd. We mogen mensen niet in de kou laten staan na een diagnose dementie. Hoe jong iemand ook is, we moeten iedere patiënt een behandeling of goede zorg en ondersteuning kunnen bieden. Het zou fantastisch zijn als er binnen nu en 2 jaar een behandeling beschikbaar komt. Af en toe hoor ik geruchten over doorbraken. Ik hoop nu - nóg sterker dan voorheen - dat die geruchten waar zijn.’ 

Onderzoek: PRODIA: Development of biomarkers enabling early and accurate differential diagnosis of dementia
Projectleider: Prof. dr. ir. C.E. Teunissen, Stichting VU/VUmc
Samenwerkende partijen: Stichting VU/VUmc, Vrije Universiteit Amsterdam, Erasmus MC, Maastricht Universitair Medisch Centrum+, EUROIMMUN AG, Quanterix, Roche Diagnostics International Ltd, Alzheimer Nederland

Lumbaalpunctie

Het vinden van biomarkers in het bloed zou betekenen dat diagnostische tests minder belastend worden, omdat dementie dan via een eenvoudige bloedtest kan worden vastgesteld. Dit betekent dat een lumbaalpunctie - waarmee hersenvocht via een ruggenprik uit het lichaam wordt gehaald - niet meer nodig is. Sommige mensen vrezen de ingreep, omdat deze vervelend en pijnlijk zou zijn. Ook kunnen professionals terughoudend zijn vanwege het risico op complicaties, zoals hoofdpijn. Teunissen: ‘In het VUmc is het afnemen van een lumbaalpunctie inmiddels routine. Patiënten kunnen na afloop meestal direct naar huis; ze hoeven na afloop bijvoorbeeld niet een uur te blijven liggen. Omdat we merkten dat er veel vraag was naar de manier waarop wij lumbaalpuncties doen, besloten we er een instructiefilmpje voor professionals over te maken. Ik ben blij met de vele positieve reacties die we krijgen. Het is belangrijk om mensen over hun vrees heen te helpen, niet alleen voor het stellen van een diagnose maar ook voor deelname aan onderzoek naar nieuwe medicijnen. We werken daarom ook aan een filmpje voor patiënten, waarin we uitleggen wat ze kunnen verwachten van een lumbaalpunctie. We hopen dat patiënten minder angstig en onzeker zijn, zodat ze de ingreep uiteindelijk als minder belastend ervaren.’

In samenwerking met:

‘Ik vraag me continu af op welke manier ik het proces kan verbeteren. Het kan altijd sneller en beter.’

Christa Reinhoudt (47), heeft de ziekte van Alzheimer:

‘Ik had zelf al 3 jaar het gevoel dat er iets aan de hand was. Ik wist dat het geen depressie of burn-out was. De ziekte van Alzheimer was de enige mogelijkheid. Of een hersentumor. In beide gevallen wilde ik het weten. Mijn huisarts geloofde me niet, want ik was te jong voor alzheimer. Ik raakte gefrustreerd. Het enige wat ik wilde was een verwijzing naar een neuroloog. In het regionale ziekenhuis is de eerste lumbaalpunctie gedaan door een arts die erg zenuwachtig was. De punctie zelf ging goed, maar ik heb alles er omheen als vervelend ervaren. In het VUmc Alzheimercentrum is nog een keer hersenvocht afgenomen. Ik kon goed merken dat deze arts het vaker had gedaan: hoewel ik heel even iets voelde, deed het geen pijn. Aan de hand van de uitslag is de diagnose vrij snel gesteld. Het blijkt geen erfelijke variant van de ziekte en ook geen mutatie te zijn. Wat het wel is? Vette pech. Ik ben boos dat mij dit overkomt, maar ook opgelucht dat het eindelijk een naam heeft. Drie jaar lang had ik vaak hoofdpijn en buikpijn van de onzekerheid. Omdat ik te jong ben, krijg ik geen medicijnen en kan ik niet meedoen aan onderzoek. Er is gewoon niks. Charlotte (Teunissen - red.) is enorm verdrietig. Ze weet als geen ander hoe het verloop van mijn ziekte kan zijn. Ik vind het fijn dat ik iets voor haar heb kunnen doen, onder andere door extra hersenvocht af te staan. Wel heb ik haar op het hart gedrukt dat ik niet de urgentie mag zijn voor haar onderzoek. Voor mij is er waarschijnlijk geen medicijn, maar in de toekomst misschien wel voor anderen.’

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Interview D-taled.nl: Dieuwke de Boer, Fotografie Leo Duijvestijn

ZonMw en Deltaplan Dementie geven de projecten van onderzoeks- en innovatieprogramma Memorabel een gezicht door de projectleiders aan het woord te laten. Zij vertellen over hun ambities, te verwachten resultaten en samenwerkingsverbanden. Wat draagt hun onderzoek bij aan de doelen van het Deltaplan Dementie? Het voorkomen en genezen van dementie, betere dementiezorg én een dementievriendelijke samenleving.

Bekijk de overige interviews

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website