Huisarts Tony Poot is al vanaf het begin een zeer gewaardeerd commissielid van het ZonMw-programma Voor elkaar! Poot werkt bij het Leidse LUMC, bij de afdeling Public Health en Eerstelijns Geneeskunde. Hij geeft onderwijs en doet onderzoek naar de rol van patiënttevredenheid bij innovatie in ouderenzorg. Een drukke agenda die Poot, mede door zijn handicap, steeds meer energie kost. Daarom stopt hij noodgedwongen en met pijn in ’t hart met Voor elkaar!

foto Tony Poot

Met welke achtergrond kwam je in de programmacommissie van Voor elkaar?

‘Vanuit ZonMw ben ik benaderd of ik interesse had om als commissielid deel te nemen aan het destijds nieuwe programma Voor elkaar!. Ik was net daarvoor gepromoveerd op ‘Patiëntenparticipatie bij innovatie en verbetering van zorg’. Dat zal zeker een rol gespeeld hebben. Ik voel me in de eerste instantie huisarts, en daarna pas iemand met een beperking. Maar ik kan wel vanuit beide kanten kijken, ik denk dat ik daarom een goede aanvulling was.’

Je bent huisarts en zit zelf in een rolstoel. Vanuit welke blik keek je het meeste?

‘In hart en nieren ben ik huisarts, zorgverlener. Dat heeft de overhand. Toen in 2010 mijn beperking ontstond, kreeg ik ineens als patiënt met de zorg te maken. Deze ervaringen kleurden mij wel. De confrontatie tussen aanbod- en vraaggestuurde zorg werd snel duidelijk. Het aanbod van professionals en organisaties wordt sterk gevormd door praktische overwegingen. Je mag als zorggebruiker blij zijn dat je keuze hebt in aanbod. Maar bij de meer ingrijpende en complexere problematiek, is echt meer flexibiliteit in het zorgaanbod nodig.’

Hoe keek jij destijds tegen patiëntenorganisaties aan? En tegen patiëntenparticipatie?

‘Ik wist weinig van patiëntenorganisaties af. Ik kende wel de kernwaarden van Voor elkaar!: een mens is meer dan zijn/haar aandoening, sociale inclusie, gelijkwaardigheid, empowerment/eigen regie. We hebben aan deze kernwaarden echt de hoogste prioriteit gegeven: het was ons vertrekpunt en de rode draad tijdens het beoordelen van alle projectaanvragen. Ook de enorme passie en persoonlijke ervaringen van de commissieleden droegen daaraan bij.

Wat me opviel is de verschillende categorieën waar aanvragen onder vielen. Goed georganiseerde patiëntenverenigingen, die bijvoorbeeld een subsidie aanvroegen voor de jaarfinanciering voor hun bestaande activiteiten. Absoluut relevant en nuttig voor doelgroep, maar het paste niet in Voor elkaar! We waren op zoek naar nieuwe ideeën, met de vraag vanuit de doelgroep.

Of bijvoorbeeld het idee om het professionele hulpaanbod te verbeteren (informatieverstrekking). Hartstikke goed dat de doelgroep een tekortkoming constateert in het hulpaanbod. Alleen denk ik dat hier andere subsidiepotjes voor zijn.’

‘Ik vertrek met pijn in mijn hart’

Welke aanvragen waren voor jou nu echt interessant?

‘Nou, dat was de categorie: zorgaanbod op maat gemaakt. Projecten die de individuele hulpvrager een concreet instrument in handen geeft, in de vorm van bijvoorbeeld een app. Maar ook functionele en maatschappelijke ideeën, bijvoorbeeld huisvesting of deelnemen aan bepaalde activiteiten. Daar werd ik blij door verrast en dacht dan altijd, dit zijn de krenten in de pap, hiervoor bestaan we!’

Is jouw beeld van patiëntenorganisaties veranderd tijdens jouw periode als commissielid?

‘Dat is wel sterk veranderd. Mijn tijd als commissielid heeft mijn nieuwsgierigheid vergroot. De directe contacten met patiëntenorganisaties waren voor mij het meest interessant. De kracht en overtuiging bij de mensen zijn erg mooi om te zien.’

'Mijn tijd als commissielid heeft mijn nieuwsgierigheid vergroot'

Hoe zie je de rol van patiëntenorganisaties en patiëntenparticipatie nu?

