Halverwege 2016 gooide Amsterdam het roer om. Een heel nieuw team gemotiveerde klantmanagers en jobhunters ging statushouders helpen met tegelijk én inburgeren én werk zoeken. Volgens onderzoeksbureau Regioplan met succes.

Met de aankomende invoering van het nieuwe inburgerstelsel in 2021 zal een dergelijke duale aanpak gemeengoed worden, maar in 2016 was dat nog helemaal niet het geval. In veel gemeenten werden statushouders pas na hun inburgeringscursus (van maximaal drie jaar) geholpen met het vinden van werk. Amsterdam wilde echter meer. ‘Ons beleid is dat we statushouders echt een mooie toekomst willen bezorgen in Nederland’, vertelt Danira Janjac, één van de projectleiders van de Amsterdamse aanpak. ‘Dus direct aan de slag en niet onnodig lang wachten.’

Vijf aanbevelingen voor gemeenten

  • Aandacht loont. De begeleiding van statushouders vergt gemotiveerde medewerkers met een lage caseload en expertise en ervaring met de doelgroep. Bestuurlijk draagvlak en voldoende middelen zijn daarbij onontbeerlijk.
  • Een intensieve taalcursus gericht op communicatievaardigheden, met maatwerk voor specifieke werksituaties of sector, heeft grote toegevoegde waarde.
  • Een parallelle aanpak van inburgering en werk of opleiding, zorgt voor snellere participatie en arbeidsdeelname. Dat vergt flexibiliteit van de verschillende trajecten, zodat alles past in het weekschema van de vluchteling.
  • Participatie van vrouwen behoeft specifieke aandacht. Gemeenten dienen bij echtparen gelijke aandacht te schenken aan de arbeidstoeleiding van man én vrouw. Deelname aan trajecten moet  gecombineerd kunnen worden met zorg voor kinderen.
  • Voorkom uitval uit werk, ook nadat een statushouder uit de uitkering is gestroomd. Dit vraagt om langdurende nazorg, ook na plaatsing bij een werkgever.

Magic key

Voor de nieuwe Amsterdamse aanpak werd een speciaal team met klantmanagers en jobhunters geworven. Janjac: ‘We zochten mensen die echt gemotiveerd waren om met deze doelgroep aan de slag te gaan. Er zitten in ons Team Entree mensen die zelf een vlucht- en migratieverleden hebben, voormalige taaldocenten en bijvoorbeeld mensen die in opvangcentra hebben gewerkt. Daarnaast  werkt in het team een aantal ervaren klantmanagers die zich specifiek voor deze doelgroep wilden inzetten. Ik ben ervan overtuigd dat juist al die expertise in combinatie met de motivatie van ons team één van de magic keys is voor het succes van onze aanpak.’

‘Ik denk dat je mag zeggen dat aandacht geven loont’

Kwantitatief en kwalitatief

Of de samenstelling van het team inderdaad van doorslaggevend belang is, kan onderzoeker Adriaan Oostveen van Regioplan niet bevestigen, want juist dat heeft het onderzoeksbureau niet onderzocht. ‘Wij hebben met een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek gekeken of de aanpak werkt en hoe de aanpak werkt. Hoe ziet het beleid eruit? Hoe werkt dat in de praktijk? En welke mechanismen zijn daarbij van belang? Dat de aanpak inderdaad werkt, blijkt uit een analyse van CBS-cijfers.’

Over het onderzoek

Regioplan onderzocht de effectiviteit van de Amsterdam aanpak en welke mechanismen en werkzame bestanddelen daarbij van belang zijn.
Na een beschrijving van de werkwijze en de achterliggende beleidstheorie is onderzocht of de Amsterdamse aanpak in de praktijk wordt uitgevoerd zoals beoogd en bijdraagt aan de gestelde doelen. Daarbij gebruikten de onderzoekers praktijkobservaties, vragenlijsten en interviews met statushouders en uitvoerders. Ook zijn CBS-data over de arbeidsdeelname van de vluchtelingen geanalyseerd.

