Het contact tussen huisartsen en patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) loopt vaak vast op de communicatie. Ineffectieve zorg is het gevolg. Juul Houwen onderzocht waar het misgaat en welke elementen essentieel zijn voor goede zorg aan deze groep patiënten.

‘Ik vind huisarts een prachtig vak. Werken als onderzoeker brengt me verbreding van dat vak en nieuwe vaardigheden,’ verklaart Juul Houwen over de reden waarom hij werk als huisarts combineert met onderzoekswerk. ‘Dat is ook positief voor mijn persoonlijke ontwikkeling.’

Breed scala aan klachten

Houwen onderzoekt bij het Radboudumc de zorg van huisartsen aan mensen met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). Die klachten kunnen op vrijwel elk terrein liggen, maar veel voorkomend zijn hoofdpijn, duizeligheid en buikpijn. Ze zijn niet te linken aan een duidelijke ziekte. Daarom vinden huisartsen patiënten met SOLK vaak lastig.

Portretfoto Juul Houwen

‘We hebben in onze opleiding niet geleerd om met zulke klachten om te gaan,’ zegt Houwen. ‘Veel huisartsen missen daardoor de vaardigheden om goed met patiënten met SOLK te communiceren. Ook vooroordelen en een negatieve houding spelen mee.’

Samen terugkijken

Houwen liet willekeurige consulten in de huisartsenpraktijk opnemen. De consulten waarbij SOLK speelde, keek hij – apart – terug met de patiënten en huisartsen. Ze vertelden Houwen wat ze belangrijk of lastig vonden aan de communicatie in de spreekkamer. Huisartsen gingen beseffen dat ze het gesprek meer hadden moeten structureren en de klacht en de psychosociale situatie van de patiënt diepgaander exploreren. Ze hadden de patiënt ook beter kunnen betrekken bij het nadenken over een aanpak. Persoonsgerichte communicatie - luisteren, oogcontact maken, de patiënt de ruimte geven om zijn verhaal te vertellen – vonden ze moeilijk, vertelden ze Houwen.

Mismatch

Veel huisartsen dachten al vroeg in het consult aan SOLK. Dat kwam omdat de klachten niet in een medisch patroon pasten, en door de vaak warrige presentatie van patiënten. Op hun beurt hadden de patiënten last van vooringenomenheid bij de huisarts. Ze merkten dat die vaak zijn eigen agenda had en voelden zich onvoldoende serieus genomen. Storend vonden ze ook de slechte voorbereiding van het consult, zodat ze hun verhaal steeds opnieuw moesten doen. Uiteindelijk verlieten ze de spreekkamer soms zonder plan van aanpak.

Aandachtspunten

De inzichten uit deze gesprekken, uit literatuur en uit vragenlijsten verwerkte Houwen tot een lijst met communicatie-aandachtspunten. Die besprak hij in focusgroepen met patiënten, huisartsen, SOLK-deskundigen en onderwijsexperts. Zo kwam hij tot de 5 belangrijkste elementen voor een goede communicatie tussen arts en patiënt bij SOLK. Bij de keuze daarvan hadden de experts – medisch specialisten, psychiaters en psychologen met veel ervaring – het laatste woord.

De 5 belangrijkste communicatie-elementen bij SOLK

  • Exploreer de klachten goed en zorg voor duidelijkheid over de vraag van de patiënt.
  • Communiceer met empathie.
  • Zorg dat je het met de patiënt eens wordt over de kern van het probleem.
  • Geef uitleg over de achtergrond van de klachten en de klachten zelf.
  • Deel de regie met de patiënt.

Gedeelde visie en regie

Voor een effectieve aanpak is het onontbeerlijk dat arts en patiënt het met elkaar eens worden over de kern van het probleem, aldus Houwen over het centrale element. Dat vraagt nogal wat communicatievaardigheden van de huisarts. Is die gezamenlijke kijk op de kern van het probleem er eenmaal, dan dient de huisarts samen met de patiënt te bepalen hoe ze de klacht willen aanpakken. Zo deelt hij de regie. Belangrijk is ook dat de huisarts uitleg geeft over de achtergrond van de klacht.  

Pilots

Deze communicatie-elementen heeft Houwen verwerkt in een onderwijstrainingsprogramma. Dat bestaat uit een e-learning en 2 onderwijsmiddagen, waarop de deelnemers met acteurs hun vaardigheden oefenen. De feedback uit pilots in Groningen en Nijmegen bij 4 groepen huisartsen in opleiding gebruikt hij om de training bij te slijpen. Houwen gaat ervan uit dat die straks ook prima geschikt is voor huisartsen en voor gebruik op andere universiteiten.

‘Dat is het mooie: dit project slaat niet alleen een brug met de praktijk, maar ook met het onderwijs.’

Persoonlijke aanpak

Houwen prijst de kruisbestuiving die ontstaat door zijn dubbele rol als huisarts én onderzoeker. Het kostte hem weinig moeite om deelnemers voor zijn onderzoek te vinden. Dat schrijft hij onder meer toe aan zijn persoonlijke aanpak. Hij bezocht zelf alle huisartsenpraktijken en deed ook zelf alle interviews. ‘Dat wil ik anderen ook adviseren: zorg dat ze je persoonlijk kennen! In het begin is dat spannend, maar gaandeweg merk je het belang van deze persoonlijke benadering. Het is bovendien leuk om in al die praktijken te komen.’ Alleen de organisatie van de focusgroepen was niet makkelijk. De aangezochte deelnemers waren graag bereid, maar hun drukke agenda’s maakte de planning moeilijk. ‘Plan die groepen dus zo vroeg mogelijk.’

Programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde

Vanuit het programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde (HGOG) financieren we projecten die bijdragen aan kennisontwikkeling én aan de academisering van de opleiding huisartsgeneeskunde. Artsen in opleiding tot (klinisch) onderzoeker (AIOTO's) doen onderzoek naar wetenschappelijke vragen uit de klinische praktijk van de huisarts rondom diagnostiek, beloop en beleid van klachten en ziekten. In een interviewreeks vertellen de AIOTO's waar zij tegenaan lopen in hun onderzoek en welke kennis hun project oplevert.

ZonMw voert het programma uit in opdracht van SBOH; de werkgever van huisartsen in opleiding en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. SBOH financiert de hele huisartsopleiding en opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

Redactie Veronique Huijbregts, eindredactie Thirza Ras, Wendy Steentjes

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website