Waar kunnen hulpverleners en burgers terecht met niet-acute vragen en meldingen over mensen die de grip op hun leven kwijt zijn of waar zorgen over zijn? Dat kan in veel regio’s bij een meldpunt niet-acute zorg. ZonMw heeft subsidies verstrekt voor het inrichten of versterken van deze meldpunten. GGD GHOR Nederland heeft daarnaast een ZonMw-subsidie ontvangen om de regionale meldpunten niet-acute zorg te adviseren en te ondersteunen. Projectleider Trudi Peters en projectmedewerker Sylvia Commandeur vertellen hoe zij dit doen.

GGD GHOR Nederland

Trudi Peters werkt al geruime tijd voor de GGD GHOR Nederland. ‘Ik voel me hier thuis. De werkomgeving is prettig en ik ben bij veel interessante onderwerpen betrokken. Ik zet me vooral in voor kwetsbare groepen, zo ook als projectleider van de landelijke ondersteuning voor de meldpunten niet-acute zorg.’

Trudi werkt nauw samen met projectmedewerker Sylvia Commandeur. ‘Ik vind het vooral leuk om de verbinding te maken tussen landelijk en regionaal én tussen de meldpunten onderling. Mijn kennis van de openbare geestelijke gezondheidszorg, zoals ik onder andere heb vanwege mijn werkzaamheden bij het landelijke meldpunt onverzekerdenzorg, helpt hierbij.’

Trudi is daarnaast gedetacheerd bij de VNG als regio-adviseur Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam (VLOT). Ze kan haar kennis en netwerk vanuit de GGD en de meldpunten goed benutten in deze rol.

Lees hier meer over wat een VLOT-adviseur doet.

Inrichten regionaal meldpunt

Projectleider TRudi Peters en projectmedewerker Sylvia Commandeur

Beweging in kwetsbaarheid

Van januari tot en met juni 2021 besteedden ZonMw, VNG en Impuls Werkplaats onder de noemer Beweging in kwetsbaarheid’ aandacht aan verschillende thema’s die bijdragen aan een meer inclusieve samenleving met passende zorg en ondersteuning voor (psychisch) kwetsbare mensen. Met een maandelijkse talkshow, podcasts en publicaties.

‘Het inrichten van een nieuw regionaal meldpunt niet-acute zorg is best ingewikkeld. Je moet bijvoorbeeld afspraken maken met verschillende partijen, werkprocessen inrichten, personeel opleiden en bereikbaarheid regelen.’, licht Trudi toe. ‘Ook moet je goed nadenken over hoe je omgaat met het uitwisselen van gegevens met partnerorganisaties. Elk meldpunt krijgt met dezelfde thema’s te maken. Daarom hebben wij in mei 2018 financiering van ZonMw gekregen voor het ondersteunen van regionale meldpunten.

We brengen de projectleiders met elkaar in contact en laten ze van elkaar leren, zodat het wiel niet steeds opnieuw uitgevonden wordt. GGD GHOR Nederland heeft deze subsidie ontvangen, aangezien we veel ervaring hebben met dergelijke projecten en omdat veel niet-acute meldpunten bij de GGD zijn ondergebracht. Overigens ondersteunen we, vanuit dit project, ook meldpunten die bij een andere organisatie zijn ondergebracht, zoals de gemeente of ggz-instelling.’

20 pilots

‘Gemeenten en GGD’en konden ook subsidie aanvragen voor het inrichten of uitbreiden/optimaliseren van een meldpunt. Dat hebben wij ook gestimuleerd. Er zijn 4 subsidierondes geweest in 2018 en 2019. In totaal zijn er 20 pilots gestart in heel Nederland (bekijk het overzicht). We helpen hen bij het inrichten, uitbreiden en optimaliseren van hun meldpunt. Er zijn overigens ook GGD’en die zonder subsidie van ZonMw hun meldpunt niet-acute zorg hebben opgezet en/of doorontwikkeld.’

Diversiteit

Door verschillende partners, zoals het Schakelteam Verward Gedrag, politie, patiënten- en familieorganisaties is aangedrongen op een landelijk netwerk van meld- en adviespunten voor mensen waar geen acute hulp nodig is, maar wel zorgen over zijn. ZonMw heeft binnen het actieprogramma Verward Gedrag subsidie beschikbaar gesteld om dit mogelijk te maken.

