Kinderen met acute middenoorontsteking (OMA) hebben veel pijn en voelen zich flink ziek. Huisartsen besteden tijdens het consult te weinig aandacht aan pijnbestrijding. Aioto Rick van Uum onderzocht hoe dit beter kan.

Hij promoveert op 10 oktober 2019 op Pijnbestrijding bij kinderen met acute middenoorontsteking. Dit is het eerste afgeronde project en de eerste promotie binnen het programma Huisartsengeneeskunde en Ouderengeneeskunde (HGOG).

Foto van Rick van Uum

‘Het huisartsenwerk is vaak sterk gebaseerd op ervaringskennis. Als je de link met de wetenschap versterkt, vinden nieuwe inzichten mogelijk sneller hun weg naar de dagelijkse praktijk. Daarmee verbeter je uiteindelijk de zorg voor de patiënt,’ zegt Rick van Uum.

Die motivatie bracht hem ertoe de opleiding tot huisarts te combineren met onderzoek naar pijnbestrijding bij kinderen met OMA.

Onnodige pijn

De richtlijn voor de behandeling van OMA adviseert goede pijnbestrijding, met paracetamol als eerste keus, zo nodig aangevuld met ibuprofen. Maar huisartsen – en ouders – houden zich in de praktijk niet altijd aan deze richtlijn. Kinderen met OMA lijden zo wellicht onnodig pijn en voelen zich zieker dan nodig is. De huisarts ziet ze, met hun ouders, vaak terug in de spreekkamer. Van Uum wilde weten hoe dit beter kan.

Dagboekjes

Een multidisciplinair team ontwikkelde een scholing via e-learning, met daarbij een informatiefolder voor ouders over goede pijnbestrijding. Deelnemende huisartsenpraktijken kwamen door loting in twee groepen terecht: één met en één zonder scholing. Door huisartsen en ouders te interviewen en medische dossiers en dagboekjes van ouders te analyseren bracht Van Uum de verschillen tussen beide onderzoeksgroepen in kaart.

De huisartsen die de scholing hadden gevolgd, bleken hun voorschrijfgedrag te hebben veranderd en bespraken de pijnbestrijding beter met ouders. Toch hadden de kinderen uit deze interventiegroep niet minder pijnklachten dan die uit de andere groep. De huisarts zag ze zelfs vaker terug. En hoewel het antibioticagebruik in de interventiegroep aanvankelijk aanzienlijk lager was dan in de andere groep, was dit verschil aan het eind van de gevolgde periode (28 dagen) verdwenen.

Andere praktijk

Van Uum vindt het jammer dat de kinderen uit de interventiegroep niet sneller van hun klachten af waren. ‘Maar ik ben blij te zien dat de werkwijze van de huisartsen na onze scholing veranderde. Scholing levert dus zeker wat op. Verder weten we nu dat standaard ibuprofen naast paracetamol geen extra voordeel biedt ten opzichte van paracetamol alleen.’ Hij zal ouders van kinderen met OMA dus zeker niet routinematig ibuprofen adviseren.

‘Maar ik ben blij te zien dat de werkwijze van de huisartsen na onze scholing veranderde. Scholing levert dus zeker wat op.'

Prima combinatie

‘De combinatie van de opleiding tot huisarts met dit promotieonderzoek is me goed afgegaan,’ zegt Van Uum. ‘Het was een praktisch onderwerp waarin ik veel eigen ruimte had. Ik bezocht de huisartsenpraktijken om dossieruittreksels te maken, en heb ook de ouders in de interviewstudies zelf geïnterviewd. Ik bleef dus steeds verbonden met de praktijk.

‘Ik vind de combinatie ook echt zinvol. Door de verdieping word ik, denk ik, een betere huisarts. Ik leer onderzoeksresultaten en richtlijnen beter verwerken in mijn praktijk, met een kritische blik. Na mijn promotie wil ik onderzoek en praktijk ook absoluut blijven combineren. Bijvoorbeeld door naast mijn werk als (toekomstig) huisarts op projectbasis of als post-doc één à twee dagen per week betrokken te blijven bij onderzoek. Zo hoop ik eraan bij te dragen beide werelden in de dagelijkse praktijk dichter bij elkaar te brengen.’

‘Ik vind de combinatie ook echt zinvol. Door de verdieping word ik, denk ik, een betere huisarts. Ik leer onderzoeksresultaten en richtlijnen beter verwerken in mijn praktijk, met een kritische blik.'

Toewijding

Niet altijd verloopt de combinatie zo soepel als in Van Uums project. ‘In mijn geval volgden de onderzoeksperiode en de praktijk op elkaar. Ik kon in beide gevallen mijn volle aandacht geven aan waar ik mee bezig was. Maar als je tijdens de wervingsfase voor je onderzoek een jaar opleiding hebt, kan dat lastig zijn. De combinatie van opleiding en onderzoek vraagt dus zeker toewijding en intrinsieke motivatie. Het hoeft geen 60 uur per week te kosten, maar je moet wel goed kunnen plannen, organiseren en in een team werken. Onderzoek doen is echt een andere tak van sport dan huisarts zijn. Het geeft een extra dimensie aan ons vak.’

Eerste afgeronde project HGOG

Aioto Rick van Uum promoveert op 10 oktober 2019 op Pijnbestrijding bij kinderen met acute middenoorontsteking. Dit is het eerste afgeronde project en de eerste promotie binnen Huisartsengeneeskunde en Ouderengeneeskunde (HGOG).

Programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde

Vanuit het programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde (HGOG) financieren we projecten die bijdragen aan kennisontwikkeling én aan de academisering van de opleiding huisartsgeneeskunde. Artsen in opleiding tot (klinisch) onderzoeker (AIOTO's) doen onderzoek naar wetenschappelijke vragen uit de klinische praktijk van de huisarts rondom diagnostiek, beloop en beleid van klachten en ziekten. In een interviewreeks vertellen de AIOTO's waar zij tegenaan lopen in hun onderzoek en welke kennis hun project oplevert.

ZonMw voert het programma uit in opdracht van SBOH; de werkgever van huisartsen in opleiding en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. SBOH financiert de hele huisartsopleiding en opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

 

Dit artikel stond in de nieuwsbrief Kwaliteit van Zorg, editie april 2019.

Redactie Veronique Huijbregts, eindredactie Thirza Ras

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website