Huisartsen krijgen regelmatig mensen op het spreekuur met fasciitis plantaris, ofwel een pijnlijke peesplaat onder de voet. Nadine Rasenberg onderzocht bij Erasmus MC welke behandeling van deze klacht het meeste nut heeft.

'Juist zo’n ogenschijnlijk kleine kwaal kan huisartsen en patiënten veel tijd, geld en energie kosten', zegt ze. Zinvol dus om te onderzoeken.

‘Fasciitis plantaris, pijn onder de voet, is beperkend en vervelend voor de patiënt en een ingewikkelde klacht voor de huisarts’, vertelt Rasenberg. ‘Er zijn allerlei behandelingen mogelijk, maar we weten niet welke de beste is. De huisarts verwijst mensen vaak naar de podotherapeut, voor een inlegzooltje op maat. Dat moeten mensen zelf betalen. In onze literatuurstudie konden we weinig verschil vinden tussen de werking van verschillende soorten zolen: op maat of one size fits all.’

'Er was ook nog nooit een vergelijking gemaakt tussen een op maat gemaakte zool, een ‘nepzool’ en afwachten. Dat onderzoek hebben wij nu gedaan.’

Verankering in klinische praktijk

Rasenberg wilde als aankomend arts graag onderzoek doen, maar ook in de klinische praktijk werken. De functie van aiotho (arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker) paste precies bij die wens. Fasciitis plantaris leek haar een interessant onderzoeksonderwerp. ‘Het is weliswaar geen grote klacht, maar huisartsen krijgen er regelmatig mee te maken en steken er veel energie in. En patiënten kost het geld. Dit onderzoek trok me ook vanwege de praktische opzet en de samenwerking met de podotherapeuten.’

Portretfoto Nadine Rasenberg
Fotografie: Vincent Boon

Veel kleine kwalen

‘De meeste zorg vindt plaats in de eerste lijn,’ vervolgt Rasenberg. ‘Ook daar willen we weten welke behandeling het beste effect heeft. Het zijn vaak bij uitstek ‘kleine kwalen’ waarvan we niet goed weten wat werkt. En die zijn er veel! Zoals klachten aan het bewegingsapparaat of kinderen met koorts. Als huisarts weet je wel wat er aan de hand is en dat het weer overgaat, maar de patiënt wil weten wat er op dat moment aan te doen is. Dat antwoord hebben we vaak niet.’

3 groepen

Het onderzoek bestond uit een trial met 3 groepen. Eén groep kreeg de gebruikelijke behandeling van de podotherapeut met een inlegzool op maat, een andere groep kreeg een ‘placebozool’, en de derde groep bleef bij de huisarts. Die kon zelf bepalen waaruit de behandeling bestond, bijvoorbeeld werken met pijnstillers, oefeningen of rust. De podotherapeuten maten op hun gebruikelijke manier een zooltje aan. Pas wanneer ze de patiënt de zool gaven, zagen ze wie een ‘echte’ of een placebozool kreeg. Patiënten mochten het uiteraard zelf niet kunnen zien.

‘Het maken van deze placebozool was niet eenvoudig’, vertelt Rasenberg. Ze heeft er flink met de podotherapeuten op gepuzzeld. ‘Volgens veel onderzoeken maakt een controlezool, al is die helemaal plat, de demping toch wat groter. Een placebozool is dus nooit helemaal hetzelfde als een placebopil.’

Inclusie

De trial verliep verder gesmeerd. ‘We hebben 185 mensen geïncludeerd, volgens plan,’ vertelt Rasenberg. ‘Veel huisartsen die ik had benaderd, wilden graag weten welke behandeling van fasciitis zinvol was. En de mensen die zij naar de podotherapeut verwezen, hoefden daar door dit onderzoek niet zelf voor te betalen. Dus ze konden de patiënt echt iets bieden.’

Samenwerking

Rasenberg heeft veel energie gestoken in contact leggen met de huisartsen en vooral de podotherapeuten. De samenwerking met laatstgenoemde hulpverleners en de Nederlandse Vereniging voor Podotherapeuten was voor Rasenberg een nieuwe ervaring. ‘De podotherapeuten werden graag betrokken bij dit onderzoek, maar hadden nog weinig ervaring met de onderzoeksprotocollen en de bijbehorende beperkingen voor hun behandeling. Dat vroeg wat extra uitleg en nauw contact. Door soms in herinnering te brengen wat wel en niet kon tijdens het onderzoek, bijvoorbeeld niet ook nog eens shock wave toepassen, is het goed gelopen.’ Dat is meteen een belangrijke les die ze andere onderzoekers wil meegeven:

‘Denk na over je communicatielijnen met alle betrokken partijen. Houd contact, zorg dat je zichtbaar bent, dat mensen je kennen en kunnen bereiken.’

Updaten

Over de onderzoeksresultaten kan Rasenberg niets loslaten totdat de publicatie van haar Engelstalige artikel rond is. Ze vertelt wel dat ook de follow-up goed is gelopen. ‘Maar 11 van de 185 patiënten zijn afgehaakt. Ook het blinderen tussen de zolen is aardig gelukt. In onze laatste vragenlijst hebben we deelnemers gevraagd welke zool ze dachten te hebben gehad. De antwoorden daarop waren over beide groepen vrijwel hetzelfde verdeeld.’

Als de resultaten straks bekend zijn, hoopt Rasenberg dat de medische standaard uit 2004 wordt aangepast, net als de informatie op thuisarts.nl. Zelf wil ze er een artikel over aanleveren voor het tijdschrift Huisarts & Wetenschap. Want erover schrijven, dat vindt ze het allerleukste van het onderzoekswerk.

Programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde

Vanuit het programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde (HGOG) financieren we projecten die bijdragen aan kennisontwikkeling én aan de academisering van de opleiding huisartsgeneeskunde. Artsen in opleiding tot (klinisch) onderzoeker (AIOTO's) doen onderzoek naar wetenschappelijke vragen uit de klinische praktijk van de huisarts rondom diagnostiek, beloop en beleid van klachten en ziekten. In een interviewreeks vertellen de AIOTO's waar zij tegenaan lopen in hun onderzoek en welke kennis hun project oplevert.

ZonMw voert het programma uit in opdracht van SBOH; de werkgever van huisartsen in opleiding en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. SBOH financiert de hele huisartsopleiding en opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

Redactie Veronique Huijbregts, eindredactie Thirza Ras, fotografie Vincent Boon

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website