Trudi: ‘Regio’s hebben de subsidie benut om een bestaand OGGz-meldpunt te verbreden, de openingstijden te verruimen of een nieuw meldpunt op te zetten. Van de 20 pilots zijn er 13 rondom een bestaand meldpunt bij de GGD ingericht. Bij 7 is de gemeente zelf projectleider, en belegt het meldpunt bij de GGZ-crisisdienst of een ander loket. Sommige meldingen moeten opgevolgd worden; iemand die op de melding afgaat en dit verder oppakt. Sommige meldpunten hebben ‘zelf eropaf-capaciteit’ zoals Flevoland. In andere regio’s neemt bijvoorbeeld het sociaal team of een bemoeizorgteam dit op.’

‘De meldpunten hebben verschillende openingstijden, dit is ook onderdeel van de pilot. Tot nu toe blijkt dat de meldingen vooral overdag binnenkomen.’ Sylvia Commandeur

Meldingen vanuit verschillende partijen

In Flevoland worden E33-meldingen door de politie rechtsreeks doorgezet naar het meldpunt en komen er dus veel meldingen vanuit de politie. In sommige andere regio’s valt op dat de ambulancedienst, woningcorporatie of burger veel meldt. Trudi: ‘Het aantal meldingen verschilt per meldpunt. Dit hangt waarschijnlijk af van meerdere factoren zoals bijvoorbeeld de bekendheid van het meldpunt.’ Sylvia: ‘Er is in alle regio’s goed contact met de politie. Daar is ook veel in geïnvesteerd. Aan de andere kant zou je in een aantal regio’s nog meer meldingen vanuit de politie verwachten.’

Succesfactoren

‘De belangrijkste succesfactoren? Verbinding en kennisuitwisseling. We vormen als het ware het cement tussen de regionale pilots.’ Trudi Peters

‘Ondanks de diversiteit zijn er thema’s waar elk meldpunt mee te maken heeft. Denk aan gegevensdeling en privacy, de inzet van ervaringsdeskundigen, communicatie en het samenwerken met de politie.’ Hier sluit Sylvia zich bij aan. ‘Elk kwartaal organiseren we een bijeenkomst voor alle projectleiders van de pilots. We delen kennis en wisselen ervaringen uit. 1 of 2 meldpunten doen hun verhaal. De deelnemers inspireren elkaar en benutten ervaringen uit andere regio’s voor het verbeteren van hun eigen werkprocessen. Deze dagen worden altijd goed bezocht. De mensen raken meestal niet uitgepraat!’

Beste tip

De meest gehoorde tip tijdens de bijeenkomsten is toch wel dat een meldpunt ‘gewoon’ moet beginnen. Trudi: ‘Je kunt op papier processen uitdenken, maar in de praktijk werken dingen toch vaak anders. Dus begin voorbereid en pas je aan aan wat zich voordoet.’ Sylvia: ‘Uiteraard kunnen ze daar onze hulp bij gebruiken. We hebben bijvoorbeeld een stroomschema gemaakt wat de stappen zijn als er een melding binnenkomt. Samen met Leon Sonnenschein maken we een handreiking over privacy en persoonsgegevens. En we kunnen ook meldpunten onderling met elkaar in contact brengen.’

Ontwikkelingen

‘Staatssecretaris Blokhuis heeft al een tijd geleden aangegeven dat er een landelijk telefoonnummer komt. Dat zou per 1 januari 2020 operationeel zijn, maar is nu gepland richting zomer 2020. Hier wordt ook een communicatietraject aan gekoppeld. Sommige meldpunten communiceren in afwachting van het landelijke traject nu nog niet actief richting de burgers.’, vertelt Trudi.

Een andere recente ontwikkeling is de wet verplichte ggz die per 1 januari 2020 in werking is getreden. Trudi: ‘Gemeenten zijn verplicht een meldpunt ggz in te richten. Daarvoor zoeken zij aansluiting bij bestaande meldpunten. De opvolging van zo’n melding is anders dan een melding niet-acute zorg. Dit is een actueel onderwerp en werd besproken tijdens de bijeenkomsten van projectleiders niet-acute meldpunten.’

Toekomst

Trudi en Sylvia hopen dat er op korte termijn een landelijk dekkend netwerk van meldpunten niet-acute zorg komt, zodat het landelijk telefoonnummer naar alle regio’s kan doorschakelen. Tot 1 augustus 2020 blijven zij de meldpunten ondersteunen. ‘We werken nu hard aan een nieuwe versie van de handreiking voor het inrichten van een meldpunt. Ook komt er een handreiking gegevensuitwisseling en privacy.’

Lees meer

Redactie en fotografie: Doelgroep in Beeld, eindredactie: ZonMw

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website