Onderzoek doen naar sekse- en genderverschillen in gezondheid en zorg moet net zo gewoon worden als onderzoek doen naar verschillen in leeftijd of opleiding.

Gerichte onderzoekprogramma’s en bijbehorende subsidies kunnen daar ‘enorm bij helpen’, ervaren Judith Rosmalen en Hanneke Wijnhoven.

Rosmalen, hoogleraar psychosomatiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt het eerlijk: ze diende een subsidieaanvraag in omdat het betreffende onderwerp zo goed bij haar paste, niet omdat ze sekse- en genderverschillen zo interessant vond.

‘Ik doe al jarenlang onderzoek naar somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK), dus dan kan ik een call naar de invloed van sekse en gender bij SOLK niet laten lopen. Maar nu ik zo’n vier jaar bezig ben, vind ik alles rond sekse- en genderverschillen interessant. Inmiddels vind ik dit één van mijn mooiste projecten.’
Eerder, bekent Rosmalen, associeerde zij onderzoek naar sekse- en gender op het terrein van gezondheid en zorg met actievoerders en tuinbroeken. ‘Ik ben een wetenschapper en geen Dolle Mina, dacht ik lange tijd. Maar nu ik zoveel heb geleerd, ben ik om.’

 

portret judith rosmalen

Wie is Judith Rosmalen?

Judith Rosmalen is als hoogleraar Psychosomatiek verbonden aan de afdelingen Psychiatrie en Interne Geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen, en aan het Specialistisch Centrum SOLK & Somatisch-symptoomstoornissen (SCS&S) van Dimence. Haar multidisciplinaire onderzoek richt zich op wisselwerkingen tussen biomedische en psychosociale aspecten van gezondheidsproblemen, waarvoor ze in 2020 een Vici-subsidie ontving. Rosmalen is voorzitter van het Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK), board member van de European Association of Psychosomatic Medicine, en projectleider van het Innovative Training Network ETUDE.

Wie is Hanneke Wijnhoven?

Hanneke Wijnhoven is als universitair docent verbonden aan de afdeling Gezondheidswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij doceert aan bachelor en masterstudenten gezondheidswetenschappen. Haar onderzoek richt zich op gezonde veroudering en in het bijzonder de rol van voeding daarin. Zo is zij onder meer projectleider in een groot Europees onderzoek naar de relatie tussen eiwitinname en fysieke functie op oudere leeftijd. Van ZonMw ontving zij twee subsidies om zich te kunnen verdiepen in man/vrouw verschillen in de relatie tussen leefstijl en gezonde veroudering.

portret hanneke wijnhoven

Leren door te doen

Wat hier bij helpt, is een (onderzoeks)klimaat waarin het gewoon is om verschillen in sekse en gender te onderzoeken, vult Hanneke Wijnhoven aan. Wijnhoven is universitair docent aan de vakgroep gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in voeding en veroudering. Vijftien jaar geleden deed zij onderzoek naar man-vrouwverschillen bij pijn, maar toen ‘resoneerde dit thema nog niet’.
‘Daarna ben ik lange tijd niet meer met sekse- en genderverschillen bezig geweest, totdat het programma Gender en gezondheid geld beschikbaar stelde voor onderzoek naar sekse- en genderverschillen bij veroudering. Op dat terrein doe ik nu onderzoek, en nu resoneert het wél. Dat merk ik als ik met collega’s spreek, zowel op mijn werkplek als tijdens congressen.’
Hiermee illustreren Wijnhoven en Rosmalen een belangrijke conclusie uit de Eindevaluatie van het programma Gender en gezondheid  (2020). Door dit programma, zo vermeldt de evaluatie, kregen wetenschappers en andere extern betrokkenen de kans om ‘te leren door te doen’, en om kennis en kunde op te bouwen die zij ook bij andere activiteiten kunnen inzetten. Geleidelijk aan bevindt het thema sekse- en genderverschillen in gezondheid en zorg zich niet meer in een niche, maar wordt het een mainstream-onderwerp waarop veel winst (meer kennis, betere zorg) te behalen is.

