Léon Sonnenschein is landelijk projectleider Uitwisseling Persoonsgegevens en Privacy. Hij is betrokken bij een aantal projecten in het sociaal domein waar gegevensdeling en privacy een rol speelt. Zo kwam hij ook bij het project meldpunten niet-acute zorg terecht. ‘Juist hier is zorgvuldigheid extra belangrijk, omdat degene waar het over gaat zelf niet weet dat hij gemeld wordt.’

Zorgvuldig omgaan met gegevens

‘Het is belangrijk dat we zorgvuldig met gegevens van burgers omgaan. Met name bij meldpunten waar personen iemand anders melden omdat ze zich zorgen maken. Degene weet dus zelf niet dat hij gemeld wordt. De burger moet erop kunnen vertrouwen dat er netjes met z’n gegevens wordt omgegaan. Ik help de meldpunten om hierover na te denken en hun processen goed in te richten. Doen we dat netjes, dan helpt dat ook in betere dienstverlening.’

Ondersteuning aan meldpunten

‘Ik werk nauw samen met GGD GHOR Nederland en alle projectleiders van de pilots. Samen met een privacyjurist, Eric Schreuders, zijn we begonnen met een gezamenlijke sessie over het delen van gegevens. Wat mogen we ermee, waar moeten we op letten, hoe kan je er op goede manier over nadenken? Vervolgens hebben we geanalyseerd hoe de meldpunten in de praktijk werken. Uit die analyse kwamen bepaalde risico’s voor de privacy van de burger naar voren. Samen hebben we gekeken hoe we die risico’s kunnen verlagen.’

Beweging in kwetsbaarheid

Van januari tot en met juni 2021 besteedden ZonMw, VNG en Impuls Werkplaats onder de noemer Beweging in kwetsbaarheid’ aandacht aan verschillende thema’s die bijdragen aan een meer inclusieve samenleving met passende zorg en ondersteuning voor (psychisch) kwetsbare mensen. Met een maandelijkse talkshow, podcasts en publicaties.

Handreiking in concept

‘Alle bevindingen en adviezen zijn we nu aan het verwerken in een handreiking. Ik verwacht dat die begin 2020 af is. Het is belangrijk dat deze draagvlak heeft. Daarom stemmen we de conceptversies regelmatig met de projectleiders af. Soms is verduidelijking nodig, soms krijgen we een terugkoppeling over hoe een advies in de praktijk wel of niet zal werken.’

‘Uitgangspunt is dat de handreiking dienstbaar is aan de praktijk.’

Typisch risico

‘Alle meldpunten niet-acute zorg zijn ondergebracht bij organisaties die ook andere taken doen. De GGD levert bijvoorbeeld ook vaak bemoeizorg. Een van de typische risico’s is dat de gegevens van het meldpunt vermengd raken met een andere afdeling. Maar niet iedere burger die gemeld wordt heeft bijvoorbeeld ook bemoeizorg nodig. Dus meldingen moeten niet zo maar in het dossier terecht komen van bijvoorbeeld de bemoeizorgafdeling. Een melding noteer je als melding, ongeacht wat de uitkomst is. Als je je hier bewust van bent, dan kun je de gegevensverwerking van het meldpunt goed inrichten.’

‘Wat het soms onnodig ingewikkeld maakt is dat de informatiesystemen geen onderscheid maken tussen de verschillende taken in een organisatie, zoals de meldpunttaak en bemoeizorg. Een systeem dat taken uit elkaar houdt kan een goed hulpmiddel zijn.’

Bewaartermijn

‘Nog zo’n discussiepunt is de bewaartermijn van een melddossier. De wet zegt dat je deze niet langer dan noodzakelijk mag bewaren. Maar wat is noodzakelijk? Elk meldpunt moet daar zelf over nadenken en beleid voor ontwikkelen en onderbouwen. Hoe lang is de oude melding nog relevant? Is een melding een jaar oud en is er in de tussentijd geen nieuwe melding meer geweest? Dan is de oude melding waarschijnlijk ook niet meer relevant en moet je die informatie vernietigen.

In de handreiking bieden we ook een tussenoplossing: een half jaar na een melding kan je het dossier dichtzetten. Dat betekent dat medewerkers alleen kunnen zien dat er een melding is geweest maar geen inzage meer in het dossier hebben. Bij een nieuwe melding kun je het dossier weer openen. Zo heeft niet iedereen tussendoor toegang tot gegevens die niet nodig zijn. Het is dan te verantwoorden dat een melding langer wordt bewaard.

Overigens moet je ook dan een eindtermijn bepalen en het dossier vernietigen als er tussentijds geen nieuwe meldingen zijn geweest. En minstens zo belangrijk: die termijn regelmatig evalueren. Zodat je kunt onderbouwen waarom je een melding een bepaalde tijd bewaart.’

Grootste uitdaging

‘De grootste uitdaging nu is het juridische gedeelte. Overheden mogen alleen gegevens verwerken met een goede reden. Die reden moet in de wet staan. Er is nu helaas geen enkele wet die expliciet zegt dat GGD’en of gemeenten een meldpunt niet-acute zorg moeten organiseren. Daardoor is het ingewikkeld om een juridisch kader te construeren. Je kunt deze wettelijke taak dan afleiden van andere taken, maar dat is een hele puzzel. Gelukkig heeft de wetgever dit ook gezien en wordt er nu aan nieuwe wetgeving gewerkt.’

Wet verplichte ggz

‘Op 1 januari treedt de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking en moeten gemeenten een meldpunt Wvggz inrichten. Als bijvoorbeeld een familielid dan zijn zorgen uit over iemand vanwege de veiligheid van die persoon of de omgeving, is de gemeente verplicht een verkennend onderzoek uit te voeren. Dit is niet altijd nodig bij iemand die gemeld wordt bij het meldpunt niet-acute zorg.

Sommige gemeenten willen het meldpunt Wvggz en meldpunt niet-acute zorg in 1 meldpunt onderbrengen. Vanuit de organisatie gezien is dit heel logisch, want je hebt dezelfde kennis en competenties nodig voor het aannemen en beoordelen van de meldingen. Maar je moet dan wel goed nadenken over hoe je de meldingen registreert en gescheiden houdt. In de handreiking besteden we daar ook aandacht aan.’

Toekomst

‘We moeten praktisch maar ook zorgvuldig om blijven gaan met privacy van de burger. Ik hoop dat de handreiking goed gebruikt gaat worden en echt helpt bij de inrichting van een meldpunt.’

Lees meer

Redactie en fotografie: Doelgroep in Beeld, eindredactie: ZonMw

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website