Hoe kun je als basis- of middelbare school leerlingen ondersteunen die achterstand oplopen, zoals nu regelmatig het geval is ten gevolge van de coronacrisis? Twee onderzoeken brengen de problemen in kaart én mogelijke oplossingen. ‘Met tutoring krijg je waar voor je geld. Het is een duur wondermiddel.’

Dr. Tijana Prokic-Breuer en dr. Frank Cornelissen twijfelen er beiden niet aan: leerlingen die al kwetsbaar waren vóór de coronacrisis, hebben door die crisis en de lockdowns alleen maar meer achterstanden opgelopen. Zij doet onderzoek op basisscholen, hij op middelbare scholen. Hun conclusie: als gevolg van de coronalockdowns is de kansenongelijkheid in het onderwijs nog verder toegenomen. ‘Juist voor deze leerlingen is een bewezen effectieve aanpak belangrijk,’ zegt Prokic-Breuer.

Tutoring

Maar wanneer is een interventie effectief? Ook dat onderzoeken beiden. Laten we beginnen met de basisscholen. ‘Het belangrijkste is en blijft dat deze leerlingen onderwijs krijgen van goede leerkrachten,’ stelt Tijana Prokic-Breuer. ‘Maar wanneer dat niet toereikend is – omdat de achterstanden te groot zijn om op een reguliere manier in te lopen – dan is de meest effectieve interventie een bijspijkerprogramma inclusief tutoring. Met tutoring bedoelen we één-op-één- of één-op-twee-begeleiding. Dat zorgt ervoor dat leerlingen een dubbele dosis taal of rekenen krijgen. Met effectieve tutoring zijn de achterstanden binnen een half jaar weg te werken.’

'Met effectieve tutoring zijn de achterstanden binnen een half jaar weg te werken’

Duur wondermiddel

Prokic-Breuer wijst erop dat deze tutoring niet per se verzorgd hoeft te worden door bevoegde leerkrachten. Ook onderwijsassistenten, studenten en andere geïnteresseerden kunnen tutor worden, mits ze eerst een goede opleiding krijgen. Ze houdt een pleidooi voor gecertificeerde tutoringprogramma’s, zoals Bridge High Dosis Tutoring. ‘Tutoring is een wondermiddel, zij het een duur wondermiddel. Gelukkig krijgen scholen extra financiële middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs van OCW.’ Naast tutoring is ook ouderbetrokkenheid een mogelijke interventie, mits de ouders handreikingen krijgen om met hun kind thuis aan de slag te gaan. Eventueel zijn zelfs trainingen beschikbaar voor ouders.

Educatief partnerschap

In het voortgezet onderwijs verrichten de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Radboud Universiteit onder leiding van Frank Cornelissen het onderzoek ‘Kansen in crisis’. Ze startten in oktober 2020 – vlak vóór de scholen hun deuren moesten sluiten vanwege de tweede lockdown. Toch kan Cornelissen al een eerste opvallende uitkomst melden: er is een scherpe tweedeling tussen scholen. ‘Sommige scholen slagen er schijnbaar moeiteloos in om leerlingen te bereiken, op andere scholen gaat het heel moeizaam en lopen leerlingen achter of raken ze soms zelfs uit beeld.’
Het verschil zit ‘m volgens Cornelissen in de mate waarin scholen samenwerken met ouders. Hoe groter dat “educatief partnerschap” (zoals het in de literatuur heet), hoe beter leerachterstanden kunnen worden weggewerkt. ‘Ga je als school nu pas de relatie met ouders aan, dan wordt het veel lastiger dan wanneer je al veel moeite had gestoken in educatief partnerschap. Ook als je al goede contacten had met gemeenten en jeugdzorg, betrek je die er nu veel sneller bij dan wanneer je vooraan moet beginnen.’

Contact leggen met ouders

Cornelissen geeft het voorbeeld van een vmbo-school die bestaande ‘professionele leergemeenschappen’ inschakelde: groepjes docenten die al langer samenwerkten. ‘Zij gingen al tijdens de eerste lockdown in kaart brengen hoeveel leerlingen uit beeld dreigden te verdwijnen. Zo ontdekten ze dat sommige leerlingen zich schaamden voor hun thuissituatie. Ze kwamen letterlijk niet in beeld. De ICT-experts van de school wezen op de technische optie om je achtergrond wazig te maken. De school deelde dat met de ouders en zo was het probleem snel en simpel opgelost.’ Op scholen waar leiderschap-op-de-vloer minder gebruikelijk is, gaat het allemaal veel stroperiger, zegt Cornelissen. ‘Daar kost het leggen van contacten met ouders veel tijd. De kans op achterstanden is dan veel groter.’

Toolkit

Om de vertaalslag te maken naar de praktijk, hebben Prokic-Breuer en haar collega’s een toolkit Betrekken van ouders en een toolkit Extra lessen samengesteld en ‘praktijkkaarten’ opgesteld, die inmiddels zijn opgenomen in het Nationaal Programma Onderwijs. Deze kaarten vertellen niet alleen wat werkt, maar ook hoe. Binnen het onderzoek van de UvA en Radboud Universiteit gaat een ‘Veldadviesraad’ de onderzoeksresultaten vertalen in tips voor middelbare scholen.

Tekst Stan Verhaag. Fotografie iStock photo.

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website