Veroudering

Zo voeren Hanneke Wijnhoven en haar collega’s twee studies uit, namelijk een onderzoek naar man-vrouwverschillen in domeinen van veroudering en een onderzoek naar mogelijke verschillen in eiwitbehoefte op oudere leeftijd.
In fysiek en mentaal opzicht is al bekend dat vrouwen het op hogere leeftijd ‘slechter doen’ dan mannen, licht Wijnhoven toe. Op cognitief gebied doen oudere vrouwen het juist beter dan mannen, behalve als het om zeer oude vrouwen en mannen gaat.
‘In eerstgenoemde studie blijkt bijvoorbeeld dat oudere vrouwen inderdaad slechter scoren op fysieke functietesten, zoals loopsnelheid. Dit geldt voor verschillende groepen, dus ook als je kijkt naar sociaal economische status, etniciteit en generaties. We onderzoeken nu of leefstijlfactoren daarin een rol spelen. Dus bewegen vrouwen bijvoorbeeld minder, of heeft beweging bij vrouwen een andere impact op fysiek functioneren dan bij mannen?’

Onbegrepen klachten

De onderzoeksgroep van Judith Rosmalen werkt samen met onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen aan een studie naar de invloed van sekse en gender op medische zorg voor patiënten met veelvoorkomende lichamelijke klachten. Vrouwen rapporteren immers meer lichamelijke klachten dan mannen, en lichamelijke klachten van vrouwen blijven vaker medisch onbegrepen. Maar hoe komt dit? Liggen de verklaringen bij de patiënt, de huisarts en/of hun interactie?
Deze studie, die volgend jaar wordt afgerond, heeft al interessante resultaten. Rosmalen: ‘We zien bijvoorbeeld dat vrouwen bij de huisarts minder vaak een diagnose krijgen dan mannen, maar we zien ook dat aan vrouwen minder vaak een diagnostisch onderzoek aangeboden wordt. Hierover hebben we veel gediscussieerd. Is er sprake van overdiagnostiek bij mannen, of doen we vrouwen tekort?'

Mannelijk of vrouwelijk

Deze uitkomst illustreert hoe interessant én relevant het is om niet alleen verschillen in sekse, maar ook in gender te onderzoeken, ervaart Rosmalen. De onderzoekers ontwikkelden hiervoor een zogeheten genderindex (zie kader). Deze index maakt het mogelijk - ook voor andere onderzoekers - om bestaande data in de langlopende cohortstudie Lifelines nader te analyseren.
‘Deze gender index drukt in cijfers uit in hoeverre mensen mannelijke of vrouwelijke rollen op zich nemen. Voor toekomstige onderzoeksrondes hebben we nu wel gendervragen aan de bestaande vragenlijsten toegevoegd, zoals de vraag of je jezelf als een man of vrouw beschouwt, en in hoeverre je jezelf mannelijk of vrouwelijk vindt.’

Olievlek

Beide onderzoekers willen hun resultaten bewust publiceren in bladen die níet speciaal op sekse en gender zijn gericht. Publicaties en (opiniërende) bijdragen op sites voor professionals en onderzoekers zijn volgens beiden een belangrijke manier om zowel bewustwording als kennisontwikkeling op dit gebied te stimuleren.
‘Denk aan de bekende olievlek’, licht Rosmalen toe. ‘Als reviewer ben ik bijvoorbeeld kritischer geworden. Nu ik zelf weet aan welke richtlijnen een subsidieaanvraag of onderzoekspublicatie op het punt van sekse en gender moet voldoen, kan ik dat aan anderen meegeven. Ik pas mijn kennis nu toe bij alles wat ik doe, als onderzoeker, indiener en beoordelaar.’
Ook helpt het om jonge onderzoekers van het begin af aan in de do’s en don’ts rond sekse en genderverschillen te scholen, vinden beiden. Binnen een nieuw en groot Europees onderzoeksproject onder leiding van Rosmalen zullen de vijftien promovendi allemaal een verplichte scholing op het gebied van sekse en gender volgen.
‘Er is een enthousiaste groep jonge onderzoekers die in dit onderwerp geïnteresseerd is. Zij hebben zich binnen de Nederlandse Vereniging Gender en Gezondheid ook in een aparte afdeling georganiseerd, de NVG&G Young. Ik vind dat een hele mooie ontwikkeling.’