Kijk voor meer informatie op de projectpagina.

Meer aan het werk

Zo had binnen een jaar na de start van de gemeentelijke begeleiding 28% van de statushouders ten minste één maand gewerkt in een betaalde baan; onder de oude vorm van begeleiding was dit maar 15%. En 10% is al na een jaar volledig uitgestroomd uit de uitkering, terwijl dit met de oude aanpak rond de 8% was. ‘Niet alle cijfers zijn goed vergelijkbaar; de aantrekkende economie heeft bijvoorbeeld ook geholpen. Maar ook in vergelijking met het landelijke beeld heeft Amsterdam het goed gedaan; van de vluchtelingen die in 2015 een verblijfsvergunning kregen, werkte na anderhalf jaar landelijk gemiddeld slechts 5%, in Amsterdam was dat 18%,’ zegt Oostveen.

Aandacht loont

Welke factoren hebben hieraan bijgedragen? Oostveen: ‘Ik denk dat je mag zeggen dat aandacht geven loont. De caseload van de klantmanagers is veel lager dan gebruikelijk, 50-60 klanten tegenover tot 300 gebruikelijk. Dat zie je terug in de waardering van statushouders voor hun begeleiders. Met name hun betrokkenheid en steun wordt op prijs gesteld.’ In het eindrapport van Regioplan wordt als voorbeeld deze uitspraak van een statushouder geciteerd: ‘Mijn nieuwe klantmanager geeft meer om onze situatie. Hij luistert en reageert snel, en heeft mij ook gesteund tijdens mijn scheiding. Hij is toegankelijker dan mijn vorige klantmanager.’

Adriaan Oostveen

Onderzoeker Adriaan Oostveen van bureau Regioplan, kijkt met veel plezier terug op zijn werk in Amsterdam. ‘Wat ik echt mooi vond, is om als onderzoeker gesprekken tussen klantmanagers en statushouders te mogen observeren. Dan hoor je zelf de indrukwekkende verhalen van de statushouders, en merk je wat de betekenis is van een term als ‘persoonlijke benadering’. De gemeente en de medewerkers hebben zich kwetsbaar opgesteld door ons van zo dichtbij mee te laten kijken. Complimenten daarvoor.’

Ondersteunen, stimuleren en activeren

Uit het onderzoek blijkt dat klantmanagers vluchtelingen snel voor diverse trajecten aanmelden en dat ze hen stimuleren om waar mogelijk zelf actief zaken te regelen. Oostveen vertelt dat uit de observaties van gesprekken en uit interviews met zowel klantmanagers als statushouders blijkt dat er in de loop van het traject een verschuiving plaatsvindt. ‘De begeleiding is eerst intensief, met veel contactmomenten waarbij statushouders vooral ondersteund worden bij allerlei problemen waar ze tegenaanlopen. Daarna zie je dat de begeleiding meer de vorm krijgt van stimuleren en motiveren, waarbij ook het aantal contacten terugloopt.’

‘Statushouders leren niet alleen algemene vaardigheden, maar ook het jargon dat ze nodig hebben in hun branche’

Intensieve taalcursus

Een belangrijke meerwaarde had volgens Oostveen de Taalboost. Dat is een cursus waarbij de nadruk niet zozeer ligt op het leren van taalregels en grammatica, maar op het gebruiken van taal in de praktijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om presentatie-, gespreks- en sociale vaardigheden. Janjac beaamt dat: ‘We hebben een heel pakket aan instrumenten bedacht om statushouders te bemiddelen en werkgevers te ontzorgen. Die Taalboost noemen we tegenwoordig de ‘Intensieve taalcursus’. Statushouders leren er niet alleen algemene vaardigheden, maar ook het jargon dat ze nodig hebben in hun branche. Dat doen we op maat, zodat statushouders er tijdens hun werk of opleiding direct van profiteren.’

