Patiënten met hoofd-halstumoren reageren vaak goed op hun behandeling, maar bij een deel van de patiënten komt de kanker terug. De hoeveelheid nieuwe bloedvaatjes die de tumor vormt, kan mogelijk voorspellen welke patiënten daar de meeste kans op hebben.

Ook kankercellen kunnen niet zonder energie en voedingsstoffen en zijn dus afhankelijk van de bloedtoevoer. Bij de groei van een tumor komt daarom ook altijd de aanleg van nieuwe bloedvaatjes kijken, oftewel: angiogenese. De hoeveelheid angiogenese in een tumor zou een maat kunnen zijn voor hoe hard een tumor groeit. Dat is nuttige kennis voor de behandeling van een patiënt. Onderzoekers van het Radboudumc brengen daarom met steun van ZonMw en KWF Kankerbestrijding de bloedvatvorming in beeld met PET-scans.

PET-scan

Onderzoekers van het Radboudumc brengen de mate van angiogenese bij hoofd-halstumoren in beeld via een PET-scan. Ze gebruiken hiervoor een zelf ontwikkelde stof die uit twee delen bestaat: het radioactieve gallium-68, gekoppeld aan een eiwit genaamd RGD. Dit eiwit bindt specifiek aan een receptor die voorkomt op nieuw aangelegde bloedvaten. “De patiënt krijgt de door ons ontwikkelde radioactieve contrastvloeistof toegediend via een infuus”, vertelt Technisch Geneeskundige Daphne Lobeek (Radboudumc). “Daarna verdeelt de radioactieve stof zich over het lichaam. Omdat de stof bindt aan de receptor op nieuwgevormde bloedvaten, hoopt de stof op in tumoren waar veel nieuwe bloedvaten gevormd worden. Op die manier brengen we de aanmaak van nieuwe bloedvaten in tumoren in beeld met de PET-scanner.”

Tekst gaat verder onder foto

Daphne Lobeek
Daphne Lobeek

Terugkeer voorspellen?

Veel patiënten met hoofd-halstumoren krijgen als behandeling een combinatie van bestraling en chemotherapie (‘chemoradiatie’), wat heel goed werkt om de patiënt te genezen. Toch blijkt dat bij sommige patiënten na behandeling de kanker terugkomt. Op welke manier verbetert beeldvorming van angiogenese de behandeling van patiënten met hoofd-halstumoren? “We hopen de groep patiënten te kunnen identificeren bij wie de kanker later terugkomt. Mogelijk is het aantal nieuwgevormde bloedvaten bij hen anders dan bij de groep patiënten die wel geneest”, antwoordt Lobeek. “Bij mensen met meer kans op terugkeer zou je de behandeling kunnen aanpassen: andere geneesmiddelen gebruiken als toevoeging op de bestaande behandeling, of zorgen dat de delen van de tumor met de meeste angiogenese een hogere dosis bestraling ontvangen.”

Oplichtende nieuwgevormde bloedvaten

De uitgevoerde studie had meerdere doelen. Ten eerste: uitzoeken hoe de radioactieve stof zich in het lichaam van patiënten verspreidt. “We zagen dat na twee uur minder dan 5% van de toegediende vloeistof nog in het lichaam was, de rest was geklaard via de nieren en de blaas.” Daarnaast wilden de onderzoekers zien of de radioactieve stof zich inderdaad ophoopte in gebieden met angiogenese. “Dat bleek het geval: de nieuwgevormde bloedvaten in de tumor lichtten goed op.” Met het behalen van deze doelen is aangetoond dat de techniek werkt en veilig is.

Meten van behandeleffect

Op dit moment loopt er een vervolgstudie waarbij onderzocht wordt of de behandeling invloed heeft op de ontwikkeling van bloedvaten en of dit met de nieuwe techniek gemeten kan worden. En vooral: kan een verschil in bloedvatvorming in tumoren voorspellen hoe patiënten reageren op de behandeling? Dit is een vervolg op de studie en onderzoekers verwachten in 2020 meer te kunnen vertellen.

Colofon 

Auteur: Diana de Veld
Eindredactie: Marjolijn Pijls
Beeld: shutterstock

© ZonMw 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website