Ook mannen

Maar, voegen Rosmalen en Wijnhoven graag toe, bij gender- en sekse zou het vaker (ook) over mannen moeten gaan. Beiden hebben de indruk, hoewel het misschien niet met zoveel woorden is gezegd, dat het programma Gender en gezondheid vooral op een betere zorg en gezondheid voor vrouwen is gericht.
‘Terwijl we soms tot bevindingen komen waarbij mannen in het nadeel zijn’, vertelt Wijnhoven. ‘Nu we in de laatste fase van ons onderzoek komen, negeren we dat een beetje. In vervolgonderzoek zou dat meer aandacht moeten krijgen.’
Uiteindelijk, vinden beide onderzoekers, moeten analyses op sekse en gender net zo gewoon worden als bijvoorbeeld op leeftijd. Wijnhoven: ‘Het uiteindelijke doel is gepersonaliseerde zorg. Het is niet 'de vrouwen zus, de mannen zo" - niet alle vrouwen zijn gelijk, en alle mannen ook niet. ‘
Onderzoeksfinanciering is hiertoe een belangrijk sturend instrument. ‘Ons onderzoek is tot nu toe heel beschrijvend, we hebben helaas geen geld meer om een vervolgstap te maken naar de praktijk, of om interventies te ontwikkelen’, vertelt Wijnhoven. ‘Omdat we niet weten of er vervolgfinanciering komt, kunnen we niet in volle vaart op dit thema verder gaan. Ik kan niet al mijn tijd op manvrouw verschillen richten, maar dat komt ook omdat je denkt "straks stopt het weer’". Dat is zonde, juist nu omdat we weten dat er zoveel winst te behalen is.’

Verschilt de eiwitbehoeften bij mannen en vrouwen bij het ouder worden?

In deze epidemiologische studie is onderzocht of eiwitbehoefte mogelijk verschilt tussen oudere (>55 jaar) mannen en vrouwen. De onderzoekers keken daartoe op basis van bestaande data hoe eiwitinname geassocieerd is met afname in spiermassa en fysieke functie bij oudere mannen en vrouwen.

Op basis van gegevens van de Health, Aging and Body Composition Study blijkt dat een hogere eiwitinname geassocieerd is met minder verlies van spiermassa in 3 jaar bij oudere vrouwen maar niet bij oudere mannen. Er is geen associatie met verandering in loopsnelheid. Een hogere eiwitinname is daarnaast geassocieerd met een kleiner risico op het optreden van mobiliteitsbeperkingen in zes jaar. Dit verband is even sterk voor mannen en vrouwen. Wanneer ook wordt gestratificeerd naar etniciteit (Kaukasisch vs. Afrikaans-Amerikaans), blijkt het verband het sterkst bij vrouwen met een Kaukasische afkomst. Vervolgens is eenzelfde analyse naar de associatie tussen eiwitinname en mobiliteitsbeperkingen uitgevoerd met behulp van gegevens van de Nederlandse Longitudinal Aging Study Amsterdam. Hieruit blijkt in tegenstelling tot de resultaten uit de analyses met de data uit de Health ABC studie dat een hogere eiwitinname niet geassocieerd is met loopsnelheid of mobiliteitsbeperkingen. Gezien de inconsistente bevindingen is nader onderzoek nodig voor geconcludeerd kan worden of aanbevelingen voor optimale eiwitinname zouden moeten verschillen voor oudere mannen en vrouwen.