De ‘ondertussengroep’

De ervaringen uit Amsterdam kunnen andere gemeenten helpen bij de voorbereidingen voor het nieuwe inburgerstelsel. ‘Met die voorbereiding moeten ze niet te lang wachten’, zegt Janjac. ‘Begin daar zo snel mogelijk mee, want er komt veel op je af als gemeente. En kijk goed wat je doet met de ‘ondertussengroep’; de mensen die nu al inburgeringsplichtig zijn, maar nog niet onder de nieuwe wet vallen. Hoe kun je hen nu al ondersteunen in de geest van de nieuwe wet?’

Nazorg

Het onderzoek van Regioplan leverde de gemeente een aantal aanbevelingen op, waarmee ze haar aanpak verder kon verbeteren. Oostveen: ‘Dat ging bijvoorbeeld over meer inzet voor participatie van vrouwelijke statushouders. Die blijft nog altijd behoorlijk achter. Ook in andere gemeenten zie je dat. Ook de nazorg kan beter. Een deel van de statushouders valt na verloop van tijd toch weer uit, bijvoorbeeld omdat hun contract niet verlengd wordt. En dan zijn ze uit het zicht van de gemeente.’

‘Ook als statushouders een baan hebben, zijn er nog veel vragen waar de gemeente bij kan helpen’

Next-step

Janjac onderkent dat. ‘Er is nu meer aandacht voor de vrouwen. Zo is er bijvoorbeeld een speciale empowermentcursus voor hen en zetten we ook in op ouderbetrokkenheid bij scholen. En wat die uitval betreft, ook daar zijn we mee aan de slag gegaan. Bijvoorbeeld met een ‘Next-step’ traject voor mensen die nog wel inburgeringsplichtig zijn, maar geen uitkering meer hebben. Want ook als statushouders een baan hebben, zijn er nog veel vragen waar de gemeente bij kan helpen. Bijvoorbeeld over hoe je een beoordelingsgesprek voert of wat je moet doen als een tijdelijk contract afloopt.’

Danira Janjac

Danira Janjac is één van de projectleiders van de Amsterdamse aanpak statushouders. ‘Deze doelgroep verdient een kans om in ons land een nieuw bestaan op te bouwen. Met de juiste begeleiding kunnen wij ze een mooie toekomst in onze stad bieden. Amsterdam wil daar echt werk van maken en ik wil daar graag onderdeel van uitmaken.’

Lerende aanpak

De Amsterdamse aanpak is niet in beton gegoten, maar ontwikkelt zich almaar verder, benadrukt Janjac. ‘Wij passen onze manier van werken voortdurend aan, mede op basis van onderzoek, interne evaluaties of signalen van klantmanagers en statushouders. Het onderzoek van Regioplan staat niet op zich. Zo blijkt uit een kosten-batenanalyse dat onze aanpak rendeert. Allereerst voor de statushouders zelf, maar ook voor de gemeente. Elke euro die de gemeente investeert, levert er bijna 2 op. Wij laten ons constant voeden. Die lerende aanpak maakt dit werk reuzemooi.’

Prijs voor Beleidsonderzoek

Eind 2019 ontving Regioplan de NSV-VBO Prijs voor Beleidsonderzoek voor hun onderzoek naar de Amsterdamse aanpak. Oostveen: ‘Dankzij de subsidie van het ZonMw-programma Vakkundig aan het werk hebben we lang en diepgaand onderzoek kunnen doen. Dat heeft veel nuttige inzichten opgeleverd. Dat je daarvoor een prijs krijgt, is natuurlijk fantastisch.’

Vakkundig aan het werk

Om gemeenten beter op weg te kunnen helpen, voert ZonMw op verzoek van het ministerie van SZW en in nauwe samenwerking met Divosa, SAM, VNG, UWV en VWS het kennisprogramma Vakkundig aan het werk uit. Dit programma levert kennis op voor gemeenten om de dienstverlening op het terrein van Werk en Inkomen te verbeteren. Onder meer over effectieve aanpakken om vergunninghouders te ondersteunen in het krijgen en behouden van regulier betaald werk.

Meer weten?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website