‘Als aanbieder van bepaalde producten voor de doelgroepen hebben ze absoluut nut. Dan denk ik bijvoorbeeld aan lotgenotencontact, informatieverstrekking, coachende groepsbijeenkomsten.

Tegenwoordig zijn veel patiëntenorganisaties vaak goed georganiseerde organisaties. Het is belangrijk om ervoor te waken dat de individuele hulpvraag geen weerklank meer vindt. De kleinere innovatieve en persoonlijke ideeën mogen niet ondergesneeuwd worden. Van belang is om te zoeken naar een vorm, ook binnen de grote patiëntenorganisaties, waarin die voorstellen een kans krijgen.’

Bij aanvang zei je: ‘Als we over een tijdje terugkijken en vaststellen dat zorggebruikers vaker en steviger aan het roer zitten, dan ben ik tevreden’. Het programma loopt uiteraard nog, maar kun je tevreden terug kijken?

‘Ik ben licht gefrustreerd……omdat we zo goed bezig zijn. Daarom ben ik teleurgesteld dat ik moet afhaken. Het mooie aan Voor elkaar! is het bewustzijn van de commissie en ZonMw-medewerkers. Ik ben benieuwd naar de (langdurige) resultaten. Het is een proces van de lange adem. Innoveren en implementeren, en dus impact bereiken is een circulair proces. Daar bedoel ik mee, je moet steeds stapjes vooruit maken, maar altijd weer terug gaan naar de basis. Als een wiel wat langzaam vooruit rolt. Je moet blijven investeren. En uiteraard spelen energie, enthousiasme en geld een grote rol. Dan ga je de impact wel bereiken.’

Wat blijft jou bij?

Daar hoeft Poot niet lang over na te denken. ‘De menselijke factor blijft me het meeste bij. De persoonlijke interacties met medecommissieleden, de projectindieners en de betrokken ZonMw-medewerkers. Wat ik bijvoorbeeld goed vind, is dat indieners in gesprek met ons gaan om hun ideeën toe te lichten. Dat is zeer verhelderend en verfrissend. Zo krijg je een goed beeld van de aanvragers en hun plannen. Het hielp me enorm om zowel positief als kritisch te kijken naar de aanvragen.

En de projectleidersbijeenkomsten zijn heel nuttige dagen. Gezamenlijk ervaringen, knelpunten en kennis delen. Ik zou in de toekomst graag nog meer samenwerkingsverbanden zien. Uiteindelijk heeft een groot aantal projectleiders hetzelfde doel, vaak zijn het overlappende ideeën. Hoe mooi is het dan om deze krachten aan de voorkant al te bundelen en samen een subsidie aan te vragen?’

Blijf je nog betrokken bij het programma?

Tijdens zijn laatste overleg vroeg de voorzitter van Voor elkaar! of hij toch nog op de achtergrond betrokken wilde blijven bij het programma. De expertise van Poot is waardevol. ‘Ik was verrast dat men mijn invalshoek als een aanvulling voor het programma ziet. Ik schuif dus nog graag aan tijdens heisessies, want ik vertrek toch wel met pijn in mijn hart bij dit mooie programma, mijn mede-commissieleden en de ZonMw-medewerkers.’

Waarom vertrek je bij het programma Voor elkaar!?

‘Naast mijn werk in het LUMC werkte ik met veel plezier als commissielid bij het programma Voor elkaar!’ Poot vindt het ontzettend leuk om als commissielid ingezet te worden. ‘Maar onderschat niet wat voor klus het is. Je moet het heel serieus nemen. Alle projectvoorstellen die binnen komen moet je secuur doornemen. Het zijn namelijk geen onzinaanvragen. De aanvragen zijn allemaal relevant. Maar waarom springt er nou net één boven alles uit? We zoeken naar dat ene pareltje dat echt het verschil maakt. Waarom ik dan stop als commissielid? Ik doe veel dingen en ik vind ook veel dingen interessant. Maar ik kan niet alles (meer) doen. Ik heb een handicap en die kost me dagelijks een hoop energie. Helaas wordt het niet beter dus moet ik keuzes maken.’

foto van commissieleden Voor elkaar!
Tony Poot (linksvoor) met de programmacommissie van Voor elkaar!

Auteur Claudia Hoezee Fotografie archief

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website