Het gezicht van dementieonderzoek

‘Een op de tien vijftigjarigen heeft Alzheimer-eiwitten in de hersenen’

Tot stand gekomen in het kader van het Deltaplan Dementie

Het gezicht van dementieonderzoek

‘Een op de tien vijftigjarigen heeft Alzheimer-eiwitten in de hersenen’

Al twintig tot dertig jaar voordat de ziekte van Alzheimer zich uit, zijn er veranderingen in de hersenen waarneembaar die wijzen op een verhoogde kans op het ontwikkelen van Alzheimer. Door eiwitophopingen in de hersenen te meten via zogenaamde biomarkers, hopen onderzoeker Pieter Jelle Visser en zijn team meer te weten te komen over hoe de ziekte zich ontwikkelt. In een unieke samenwerking tussen 20 landen, is het de onderzoekers gelukt een Europese biobank op te zetten en protocollen op te stellen voor het ontwikkelen en gebruiken van metingen via bloed en hersenvocht. ‘Twintig procent van de huidige Alzheimer-diagnoses is onjuist. Accepteer je die foutmarge?’

Meten is weten. En tegelijk kun je door te meten niet alles weten. Want waarom worden bij hoogopgeleide mensen meer dan gemiddeld eiwitophopingen in de hersenen gesignaleerd, maar worden zij doorgaans láter dement dan laagopgeleide mensen met dezelfde of minder eiwitophopingen? ‘Het zou kunnen zijn dat hogeropgeleiden de schade beter kunnen compenseren doordat hun hersenen meer reservecapaciteit hebben. Maar het kan ook dat hogeropgeleiden met eiwitophopingen vaker meedoen aan wetenschappelijk onderzoek, waardoor we deze waarden eerder bij deze groep meten’, vertelt Pieter Jelle Visser. ‘Van Alzheimer snappen we nog heel veel niet’, gaat de onderzoeker verder. Het is voor hem een drijfveer om zich bezig te houden met hersenonderzoek. ‘Het brein is het meest fascinerende orgaan dat we hebben. Ik zou graag meer willen uitvinden over de oorzaak van de eiwitophoping in de hersenen en hoe het de geheugenproblemen veroorzaakt.’
Naast onderzoeker is Visser ook arts. Een paar keer per maand ziet hij patiënten, ook met Alzheimer. ‘Bij de jaarlijkse controles zie je de achteruitgang. Mensen veranderen en we kunnen er niks aan doen. Je ziet ze onder je ogen verdwijnen en de partner radeloos worden. Frustrerend en tragisch.’

Europese samenwerking

Het onderzoek is een samenwerking van 50 partners uit 20 landen. Een unieke en goed verlopen samenwerking, vertelt Visser. ‘Het is een verzameling mensen uit allerlei verschillende beroepen en landen. Onderzoekers, mensen die in het lab metingen doen, collega’s die veel met patiënten werken. De protocollen en databank die we samen hebben opgericht gaan echt grote impact hebben. In Nederland lopen we aardig voorop met hersenonderzoek, maar bijvoorbeeld Tsjechen en Slovenen hebben zich echt opgetrokken aan ons. We hebben onze kennis gedeeld en mensen getraind. Drie jaar zijn we er in totaal mee bezig geweest.’

Projectleider dr. P.J. Visser gefotografeerd in ziekenhuis
Projectleider dr. P.J. Visser

Alzheimer-eiwit

Als onderdeel van het onderzoek werden over de hele wereld studies opgevraagd, waarin het eiwit is gemeten bij mensen zonder dementie. In een dataset zijn de gegevens van 7000 mensen geanalyseerd. ‘Per leeftijd keken we naar mensen met een abnormale hoeveelheid eiwit in de hersenen. Bij mensen rond de 50 jaar bleek 10% het Alzheimer-eiwit te hebben zonder enige vorm van dementieklachten. Dit percentage loopt op tot 45% onder 90-jarigen. We weten dat eiwitophoping in de hersenen twintig tot dertig jaar voorloopt op de ontwikkeling van Alzheimer. In feite heb je die tijd dus om te voorkomen dat iemand dement wordt. Nu is er nog geen medicijn om Alzheimer te stoppen, maar met deze kennis kun je wel proberen zo vroeg mogelijk te starten met behandelen.’

Hersenvocht

Om goed onderzoek te kunnen doen naar effectieve medicijnen tegen Alzheimer, was het van groot belang dat er één grote Europese database met samples bloed en hersenvocht werd opgericht, en dat er daaraan verbonden protocollen werden opgesteld over hóe die samples worden afgenomen en bewaard. ‘Dat gaat bijvoorbeeld over hoe lang je bloed mag laten staan, op welke manier je het invriest, met welke kracht je het centrifugeert en welke buisjes je gebruikt voor opslag.’ In heel Europa werd hersenvocht verzameld, 5 liter in totaal. ‘Dat is enorm veel, als je nagaat dat je per persoon 140-300 ml hersenvocht bij je draagt.’ Je kan per persoon ongeveer 25 milliliter afnemen. Het verzamelde hersenvocht geeft de mogelijkheid om waardes in individueel hersenvocht te vergelijken met deze standaard. Daarnaast kunnen meetmachines door heel Europa op dezelfde manier geijkt worden, zodat het uitgangspunt bij het meten van waardes overal hetzelfde en betrouwbaar is. Een belangrijke ontwikkeling, aldus Visser, aangezien de diagnose Alzheimer nu op basis van gesprekken gebeurt, en er ook wel eens een verkeerde diagnose gesteld wordt. ‘We weten dat 20% van de met Alzheimer gediagnosticeerde mensen géén Alzheimer-eiwit heeft. Door waardes in hersenvocht te kunnen meten en afzetten tegen een norm, is Alzheimer met zekerheid te constateren.’

Onderzoek:  De ziektediagnose verbeteren door ontwikkeling en standaardisering van biomarkers
Projectleider: Dr. P.J. Visser, Stichting VU/VUmc en Maastricht UMC+
Samenwerkende partijen: Radboud UMC, Maastricht UMC+. Het onderzoek is onderdeel van een Europese studie waarvan 22 landen en 54 partners meedoen (http://biomarkapd.org) in het kader van het EU Joint Programme – Neurodegenerative Disease research (JPND) initiatief

Reactie van een betrokkene

Henrik Zetterberg, onderzoeker aan de Universiteit van Göteborg, Zweden: ‘Alzheimer kent geen landsgrenzen, we hebben er allemaal mee te maken. Door onze krachten internationaal te bundelen, kunnen we Alzheimer uiteindelijk beter diagnosticeren en behandelen. Wat ik mooi vind aan deze enorme samenwerking, is dat het allemaal heel soepel is verlopen. Tussen onderzoekers ontstaat wel eens competitie, maar hier zijn vriendschappen ontstaan. In mijn optiek is er met het in werking treden van deze nieuw opgestelde protocollen al meteen een verbetering voor de patiënt, namelijk een betrouwbare diagnose. Op termijn zal er een beter begrip van Alzheimer komen en hopelijk een behandeling.’

ZonMw en Deltaplan Dementie geven de projecten van onderzoeks- en innovatieprogramma Memorabel een gezicht door de projectleiders aan het woord te laten. Zij vertellen over hun ambities, te verwachten resultaten en samenwerkingsverbanden. Wat draagt hun onderzoek bij aan de doelen van het Deltaplan Dementie? Het voorkomen en genezen van dementie, betere dementiezorg én een dementievriendelijke samenleving.

Bekijk de overige interviews