De onderzoekers werkten nauw samen met het Europese PROMISS-project. Over dit project is onder andere gepubliceerd in The American Journal of Clinical Nutrition, zie Sex-and race-specific associations of protein intake with change in muscle mass and physical function in older adults: the Health, Aging, and Body Composition (Health ABC) Study | The American Journal of Clinical Nutrition | Oxford Academic (oup.com)

De invloed van sekse en gender op medische zorg voor patiënten met veelvoorkomende lichamelijke klachten

Vrouwen rapporteren meer lichamelijke klachten dan mannen, en lichamelijke klachten van vrouwen blijven vaker medisch onbegrepen. Dit project onderzoekt oorzaken voor dit verschil tussen mannen en vrouwen bij de patiënt, de huisarts en hun interactie.

Biologische sekseverschillen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van klachten, maar mannen en vrouwen verschillen ook van elkaar in communicatie en het zoeken naar hulp. Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn bestudeerd aan de hand van de interactie tussen patiënt en huisarts tijdens het consult. Ook zijn huisartsenregistraties onderzocht op aanwijzingen voor verschillen in het zoeken naar hulp, aanvullend onderzoek, verwijzing, en behandeling. In de huisartsenregistraties vonden de onderzoekers dat veelvoorkomende klachten van vrouwen minder vaak tot een diagnose leiden. Maar zij constateerden ook dat vrouwen minder diagnostiek aangeboden kregen en dat dat een deel van het verschil zou kunnen verklaren. De vraag is nu hoe dat komt, en of de manier waarop mannen en vrouwen hun klachten presenteren aan de huisarts de diagnostische beslissingen beïnvloedt?

Hier richten de onderzoekers zich nu op, waarbij zij aansluiting zoeken bij het onderdeel van de studie dat over communicatie gaat. Voor dat deel is eerst een review geschreven, waarna de onderzoekers video’s van consulten beoordelen op communicatieverschillen tussen mannen en vrouwen.
 

Een genderindex

In het zogeheten Lifelines cohort-onderzoek worden gezonde en zieke deelnemers gedurende ten minste dertig jaar gevolgd om inzicht te krijgen in de factoren die van belang zijn bij het ontstaan en verloop van (chronische) ziekten. Tussen 2006 en 2013 hebben in totaal ruim 167.000 personen zich aangemeld voor deelname aan de studie. Uniek aan de groep deelnemers (0-93 jaar bij de start) is dat het Lifelines cohort verschillende generaties beslaat. Door de gezondheid en mogelijke factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden van een grote groep mensen langdurig te volgen, kan het ontstaan van ziektes beter begrepen worden. Om deze gegevens te verzamelen, gebruikt Lifelines verschillende onderzoeksmethoden: vragenlijsten, lichaamsmetingen en afname van biomaterialen.
In de vragenlijsten waren nog geen vragen over gender opgenomen, constateerden de Groningse en Nijmeegse onderzoekers toen zij in 2017 met hun onderzoek begonnen. Om gender toch te kunnen gaan onderzoeken, hebben de onderzoekers alle variabelen in de databank die mogelijk voor mannen en vrouwen verschillend zouden kunnen zijn, in een voorspellend model bij elkaar gebracht. Denk bijvoorbeeld aan variabelen op het gebied van vrije tijd, sport, persoonlijke eigenschappen. Vervolgens keken de onderzoekers welke psychosociale kenmerken samenhangen met of iemand een biologische man of een biologische vrouw is. Op deze manier is op basis van ruim 50 variabelen een genderindex samengesteld.
Voor meer informatie hierover zie onder andere:

Lees meer over sekse en gender in onderzoek

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Tekst Gonny van Haaft, Portret Judith Rosmalen Eigen beeld Portret Hanneke Wijnhoven Aline Bouma

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website